Bagger waardeloos? Welnee, stelt startup Waterweg: je kunt er stoeptegels van maken

De stoeptegel van de toekomst wordt vervaardigd uit baggerspecie, die we uit kanalen en sloten halen. Althans, daarop mikken de ondernemers achter de circulaire startup Waterweg. ‘Je kunt bagger ook voor hoogwaardige zaken gebruiken.’

Ze schopten het gisteren tot de finale van onze 25 onder de 25-competitie: Eva Aarts (22) en Wies van Lieshout (26) van startup Waterweg. De dames ontwikkelden een techniek om met bagger uit sloten en kanalen waterdoorlatende tegels te maken. Volledig circulair, en de tegels voorkomen dat de straten na een hoosbui onderwater komen te staan.

Het product is echter nog niet gecertificeerd en de ondernemers hebben nog een lange weg te gaan. Hoe willen ze die afleggen? Sprout voelt Aarts en Van Lieshout aan de tand over hun, eh, baggeravontuur.

Eva, jij moest gisteren namens jullie startup pitchen in de finale van de 25 onder de 25 van Sprout. Hoe bereid je je eigenlijk voor op zo’n pitch?

Aarts:’ We hebben eerder aan andere wedstrijden meegedaan, waardoor we enige ervaring hebben opgedaan. Bij iedere pitch de je doet, moet je je verhaal opnieuw vertellen, maar gericht op de wedstrijd waaraan je meedoet. Je vertelt hoe je onderneemt en wat je bedrijf inhoudt. Voor de rest is het oefenen, oefenen, oefenen.’

Hoe doe je dat dan, voor de spiegel?

Aarts: ‘Vooral op elkaar, niet voor de spiegel (lacht). Nou, trouwens, ik oefen weleens voor de photobooth van mijn laptop. Verder schrijf ik mijn tekst nooit helemaal uit, want dan wordt het al snel ingestudeerd en sluipen er veel eh’s in. Wel schrijf ik vaak punten op die ik wil benoemen. Omdat het evenement (vanwege corona, red.) via Zoom verliep, moest ik gisteren online pitchen. Ik merk dat ik dat wel moeilijker vind dan op een podium staan.’

Waarom denk je dat dat zo is?

Aarts: ‘De adrenaline die je voelt als je in het echt een pitch doet, is toch wel lekker. Online pitchen voelt een beetje leeg. Je doet het uiteindelijk voor je laptop, waardoor je de interactie mist.’

Van Lieshout: ‘En je krijgt niet echt hetzelfde gevoel dat je kunt krijgen als je mensen in het echt ziet. Het wordt minder theatraal.’

Vertel eens, hoe ontstond jullie bedrijf eigenlijk?

Aarts: ‘We deden als studenten mee aan de circular challenge, die vanuit Blue City (een voormalig zwembad in Rotterdam, dat nu onderdak biedt aan circulaire ondernemers, red.) georganiseerd werd. Hierbij draait het om het verwerken van afvalstromen tot een businessmodel. Wij kozen voor baggerspecie als afvalstroom. Nu dachten we daarbij niet direct: superleuk!’

Ik heb nooit echt een passie gehad voor bagger

Van Lieshout: ‘Ook ik heb nooit echt een passie gehad voor bagger (lacht). De waterschap van Delfland kwam hiermee aanzetten. Die bracht tijdens de eerste meeting meteen een laag bagger voor onze neus, zo van: dit is het dan.’

Waarom is bagger eigenlijk een afvalstof, waar we vanaf moeten?

Van Lieshout: ‘Het ligt op de bodem van rivieren en kanalen, waardoor zij langzaamaan dichtslibben. Iedere zeven jaar moeten rivieren en slootjes leeggeschept worden, zodat je er goed door kunt blijven varen. Die bagger, jaarlijks goed voor tien miljoen kuub per jaar, moet vervolgens ergens heen. Vaak zie je dat het als materiaal lastig is te gebruiken. Als het al wordt gebruikt, is dat meestal voor laagwaardige toepassingen. Zo wordt bagger gebruikt als opvulmateriaal voor onder snelwegen. Bagger betekent in onze taal zelfs ‘waardeloos’. Wij willen laten zien dat je het ook hoogwaardig kunt gebruiken, in ons geval dus door er stenen van te maken.’

We besparen de belastingbetaler geld

Aarts: ‘Bovendien besparen we de belastingbetaler geld. We betalen allen waterschapsbelasting, en die wordt deels gebruikt voor het uitbaggeren van de sloten en kanalen. Doordat wij bagger afnemen, helpen we als afnemer bij de afzet van bagger.’

Jullie zijn het bedrijf oorspronkelijk met vier oprichters begonnen. Inmiddels zijn jullie nog alleen over. Waarom haakten de andere twee af?

Aarts: ‘Eén van de oprichters viel af omdat hij zijn master ging doen en hij zich daarop wilde richten. De andere viel af omdat wij heel graag wilden produceren en kijken waar het schip strandt, terwijl zij eerst meer marktonderzoek wilde doen, om te onderzoeken of er wel interesse is. Wij dachten: daar komen we gaandeweg wel achter. Wies en ik willen allebei een esthetisch product neerzetten en we zitten daarin veel meer op één lijn dan we met de rest zaten.’

Met dit product vangen we twee vliegen in één klap

De ondernemers onderzochten vervolgens waar bagger als afvalstof het meest vervelend is om te hebben. Vaak is dat in de grote stad, leerden ze al snel, aangezien je de bagger niet dichtbij kunt afzetten. ‘Je moet het dus altijd vervoeren’, legt Van Lieshout uit. ‘Dat vervoer kost geld en ook de opslaglocaties zijn duur. We keken vervolgens naar wat er nog meer speelt in de stad, en ontdekten dat veel steden problemen hebben met klimaatadaptatie. Door klimaatverandering regent het soms harder en na zo’n flinke bui kunnen straten dagenlang onderwater staan. Door bagger te gebruiken voor stoeptegels die water doorlaten, vangen we twee vliegen in één klap.’ 

Aarts: ‘Ons product is circulair. Voor gewone stoeptegels heb je grind en zand nodig, maar voor ons product heb je geen grondstoffen nodig, alleen afvalstoffen. We gebruiken dus geen zand dat speciaal geleverd moet worden. Wij halen ons zand uit de bagger. Dat is handig, want onderzoekers verwachten dat er in 2050 een zandschaarste komt.’ 

De jury had gisteren één kritisch puntje voor jullie bedrijf. Jullie zijn al 2 jaar bezig met dit bedrijf, maar de baggersteen is nog verre van doorgebroken. Gaat het wel snel genoeg met Waterweg?

Van Lieshout: ‘Ik snap dat punt, maar dit is een productinnovatie die best veel tijd vergt. Het gaat niet zomaar over het opzetten van een website, wat veel sneller gaat. Voor je ons product lanceert, moet je heel veel onderzoek doen. Wel praten we met allerlei marktpartijen. Bovendien: Waterweg mag dan wel al twee jaar bestaan, we zijn er allebei nog geen jaar fulltime mee aan de slag. Het eerste jaar deden we het nog parttime naast onze studie.’

Aarts: ‘Maar we willen nóg sneller gaan. Daar gaan we ons op focussen!’

Een patent aanvragen op jullie product is niet mogelijk, omdat bagger als natuurlijk product niet te patenteren is. Levert zoiets niet een potentieel probleem op voor jullie, omdat concurrenten het ook kunnen doen?

Er is in Nederland alleen al 10 miljoen kuub bagger per jaar

Van Lieshout: ‘De markt is groot genoeg. Zoals gezegd, is er in Nederland alleen al tien miljoen kuub bagger per jaar. Al zouden grote corporates ermee weglopen, dan nog is de markt groot genoeg. Stel dat een andere partij zelfs alle bagger per jaar mee kan nemen, dan hebben we daar ook vrede mee. Ons doel is dan bereikt. Wij kunnen ons dan weer op andere afvalstromen richten.’

Aarts: ‘Dat betekent overigens niet dat we alles met de hele wereld delen. Met partners tekenen we non-disclosure agreements. Een deel van ons werk is dat we bagger op de juiste manier aanleveren, het heeft een speciale voorbereiding nodig. De productie besteden we wel uit, maar wij zijn verkoper, ontwerper en toeleverancier.’

Stel dat een corporate jullie startup op een dag wil overnemen, zou dat dan een optie zijn voor jullie?

Van Lieshout: ‘Dat zou kunnen. Dan hebben we in feite ons doel bereikt: de erkenning dat zo’n groot bedrijf ermee aan slag wil gaan, zou voor ons het ultieme bewijs zijn dat je bagger op een hoogwaardige manier kunt gebruiken.

Hoe weet je of jullie stoeptegels over een jaar of twintig nog steeds goed functioneren? Het is een nieuw product.

Van Lieshout: ‘Je kunt dit testen bij beton- en steenfabrieken. Zij hebben allerlei methodes om dit te testen. Zo hebben ze een verouderingskast, die allerlei weersomstandigheden in een bepaald tempo kan simuleren. We gaan ons product daar in september testen.’

Waar kunnen we jullie tegels eigenlijk al zien liggen, en waar komen ze te liggen?

WaterwegAarts: ‘In Delft ligt al twee vierkante meter aan stenen (foto rechts, red.). In oktober plaatsen we in Rotterdam honderd vierkante meter, verdeeld over verschillende locaties.’

Waarom niet gewoon op één locatie?

Aarts: ‘Omdat ons product nog niet is gecertificeerd, kun je er regeltechnisch nog niet een heel plein mee aanleggen. We kijken daarom naar een aantal kleinere locaties, die semi-publiek zijn. Daar is het iets gemakkelijker qua regelgeving. Zolang we nog niet gecertificeerd zijn, kunnen we in ieder geval daar lanceren.’ 

Wanneer verwachten jullie het product officieel gecertificeerd te hebben?

Van Lieshout: ‘Met de resultaten van het onderzoek in september kunnen we het traject opstarten. Vervolgens beland je in een hele administratieve rompslomp, die al snel een jaar tot anderhalf jaar duurt.’

Aarts: ‘Als dat lukt, hebben we binnen ongeveer drie jaar een nieuw product ontwikkeld dat de markt op kan.’ 

Veel startups versnellen hun groei door een investeerder erbij te halen. Zijn jullie op zoek naar groeikapitaal?

Van Lieshout: ‘Een investeerder is niet echt nodig. We proberen gebruik te maken van de huidige ketens. In de fabrieken zal er wel het een en ander aangepast moeten worden en daar zal kapitaal voor nodig zijn. Fabrieken hebben daar echter allerlei financiële partners voor. Wel hebben we een launching customer nodig, zodat we een grote batch kunnen afzetten. Als dat er ligt, gaat het vanzelf lopen met ons product.’

Wat hopen jullie uiteindelijk te bereiken met Waterweg?

Van Lieshout: ‘We willen een massaproductie van waterdoorlatende baggertegels neerzetten. Om te laten zien dat je waarde kan toekennen aan iets wat als waardeloos wordt gezien en om te laten zien dat dat het economisch haalbaar is. Hebben we dat eenmaal staan, dan willen we met bagger ook andere producten voor klanten maken. Bijvoorbeeld straatmeubilair.’

Straks komen er ook bankjes en gevelbekleding van bagger

Aarts: ‘We willen bereiken dat je overal in Nederland producten van bagger krijgt te zien. Bijvoorbeeld bankjes van bagger en gevelbekleding van bagger.’

Een breed scala aan producten van bagger, dus.

Van Lieshout: ‘Ja, want anders raken we misschien wel verveeld (lacht).’

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout en Management Team. Hij schrijft over startups, scaleups en nieuwe economie.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!