'De afrekening met de bank en mijzelf'

04/16/2014 - 18:14
Tjeerd Langstraat (31) doet uit de doeken hoe hij van winstgevende transportondernemer tot ‘armetierige’ mediafreelancer met restschulden is vervallen. In zijn laatste column: moet hij de hand in eigen boezem steken?

Uiteraard heb ik mijzelf vaak de vraag gesteld waarmee ik de fout ben ingegaan. Hoe had ik kunnen voorkomen dat mijn bedrijf steeds dieper wegzakte in de financiële malaise? Waar had ik in moeten grijpen, wat had ik beter moeten doen, wat had ik juist niet moeten doen? De smeulende puinhopen zo overziend denk ik dat ik klassieke fouten heb gemaakt.

Om te beginnen was ik te afhankelijk van één grote klant. Op dagelijkse basis werden er werkzaamheden voor deze klant uitgevoerd, waardoor ik alleen door deze klant al een goed maandinkomen bij elkaar verdiende. Het wegvallen van deze klant legde een te grote druk op de baten van mijn bedrijf.

De tweede valkuil waar ik met open ogen ben ingetuind is het aanhouden van te veel voorraad. De aanschaf kostte een fortuin, de opslagkosten liepen op en niet geheel onbelangrijk: je dient een juist inkoopbeleid te voeren. Als een klant zegel B wil terwijl er is gekozen om alleen zegel A in te kopen, heb je een probleem.

Nummer 3 aan zelf toe te wijzen fouten is het gebrek aan samenwerking zoeken. Als het goed gaat, maar zeker ook als je denkt het fout te zien gaan, is het belangrijk om te kunnen sparren, te overleggen en desnoods met een externe partij beslissingen te nemen over interne aangelegenheden. Twee weten er meer dan één en waar ik door de bomen het bos niet meer zag, had een ander vast nog een bospaadje kunnen vinden.

Klacht indienen AFM tegen de bank

En dan zijn daar nog mijn vrienden van de Rabobank. Van businessplan upgrade advies tot paraplu uitlener die de plu terug wil zodra het regent. Het moge duidelijk zijn dat ik nooit naar het advies van de bank had moeten luisteren. Tweede les die ik heb geleerd is dat je slapende honden niet wakker moet maken. Je wilt iets wijzigen in je bedrijfsvoering? Gewoon doen en indien niet noodzakelijk de bank onwetend laten.

Op het dieptepunt van mijn relatie met de Rabobank, heb ik overwogen om een klacht in te dienen bij de AFM. Of de bank juridisch fout zit door zo een hoge aflossing te eisen dat ik qua inkomen nog maar zo’n 10 procent van bijstandsniveau overhield, weet ik niet. Werknemers die ontslagen worden vallen onder het ontslagrecht en garanderen hiermee een minimaal inkomen voor een bepaalde tijd. Ondernemers die het moeilijk hebben zijn vogelvrij zo lijkt het en kunnen zonder enige belemmering kapot worden gemaakt.

Dat het alle grenzen van redelijkheid, billijkheid en constructieve samenwerking mistte is onbetwistbaar. Dat er de mogelijkheid is een klacht in te dienen klinkt als een bospaadje in dat dichte bos. Ware het niet dat ik geen tijd had. Een klacht indienen bij de AFM betekent dat je eerst een klacht in moet dienen bij de bank zelf. Daar gaat een termijn van zes weken overheen, vervolgens nog eens drie maanden wanneer je het niet eens bent met de uitkomst van de klacht –wat aannemelijk was, aangezien mijn persoonlijke kwelgeest bij de Rabobank al aangaf dat een klacht toch geen kans had. En na die drie maanden volgen nog een aantal te nemen stappen die maanden duren. Ondoenlijk.

En nu verder

De bijval en positieve reacties die ik heb gekregen op mijn columns hier zijn fijn. Ik heb vrijwel alleen maar positieve reacties gehad en veel bijval van mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt. Complimenten voor mijn openhartigheid, verbazing van bekenden dat ze dit niet wisten. Eén licht kritische noot was er van een gewaardeerd freelance collega: “meestal schrijven mensen zo’n verhaal pas op als ze na deze ellende als nog miljonair zijn geworden”.

En nu verder. Tot het eind van dit jaar heb ik een mooi project voor drie dagen in de week. Er zijn dus nog twee dagen te vullen. Ga ik die vullen met het zoeken naar een (vaste) baan? Een tijdelijke freelance klus? En in welke branche? Blijf ik in de mediabranche actief, waar tarieven onder druk staan en waar ik inmiddels ook weer voor ruim 5.000 euro het schip ben ingegaan door faillissementen (o.a. Schiphol Magazine). Of toch in een branche die gezonder is? Of is het tijd om weer een onderneming te starten, vanaf de bodem weer iets opbouwen?

Hoe cliché, maar de tijd zal het leren. Uitdagingen genoeg en er valt genoeg te ondernemen. Op naar 2013, want ik kan nu verder kijken dan die laatste twee dagen van de maand.

 

Dit is deel 5 (laatste deel) in een reeks columns van Tjeerd Langstraat.

Andere delen uit de serie: