Dreigend faillissement? Kijk in de spiegel!

column | 03 okt 2012 | Rolf Grouve |
Rolf Grouve

Sprout-columnist Rolf Grouve maakt zich zorgen om het grote aantal faillissementen. Hij heeft een advies voor ondernemers: wees eerlijk over je eigen falen, want dan alleen kun je jouw onderneming redden.  

Nederland stevent af op een record aantal faillissementen. In de eerste helft van dit jaar gingen er al vierduizend bedrijven over de kop, maar volgens deskundigen is het dieptepunt nog niet bereikt. Want we mogen volgens het CBS dan wel officieel uit de recessie zijn, het is beslist nog geen economische voorspoed.

Ondanks het slechte vooruitzicht, is het voor managers en directeuren die met hun bedrijf een crisis doormaken nog niet te laat om het tij te keren. Daarvoor is het wel noodzakelijk om gevoelens van onmacht los te laten en de mouwen op te stropen. En zoals de bekende slogan luidt, geldt hier ook onbetwist het principe ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Het is natuurlijk niet gemakkelijk om jezelf een spiegel voor te houden terwijl het water je zakelijk tot aan de lippen komt. De periode voorafgaand aan een eventueel faillissement is zwaar. Niet alleen financieel maar ook emotioneel en mentaal. Vandaar dat directeuren van noodlijdende bedrijven zich in de praktijk vaak afsluiten voor deze heftige gevoelens en daarmee ook van eventueel positieve input van buitenaf. Ze hebben geen vertrouwen meer in een goede afloop en denken in een onomkeerbaar proces te zijn beland. Maar om te voorkomen dat deze vorm van self-fulfilling prophecy fataal wordt, is het voor hen juist tijd om uit die schulp te kruipen en zichzelf en de organisatie eens scherp onder de loep te nemen.

Steek hand in eigen boezem

Een goede start voor een betere houding in crisistijd is om de schuld van het dreigende faillissement niet alleen aan externe factoren te wijten. Je doet er als directeur of manager goed aan eerst de hand in eigen boezem te steken. Je bent misschien niet schuldig, maar –op zijn minst- wél verantwoordelijk. Stel jezelf de vraag of het pure pech is dat de onderneming dreigt om te vallen of dat er al eerder ingegrepen had kunnen worden. En of de malaise alleen door invloeden van buitenaf is ontstaan of dat er ook wezenlijke zaken aan de interne bedrijfsvoering schorten. Misschien zijn bepaalde zaken wel zó lang blijven liggen dat ze compleet zijn verwaarloosd, en dat het dus eigenlijk een wonder is dat er niet al veel eerder grote problemen zijn ontstaan. 

Interne verbeterpunten

Wanneer tekortkomingen worden herkend, is het wellicht nog niet te laat om ze op te pakken en interne verbeteringen door te voeren. Een vaak voorkomend verbeterpunt is een te afwachtende houding bij het oppakken van nieuwe projecten. Je kunt het je in deze tijd als ondernemer eigenlijk niet meer permitteren om stil te blijven zitten.

Je moet niet blijven hangen in gewoonten. Dan drijf je af en hoor je in ‘no time’ tot de groep noodlijdende bedrijven met een dreigend faillissement boven het hoofd. Wees actief, blijf vernieuwen en ontwikkelen en zorg dat je signalen vanuit markt oppikt. Blijf de organisatie, haar processen en de ontwikkelingen van collega-bedrijven analyseren. Niet eens in de zoveel tijd, maar voortdurend. Dat geldt voor het bedrijf, maar ook voor de medewerkers en voor jezelf.

Financieel overzicht is de sleutel tot succes

Zorg voor een overzichtelijke financiële administratie/boekhouding. Veel ellende ontstaat of wordt verergerd wanneer de boekhouding niet op orde is. Helemaal in financieel mindere tijden is het van groot belang exact te weten hoe de zaken ervoor staan. Financieel overzicht is de sleutel tot succes. Kijk kritisch naar bepaalde uitgaven. Inventariseer bijvoorbeeld de kosten van de huidige leveranciers, misschien is een andere leverancier wel goedkoper. En zorg voor een goede bevoorrading, waarbij je probeert verspilling tegen te gaan.

Schouders eronder

Blijf tijdens het uitvoeren van vernieuwings- en verbetertrajecten altijd helder tegen de medewerkers. Maak duidelijk wat er van ze wordt verwacht en geef vertrouwen. Dat doe je niet door alleen kritiek te geven, maar juist ook door hen te stimuleren. De onderneming heeft het zwaar en daarover is iedereen gefrustreerd. Maar creëer ondanks de negatieve stemming een opbouwende sfeer, en zet met zijn allen de schouders eronder om het bedrijf samen uit het slop te trekken. De energie die daardoor vrij komt, zal een enorme boost in de goede richting geven. 

Externe hulp inschakelen

Tot slot is het nooit onverstandig een paar vreemde ogen in huis te halen. Overweeg externe hulp in te schakelen voor het inwinnen van deskundig advies over de financiële situatie, maar ook voor het signaleren van interne verbeterpunten en het opstarten van nieuwe werkwijzen of processen. 

Een frisse blik op de wijze waarop het bedrijf draait, kan leiden tot verrassende inzichten en de aanzet geven tot een andere aanpak. Daarvoor hoeft overigens geen kostbaar consultancytraject te worden uitgevoerd. Iemand met verstand van zaken die kan signaleren en in staat is voor de noodzakelijke acties een aantal handvatten te formuleren, is in eerste instantie voldoende wanneer je er daarna zelf mee aan de slag kunt gaan.

Een faillissement afwenden:

Wat als je er eenmaal in terecht komt? Leer van de ervaringen van Bas Westland in het dossier Faillissement. 

Rolf Grouve Dit artikel is geschreven door Rolf Grouve.
Lid van het Sprout Expertpanel

Gerelateerde artikelen:


Meer over column:


 

reacties

(1)
Pasfoto van
  •  | 03 okt 2012 | 17:39 2012 uur
Goed artikel!

Graag zou ik willen toevoegen dat bedrijven die in financieel zwaar weer dreigen te geraken, veel eerder een participatiemaatschappij op zouden moeten zoeken. Meestal al voor het kantelpunt van een positieve naar een negatieve ‘equity value’.

In mijn optiek moeten ondernemers continu op de hoogte zijn van de waarde van de aandelen van hun onderneming. Dit bijvoorbeeld op basis van een DCF-bedrijfswaardering. Zodra een ondernemer ziet dat de waarde van de aandelen negatief dreigt te worden (en vreemd vermogen claims dus ook moeten gaan afboeken), zou al gedacht moeten worden aan het aantrekken van financiering middels uitgifte van extra aandelen. De aandeelhouder gaat hier zelf niet op achteruit, want de waarde van zijn aandelen is al bijna nihil. Het bedrijf, het personeel en de participatiemaatschappij kunnen daarentegen direct vooruitkijken.

Wanneer een ondernemer zijn onderneming in te zwaar weer laat komen, bijvoorbeeld door te wachten totdat er een zeer negatieve waarde van de aandelen optreedt, dan is het vaak voor een participatiemaatschappij niet interessant meer om te participeren (los van eventuele herstructurerings- en doorstartmogelijkheden). Het gat aan waarde dat vreemd vermogen verstrekkers dan inmiddels ook hebben opgelopen moet dan eerst worden voldaan. Deze claims komen immers voor aandelenclaims. Dit raakt direct de portemonnee van een potentiële investeerder. Vaak is dit gat te groot om goed te maken met additionele investeringen, waardoor participeren niet zinvol meer is.

Dit probleem is er niet wanneer vreemd vermogen nog 100% van de waarde heeft, en de waarde van de aandelen richting 0% gaat. Een participatiemaatschappij kan dan de aanschaf van de aandelen voor een prijs gelijk aan de waarde (dus zonder waardecreatie voor hem) zien als een springplank om additioneel kapitaal te investeren met een rendement op geïnvesteerd vermogen hoger dan de kosten van kapitaal, om op deze wijze waarde te creëren.
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout