Hoe ik met crowdfunding de wereld verbeter

magazine | 23 mei 2012 | Miloe van Beek |
1%Club

Anna Chojnacka (33) richtte in 2008 1%CLUB op. Met 10.000 leden is het een van de grootste crowdfundingplatforms van Nederland. Hoe mobiliseer je de massa om ontwikkelingswerk te doen? “Wij doen aan internationale samenwerking 2.0.”

“De verdeling tussen arm en rijk heeft me altijd gefascineerd. Waarom wordt de een geboren in een welvarend land en de ander op een onvruchtbare vlakte in Afrika? Ik heb zelf een Poolse achtergrond. In 1989, na de val van de muur kwam ik naar Nederland. Hier werden Polen als zielig gezien, terwijl zij zoveel ondernemender waren dan Nederlanders. Er is daar een grote informele economie waar iedereen regelt, handelt en creëert om te overleven. Tijdens mijn studies economie en politicologie, ben ik me gaan richten op internationale samenwerking. Op mijn 23e werd ik jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York en zag ik veel internationale samenwerkingsorganisaties van binnen.

Naam: Anna Chojnacka (33)
Bedrijf: 1%CLUB
Oprichting: 2008
Medewerkers: 11, plus vrijwilligers
Aantal leden: ruim 10.000

Overal zaten gedreven, capabele mensen die best wat middelen en geld tot hun beschikking hadden, maar er kwam weinig tot stand. De keten was te lang, er moesten veel stappen worden gezet voor er daadwerkelijk iets gebeurde. Dat moet anders kunnen, dacht ik. In die tijd kwamen sociale netwerken als Linkedin en Facebook op, en ontstond Wikipedia. Als zoveel mensen kennisdeling belangrijk vinden en daar in hun vrije tijd mee bezig zijn, dan is dat op meer gebieden mogelijk, dacht ik. Een soort Wikipedia voor ontwikkelingssamenwerking moest toch ook mogelijk zijn? Kort daarna kwam ik Bart Lacroix tegen. Hij ontwikkelde websites en had net drie jaar in Tanzania gewerkt om het midden- en kleinbedrijf te helpen. Het klikte tussen ons, we zijn gaan brainstormen en bedachten een online marktplaats voor ontwikkelingssamenwerking. Een transparant, internationaal platform waarop een donateur zelf moest kunnen beslissen hoeveel geld, kennis, tijd of vaardigheden hij of zij wilde inzetten voor een kleinschalig project in een ontwikkelingsland. 

We zijn groot geworden door mond-tot-mondreclame, adverteren hebben we nooit gedaan.

We noemden het 1%CLUB. Natuurlijk is ‘1%’ een gimmick: hiermee willen we laten zien dat je met heel weinig moeite of geld, veel verschil kan maken. Sommige mensen doneren trouwens daadwerkelijk 1% van hun maandinkomen, 23,33 euro bijvoorbeeld. We begonnen op een zolderkamer met negen projecten. Het startkapitaal kwam van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in 2008 was er nog subsidie voor innovatieve ideeën op het gebied van internationale samenwerking. Het meeste geld hebben we uitgegeven aan de look and feel van onze website, essentieel bij crowdfunding door middel van nieuwe media. We wisten dat de site vooral transparant moest worden: mensen willen precies weten waar hun geld heen gaat. Daarom staan alle ondernemers die geld of kennis nodig hebben, met een foto op de site en zorgen we dat iedere donateur rechtstreeks contact kan leggen. Zo kun je bijvoorbeeld feedback geven. Door middel van blogs, foto's, filmpjes en Google maps, kunnen donateurs online de voortgang van hun project volgen. Die echte verhalen van ondernemers zorgen voor authenticiteit en dat creëert weer betrokkenheid, erg belangrijk bij crowdfunding.

Dit artikel komt uit Sprout Magazine.

Abonnement?

Wij waren als 1%CLUB de een van de eerste organisaties die op deze manier geld inzamelden voor projecten in ontwikkelingslanden. Internationaal bestond alleen Kiva al langer, via crowdfunding leen je ondernemers in ontwikkelingslanden een microkrediet. Om in het begin naamsbekendheid op te bouwen hebben we een circle of trust gezocht. Twee vaderfiguren, Ruud Lubbers en rabbijn Abraham Soetendorp, hebben hun naam aan ons verbonden. Dat heeft ons erg geholpen, mensen hadden daardoor vertrouwen in de organisatie. We zijn groot geworden door mond-tot-mondreclame, adverteren hebben we nooit gedaan. Wij werven ook geen donateurs en versturen geen door vrouwen in Peru geknoopte armbandjes.

We richten ons vooral op de generatie 25- tot 35-jarigen. Zij hebben vaak zelf een lekker leventje en willen best wat doen voor een ander, als het maar op hun manier gaat. Ze willen zelf beslissen waar hun geld heen gaat. Deze groep is opgegroeid met internet en is gewend om alles van dichtbij te kunnen volgen. Nu we groter worden, krijgen we steeds meer oudere donateurs. Zij zijn minder handig met internet, dus maken we onze website nog laagdrempeliger.

Al onze projecten leveren een duurzame bijdrage aan het verbeteren van lokale levensomstandigheden, de hulp komt direct aan. Ze variëren van een bibliotheek in een Nepalees bergdorpje tot iemand in Kameroen die een mobiele app voor boeren ontwikkeld. Makkelijk, vrijblijvend en eenvoudig zijn onze steekwoorden. Vraag geen offers van mensen. Je mag bij ons eenmalig of maandelijks doneren, maar je zit nooit ergens aan vast. Voor ons eerste project was totaal 500 euro nodig, hiermee konden ondernemers in Ghana een fiets kopen om mensen of spullen mee te vervoeren. Het maximumbedrag voor een project bedraagt nu 5000 euro. Hoe minder geld er nodig is, hoe populairder een project, hebben we ontdekt.

1 | 2 | volgende pagina »

Gerelateerde artikelen:


Meer over magazine:


 

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg Sprout

 
Volg Sprout