- waarderen:
afdrukken
doorsturen- 0 reageren
'Je mag niet altijd de markt de schuld geven'
35 jaar Free Record Shop hebben Hans Breukhoven alleen maar scherper gemaakt. Omdat zijn winkels het moeilijk hebben, gooide hij zijn voltallige directie overboord. En nu overweegt hij de naam van zijn bedrijf te veranderen. "Ik heb ze vriendelijk verzocht het raam open te doen en er uit te springen."
Hans Breukhoven (59) slaapt vier uur per nacht. Dat doet hij al zijn hele leven, maar het is hem niet aan te zien. Hij oogt scherp en wakker en ’in control’. Breukhoven is ’gezegend dat hij weinig slaap nodig heeft’ en zo blijft er veel tijd over om te werken. Zeker honderd uur per week steekt de Rotterdammer in zijn Free Record Shop en hij is verbaasd dat er ondernemers zijn die het anders doen. Vooral jonge entrepreneurs doen het anders. Hij spreekt ze vaak op zijn ’tandartsdag’, een maandelijkse dag vol afspraken van een half uur met ondernemers die hun businessplan hebben gestuurd of om advies hebben gevraagd. Breukhoven is nieuwsgierig, zegt hij, en wil graag met hen praten. Teveel jongeren denken het met 40 uur per week te kunnen doen of zelfs minder. Of ze vragen als eerste hoe ze miljonair kunnen worden. Daar is op zich niks mis mee: Breukhoven droomde als tiener aan de Pleinweg ook van rijk worden en skiën in het mondaine Lech. Maar hij ’mist de inzet’. Ondernemers gaan er niet helemaal voor of stoppen hun verdiende geld niet in het bedrijf. "Ze rijden al na een jaar in een Porsche rond en dat moet je niet doen", zegt hij met een brede glimlach.
Zelf is Breukhoven altijd zuinig geweest, maar kon zich op zijn dertigste financieel al ’permitteren wat hij wilde’. Dat was vijf jaar nadat hij in 1971 Free Record Shop was begonnen, in een winkeltje in Schiedam. Zijn eerste geld had hij daarvoor al gemaakt met de pruikenhandel op de markt en met onroerend goed. Breukhoven is een entrepreneur van de straat. Ook dat ziet hij steeds minder, behalve misschien bij de groeiende groep jonge allochtone ondernemers. Maar de meeste starters hebben een flinke opleiding achter de kiezen en durven veel te weinig, door al die kennis. "Het buikgevoel verdwijnt steeds meer", meent Breukhoven.
Dat buikgevoel bracht hem een bedrijf met bijna 400 winkels en 2.500 medewerkers, maar het laat hem ook wel eens in de steek. Na 2002, ’het grootste topjaar ever’, waar de holding een nettowinst van 12 miljoen behaalde, steeg de omzet nog wel, maar werd het bedrijfsresultaat van de holding ieder jaar minder. Met afgelopen boekjaar als voorlopig dieptepunt: een nettowinst die voor het tweede achtereenvolgende jaar is gedaald, dit keer met minstens 60 procent, naar 2 tot 3 miljoen euro (de cijfers zijn nog niet definitief) en een lagere omzet. Natuurlijk zijn de consumentenbestedingen ingezakt, wordt er meer illegaal gedownload en dalen door de enorme concurrentie de prijzen van cd’s, dvd’s en games. Maar Breukhoven vindt zo’n verklaring te gemakkelijk. Hij wilde ook de hand in eigen boezem steken en vond het tijd voor een radicale ingreep. Deze zomer besloot hij de complete directie van Free Record Shop Nederland en de directeur van Van Leest te ontslaan. Noorwegen en België doen het goed, maar er moest in Nederland iets veranderen.
Dat is bepaald geen kleine ingreep. Waarom hebt u dat gedaan?
"We hebben hele goede jaren gehad, maar "the world keeps changing, juist op ons gebied. Dus heb ik deze zomer de totale directie van de bv gewisseld. Je mag niet altijd de markt de schuld geven, dat is het slapste excuus dat er bestaat. De mensen waren door het succes van de jaren ervoor te makkelijk geworden. 2002 was het grootste topjaar ever, daarna werd het jaarlijks minder, maar de directie heeft niet willen aanpassen. Toen heb ik gezegd: opstappen met zijn allen, wegwezen! Ik heb ze vriendelijk verzocht het raam open te doen en er uit te springen. Dan ben ik ook een emotioneel mens en valt er niet meer met me te praten. Dan is het over en uit, whatever the costs."
Waarom waren ze ingedut?
"Managers die het makkelijk hebben, gaan steeds meer adviseurs nemen en verschuiven hun verantwoordelijkheid. Ze laten een ander hun werk doen. Ik noem dat ’bloedzuigers’. Zij willen zoveel mogelijk oncontroleerbare uren verkopen. De firma Koelewijn & Partners kwam bijvoorbeeld binnen om te helpen met een businessplan voor onze franchiseformule en voor je het weet ’stelen’ ze 180.000 euro. Hun commentaar was dat ’alles in overleg is gegaan met de directie’. Maar dan zeg ik: als ik mijn laptop in de auto laat liggen en ik vergeet hem op slot te doen en jij neemt mijn laptop mee, dan ben je nog steeds een dief."
Een leerzame ervaring?
"De les die ik daardoor geleerd heb: als ze voor alles steeds een ander inhuren, doen ze zelf hun werk niet meer of zijn niet capabel het te doen. Steeds meer mensen gingen problemen afschuiven, met alle mogelijke lulverhalen waar je in het begin intrapt, maar op den duur niet meer. Ik heb gezegd: ik wil geen managers meer die golfen. Dat gelul: ik vergader op het golfterrein. Een leuke sport misschien, maar een tijdvreter."
Toen bent u het zelf gaan doen?
"De man die het kon, zat op een andere klus. Ik heb het vijf maanden gedaan, naast deze job (ceo van de holding, LH) en vond het hartstikke leuk, maar je schrikt je toch wel apies. Het was moeilijker dan ik dacht. De opdracht geven is één, de opdracht uitvoeren is een ander verhaal. We komen twee mensen tekort in het gebied Groningen, maar de winkel moet open, dat soort hele kleine dingen. Ik ben dieper de organisatie ingedoken en dan schrik je wat daar allemaal fout zat aan waanzinnige contracten met mensen. De beste manier om te reorganiseren is ervoor te zorgen dat iedere factuur op je bureau komt. Zeker de eerste tijd stuurde ik de helft van de facturen weer terug met de vraag: verklaar u nader. Why this, why that? Dan leer je je bedrijf kennen. Ik heb hier nu een hele nieuwe ploeg en die doen het geweldig."
Was deze affaire uw grootste fout van dit jaar?
"Ja, maar niet mijn enige. Afgelopen jaar hebben we met Versatel afgesproken dat wij abonnementen voor hen zouden verkopen. We gingen er allebei vanuit dat er in de zomer 100.000 abonnementen verkocht zouden worden, wij zouden er daar minimaal 25 procent van doen. Dat wist ik honderd procent zeker. Dus ik dacht: ik ga die mensen verrassen. Ik heb 25.000 sporttassen laten vullen met leuke dingen als een zakje chips, een Playboy, om er een leuk pakket van te maken. Uiteindelijk verkocht ik 114 abonnementen."
Hoe is dat mogelijk?
"Ik ken Versatel door en door, omdat ik partner van ze was in Zonnet. Ik ken het goede management, ik ken hun plannen. Het klopte aan alle kanten. Maar ja, ondernemen is risico nemen. Als je niks doet, kun je ook geen fouten maken. Je doet zoveel mogelijk dingen om de scoringskans zo hoog mogelijk te maken. Daar denk je over na, daar praat je met mensen over en denk je: ok, we go for it. Soms is het een gigantisch succes, zoals met de guldenactie (waarbij klanten guldens kunnen inwisselen voor euro’s, LH), en er zijn dingen die mislukken."
Gaat het over de grens vaker mis dan in Nederland?
"In het buitenland ontbreekt het buik- en fingerspitzengefühl dat je thuis hebt. In onze Scandinavische vestigingen werkten we in het begin met Nederlanders, maar met plaatselijke mensen gaat het beter. Dat hebben we snel geleerd. Maar je moet niet verwachten dat je het gelijk snapt en gelijk geld verdient. Je moet eerst investeren. In Nederland heb ik nog nooit een dag verlies geleden, dat is op een normale manier gegroeid. In het buitenland wil je altijd wat sneller groeien, daar wil je je overhead dekken. In het begin sta je voor de keus: als ik overneem, groei ik sneller, dek ik mijn overhead en haal ik lokaal management en kennis naar binnen. Maar bij een overname zitten altijd lijken in de kast en het gaat sneller, dus is het duur. Als je zelf groeit, groei je langzamer en maak je langer verlies, dat is ook duur. Dus maken we een goede combinatie. In Noorwegen kregen we het niet aan de gang tot we onze grootste concurrent overnamen. Het is daarna altijd moeilijk om twee bedrijven in elkaar te schuiven. Bedrijfsculturen zijn vaak erg verschillend. Als een overname mislukt, ligt het vaak aan de cultuur. De Noorse samenvoeging is gelukkig goed gelukt." U opent nog jaarlijks zes vestigingen in Nederland.
Waarom wilt u toch steeds blijven groeien?
"Dat gaat vanzelf. Toen ik mijn platenwinkel begon, dacht ik: als ik vijf vestigingen heb, dan ben ik de king of the world. Dat duurde vijf jaar en toen liep ik ergens tegenaan, kon ik twee winkels kopen en later vijf. Zo rol je door. Toen ik 35 was, had ik nog geen dertig winkels in Nederland en kreeg ik een bod van Richard Branson. Ik maakte een miljoen gulden winst na belasting en hij bood me 27 miljoen gulden. Toen heb ik me achter de oren lopen krabben, maar uiteindelijk gedacht: en wat dan?"
Lekker gaan golfen?
"Ik hou niet van golfen. Maar goed, als ik om me heen kijk zie ik veel ondernemers die zo rond hun 40e, 45e, hun toko verkopen. Die hebben een midlife crisis. Dan heb je een zak geld en ga je in Frankrijk of Spanje wonen en zit je daar, afgestorven van de wereld. Dan kopen ze een huis ’voor de oohs en de aahs’, zoals mijn vrouw dat noemt. Ze vallen van verveling bij andere vrouwen in bed. Ze zeggen wel: je kunt de tent verkopen en dan opnieuw beginnen. Maar waarom zou ik opnieuw beginnen, als ik de onderneming die ik nu heb zo leuk vind?"
Uw generatie is vol lef. Maar durven jonge ondernemers wel te groeien?
"Ik ken genoeg jonge ondernemers die keihard willen werken. Ik heb een neefje die slaapt vier uur per nacht, net als ik, en zit de andere twintig uur alleen maar achter een computerscherm. Die heeft vierkante oogjes. Het gevaar van jongeren is wel dat ze zich doodstuderen. Olaf, een zoon van mijn oudste broer, een vreselijk slim joch, wilde net als oom Hans een eigen onderneming beginnen. Maar zijn vader zei: ga eerst maar naar Nijenrode. Toen hij dat had gedaan zei zijn vader: ga nog maar naar Madrid, aan je Spaans werken en je Masters halen. Dat heeft hij allemaal gedaan, maar ondernemer is hij nooit geworden. Hij heeft wel een topbaan en is een hele goede manager."
U noemde Richard Branson. Wilde u de Nederlandse Branson worden?
"Nee, nee. Dat speelde eigenlijk nooit. Toen ik aan het groeien was met mijn winkeltjes, was hij ook klein aan het groeien. Hij was een totale onbekende. Branson is een beetje gek, maar een leuke gek. Het knapste aan hem is de naam ’Virgin’. Dat was in 1971 schokkend. Dat is zijn meest sublieme zet geweest. Zijn grote doorbraak kwam natuurlijk met zijn airline. Hij heeft het heel visionair gezien om het monopolie van British Airways te doorbreken."
Kijkt u het kunstje bij Branson af?
"Ik heb geen goeroe of voorbeeld. Ik vind het wel hartstikke knap wat hij doet. En onze Fame Megastore is een beetje afgekeken van de Engelse megastores. Toen Branson met Virgin Megastores naar Nederland kwam, was ik daar niet echt blij mee en begonnen wij de campagne fuck a virgin. Uiteindelijk heb ik zijn Nederlandse en Belgische winkels overgenomen en gesloten."
Branson houdt het niet bij plaatjes verkopen. Die zwermt aan alle kanten uit. Voor u geen vliegtuigen of reizen naar de maan?
"Ik voel mezelf een winkelier. Ik heb nooit de neiging gehad een luchtvaartmaatschappij te beginnen. Ik ben geen ondernemer die denkt dat hij alles kan. Ik vind het wel leuk af en toe een uitstapje te maken, zoals Snowworld of Zon Internet, maar ik blijf winkelier."
Zit u zo in elkaar of is het een kwestie van beschikbaar kapitaal?
"Nee, als je een stempel hebt dat je succesvol bent, dan is er geld voldoende te krijgen. Dat doet Richard Branson niet anders. Als ik morgen naar de bank ga en ik wil 200 miljoen, dan weet ik zeker dat ik het overmorgen heb. Als het plan goed is, uiteraard. Maar ik heb nooit die drive gehad."
Bent u minder een lefgozer dan wij allemaal denken?
"Misschien. Ik doe wat ik doe, dat doe ik graag en vind ik leuk."
Hoe lang blijft u nog doorgaan? Tot uw dood?
"Mijn moeder heeft haar zaak, een opleidingsinstituut voor schoonheidsspecialistes, op haar 77e verkocht. Eigenlijk is ze daarna een beetje gaan kwakkelen; ze is nu 88 en heeft Parkinson gekregen. Picasso heeft tot zijn laatste dag geschilderd. Het houdt nooit op, maar je moet wel een keer een stap achteruit doen. Er ligt een goed plan klaar voor het geval ik tegen een boom aanrijd. Dat dateert nog uit de tijd dat we beursgenoteerd waren (tussen 1989 en 2001, LH). Ik hoop wel dat ze schrikken, dat het bedrijf een moeilijk jaar heeft, dan heb ik het niet voor niks gedaan. Haha! Dat is toch het leuke van een bedrijf oprichten. Je heb toch het gevoel dat er iets staat dat je zelf hebt neergezet."
U noemt uw moeder, familie is voor u erg belangrijk?
"Ja, toen ik met dit gezin begon, zo rond mijn 40e, zorgde ik dat ik om zes uur thuis was om mijn kinderen voor het slapen gaan voor te lezen. Dat vond ik leuk. En dan plande ik om acht uur mijn zakendiners. Ik maakte altijd op woensdagmiddag afspraken thuis, want dan waren mijn kinderen vrij. Mijn kinderen kunnen me nog altijd bereiken, ook als ik met zaken bezig ben."
Hoe ziet uw bedrijf er over tien jaar uit?
"Misschien hebben we wel een andere naam. De naam Free Record Shop staat al een tijd heftig ter discussie. Het zou ’Free’ kunnen gaan heten. Het ’Record Shop’ is natuurlijk over. Maar je moet wel zuinig zijn met een naamsbekendheid van bijna 100 procent. Verder ben ik over tien jaar nog steeds directeur van Free Record Shop, maar ik werk iets minder. We zijn ook nog steeds een winstgevend bedrijf en marktleider met muziek, dvd’s, games en tickets. En groot met boeken en kleine elektronica."
We zijn net begonnen aan het nieuwe jaar. Wat was nu uw belangrijkste les van 2005?
"Ik heb ontdekt dat ik soms dingen te makkelijk zie, dat is echt één van mijn problemen. Keep it simple en het is allemaal niet moeilijk, denk ik te vaak. Ik had twee jaar eerder die stap moeten zetten en de directie moeten ontslaan. Ik heb die mensen teveel vertrouwen gegeven en het was ook een stuk gemakzucht. Dat neem ik mezelf kwalijk. Ik dacht te lang: ze doen het goed, ik weet ook zeker dat er betere zijn, maar ik weet wat ik heb en ik moet maar afwachten wat ik krijg. De knoop doorhakken, dat doe je altijd te laat."
Luister hier naar een fragment uit het interview.
__________________________________________
Free Record Shop
Hans Breukhoven startte in 1971 de eerste Free Record Shop in Schiedam. Inmiddels telt de Free Record Shop Holding, waarvan het hoofdkantoor in Capelle aan den IJssel is gevestigd, 393 winkels en 2.500 medewerkers. Naast de Free Record Shop-filialen omvat het concern Van Leest Music & Movie, de discountformule Bravo Factory Outlet en Fame Music Megastore in Amsterdam. De holding is België, Luxemburg, Noorwegen en Finland actief en heeft plannen voor Spanje. Daarnaast omvat het bedrijf telefoonmaatschappij Freetel en investeerde Breukhoven in wintersportbedrijf SnowWorld.
- waarderen:
afdrukken
doorsturen- 0 reageren





















