Hoe een keurmerk tot 'new business' leidt

FormGhana

Sinds de milieubeweging de ontbossing aan de kaak stelt, zijn eco-adviesbureaus als paddenstoelen uit de grond geschoten. Enkele van deze bureaus planten nu zelf bossen aan.

"Wij hopen over vijf jaar 25.000 hectare bos in Ghana geplant te hebben", zegt de Veluwse ondernemer Paul Hol.

Duurzaam bosbeheer was tot de jaren '90 niet een issue. Houtbedrijven hielden zich wel bezig met het herbebossen van open stukken grond, maar het was geen activiteit die heel serieus genomen werd. Tot de milieubeweging alarm sloeg. Wie kent nog de onheilspellende commercials van allerlei natuurfondsen, met uitgestrekte stukken ontgonnen land, waar geen boom meer te vinden was? Of denk aan de clip van Michael Jacksons hitsingle 'Earth Song'. Snel zouden we op aarde zonder bos, zonder dieren en zonder zuurstof komen te zitten. Vooral in Zuid-Amerika, waar nog altijd veruit het meeste bos te vinden is, ging het veel te snel fout.

Keurmerk

Er moest wat gebeuren en dus werd er een internationale instantie in het leven geroepen die een keurmerk uitdeelt aan bosbouwers die verantwoord hout kappen en bos beheren. Wie dit FSC keurmerk niet krijgt, is maatschappelijk onverantwoord bezig. Daar wil je als retailer liever geen producten van afnemen.

"Het label werd direct gepromoot door het Wereld Natuur Fonds", herinnert bosbouwspecialist Paul Hol zich. "Wie er niet aan mee deed, werd geboycot."

Hol had in 1993 de leiding gekregen over een nieuwe dochterdivisie van houtbedrijf Wijma, FORM Ecology Consultants geheten, die advies moest gaan geven over duurzaam bosbeheer. De 'Koninklijke' Kampense onderneming uit 1897 was het aan zijn stand verplicht om aan de nieuwe eisen te voldoen. FORM werd een divisie van professionals met veel kennis over houtproductie, herbebossing en certificeringstrajecten.

Een branche werd geboren

Maar wanneer een houtkapper zich aan de voorschriften van het keurmerk wil houden, komen daar kosten bij kijken. Experts inhuren kost nu eenmaal geld. Het was dus logisch dat Wijma de inspanningen van zijn adviseurs in rekening bracht bij de klant. Zo wist het een kostenpost in een nieuw verdienmodel om te zetten. De nieuwe service bood echter zoveel commerciële mogelijkheden, dat Hol zich in 2005 sterk maakte voor een management buy-out. Niet veel later doopte hij het bedrijf om tot FORM International. Hol: "De consultancyservice paste ook niet echt binnen het portfolio van een houtbedrijf. Dit was het beste voor beide partijen." Vanaf het moment dat FORM International los gekoppeld werd van Wijma, was zijn bedrijf een van de eerste zelfstandige aanbieders van eco-consultancy voor de bosbouw.

Inmiddels is er concurrentie. Het is een specifieke branche geworden, waarin adviseurs samen met houtbedrijven optrekken bij het aanleggen en beheren van bossen. Hol: "Onze beroepsgroep is een reizend projectgezelschap, dat zich van het ene naar het andere bos verplaatst." Consultants kijken ter plekke hoe een overheidsorganisatie, stichting of bedrijf zijn bosbeheer het beste kan organiseren en bekostigen en hoe een keurmerk verkregen kan worden. Ook bepalen ze of het überhaupt aantrekkelijk is om op een bepaalde locatie met een dergelijk project te starten. Hol: "We werken mee aan projecten over de hele wereld, in opdracht van grote concerns uit bijvoorbeeld Indonesië of China, maar het zwaartepunt ligt in Europa."

Zelf de bosbouw in

Hol heeft de afgelopen jaren zijn portfolio uitgebreid. Het moederbedrijf FORM International bestaat inmiddels uit meerdere dochterdivisies. Een daarvan, in Ghana, legt zich niet meer toe op het adviseren van houtbedrijven, maar bouwt zelf bossen. Hol: "Ik verwacht dat deze activiteit in de toekomst de meeste omzet voor het bedrijf kan gaan genereren." Daarbij heeft FORM Ghana ten opzichte van concurrenten één groot voordeel: dankzij de historie van Wijma, dat van oudsher veel in Afrika zaken doet, beschikt Hol over een schat aan ervaring en een goed lokaal netwerk. En dat terwijl de cijfers aangeven dat er nog nauwelijks duurzame houtkap plaats vindt op het continent.

"Er is inmiddels ruim honderdvijftig miljoen hectare bos dat fsc-gecertificeerd is, wereldwijd", vertelt Hol (foto links). "Toch is maar vijf procent daarvan afkomstig van Afrika." Zijn team zag daarom enorme kansen om zelf een actieve rol te gaan spelen bij het herbebossen van de aarde. "We zijn nu bezig met het beplanten van ons eerste bos in Ghana. Het is de enige die daar fsc-gecertificeerd is. "

FORM International, dat uit twaalf medewerkers bestaat, weet de aanleg van een bos te financieren met dochterdivisie FORM Investments. "Onze klanten kunnen hier geld steken in de aanleg van nieuw bos, met het vooruitzicht dat hun investering tussen de 14 en de 20 procent aan rendement oplevert. Onder meer asset managers, pensioenfondsen en internationale houtbedrijven stoppen er veel geld in. Momenteel is er tot en met 2015 voor vijfduizend hectare en 12 miljoen euro gecommitteerd aan het bos in Ghana."

Terug naar de plantage

Dankzij het project in Ghana (zie hoofdafbeelding) is FORM in staat om een bos volledig naar eigen inzicht op te bouwen, in plaats van dat het afhankelijk is van de wijze waarop een houtbedrijf uiteindelijk invulling geeft aan zijn adviezen. Gek genoeg maakt FORM daarbij gebruik van een model dat milieubewegingen (en wijlen Michael Jackson) sinds de jaren '90 juist niet zouden aanraden: de bosplantage. Hol: "Plantages in ontwikkelingslanden zijn volgens de heersende opinie ecologisch en sociaal onverantwoord. Alle houtoogst zou volledig afkomstig moeten zijn uit natuurlijk bos. Maar er bestaan hierover veel misverstanden."

In de eerste plaats gaan critici er volgens Hol vaak ten onrechte vanuit dat er eerst natuurlijk bos weggekapt moet worden voordat er nieuwe aanplant kan worden gedaan. "Dat hoeft helemaal niet. Integendeel, gedegradeerde stukken land zijn goed te bewerken en bieden een uitstekende basis voor een plantage. De nieuwe aanplant voorkomt erosie en functioneert tevens als opslag van C02."

Daarnaast zijn de opbrengsten uit duurzame kap volgens FORM vele malen hoger dan uit natuurlijk bos. "In Centraal Afrika levert natuurlijk bos met een kapcyclus van 30 jaar 20 kubieke meter per hectare op, terwijl in tropische bosplantages in 20 jaar tijd 200 kubieke meter per hectare geoogst kan worden. Dat verschil is zo groot dat het na compensatie voor de lagere prijzen die voor plantagehout gerekend worden, nog steeds beter rendeert als investering. En aangezien het percentage natuurlijk bos jaarlijks nog altijd razendsnel krimpt, is dit de enige goede manier om de groeiende vraag in te spelen."

Een lijstje met redenen waarom FORM Ghana een bosplantage heeft gebouwd. Lees meer op de site van het bedrijf.

Gerelateerde artikelen:


Meer over internationaal | NL in buitenland:


Bas van Essen

door Bas van Essen

Bekijk profiel

 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout