ICT: Indiase offshoring populair bij ondernemers

04/16/2014 - 18:59
Na twee decennia stormachtige groei wordt de Indiase ict-industrie volwassen. Bedrijven uit de hele wereld sturen personeel naar India voor hoogwaardige ict-trainingen. Nederlandse ondernemers doen graag mee, maar ontspanning is er niet bij.  “Om half zes opstaan, zelfstudie tot het ontbijt, van negen tot vijf les op het instituut en ’s avonds na het eten doorstuderen tot half twee ’s nachts.”


De chauffeur, een sikh met een felle paarse tulband op zijn hoofd, slalomt de fourwheeldrive al toeterend door de straten van Delhi. Koeien liggen languit op het asfalt, brommertjes zoeven langs zwoegende riksjarijders. Even later stopt de terreinwagen op een parkeerterrein voor een glimmend  kantoorgebouw. De herrie en de chaos op de wegen van de Indiase hoofdstad staan in schril contrast met de serene rust die daar binnen heerst. Total silence zone staat er op een A4’tje dat in de gang hangt. In de aangrenzende klaslokaaltjes scholen Indiase ict-docenten van het opleidingsinstituut Koenig Solutions professionals uit de hele wereld bij in de laatste software van onder meer Microsoft, Oracle, Cisco en Java.
David Ashley (43) is één van de buitenlandse studenten. De Britse ict-manager heeft meer dan tien jaar ervaring als freelancer en is al voor de tweede keer in India om zijn kennis bij te spijkeren. “Thuis kom ik na mijn werk niet aan studeren toe”, vertelt Ashley, die onder meer voor British Telecom werkte. Na zijn vorige verblijf in India, waarin hij maar liefst 900 studie-uren maakte in tien weken, stegen zijn inkomsten met 33 procent. Nu hoopt Ashley  zijn marktpositie verder te verbeteren door een aantal nieuwe softwareprogramma’s te leren. “Ik volg onder andere twee cursussen over Sharepoint, een Microsoftprogramma dat het helemaal gaat worden.” Voor de Brit, die de training uit eigen zak betaalt, zijn de lage kosten doorslaggevend om voor de opleiding in India te kiezen. “Als ik één van deze Microsoftdiploma’s in het Verenigd Koninkrijk wil halen kost me dat 6.000 pond voor een cursus van zeven dagen. Hier blijf ik drie maanden, haal acht diploma’s en ben in totaal 5.000 pond kwijt.”
Even verderop zit Zaid Abdoelrahman (41), een Nederlander met Surinaamse roots. Hij wil een carrièreswitch maken en volgt daarom een vijfweekse cursus Java. “Het is stevig aanpoten”, vertelt Abdoelrahan. “Om half zes opstaan, zelfstudie tot het ontbijt, van negen tot vijf les op het instituut en ’s avonds na het eten doorstuderen tot half twee ’s nachts.” Ook de Hagenaar koos voor het Indiase instituut vanwege de lage kosten. “Ik betaal 4.000 euro voor de training, inclusief vliegticket en accommodatie met volpension. Thuis zou ik alleen voor de cursus al 19.000 euro kwijt zijn. Dat zou ik niet kunnen betalen.”
In tegenstelling tot Ashley en Abdoelrahman is de 28-jarige Robert Simutende door zijn werkgever naar India gestuurd. De Zambiaan werkt voor Catholic Relief Services en volgt de opleiding tot Microsoft Certified Systems Engineer (MCSE). “Volgend jaar gaan we wereldwijd over op Microsoft 2008, dan moet iedereen gecertificeerd zijn”, legt Simutende uit. “In India zitten de beste ict’ers ter wereld, dus waar kan ik me nu beter laten opleiden dan hier?” Koenig maakt de Indiase reputatie absoluut waar, vindt Simutende. “De trainers doen er alles aan om te zorgen dat je het echt snapt. De cursus is zeer intensief, this is no fun, just hard work.”


Belastingvoordelen

Offshoretraining is één van de nieuwste ontwikkelingen in de Indiase ict-sector. Sinds het land in 1991 zijn economie opengooide, hebben buitenlandse bedrijven er massaal vestigingen geopend om de meest uiteenlopende bedrijfsprocessen te laten uitvoeren. Indiërs die in het buitenland werkten, keerden terug naar huis om ondernemingen op te zetten. De zuidelijke stad Bangalore groeide uit tot een callcentercluster en ook in andere delen van het land verrees het ene na het andere Software Technology Park. Momenteel zijn er door het hele land 44 it-parken die (buitenlandse) softwarebedrijven proberen aan te trekken met belastingvoordelen en aantrekkelijke regelgeving. Hierdoor heeft India zich ontwikkeld tot ict-grootmacht en worden steeds meer hoogwaardige ict-processen uitgevoerd in het land. Volgens onderzoeksbureau Gartner heeft India op het gebied van ict-outsourcing zestig procent van de markt in handen en verdiende het in 2005 34 miljard dollar met het beantwoorden van telefoontjes van buitenlandse klanten, het beheren van offshorenetwerken en administratie. In tien jaar tijd werden in deze sector zo’n 1,3 miljoen banen gecreëerd. Som Mittal, president van de Indiase Vereniging van Software en Service Bedrijven (NASSCOM) verwacht dat de totale omvang van de Indiase ict-industrie in 2020 kan groeien tot 225 miljard dollar. “Om die groei te realiseren zullen ondernemers nieuwe verdienmodellen moeten bedenken en zal de overheid meer moeten investeren in infrastructuur en opleidingen”, waarschuwde Mittal onlangs. Tachtig procent van de toekomstige groei zal volgens Mittal worden gegenereerd door nieuwe activiteiten die buiten de huidige core markt vallen.


Beetje zenuwachtig

Offshoretrainingen vormen zo’n nieuw bedrijfsconcept. Na het barsten van de internetzeepbel in 2001 vormde Koenigoprichter en -ceo Rohit Aggarwal (39) zijn haperende softwarebedrijf om tot een ict-trainingsinstituut. Zijn bedrijf is het eerste Indiase opleidingsinstituut dat zich uitsluitend focust op buitenlandse klanten. Eind 2002 verwelkomde Aggarwal zijn eerste student. Inmiddels ontvangt Koenig jaarlijks 1.500 klanten verdeeld over vier locaties in India. Het instituut biedt vrijwel alle ict-trainingen aan die er bestaan. De opleiding tot Microsoft Certified Systems Engineer (MCSE) is de populairste, net als elders. Over de hele wereld doen jaarlijks een miljoen mensen dit examen. Koenig heeft 250 man in dienst en de omzet bedraagt ruim vijf miljoen dollar.
“Groeimogelijkheden zijn er ruimschoots”, vertelt  ceo Aggarwal in een klaslokaal van het instituut in Delhi. “De achtergrond van onze klanten wordt namelijk steeds diverser. Eerst kwam de helft van onze studenten uit de EU, maar nu is dat nog maar twintig procent. Recent zien we een enorme toename van cursisten van Afrikaanse origine. Bijna dertig procent komt nu uit Afrika. Verder leiden we veel Amerikanen en Aziaten op.” De bekendheid van offshoretrainingen groeit langzaam. “Veel studenten zijn aanvankelijk een beetje huiverig”, zegt de bedachtzaam pratende ondernemer met de uitstraling van Bill Gates. “Daarom moeten we het hebben van mond-tot-mondreclame.”
De Brit David Ashley erkent dat hij bij zijn eerste bezoek een beetje zenuwachtig was. “Ik was bang dat er niemand op de luchthaven zou staan in Delhi om me op te wachten. Het welkomstbord met mijn naam erop was een hele opluchting.” Twijfels over de kwaliteit probeert Aggarwal weg te nemen door de trainingen, de accommodatie en de faciliteiten aan te passen aan Westerse maatstaven. Daar lijkt het bedrijf in te slagen. De Zambiaanse cursist Robert Simutende praat lovend over de organisatie. “Ze halen je op van het vliegveld, ze brengen je dagelijks van het hotel naar het instituut en als je nieuw beltegoed nodig hebt, gaan ze dat voor je halen; je hoeft aan werkelijk niets anders te denken dan aan je opleiding.”


‘Everybody loves a 9-5 job’

India heeft sterke kaarten in handen om de offshoretrainingsmarkt - waarvan de wereldwijde omvang wordt geschat op minimaal vijf miljard dollar - te veroveren. Het land is gezegend met een overvloed aan hoogopgeleide ict’ers. In de Times Higher Education Survey, waarin de 200 beste universiteiten worden gerangschikt, schieten de Indian Institute of Technology Delhi (IITD) en de Indian Institute of Technology Bombay (IITB) de laatste jaren omhoog. Behalve het goede onderwijs zijn ook de lage loonkosten een troef voor India. Koenig Solutions profiteert van beide. Een beginnend docent verdient bij Koenig 300 dollar per maand, een senior trainer 1.000 dollar.
Om te voorkomen dat zijn hoogopgeleide trainers na een paar jaar het bedrijf verruilen voor een beter betaalde baan in het buitenland of bij een buitenlands bedrijf in India, biedt Aggarwal zijn personeel goede secundaire arbeidsvoorwaarden. “Onze trainers werken vijf dagen van negen tot vijf. De weekenden hebben ze vrij. Everybody loves that.” Voor Priyanka Aggarwal (geen familie) zijn de werktijden inderdaad een belangrijke reden om bij Koenig te werken. “Natuurlijk kan ik elders meer verdienen,” zegt de trainer, “maar hier kan ik mijn werk perfect combineren met de zorg voor mijn kinderen. Bovendien is dit een stressvrije baan. Dat is me ook veel waard.”
Toch is het een trade-off, erkent de in Ciscosoftware gespecialiseerde trainer Uma Shankar Tiwary. Twee jaar werkte Tiwary als it-projectmanager voor Microsoft in Bangalore. Hij verdiende “veel meer geld”, maar het werk was zwaar en vermoeiend. “Als je met Amerika moet communiceren draai je nachtdiensten, als je een klus doet met Australiërs moet je ’s ochtends heel vroeg beginnen.  Dat is slopend. Je hele ritme gaat eraan. Probeer hier maar eens overdag te slapen. Dat lukt niet, er is teveel herrie in de stad.” Inhoudelijk heeft het werk als trainer ook voordelen, vindt hij. “Doceren geeft me veel voldoening. Het is leuk om samen te werken met professionals uit de hele wereld. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om mijn eigen kennis constant uit te breiden waardoor ik op de hoogte blijf van de laatste softwareontwikkelingen. En uiteindelijk word ik voor Indiase begrippen nog steeds best goed betaald.”


Serieuze concurrent

Veel Nederlandse bedrijven zijn inmiddels overtuigd van de voordelen van offshoretrainingen. Getronics, ING, Deloitte, Atos-Origin, Fujitsu, Martinair en Ilionx behoren onder andere tot de ondernemingen die hun werknemers regelmatig bij Koenig laten opleiden. Marcel Kouwenberg van de Nederlandse detacheerder Ilionx stuurde de  afgelopen paar jaar ruim twintig junior consultants voor een bootcamp van enkele weken naar India. Kouwenberg: “Er zijn weinig juniors met deze diploma’s in Nederland, daarom sturen we een aanzienlijk deel van onze starters naar India. Op dit moment zit er niemand van ons in India. Door de crisis is er meer behoefte aan seniors. Daarom nemen we nu weinig jonge mensen aan.” Kouwenberg denkt dat Koenig een serieuze concurrent is voor Nederlandse opleidingsinstituten vanwege de “lage kosten, de hoge kwaliteit en de intensiteit van de training”. Zijn medewerkers zijn meestal “super enthousiast”. Toch werkt Ilionx ook nog samen met Nederlandse opleidingsinstituten. “Voor korte trainingen. En soms willen onze medewerkers om persoonlijke redenen liever niet naar het buitenland.”
De Nederlandse opleidingsinstituten zitten dan ook met allesbehalve lege klaslokalen. Dick Goettsch van ict-opleidingsinstituut Global Knowledge in Nieuwegein kent de Indiase opleider Koenig Solutions wel, maar zegt niets te merken van concurrentie uit India. Het grootste deel van de klanten van de Nederlandse marktleider op het gebied van Microsoft- en Ciscotrainingen volgt vijfdaagse trainingen. “Daarvoor is het simpelweg te kort om naar India te reizen. Voor lange trainingsprojecten is het interessanter om die kant op te gaan. Maar dat is een kleinere markt.”
Of de Nederlandse opleidingsinstituten op hun lauweren kunnen rusten is echter de vraag. Koenig krijgt steeds vaker het verzoek om trainingen te verzorgen op locatie. Bovendien overwegen de Indiërs momenteel om enkele opleidingscentra in Europa te openen om ook de markt voor kortere trainingen aan te boren.


Kader: Globalisering 3.0

De opmars van een bedrijf als Koenig is typerend voor het huidige, van zelfvertrouwen blakende, nieuwe India. Hoewel de economische crisis de groeicijfers van het land het afgelopen jaar afremde, groeide de Indiase economie nog altijd met bijna zes procent. De verwachting is dat de groei in 2010 alweer zal oplopen tot acht procent per jaar. Die economische progressie heeft al miljoenen mensen uit de armoede gehaald. 300 miljoen Indiërs behoren inmiddels tot de middenklasse.
Met een totale bevolking van 1,1 miljard heeft India potentieel een enorme thuismarkt. Volgens het rapport ‘Dreaming with BRICs: The Path to 2050’ van zakenbank Goldman Sachs zal de Indiase economie in 2023 groter zijn dan de Duitse en in 2032 zelfs groter dan de Japanse economie. Over twintig jaar zal het land na de VS en China de grootste economie van de wereld hebben, verwacht Goldman Sachs.
De Indiase opkomst als nieuwe economische wereldmacht is nu al te merken aan de overnames die Indiase bedrijven doen in de Verenigde Staten en Europa. Het meest in het oog springende voorbeeld is de overname van de IJmuidense staalfabriek Corus in 2007 door Tata Steel voor 8,7 miljard euro. Volgens de Singaporese professor Kishore Mahbubani is het een kwestie van tijd voordat meer ondernemingen uit opkomende markten de wereldmarkt zullen veroveren. In zijn boek De Eeuw van Azië noemt hij deze ontwikkeling ‘globalisation 3.0’. Volgens Mahbubani is dat een nieuwe fase in het globaliseringproces. Westerse bedrijven domineren niet langer eenzijdig buitenlandse markten, maar krijgen concurrentie van ondernemingen uit opkomende markten. Die bedrijven zullen ook in toenemende mate Westerse interne markten betreden. Indiase bedrijven lopen daarbij voor op ondernemingen uit andere opkomende economieën. Uit een onderzoek van advies- en accountancygroep KPMG bleek onlangs dat sinds begin 2003 Indiase ondernemingen belangen hebben genomen in 410 Westerse bedrijven.

 


 

Meer over Geen naam

2014-02-20 13:00: Zo verwerk je sneller e-mail
2013-10-08 17:00: In Cloud We Trust