De belofte van China

home | 29 feb 2008 | Onbekende auteur |

De Chinese economie blijft groeien, dus is er geld te verdienen. Drie China-veteranen vertellen over de mogelijkheden en uitdagingen in het Aziatische Wirtschaftwunder. "Het duurt vaak even voor buitenlandse ondernemers hier hun draai vinden."

Olaf Litjens (48)

Unisono Fieldmarketing

Vult de supermarkt van miljoenen Chinezen,

2000 medewerkers, 40 kantoren in China, hoofdkantoor in Shanghai,

het Amerikaanse Omnicom nam onlangs de helft van de aandelen over

 

Olaf Litjens vloog in 1984 voor het eerst naar Peking. "Iedereen liep nog in zo'n grijs Mao-pakje", herinnert Litjens. "Er waren geen auto's, geen lantaarnpalen en er was nog geen smogprobleem omdat iedereen nog gewoon op de fiets door de stad reed." Litjens had net zijn opleiding aan Nyenrode afgerond, pikte daar de eerste voortekenen van de aanzwellende Chinese economie mee en besloot er met een medestudent marktonderzoek voor een aantal Nederlandse bedrijven te gaan doen. Als de twee vervolgens ook gaat bemiddelen tussen Nederlandse afnemers en Chinese producenten stromen fraaie opdrachten binnen. Litjens en Buitelaar verhuizen in 1988 naar een duur kantoor in het World Trade Center, nabij het beroemde Tiananmen Square, het Plein van de Hemelse Vrede. "Maar onze juichstemming was snel weg toen het leger daar een jaar later een grote studentenopstand met geweld uiteensloeg", vertelt Litjens. "Dan leer je dus ook dat China heel grillig kan zijn. Van de ene op de andere dag vielen vrijwel al onze opdrachtgevers weg, net als de meeste Westerse collega's in Peking trouwens. We moesten weer van vooraf aan beginnen."

 

Omdat Shanghai zich dan ontwikkelt als centrum van de handel, verhuizen Litjens en collega Maarten Buitelaar daar ook heen. Met hun nieuwe firma Unisono specialiseren ze zich in de bevoorrading van supermarkten en productpromotie in die winkels. Een helse klus. "In de grote steden openen steeds meer enorme supermarkten, de zogenaamde hypermarts", legt Litjens uit. "Maar er bestaat al een onwaarschijnlijk groot netwerk van kleine en moeilijk bereikbare winkels en supermarktjes. Wie zijn merk in China wil opbouwen, moet ook daar aanwezig zijn. En dat niet alleen: als je goed wil verkopen, moet je ook nog op de juiste plek in de supermarkt liggen. Op het bovenste schap, of in een speciale display. Wij zijn die uitdaging aangegaan."

 

Daarvoor dachten de twee een geavanceerd computersysteem uit dat vrachtwagens met behulp van gps langs hun bevoorradingsroute leidt. Andere medewerkers zorgen voor de juiste plek in het schap, promotiemateriaal en andere marketingcampagnes. "Bijvoorbeeld dames die samples uitdelen in de winkel", vertelt Litjens. "In China worden dat soort promotiemensen nog zeer serieus genomen, er wordt echt naar geluisterd, en dus moeten we ze voor zo'n klus ook echt opleiden. Verder houden onze medewerkers precies in de gaten waar de Chinese consumenten behoefte aan hebben en wat voor winkels er openen en sluiten. Zo weten onze klanten welke producten ze op welke plek proberen te verkopen."  

 

En daar is voldoende belangstelling voor. Unisono telt inmiddels ruim 2000 (voornamelijk part-time) medewerkers, is actief in 25 grote Chinese steden en mag onder zijn vaste klanten onder meer Mars, Gillette, Pepsi, Visa en verschillende grote Chinese merken rekenen. Litjens: "Alleen in Shanghai bevoorraden wij al zo'n 4000 winkels. Maar de grootste uitdaging is nog om Chinezen duidelijk te maken waarom ze een duur merk moeten kopen. Met name de opkomende burgerklasse die nu snel meer geld krijgt te besteden heeft nog maar een beperkte merkbewustheid. Dat proberen wij ze bij te brengen."

 

-nextpage-

Siegfried van IJzendoorn (56)

Best Building Engineering

Projectontwikkelaar in Shanghai, 8 medewerkers,

bouwt nu windmolenparken, omzet 9 miljoen euro

 

Siegfried van IJzendoorn kwam in 1987 naar China om een vaccinatieproject van de Wereldbank en Unicef te begeleiden. Hij werd verliefd op het veelzijdige land, en op één van haar bewoonsters. Sindsdien werkt hij door heel China, van de Gobi-woestijn tot de Vietnamese grens tot het dichtbevolkte Guangdong. "Het duurt vaak even voor buitenlandse ondernemers hier hun draai vinden", constateert IJzendoorn. "Veel zaken zijn niet of onduidelijk geregeld. Er is een enorm grijs gebied met een aparte gebruiksaanwijzing. Wie daarmee om kan gaan, kan hier veel gedaan krijgen." IJzendoorn doelt op de nog steeds wijdverspreide corruptie, waar hij als projectmanager in de bouw regelmatig tegenaan loopt.

 

"Als een monteur bij een opdracht zegt: ‘Dat moet ik eerst even overleggen' weet ik al hoe laat het is", grijnst hij. "Die wil geld zien, daar moet je gewoon mee leren leven. Het hoort bij het spel en bij de maatschappij. Het is een cultuur van 5000 jaar oud, en die ga je niet zo maar even veranderen."

 

Belangrijk obstakel bij het bouwen van nieuwe fabrieken zijn de energiebedrijven. "Wie hier de weg niet kent, kan zo een jaar bezig zijn om aangesloten te worden", aldus IJzendoorn. "De enorme groei van de industrie legt een loodzware last op het elektriciteitsnet. Bovendien kunnen steeds meer Chinezen televisies, wasmachines en andere luxeapparatuur aanschaffen." Met name in de zomer, als miljoenen airco's aangaan, wordt het elektriciteitsnet regelmatig overbelast, soms met langdurige black-outs als gevolg. "Aangezien steeds meer overheidsbedrijven in particuliere handen komen, probeert de overheid nu met premies en bonussen het energiegebruik beter te spreiden. Maar voor veel inwoners van grote miljoenensteden als Shanghai, Peking, Ningbo, Shenzen en Guangzhou is een paar uur in het donker niet de grootste zorg. "Als ze maar een dak boven hun hoofd houden", aldus IJzendoorn." Tienduizenden bewoners van oudere laagbouwwijken en nog veel meer boeren moesten de afgelopen jaren wijken voor de bulderende bulldozers van de vooruitgang. Complete huizenblokken, wijken en dorpen worden platgewalst voor nieuwbouw die het budget van de oude bewoners vaak ver te boven gaat. "Hoewel het Nationaal Volkscongres vorig jaar nog een anti-corruptiewet aannam, klagen veel van hen over maffia-achtige praktijken door de projectontwikkelaar", aldus Van IJzendoorn. "Omgekochte gemeenteofficials steken vaak geen vinger uit. Op het eerste oog valt China onder de centrale, met strakke hand doorgevoerde regie van de partijtop in Peking. Maar onder het oppervlak zijn nationale en regionale krachten in een doorlopende machtsstrijd verwikkeld. De projectontwikkelaar achter het Fortune Residence, een paleisachtig gebouw met protserige, miljoenen kostende appartementen voor rijke zakenlieden in Peking, is bijvoorbeeld een dochtermaatschappij van de Communistische partij. Daar valt niet tegen op te knokken."

-nextpage-

Hans Burger (56)

Conquistador Boats

Bouwt luxesloepen op marinewerf in Hangzhou,

45 medewerkers, de eerste sloepen arriveren binnenkort in Nederland

 

Met niet meer dan een serie schetsen en bouwtekeningen stapte Hans Burger binnen bij een marinewerf in Hangzhou, een miljoenenstad op ruim 2 uur rijden van Shanghai. "De werf was in rep en roer", herinnert Burger, die door een Chinese relatie werd begeleid. "Ik werd onmiddellijk uitgenodigd aan de etenstafel, in afwachting van het in allerijl opgetrommelde lid van de Communistische Partij. Zonder de aanwezigheid van een partijlid wordt er hier helemaal niets belangrijks besproken, weet ik inmiddels. En zonder eten en drinken ook niet."

 

De werf is gespecialiseerd in het bouwen van kunststof patrouillevoertuigen voor politie en marine. "Tijdens een rondleiding over de werf kwamen we langs een ruim voetbalveld vol mallen", vertelt Burger. "Ik denk dat er dik over de honderd stonden. Daar zaten er ook een paar tussen voor een model reddingsboot dat al een aardig eind in de richting ging van een sloep die ik wilde bouwen. Dat leek me een goede testcase voor onze samenwerking."

 

Na drie dagen onderhandelen was Burger eruit met zijn Chinese compagnons. Voor zijn eerste order worden twaalf ‘spiegelsloepen' met de bijbehorende mallen gemaakt. Twee ervaren Nederlandse botenbouwers zien streng toe op het productieproces. "Natuurlijk is het waar dat die Chinezen nog geen echte fijnslijpers zijn in de afwerking", lacht Burger. "Het is een militaire werf voor de politie en de marine, en die zien het belang van bekleding of glimmende railingen niet zo. Maar mijn ervaren medewerkers zitten er hier dagelijks bovenop. Die Chinezen vinden het geweldig om zo iets bij te leren, en te verdienen, en de basis is dik in orde. Ze weten ontzettend veel van boten bouwen, want ze kunnen teruggrijpen een traditie van duizenden jaren."

