'De taart wordt opnieuw verdeeld'

04/16/2014 - 18:14
China was lange tijd the place to be voor ondernemers. Is het land ondanks stijgende lonen nog steeds zo hot? En waar liggen nieuwe, onopgemerkte kansen? Sprout brengt opkomende en neergaande afzetmarkten in kaart.

Terwijl de euro op z’n gat ligt, groeien economieën in de rest van de wereld op volle toeren. De lonen van de Chinese arbeiders stijgen, waardoor de Chinese lopende band duurder is geworden. Sommige bedrijven haalden hun productie al terug naar Nederland. Een deel van de producten van Philips wordt weer in Drachten gemaakt, en ook de elektrische scooters van Qwic en de kinderwagen Quinny Jezz worden in Nederland gefabriceerd.

Is China passé?

Ja, zeggen ondernemers als Marc van der Chijs. Nee, zeggen andere deskundigen. China is nog steeds de ‘productieschuur van Europa’, meent de Kamer van Koophandel, maar de economie ontwikkelt zich in razend tempo. “De robot doet zijn intrede, en China gaat van ‘Made in China’ naar ‘Created in China’”, zegt Cor Bekker van de KvK. Dat heeft de nodige effecten op Europese bedrijven, ziet ook ING. “We zijn in ‘een volgende fase’ beland. Inderdaad zijn de loonkosten in China vooral aan de oostkust sterk gestegen: tussen 1996 en 2006 zo’n 150 procent en de afgelopen vijf jaar 50 tot 120 procent, afhankelijk van de locatie. De arbeidsproductiviteit groeit er niet navenant.

Sommige bedrijven verplaatsen hun productie, maar de grootste beweging is toch nog vooral ríchting China”, zeggen Rindert Ekhart en Edse Dantuma, sectormanagers industrie bij ING. Ze houden de buitenlandse markten scherp in de gaten. Loonkosten zijn niet de enige reden dat bedrijven hun productie weghalen uit China, weten zij. “In de fabrieken van Philips was het personeelsverloop maar liefst tien procent. Per maand wel te verstaan. Ze moesten telkens nieuwe mensen opleiden en die kosten worden nogal eens onderschat bij de kostprijsberekeningen.”

Afzetmarkt

China mag dan minder interessant worden als productieland, als afzetmarkt biedt het land ongekende kansen. De middenklasse wordt kapitaalkrachtiger en de afzetmarkt groeit. De Duitse industrie speelt daar alvast handig op in. Van de 8 miljard die de export van metaalbewerkingsmachines vorig jaar opleverde, is 2,3 miljard op het conto van Chinese kopers te schrijven. Ter vergelijking: de tweede markt is de Verenigde Staten met 700 miljoen euro.

Voor China wordt in 2012 een economische groei verwacht van 8 procent. Dat maakt de te verdelen taart groter, zeggen ze bij de ING. En dat is wereldwijd het geval; overal groeien de markten. Zelfs al wordt gezegd dat de opkomende economieën van de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) over hun hoogtepunt heen zijn, dan nog verwacht het IMF een gemiddelde groei van 6,1 procent over 2012. In 2007 lag dat gemiddelde nog op 9,7 procent. De koopkracht steeg in 2011 in China met 9,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor, in Brazilië met 2,7 procent, in Rusland met 4,3 procent en in India met 7,2 procent.

Voorzichtigheid

Nederlandse bedrijven lijken nog te aarzelen om die nieuwe afzetmarkten te betreden. Kredietverzekeraar Atradius en exportorganisatie Fenedex onderzoeken jaarlijks de exporttrends. In 2011 vroegen ze 3800 ondernemers of Azië het nieuwe Duitsland wordt. ‘De verwachting was dat de toenemende rol van deze regio weerspiegeld zou worden in hun antwoorden. Dat bleek niet het geval’, staat in het rapport te lezen. Azië is slechts voor 10 procent van de ondervraagden de belangrijkste afzetmarkt over de grens. Maar liefst 45 procent denkt nota bene dat Azië nooit een belangrijke exportmarkt zal worden.
Laten ondernemers kansen liggen? Misschien wel.

De Kamer van Koophandel geeft speciale aandacht aan landen die ‘een snel groeiende economie hebben met een opkomende middenklasse’. Dat zijn er nogal wat. De selectie van de KvK omvat niet alleen de BRIC-landen, waar ook het economisch beleid van de Nederlandse overheid zich op richt. Ook Turkije (groei koopkracht in 2011: 8,5 procent) wordt genoemd, net als Colombia (5,9 procent) en een handvol landen in Zuidoost Azië, verenigd in het regionale economische blok ASEAN.

