Wanneer moet je stoppen met je bedrijf?

column | 12 okt 2012 | Arko van Brakel |
Arko van Brakel CDay

Columnist Arko van Brakel beantwoordt elke maand een lezersvraag. Dit keer: Wanneer weet ik dat ik beter kan stoppen met mijn bedrijf?

Veel ondernemers verwarren ‘trots’ of ‘angst om te falen’ met karakter en doorzettingsvermogen. Soms sla je als ondernemer een verkeerde weg in, maak je een keuze die niet goed uitpakt of rendeert de business niet omdat de markt te klein is. Wanneer geef je aan jezelf toe dat je verkeerde keuzes hebt gemaakt? Wie gepassioneerd een bedrijf begint waar nauwelijks markt voor is, moet wel heel gemotiveerd (of gefortuneerd) zijn om de cashflowproblemen langdurig aan te kunnen.

Maar wat doe je dan? Wel of niet stoppen? Opgeven of doorzetten? Geld is natuurlijk een belangrijke factor die de doorslag kan geven in je beslissing. Toch zijn het vooral keuzes die impact hebben op je zelfbeeld als ondernemer. Door te stoppen laat je immers een stukje van jezelf los.

Er zijn veel manieren om te stoppen. Ik heb zelf bedrijven verkocht, maar ook twee keer een bedrijf wegens gebrek aan resultaat moeten beëindigen. Ik onderneem nog steeds, dus ben ik gestopt? Nee, nooit. Eerlijk is eerlijk, één van die twee keren hadden we beter faillissement kunnen aanvragen. We wilden het hatelijke faillissement-streepje echter niet achter onze namen, dus hebben we iedereen netjes betaald, dure regelingen getroffen en de bv als troostprijs wegens compensabele verliezen omgedoopt in een management-bv. Was dat stoppen? Nou, het voelde als stoppen. Sterker nog: het voelde als falen... Maar juridisch zijn we dus nooit gestopt.

Andere manieren van stoppen zijn terugtreden als directeur, met pensioen gaan, het bedrijf aan je kinderen overdragen, of aan het personeel. Een heel rigoureuze variant, overlijden, noem ik bewust ook. Verrassend veel ondernemers stoppen namelijk nooit en blijven in business tot ze (soms bijna letterlijk) sterven in het harnas. Nog steeds actief als investeerder, adviseur, commissaris, freelancer, trainer of coach, vaak tot zeer hoge leeftijd, tot het echt niet meer kan. Het ondernemersleven is voor hen de enige manier, dus vrijwillig stoppen is simpelweg geen optie. Wel hebben ze hun ondernemerschap steeds aangepast aan nieuwe levensfases.

Hoe stoppen andere mensen eigenlijk? Werknemers gaan met pensioen. Topsporters en artiesten streven er vaak naar te stoppen op hun hoogtepunt. Toch zijn er genoeg topsporters die zo genieten van hun sport en hun topsportleven, dat ze nog jaren doorgaan, vaak in de schaduw van de echte toppers. Dat leidt nogal eens tot kritiek van de pers die kortzichtig alleen naar resultaten kijkt. De vraag is of zichtbare resultaten, zoals medailles, titels of geld de enige succescriteria zijn. Misschien geeft zo’n leven dat je altijd al gedroomd hebt - een topsportleven of het ondernemersbestaan - wel veel meer voldoening dan anderen ooit kunnen begrijpen.

De vraag ‘wanneer stop ik?’ begint dus met dezelfde basisvraag die ondernemers zich bij alle beslissingen moeten stellen: draagt deze beslissing bij aan mijn doelen, mijn waarden, mijn toekomstperspectief en mijn ontwikkeling als mens en als ondernemer? Word ik van stoppen een betere ondernemer? Of voelt het niet goed? Kan ik als ik doorga mezelf, mijn familie, schuldeisers, aandeelhouders en personeel recht aankijken? Of is stoppen voor iedereen beter? Kom ik verder als ik stop en nieuwe wegen bewandel, een stap terug doe of opnieuw begin? Of zal ik doorgaan en bijvoorbeeld een manager aannemen, of een aandeelhouder erbij zoeken?

Als ondernemer ben je verantwoordelijk voor je eigen keuzes. Stoppen of doorgaan is niet meer of minder dan één van die keuzes. Alles start bij de vraag wie jij wilt zijn, wat je belangrijk vindt, waar je heen wilt en wat jóu trots maakt als ondernemer.

 

Heb je ook een vraag aan Arko van Brakel? Mail die dan naar arko@sprout.nl

 

Gerelateerde artikelen:


 

reacties

(1)
Pasfoto van
  •  | 12 okt 2012 | 15:51 2012 uur
Bij het denken aan stoppen van een bedrijf dat in de richting van het verkeren in zwaar weer gaat, biedt het tijdig zoeken van een investeerder mogelijk een uitkomst. Zolang de waarde van de aandelen nog positief is, bijvoorbeeld op basis van een 'discounted cash flow'-bedrijfswaardering, kan een investeerder nog instappen voor een prijs gelijk aan de waarde (en de ondernemer een prijs ontvangen gelijk aan de waarde).

Ga je over het kantelpunt van een positieve naar een negatieve ‘equity value’, dan droogt de mogelijkheid tot ‘equity-financiering’ snel op. Dit omdat het waardeverlies van de onderneming inteert op de marktwaarde van het vreemd vermogen van de onderneming. Daar de claims van vreemd vermogen voorgaan op eigen vermogen, moet een potentiële investeerder, eventuele herstructurering- en doorstartmogelijkheden daargelaten, het verlies van de marktwaarde vreemd vermogen zelf ophoesten. De investeerder moet dit verlies eerst goedmaken voordat zijn waarde toeneemt. Vaak is dit verlies te groot om te corrigeren met additionele waardecreërende investeringen.

Dit probleem is er niet wanneer vreemd vermogen nog 100% van de marktwaarde heeft, en de marktwaarde van de aandelen richting 0% gaat (maar nog wel positief is). Een investeerder kan dan de aanschaf van de aandelen voor een prijs gelijk aan de waarde (dus zonder waardecreatie voor hem) zien als een springplank om additioneel kapitaal te investeren met een rendement op geïnvesteerd vermogen hoger dan de kosten van kapitaal, om op deze wijze waarde te creëren.

Ondernemers die aan stoppen denken omdat hun bedrijf in zwaar weer dreigt te raken, doen er dus goed aan tijdig investeringspartijen aan te schrijven. In ieder geval voor een omslag naar een negatieve ‘equity value’. Mogelijk stoppen ze dan enkel aandeelhouder te zijn, en kunnen ze in dienst van het bedrijf de nieuwe fase inleiden.
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout