Mag je een contract iets anders noemen?

Contract Deal

Je sluit een (franchise)overeenkomst, maar je geeft het contract een andere naam. Zo wil je het werkelijke doel verhullen, om bijvoorbeeld onder beperkende regels uit te komen. Daar kom je echter steeds minder makkelijk mee weg.

Wat schrijf je boven je contracten als naam of titel? Weet je eigenlijk altijd wat je voor soort contract aangaat? Neem als voorbeeld een zogeheten ‘overeenkomst van opdracht’. Er zijn veel zelfstandigen die in het kader van hun werkzaamheden overeenkomsten van opdracht aangaan. Vaak is dit ook exact wat de bedoeling is; het leveren van diensten door de zelfstandige. Soms echter wordt het contract vooral zo genoemd om een of meerdere gevolgen van een arbeidsrelatie te omzeilen. De ene keer is er sprake van bewustzijn bij beide partijen en de andere keer bij slechts een van beide partijen.

Franchiseovereenkomst

Ook een franchiseovereenkomst krijgt regelmatig een andere naam, zoals bijvoorbeeld dealershipcontract, licentiecontract, partnerovereenkomst of distributiecontract. In een recente procedure spraken partijen over een point-of-sale-overeenkomst. Het aldus genoemde contract behandelde de voorwaarden waaronder een merkhouder kleding distribueerde via een winkelier, die daarbij het recht verkreeg de kleding onder die merknaam te verkopen in het gehuurde winkelpand. Tussen partijen ontstond een geschil over de door de merkhouder afgegeven omzetprognoses, die door de winkelier niet gehaald werden, en de gevolgen daarvan.

In franchiserelaties bestaat een veelheid aan rechtspraak over het onderwerp ‘niet behaalde omzetprognoses’. De merkhouder wilde graag wegblijven bij de lijn in die rechtspraak en stelde dat er geen sprake was van een franchiseovereenkomst. Partijen hadden de bedoeling gehad een point-of-sale-overeenkomst te sluiten. Zo hadden zij hun overeenkomst ook genoemd.

Helpt het partijen om het beestje een andere naam te geven?

Uitgangspunt is dat partijen een overeenkomst op verschillende wijzen kunnen inrichten. Er is sprake van contractsvrijheid. Als een rechter gevraagd wordt om te oordelen over de vraag welke soort overeenkomst aan de orde is, kijkt hij daarom in eerste instantie naar wat de partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond. Hij kijkt echter ook naar de manier waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven.

In de procedure tussen de merkhouder en de winkelier, oordeelde de rechter dat de point-of-sale-overeenkomst voldeed aan de definitie van franchise: het recht dat een centrale onderneming tegen bepaalde voorwaarden verleent aan particuliere ondernemers om gebruik te maken van haar kennis van het management en haar naam om het afzetgebied van het eigen product te vergroten.

Franchisenemer

De overeenkomst voldeed ook aan een aantal elementaire elementen van een franchiserelatie, zoals afzet, samenwerking, exploitatierecht, geldelijke vergoeding, zelfstandigheid van de franchisenemer en uniformiteit. Op basis van die overwegingen kwalificeert de rechter de overeenkomst (op basis van een feitelijk vermoeden) als een franchiseovereenkomst.

Het is dus wat het is. Als partijen feitelijk uitvoering geven aan een franchiseovereenkomst, dan kan een andere naam niet baten. Wees je hier dus van bewust als je een overeenkomst aangaat.

Esther Brons-Stikkelbroeck Dit artikel is geschreven door Esther Brons-Stikkelbroeck.
Lid van het Sprout Expertpanel

Gerelateerde artikelen:


 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout