Voorkom heffing bij verkoop pand

fiscaal | 02 nov 2010 | Jurjen van Daal |
Contract Juridisch Organisatie Administratie

Als je een pand verkoopt, moet je in principe belasting betalen over de boekwinst. Je kunt heffing voorkomen door de herinvesteringsreserve (hir) toe te passen. In dat geval wordt de boekwinst gereserveerd en afgeboekt op een nieuw, vervangend pand. 

Aan toepassing van de hir zijn een aantal voorwaarden verbonden. Zo moet er sprake zijn van een bedrijfsmiddel (en niet van voorraad) en moet het voornemen bestaan om een vervangend bedrijfsmiddel aan te schaffen dat economisch dezelfde functie heeft. Ook moet de aanschaf (en afboeking) in principe plaatsvinden in uiterlijk het derde boekjaar na het jaar waarin het oude bedrijfsmiddel is vervreemd

Hir versus ruillarrest

De hir is een regeling in de Wet IB 2001 die is gebaseerd op oude rechtspraak: de ruilarresten. Deze rechtspraak heeft zijn werking door invoering van de hir echter niet verloren. Je ziet in de praktijk daarom op de balansen bij ondernemingen reserveringen terug als 'ruilarrest-reservering' of als hir. Er wordt ten onrechte nogal eens beweerd dat het toepassingsbereik en de voorwaarden van de hir en de ruilarresten exact gelijk zijn. Dat klopt niet. Simpel gezegd kan er op basis van de ruilarresten boekwinst met betrekking tot een breder arsenaal aan activa worden gereserveerd (denk aan voorraden). Er geldt wel een strengere eis. Zo moet je op het moment van verkoop een concreet plan hebben voor de nieuwe investering.    

Verkoop pand

Dat ook de verkoop van een pand onder de toepassing van de ruilarresten valt, was tot voor kort onzeker. De Hoge Raad heeft daar echter recent duidelijkheid over verschaft. In die oude rechtspraak ging het steeds om aandelen en niet om onroerend goed, waardoor nog niet volstrekt zeker was dat de ruilarresten ook konden worden toegepast bij de verkoop van onroerend goed (dat als voorraad kwalificeert). Onlangs heeft de Hoge Raad echter expliciet bevestigd dat dit het geval is (HR 22 oktober 2010, 09/04077, LJN BO1393). In de betreffende zaak schoot de belanghebbende er uiteindelijk zelf niets mee op, omdat hij niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij voldeed aan alle voorwaarden van de ruilarresten.

Sterkere positie

Wat betekent deze uitspraak? De ruilarresten kunnen uitstekend uitkomst bieden als de fiscus stelt dat het onroerend goed niet kwalificeert als een bedrijfsmiddel en de toepassing van de hir onmogelijk blijkt. De fiscus doet dat regelmatig. Je kunt in zo'n geval dus die reservering onder de ruilarresten laten vallen. Het is daarbij wel zaak om de ruilarresten niet alleen als een soort laatste vangnet te noemen, maar om ook echt voldoende aandacht te besteden aan alle bijbehorende voorwaarden (zorg dat je dus een concreet investeringsplan hebt). Dit zou overigens niet heel lastig moeten zijn, want afgezonderd van dat concrete plan, wijken de voorwaarden niet erg af van die gelden voor toepassing van de hir. De ruilarresten verdienen het dus om ontdaan te worden van hun stoflaag.

Lees ook:

Jurjen van Daal Dit artikel is geschreven door Jurjen van Daal.
Lid van het Sprout Expertpanel

Gerelateerde artikelen:


Meer over levensfasen | exit:


 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout