Hoe Marc van der Chijs excelleert in China

04/16/2014 - 18:14
Marc van der Chijs (39) is Nederlands’ boegbeeld van internationaal ondernemen. Vanuit metropool Shanghai maakte hij Spil Games Asia groot en bracht hij Tudou naar de Nasdaq. Hij kijkt nu naar andere online markten die hij op z’n kop kan zetten.

Niet meer in Shanghai, dat is zeker, maar hij voelt zich overal thuis en ziet overal kansen. “Als het maar snel groot kan worden, anders vind ik het niet interessant.” Portret van een zakelijk kameleon.

CV Marc van der Chijs


1991-1995 studie bestuurskunde & internationaal management, Universiteit Maastricht
1996-1997 management trainee Mercedes-Benz, Duitsland
1997-1999 manager controlling DaimlerChrysler, Duitsland
1999-2002 senior manager controlling DaimlerChrysler, China
2002-2004 COO filmproductiebedrijf SVP Film
2004-2006 managing partner China Bay
2004-2010 co-founder Tudou.com (exit in ipo-proces, beursnotitie Nasdaq op 17 augustus 2011, maart 2012 fusie met Youku in Youku Tudou)
2006-2011 ceo Spil Games Asia
2011- heden co-founder Unitedstyles

Marc van der Chijs heeft een paar maanden rust ingelast, waarin hij zich alleen nog als adviseur en aandeelhouder bemoeit met een aantal bedrijven, waaronder zijn grote successen Tudou en Spil Games Asia. Na twaalf jaar China is hij zich aan het oriënteren op een andere vestigingsplaats. Voor zijn twee kleine kinderen, die hij wil weghouden uit de zware luchtvervuiling van Shanghai - “ik weet vrij zeker dat die veel erger is dan in de krant staat” - en omdat het ondernemersklimaat er een stuk lastiger is geworden.

Onontwikkeld land

In 1999 belandde Van der Chijs in China, waar hij een luxeleventje leidde als expat voor DaimlerChrysler. Een goede leerschool - hij leerde de basics van de Chinese taal en cultuur - maar hij had bij alles het idee dat hij het beter en sneller kon. Daarom stapte hij na drie jaar op, kocht een fiets, huurde een goedkoop appartementje en ging Chinees studeren. Het idee was om na een jaar een eigen bedrijf te starten. Dat ging sneller, want hij had tijd over naast zijn studie en begon een consultancybureau voor bedrijven die in China willen starten. Dat liep al snel zo goed dat hij teveel colleges miste en besloot om fulltime te gaan ondernemen. Naast de consultancy deed hij “wat marginale handel” in zonnebloempitten en fietsen, en werkte hij met Sierk Vojacek aan productiebedrijf SVP Film, waarmee hij China’s eerste realityshow Beyond the infinity produceerde. Daarmee werd zijn interesse voor de internetindustrie aangewakkerd.

Dat hij in China zou blijven, was zeker; het land fascineerde hem. “Ik vond het een uitdaging om er mijn weg te vinden. China was toen een heel ander land dan het nu is. Het was veel minder ontwikkeld en mensen keken echt nog op van buitenlanders. Als er ergens kaas, brood of wijn te koop was, hoorde ik dat viavia en ging ik er snel heen om het te kopen”, beschrijft Van der Chijs. “Nu is China een modern land, alleen al in mijn eigen straat zitten een Nederlandse, Duitse en Franse bakker. Het leven is makkelijker geworden en de levensstandaard is hoog, zeker in Shanghai, afgezien dan van de luchtvervuiling en het trage internet door de great firewall.”

Open houding

Zijn expatcollega’s keken neer op de Chinezen. Onterecht, vond hij. “Ik dacht alleen maar: onderschat de Chinezen niet, die doen dingen die wij niet kunnen. Chinese ondernemers zijn slim en werken keihard”, zegt Van der Chijs. Zijn omgang met de Chinezen - en elke andere cultuur - is open. “Je hebt je te houden aan de wetten en gebruiken van een land, vind ik. Die houding heeft me altijd erg geholpen.”

In China houdt dat in dat je bepaalde culturele verschillen in je oren moet knopen (zie kader) en dat je je als ondernemer door overheidsregulatie minder vrij kan bewegen dan in Nederland. Zo was Van der Chijs genoodzaakt om zijn Chinese compagnon Gary Wang naar voren te schuiven als ceo bij online videoplatform Tudou toen het bedrijf groot werd. “Het staat niet in de wet geschreven dat je als buitenlander niet de baas kunt zijn van een Chinees bedrijf, maar in praktijk is het wel zo”, vertelde hij aan Intermediair. Maar hij wist ook handig gebruik te maken van de censuur in het land: Tudou springt in op de regel dat veel (westerse) films en tv-shows niet vertoond mogen worden in de bioscoop en op televisie. Tudou koopt rechten op van productiemaatschappijen en zorgt dat de films en series via het online videoplatform zijn te bekijken.

Van der Chijs heeft een voorkeur voor Azië, maar zou in feite overal kunnen ondernemen. “Ik voel me overal thuis, of ik nu in de binnenlanden van Afrika zit of in Silicon Valley”, vertelt hij. “Ik ben goed in me overal aanpassen. Ik vind dat mensen zich teveel richten op verschillen tussen bevolkingsgroepen, terwijl er juist zoveel dingen hetzelfde zijn wereldwijd. Als ik maar de juiste zakenpartner vind, kan ik overal zakendoen.”

Zakenpartner van Van der Chijs word je niet zomaar; hij onderwerpt kandidaten aan een uitgebreide screening. “Ik wil weten of ik een zakenpartner kan vertrouwen, dat hij zich aan zijn afspraken zal houden. Dat weet je niet na twee of drie meetings”, stelt hij. “Ik ga daarom altijd een paar keer eten met potentiële zakenpartners, een biertje drinken met ze drinken, samen iets doen. Ik wil veel tijd met iemand doorbrengen. Iemand kan best een paar uur toneelspelen, maar niet langer, zeker niet met een paar glazen wijn op. En ik doe veel onderzoek op internet; iedereen die ik spreek zoek ik op. Ik bekijk iemands vrienden op Facebook en LinkedIn, en als we gezamenlijke vrienden hebben, ga ik die uithoren. Zo probeer ik te achterhalen hoe potentiële zakenpartners denken en wat ze eerder hebben gedaan. Kan ik online niets over iemand vinden, dan gaan bij mij de alarmbellen rinkelen.”

Altijd aan het werk

Zijn succes schrijft Van der Chijs toe aan zijn bereidheid om grote risico’s te nemen en kei- en keihard werken. “Als je daar niet toe bereid bent, moet je niet in China gaan ondernemen. Je moet alles opzij willen zetten voor zakelijk succes”, beschrijft hij. En dat doet hij: hij is continu op reis en werkt alle dagen van de week, ook in de avonden en vakanties. “Hier om zeven uur ‘s avonds naar huis gaan en dan niks meer doen, is ondenkbaar. Als je echt succesvol wilt zijn - en ik geloof dat dat overal ter wereld geldt - dan moet je altijd werken. Om snel te kunnen reageren op de markt, de concurrentie te verslaan en te groeien.”

Nederlandse ondernemers runnen volgens Van der Chijs te vaak winkeltjes, zoals hij het noemt, en daar moet hij niets van hebben. “Nederlanders nemen vaak genoegen met een bedrijf dat maximaal een paar miljoen waard kan worden. Ik begin daar niet eens aan. Een bedrijf moet wel snel groot kunnen worden, anders wordt het te saai voor me. Ik wil bedrijven opzetten die de wereld veranderen, een industrie op z’n kop zetten en vele miljoenen waard kunnen worden.”

Dit artikel komt uit Sprout Magazine.

Abonnement

Dat is ook een eis voor de startups waar hij in investeert. Dat zijn er momenteel zo’n 25; het merendeel in Shanghai, omdat hij ondernemers ‘in de ogen wil kunnen kijken’. Startupondernemers moeten - net als Van der Chijs - hard willen werken en een bedrijf opzetten dat in potentie heel groot kan worden. “Zeven van de tien bedrijven waarin ik investeer vallen af, dus de drie bedrijven die wel succesvol worden, moeten compenseren wat ik verlies op de andere investeringen. Met tien of twintig procent groei per jaar lukt dat niet.” Belangrijke eis om door de ballotage te komen bij Van der Chijs: ben je bereid om van je idee af te stappen? “Als startups bij mij komen pitchen, speel ik advocaat van de duivel. Ik val ze aan op hun plannen en kijk hoe ze reageren. Zijn ze niet bereid om water bij de wijn te doen en van hun oorspronkelijke plan af te stappen, dan investeer ik niet in ze.”

Aziatische angle

Zakendoen is de laatste jaren lastiger geworden in China, heeft Van der Chijs gemerkt. “Er is veel Chinese concurrentie en je krijgt als westerling geen voorkeursbehandeling meer”, legt hij uit. “Je betaalt veel meer dan een Chinees om een bedrijf te starten - de wholly foreign owned enterprise (WFOE) kost je 140.000 dollar, terwijl een Chinees zo’n 500 dollar betaalt om een bedrijf te starten - en het is lastig geworden om buitenlandse werknemers naar China te halen. Je krijgt momenteel nauwelijks werkvergunningen.”

Het is één van de redenen dat hij weggaat uit Shanghai. Wat hij precies gaat doen, staat nog niet vast, maar hij heeft eerder te veel plannen dan te weinig. Hij is bezig met een wijngaard in Nieuw-Zeeland, ziet kansen voor de import van gezonde voeding in China en praat met venture capitalfondsen om in te stappen. “Ik zal wel altijd bedrijven runnen met een internetcomponent erin, ik geloof niet in offline bedrijven. Dus als ik in de wijn ga, zal ik zorgen dat het een internationaal merk wordt, en dat de distributie en verkoop grotendeels via internet verloopt.”

Hij kijkt naar businesskansen met een ‘Aziatische angle’ en daarmee scheert hij Hongkong, Taiwan, Maleisië, Singapore en Indonesië voor het gemak even over één kam. “Je komt daar dezelfde ondernemers en vc’s tegen, en de cultuur en manier van denken komt overeen. Dat vind ik prettig werken.” Met name Singapore heeft momenteel zijn interesse. “Het is een land met een kleine afzetmarkt, maar de overheid is heel behulpzaam bij het opzetten van een bedrijf. Ze proberen je bijvoorbeeld aan personeel te helpen, ook als ze daarvoor een werkvergunning moeten regelen voor een goede programmeur uit India. Dat is in de huidige markt heel belangrijk.”

Continu onder druk

De pauze die hij momenteel neemt, geeft hem de rust om wat ideeën uit te werken en de verloren tijd met zijn kinderen te compenseren. “Ik heb te weinig tijd aan mijn kinderen besteed. Ik ben altijd op reis en als ik ‘s avonds thuis kom, liggen ze al in bed. Daarom werk ik nu de helft van de week vanuit huis, en ik reis veel.” Deze zomer was hij onder andere een tijdje bij familie in Nederland, en ging hij backpacken met oud-compagnon Gary Wang. De telefoon gaat nooit uit. “Als ik ‘s avonds of tijdens de vakantie de telefoon niet opneem, loop ik deals mis en doen mensen geen zaken meer met me. Je moet altijd beschikbaar zijn in China.”

De rust doet hem goed. “Ik leid een stressvol leven. Het lijkt aan de buitenkant misschien alsof het allemaal heel makkelijk gaat, maar ik sta continu onder druk, er gebeurt zoveel. Dat moet je af en toe kunnen loslaten, anders draai je door.” Dat doet hij door duursporten te beoefenen: marathons lopen, mountainbiken, skiën. “Ik ga elke dag als ik thuiskom, een uur sporten. Daarmee word ik gedwongen alles los te laten. Ik word zo moe dat ik alle problemen vergeet en in een flow kom. Daarna kan ik weer doorwerken, ben ik productiever. That keeps me sane. ”

Tips voor ondernemen in China van Marc van der Chijs
Ga nooit onvoorbereid naar China om daar een bedrijf te starten, waarschuwt Van der Chijs. Hij heeft veel bedrijven zien falen omdat ze er te makkelijk over dachten; ze worden keihard ingehaald door de concurrentie, tegengehouden door de overheid of het lukt ze simpelweg niet om deals te sluiten. Van der Chijs geeft tips:

  • Investeer een paar duizend euro in het inhuren van een consultant die je helpt om je te vestigen in China. “Die investering is het dubbel en dwars waard.”
  • Wees je ervan bewust dat je 140.000 dollar moet neertellen om een wholly foreign owned enterprise (WFOE) op te starten.
  • Het aantal visa dat je kunt krijgen voor buitenlandse werknemers is beperkt. Je kunt niet een heel team meenemen uit Nederland, of zomaar een Nederlandse stagiair inhuren.
  • Laat je Hollandse directheid varen zodra je in China zakendoet. “Heb je een probleem met een Chinees, dan zeg je dat niet direct. Ook al ken je hem nog zo goed. Speel dat soort dingen altijd via tussenpersonen.”
  • Zegt een Chinees ‘ja’, dan weet je nooit zeker of dat ook echt ja is. Het kan ook nee of misschien zijn. “Ze zeggen op heel veel dingen ja, terwijl ze dat niet menen. Chinezen zijn heel indirect, dus zakendoen duurt lang. Je moet elkaar echt leren kennen voordat je deals kunt sluiten.”
  • De overheid speelt een grote rol in China. Je krijgt er te maken met de centrale overheid, ministeries, provincies, steden en districten. “Met name de lage niveaus zijn van belang. Als je wordt uitgenodigd door een overheidsinstelling, voor een diner of evenement bijvoorbeeld, dan moet je altijd komen opdraven. Of stuur een afgevaardigde. Alles om de relaties goed te houden.”
  • Wees flexibel, want de Chinese wetgeving verandert vaak en er kan elk moment een serieuze concurrent opstaan. “Je kunt niks plannen, want je weet niet hoe het over een halfjaar is. China is een stuk minder stabiel dan Nederland.”
  • Leer minimaal basiskennis van het Chinees, zodat je een beetje met de Chinezen kunt babbelen en begrijpt wat zij over jou zeggen.
  • Zoek een goede Chinese zakenpartner. “Dat kost je de helft van je aandelen, maar het maakt alles veel makkelijker. Een Chinese ondernemer begrijpt de markt, ziet sneller wat er speelt, kan alles op internet lezen en heeft al een netwerk.”
Karin Husslage
Karin Husslage is hoofdredacteur van Sprout

Meer over Geen naam