“Het is van belang of je alleen voor de export produceert, of ook voor de lokale markt”, zegt Cor Bekker van de KvK. Er is voor ieder wat wils: zelfs in Afrika zijn partners te vinden. De infrastructuur is er beperkt, en het bestuur is in sommige landen nogal instabiel. Tegelijkertijd is bij de KvK is een handelaar in noten en zuidvruchten bekend die overweegt een fabriek op te zetten in Ghana. Geen gek idee, aangezien de basisproducten van de Afrikaanse grond komen, de grove oogst voor verwerking naar Azië wordt gestuurd, om vervolgens in Europa verkocht te worden. Het zou hoge vervoerskosten schelen wanneer de verwerking in Afrika plaatsvindt. Om diezelfde reden produceert bijvoorbeeld General Motors een nieuwe minivan, specifiek ontwikkeld voor de Indiase markt, in Indiase fabrieken.

Weinig afstand tussen productie en afzet

Je doet er als ondernemer sowieso goed aan zo dicht mogelijk bij je afzetmarkt te produceren. Voor handige klantcontacten, maar ook om op vervoerskosten te besparen, menen de KvK en ING. De thuismarkt is dan een belangrijk aspect. Want, ga je in Afrika produceren, hoe zit het dan met de aanwezigheid van basisproducten en grondstoffen? Zijn die voor een redelijke prijs verkrijgbaar, zonder veel gedoe met autoriteiten en toeleveranciers? Het al dan niet democratische bestuur van een land, de valutaverschillen, de taalbarrière en de cultuur spelen een belangrijke rol bij de beslissing om in een land zaken te gaan doen.
Voor lopendebandproductie hanteren deskundigen de vuistregel dat productie in het buitenland pas lucratief is wanneer het gaat om grote volumes. Het percentage ondernemers dat productie in het buitenland laat doen, schommelt al jaren rond de 41 procent, blijkt uit het onderzoek van Atradius en Fenedex. China stond in 2011 bovenaan met 11 procent van de totale productie.

Nu China door de hogere loonkosten minder interessant wordt als massaproducent, komen landen als Vietnam en Indonesië om de hoek kijken. Ekhart en Dantuma waarschuwen wel dat ‘het vestigingsklimaat in deze landen nog niet zo goed is ontwikkeld’. Wie de loonkosten en de arbeidsproductiviteit even buiten beschouwing laat, kan volgens hun analyses het beste in Maleisië, Thailand en China terecht. Die landen zijn vooralsnog minder risicovol dan bijvoorbeeld andere opkomende landen zoals Indonesië en Brazilië.

Goudmijnen

Brazilië
Het is de grootste economie van Latijns-Amerika. Met een overvloed aan natuurlijke hulpbronnen hoort het land bij de top van de wereld waar het gaat om exportproducten. Interessante sectoren zijn de luchtvaart, elektrische apparatuur, automotive, textiel en schoeisel en landbouw. Ook interessant is de infrastructuur: Brazilië telt 37 grote havens.

Rusland
Er is te weinig Russische middenklasse om de koopkracht echt op te stuwen. Dat heeft te maken met de bureaucratie. Buitenlandse mkb-bedrijven hebben daardoor moeite om voet aan de grond te krijgen, zegt de KvK. Kleine partners zijn moeilijk te vinden, en netwerken met grote, ervaren partners zijn daardoor extra belangrijk. Buitenlandse bedrijven kunnen er eenvoudige producten produceren en hoogwaardige kennis en materialen leveren aan andere industrieën.

India
Veel buitenlanders snappen niet hoe honger en voedseloverschot naast elkaar kunnen bestaan. De reden is de gebrekkige infrastructuur in het binnenland. Voor Nederlandse logistieke bedrijven de uitdaging om die te verbeteren. India heeft bovendien een enorm handels- en investeringspotentieel waarvan het Nederlands bedrijfsleven kan profiteren, meldt de KvK. Het land biedt, met een grote koopkrachtige middenklasse, een enorme afzetmarkt.

Turkije
De aanwezigheid van een grote consumentenmarkt, de groeiende economie en de functie als toegangspoort tot snelgroeiende markten in het Midden Oosten, de voormalige Russische Republieken, de Kaukasus en Noord- Afrika maken van Turkije een aantrekkelijke bestemming. De KvK meldt dat in veel sectoren van de Turkse economie vraag is naar innovatieve concepten.

Colombia
De Nederlandse overheid beëindigt de ontwikkelingsrelatie met Colombia en wil een bilaterale handelsrelatie opbouwen. Daarbij hoort het verbeteren van het ondernemersklimaat voor Nederlandse bedrijven. Kansrijke sectoren zijn olie-industrie, waterbeheer, voedingsmiddelen, infrastructuur, landbouw en de medische sector.

ASEAN
Onder deze naam vallen Brunei, Cambodja, Filippijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Singapore, Thailand en Vietnam. De lonen zijn er relatief laag, wat de landen aantrekkelijk maakt. Maar misschien nog wel belangrijker zijn de vrijhandelsafspraken met grote economische machten in de regio zoals Japan, Korea, Australië en China.

Meer over Geen naam