Dood aan de stropdas

16 apr 2014 - 18:20
Eigenlijk zou het iedere dag altijd casual friday moeten zijn, zegt Richard Branson in deze column. Dat hij een hekel heeft aan formaliteiten zal weinig mensen verbazen. Maar wat levert het afschaffen van de stropdas op?

Tijdens een wandeling in Londen kwam ik langs een rij schoolkinderen, lopend in hun schooluniform. Niets bijzonders, op één ding na dat me aan het lachen maakte: hun identieke dassen. Of beter gezegd, wat er nog van over was. Meer dan de helft van de kinderen had ‘m afgeknipt, drie of vier centimeter bleef de knoop. Geïntrigeerd vroeg ik hun leraar wat er gebeurd is met de dassen. Hij grinnikte en zei: "Nou, de kinderen hebben een hekel aan die das, maar het schoolreglement zegt dat die verplicht is. Maar wat de regels niet aangeven, is hoe lang ze moeten zijn. Knip-knip dus." Waarom heb ik dat vroeger niet bedacht?

Mijn oog viel erop omdat we net de overname van de Northern Rockbank hebben afgerond. Langzaam verandert die bank in Virgin Money. En in een bank kun je bezoekers het beste afschrikken met een accountmanager in driedelig grijs en een das achter een mahoniehouten bureau. Daarom vormen we de banken om.

Allereerst hebben we dus de traditionele desk vervangen door informele zitjes. Ook de formele kleding zou een belemmering voor klanten kunnen zijn, dachten we. Onze nieuwste Virgin-medewerkers kregen dus te horen dat de das thuis mocht blijven.
Dit past bij me - ik had altijd al een hekel aan stropdassen, misschien omdat ik nooit het punt ervan heb gezien. Ze zijn ongemakkelijk en hebben geen nut. Ik heb gelukkig altijd voor mezelf gewerkt, en ben dus nooit slachtoffer geweest van de corporate dresscode. Een trui en corduroy broek, dat was jarenlang mijn zakelijke kleding. Iemand grapte ooit: "De dag Richard in pak en stropdas de bank binnenstapt, dan weet je dat we écht in de problemen zitten”.

De laatste tijd draag ik vaak een jasje, best handig in al die verschillende klimaten waar ik kom. Een das zal ik alleen dragen bij ultra-formele gelegenheden, zoals een diner op het Witte Huis.

Pakken en dassen in een kantoor vormen een uniform, maar dan wel in een arena waar ze geen doel meer hebben. Ooit lieten ze zien dat de drager in staat was om de dure stof te kopen en eervol te dragen. Nu, in een geïndividualiseerde internetcultuur spreken je prestaties voor zich. De stropdas is een anachronisme. Vroeger was ik die ene man in de kamer met een onbedekte hals, die daar heel zelfbewust over was (en dat was niet ik meestal niet). Tegenwoordig ben blij om te zien dat de man met de das juist degene is die uit de toon valt.

Maggie Thatcher

De grootste doorbraak in de geleidelijke ondergang van de pak-en-dasdresscode kwam, verrassend genoeg, vanuit de politiek. Tony Blair was een van de eerste Britse premiers - Maggie Thatcher uitgezonderd - die in het openbaar verscheen zonder de ‘juiste’ nekdracht. Nu loopt president Obama bijna de helft van de tijd rond zonder das.

Ik ben er trots op dat ik heb meegeholpen om de spelregels te veranderen. Dassen dragen is gewoon dom. Het beste argument dat mensen aandragen om wél een das te dragen is: “het wordt van me verwacht”, of “alle anderen doen het ook.”
Dat de veranderde zakelijke cultuur veranderd is, merk ik als mensen aan me vragen of ze ook hun das kunnen afdoen voor een meeting met mij. Ze hebben blijkbaar niet gedacht dat ze een deal konden maken zonder das.

Waarom droegen ze die das eigenlijk? Dus uit naam van alle onderdrukte dasdragers in de wereld, roep ik alle despootbedrijven die hun mannelijke werknemers nog steeds dwingen een strop te dragen: think again. 

Misschien vind je dit ook interessant? Sprout-lezers kunnen sir Branson ontmoeten.