 

Tijdens een wandeling over het uitgestrekte terrein van de werf wordt duidelijk waarom Burger zo enthousiast is. Helemaal achteraan staat de nieuwe productiehal die Burger voor zijn project heeft laten bouwen. Tientallen dames zijn bezig het polyester met de hand in de mallen te leggen en die vervolgens eveneens met de hand af te schuren. Een monnikenwerkje waar een ‘tamelijk bescheiden' salaris tegenover staat. ‘Ik heb een aparte ploeg medewerkers die we zelf mochten uitzoeken', glundert Burger. ‘De beste handwerklieden van de werf werken nu vrijwel uitsluitend nog voor mij. En als er meer mensen nodig zijn staan die in rijen van drie te trappelen. Allemaal degelijke ambachtslieden die ontzettend graag willen leren en zich te pletter werken voor een paar dollar meer. Daar kan straks geen Europese botenbouwer meer tegenop."

 

Door Arnoud Groot

Zo hard groeit Shanghai

Op de Bund, ooit de Chinese pendant van Wall Street, vereeuwigen statige gebouwen het begin van Shanghai's moderne geschiedenis. Ruim anderhalve kilometer barok, neoklassiek en Art Deco in een wat pompeus samenspel dat een Amerikaanse journalist ooit treffend typeerde als ‘Money Architecture'. Het ‘Parijs van het Oosten' was in 1935 al de vijfde stad ter wereld, met de hoogste gebouwen van Azië en meer auto's dan in de rest van heel China. In hetzelfde jaar beschreef Fortune Magazine de stad als ‘the megalopolis of Asia - the inheritor of 19th-century London and 20th-century Manhattan'..

 

De Japanners en communisten gooiden even roet in het eten, maar na een inhaalrace van vijftien jaar is Shanghai wederom dè toegangspoort tot China, het land van ongekend lage productiekosten en grotendeels onontgonnen afzetmarkt van ruim 1,3 miljard potentiële consumenten. Shanghai is de ‘drakenkop' van de achterliggende Yangtze-delta, die in een bijna onmenselijk tempo uitgroeit tot een aaneengesloten industriegebied van ongekende omvang.  Hoewel de grootste haven ter wereld de komende vijf jaar nog eens 20 miljard dollar in nieuwe havenfaciliteiten investeert, groeien Yangtze-provincies Jiangsu en Zhejiang nog sneller, inclusief internationale havens en vliegvelden. De Baoshan Iron & Steel Company smolt hier vorig jaar ruim 7 miljard dollar bij elkaar; een omzetgroei van ruim dertig procent. Volkwagen liet in dezelfde periode een half miljoen auto's van de band rollen, en investeert 3,4 miljard dollar om de productie binnen vijf jaar te verdubbelen. In de eerste drie kwartalen van vorig jaar werd in totaal ruim 143 miljard dollar geïnvesteerd in de Yangtze-delta, aldus het Chinese CBS. Ondanks remmende maatregelen van de overheid is dat bijna 20 procent meer dan vorig jaar.

 

Maar de delta biedt meer dan goedkope arbeid alleen. In zakendistrict Pudong verrijst het een na het andere nieuwe kantoorgebouw. Naast het regionale hoofdkwartier van multinationals als Hewlett Packard, General Motors, NEC, IBM, Bell en General Electric strijken er ook steeds meer verzekeraars en andere dienstverleners neer. The Economist signaleert tevens een trend waarbij Westerse high-tech bedrijven onderzoekscentra naast hun Chinese productiebedrijven openen. Chipfabrikant Intel investeert bijvoorbeeld bijna 40 miljoen dollar in een research & developmentcentrum in Shanghai's Waigaoqiao free-trade zone, een gebied van 10 vierkante kilometer waar buitenlandse bedrijven speciale juridische voorrechten en moderne infrastructuur genieten. Het Chinese electronicabedrijf Shui On Land bouwt met Oracle een eigen Silicon Valley in Shanghai. Totale investering: 1 miljard dollar. En ook het Nederlandse chemieconcern DSM opende vorig jaar haar eerste r&d-centrum in Shanghai. "Dit geeft ons de mogelijkheid beter te integreren in de Chinese wetenschappelijke en technologische gemeenschap", motiveerde de directie van DSM, "en om ingebed te raken in de Chinese business value chain."

Gerelateerde artikelen:


 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout