Zo makkelijk kan investeren zijn

financiering | 01 mei 2012 | Karin Husslage |
Peecho1

De mannen achter Peecho – de printknop van het internet – haalden afgelopen januari hun tweede ronde investeringen op. Zelf hebben ze nooit een investeerder hoeven benaderen.

Martijn Groot (39) en Sander Nagtegaal (37) verlieten drie jaar geleden Albumprinter, waar ze commercieel directeur en chief architect waren. Missie: een service opzetten waarmee professioneel drukwerk verkocht kan worden vanaf elke website of applicatie. Embed de Peecho-knop in je website of iPhone-app en laat bezoekers bijvoorbeeld je jaarverslag afdrukken of een boekje maken. Bezoekers kiezen zelf welk product ze willen printen; aanbieders verdienen aan de producten die verkocht worden en hoeven niet om te kijken naar de checkout, betaling, productie en verzending.

Peecho bundelt alle bestellingen van een bepaald type en stuurt die vervolgens naar een netwerk van professionele printpartijen. “Normaal is professioneel drukwerk alleen bereikbaar voor grote bedrijven als Hema, niet voor zomaar iemand die een mooie iPhone-app in elkaar heeft gezet. Maar als bijvoorbeeld zes of zeven kaartapplicaties samengevoegd worden, dan is het voor een kaartenfabrikant ineens wel interessant om voor je te gaan printen”, stelt Nagtegaal. “Printpartijen kampen allemaal met overcapaciteit, dus ook voor hen is dit interessant. De geaggregeerde orders gaan mee in hun bestaande workflow, omdat ze allemaal op dezelfde manier worden aangeleverd”, legt Groot uit. “Daarnaast is het natuurlijk niet maatschappelijk verantwoord dat je een marktrapport vierduizend keer print en verstuurt, terwijl je weet dat zeventig tot tachtig procent daarvan in de prullenbak belandt. Met Peecho kun je het rapport op je website uitgeven met onze button erbij, dan bepaalt de eindgebruiker wel of hij dat document thuis wil ontvangen.”

Beste businessmodel

Groot en Nagtegaal startten Peecho op met eigen spaargeld; ze konden het anderhalf jaar uitzingen zonder salaris. Ze vroegen vier programmeurs die ze hoog in het vaandel hadden staan om tien uur per week te bouwen aan het platform, in ruil voor een klein aandeel in het bedrijf. “Daarmee hadden we de eerste fte van het bedrijf, zonder directe kosten. Voor de developers konden we belastingvoordeel regelen omdat ze eenvoudig aan 500 wbso-uren kwamen, zodat ze zo ook nog een zakcentje konden verdienen”, legt Groot uit. Zo werd in acht maanden tijd de eerste versie van het platform uit de grond gestampt. De lancering vond plaats op TheNextWeb 2010, waar Peecho de award won voor de startup met het beste businessmodel. “Ik denk omdat we überhaupt een van de weinige startups met een businessmodel waren”, lacht Nagtegaal. Het gaf ze een kickstart, met lovende internationale media-aandacht, deals met launching customers en eerste contacten met investeerders.

Eerste ronde: vriendenkring

Na een jaar, eind 2010, kwam de bodem van de spaarpot in zicht. Groot en Nagtegaal besloten vrienden en familie te vragen of zij in Peecho wilden investeren; ze hadden 100.000 euro nodig. Daarmee zouden ze in aanmerking kunnen komen voor een borgstellingskrediet, waarvoor het vereist is om een deel eigen kapitaal in te brengen. “We hebben toen het bedrijf een waardering gegeven en een lijst van 26 mensen opgesteld die we zouden kunnen bellen. De volgorde waarop we ze belden, stelden we vast aan de hand van zes criteria, onder andere de kans dat ze mee zouden willen doen, de hoeveelheid geld die ze konden missen, hun netwerk en of we de persoon leuk vonden om vaak over de vloer te hebben. Bemoeienis is prima, maar je wilt natuurlijk met je aandeelhouders vooral goede, opbouwende discussies hebben”, vertelt Groot. Vragen om geld ging ze vlot af. Nagtegaal: “Het ging heel simpel. We belden iemand op, zeiden zoiets als ‘we hebben een bedrijfje, misschien heb je er weleens iets over gelezen, wil je investeren? We verkopen 1 procent, dat kost zoveel’.”

De eerste zes zegden meteen toe, waaronder oud-Albumprinter-ceo Joris Keijzer en een oud-directeur van Tele2. “We hadden niet gedacht dat het zo makkelijk zou gaan”, lacht Groot. “Het grootste deel van het gesprek waren we aan het uitleggen dat ze het geld echt moesten kunnen missen. Je wilt niet over een jaar gebeld worden als iemand problemen heeft met zijn dak. We wisten van deze mensen wel dat ze wat spaarcenten hadden, maar in het gunstigste geval ben je het geld vijf jaar kwijt en als het tegenzit zelfs voor altijd.”

STAK

Ook al hadden ze er zes aandeelhouders bij, wilden Groot en Nagtegaal geen zes adviseurs aan boord. Daarom wezen ze drie mensen aan als raad van advies, de anderen hebben puur een rol als geldschieter. Groot: “De aandeelhoudersvergaderingen werden veredelde borrels, heel informeel en gezellig.”
De developers-met-aandeel zijn ondergebracht in een STAK, waarmee ze wel winstrecht hebben maar geen zeggenschap. “Maar in de praktijk hebben ze dat wel, want we vinden hun mening heel belangrijk”, zegt Nagtegaal. Eens per week vergaderen ze in in een gezamenlijke Skypemeeting en elke maand is er een ‘developer dinner’. Groot: “Dan bespreken we wat er goed en minder goed gaat, met het bedrijf en onderling, en zijn er demo’s van wat iedereen gemaakt heeft. We houden zo al vanaf dag één elke maand het bedrijf een spiegel voor.”

Tweede ronde: vc’s

Na twee jaar, in 2011, was het tijd voor de tweede ronde investeringen, om de verdere groei te bekostigen. “Dat was een heel ander verhaal, dan zit je ineens met de champions league om tafel”, zegt Groot. “Je moet dan echt een match gaan zoeken voor je bedrijf, daar komen veel dingen bij kijken. Hoeveel aandacht steken investeerders in je, hoe is hun netwerk, passen ze bij de fase waarin je zit en de manier waarop jij je bedrijf hebt opgebouwd?”

1 | 2 | 3 | volgende pagina »

Gerelateerde artikelen:


Meer over financiering:


Karin Husslage

door Karin Husslage

Bekijk profiel

 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout