Belasting besparen voor zzp'ers

VAR, rechtsvormen, bijtellingen; allemaal zaken waar je als zzp’er van op de hoogte moet zijn. Maar wat is gunstig, wat moet je zeker nà­et vergeten en waar kun je je voordeel mee halen? Tien belastingbesparende tips.

1. De auto van de zaak: minder kosten voor het privé-gebruikDe zzp’er die zijn auto van de zaak ook voor privédoeleinden kan gebruiken, krijgt te maken met de bijtelling privégebruik auto. Die bijtelling is veertien, twintig of vijfentwintig procent van de cataloguswaarde, afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. De zzp’er met een eenmanszaak moet het bedrag van de bijtelling tot de winst uit onderneming rekenen, voor de zzp’er met een BV behoort de bijtelling tot het salaris. De bijtelling is slechts te vermijden als je kunt bewijzen dat je met de auto niet meer dan vijfhonderd kilometer privé rijdt. Dat vergt meestal een sluitende kilometeradministratie, en dat bewijs is moeizaam zo niet onmogelijk te leveren, blijkt uit de praktijk.De kosten van het privégebruik van de auto van de zaak zijn te beperken door een of meer van de volgende tips toe te passen:Voor de zzp’er met een eenmanszaak:

  • De bijtelling voor privégebruik kan nooit hoger zijn dan de kosten die voor de auto in de zaak zijn opgevoerd. Minder autokosten in de zaak betekent een lagere bijtelling. Een incidentele verlaging van de autokosten, door bijvoorbeeld de winst bij inruil van de auto ten gunste van de autokosten te boeken, levert geen lagere bijtelling op.
  • De zzp’er die zijn auto van de zaak in de garage van zijn privéwoning stalt, kan de stallingkosten tot een redelijk bedrag als bedrijfskosten opvoeren. Die aftrekpost is niet goudgerand, maar valt goed te verdedigen met een beroep op een recente uitspraak van de Hoge Raad.
  • De zzp’er die samenwerkt met zijn partner kan de bijtelling delen, als de partner de auto van de zaak ook regelmatig voor werkzaamheden en privé moet gebruiken. De bijtelling kan in redelijkheid over beiden worden verdeeld. Dat levert een besparing op in de inkomstenbelasting: het gedeelte van de bijtelling dat aan de partner met het laagste inkomen in box 1 wordt toegedeeld, kost minder belasting.

Voor de zzp’er met een BV:

  • De zzp’er kan zijn BV (jaarlijks) een eigen bijdrage betalen voor de kosten van het privégebruik van de auto. Die eigen bijdrage komt in mindering op de bijtelling. Dat levert een besparing op in de inkomstenbelasting tot 52 procent, terwijl de BV over de meerdere winst (door de vergoeding) maximaal 25,5 procent vennootschapsbelasting verschuldigd is. Bij een erg hoge eigen bijdrage is het risico wel groot dat de inspecteur de bijtelling hoger zal vaststellen dan op twintig of vijfentwintig procent. Een vuistregel voor een veilige eigen bijdrage is zestig tot zeventig procent van het bedrag van de bijtelling.
  • De in privé betaalde kosten van de auto van de zaak kun je in goed overleg met de werkgever — de eigen BV — ombouwen’ tot een aftrekbare eigen bijdrage voor het privégebruik van die auto. 
  • De BV kan de in privé betaalde kosten voor de auto van de zaak onbelast vergoeden, of beter gezegd: terugbetalen. Denk aan parkeergeld, kosten voor de wasstraat, etc.

2. Meer aftrek voor de kosten van de werkruimte thuisDe zzp’er die vanuit huis’ werkt, kan de kosten van de werkruimte in zijn privéwoning meestal niet in aftrek brengen. Een aftrek als bedrijfskosten is slechts mogelijk als sprake is van een zogenaamde kwalificerende werkruimte’. Dan moet aan twee cumulatieve eisen zijn voldaan:

  1. De werkruimte is een zelfstandig gedeelte van de woning, dat afzonderlijk geëxploiteerd (verhuurd) kan worden. De werkruimte moet dan door uiterlijke kenmerken duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de woning. Denk aan een eigen opgang of ingang.
  2. Je verdient het overgrote deel van je inkomen in de werkruimte aan huis. Bij deze beoordeling is van belang of je ook elders - naast de werkruimte thuis - over een werkruimte beschikt. Is dat het geval, dan moet je ten minste zeventig procent van je inkomen in de werkruimte in de eigen woning verwerven. Is de werkruimte in de eigen woning je enige werkruimte, dan moet je ten minste zeventig procent van je inkomen in of vanuit de werkruimte én voor ten minste dertig procent in die werkruimte verwerven.

Deze eisen gelden voor de zzp’er met een eenmanszaak én de zzp’er met een BV.

Als er wél sprake is van een kwalificerende werkruimte:

  • De zzp’er met een eenmanszaak krijgt voor het gebruik van de werkruimte een beperkte, forfaitaire kostenaftrek. Die aftrek is vier procent van de verkoopwaarde van het gedeelte van de woning dat hij als werkruimte gebruikt. Heeft de zzp’er een huurwoning, dan kan hij meer kosten voor de werkruimte opvoeren: aftrekbaar is dan een evenredig deel van de huur én de huurderslasten, zoals de kosten voor gas, licht en water. De belastingrechter heeft beslist dat dit verschil in behandeling onaanvaardbaar is: je kunt als zzp’er daarom alsnog een hogere kostenaftrek krijgen voor de werkruimte in uw privéwoning. Claim die aanvullende kostenaftrek tijdig bij de inspecteur! De beperkte, forfaitaire vier procent aftrek is te vermijden door de werkruimte in de woning niet als privévermogen, maar als ondernemingsvermogen aan te merken. Bij die opzet heb je recht op aftrek van alle kosten die je maakt voor (het gebruik van) de werkruimte. Nadeel van deze optie is dat de meerwaarde van de woning die je bij latere verkoop realiseert ten dele — voorzover toerekenbaar aan de werkruimte — tot winst uit onderneming wordt gerekend.
  • De zzp’er met een BV moet een zakelijke huur rekenen voor de werkruimte, en die kan de BV als kosten opvoeren. De werkruimte valt bij de zzp’er in privé onder de zogenaamde terbeschikkingstellingsregeling: hij moet de huur van de BV voor de werkruimte in box 1 tot zijn inkomen rekenen. De kosten van de werkruimte, zoals de afschrijving etc. kan hij daarop in mindering brengen. Bij verkoop van de woning is de winst voor zover die toerekenbaar is aan de werkruimte belast in box 1.

Als er géén sprake is van een kwalificerende werkruimte: De zzp’er (of zijn BV) kan geen kosten opvoeren voor het gebruik van de werkruimte. De inrichtingskosten zijn ook niet aftrekbaar! De zzp’er (of zijn BV) kan niet afschrijven op de inventaris, het bureau of een zitje. Op professionele apparatuur — zoals specifieke software voor de p.c. en randapparatuur — kan wél worden afgeschreven. Dat is geen inrichting.De zzp’er of zijn BV kan de BTW op de voor de werkruimte gemaakte kosten en investering in inrichting als voorbelasting terugvorderen (aannemende dat hij BTW-belaste prestaties verricht). Investeringen in de werkruimte kwalificeren voor investeringsaftrek, ook als daar niet op kan worden afgeschreven.

3. Zzp’er: zorg voor een juiste VAR!De zzp’er kan met een Verklaring Arbeidsrelatie zijn opdrachtgever zekerheid bieden dat die geen loonbelasting en premies volksverzekeringen hoeft in te houden op de beloning en geen risico loopt op naheffingen van loonbelasting of premies. De zzp’er moet dan wel een VAR-wuo (winst uit onderneming) of een VAR-dga (directeur-grootaandeelhouder) hebben. Die zekerheid kan niet worden geboden met een VAR-ruow (resultaat uit overige werkzaamheden, bij nevenwerkzaamheden) en uiteraard niet voor de VAR-lb: er is sprake van loon uit dienstbetrekking. Zorg ervoor dat je een VAR hebt die de opdrachtgever zekerheid biedt.

De opdrachtgever kan aan een VAR-wuo of VAR-dga van de zzp’er een vrijwaring ontlenen. Vereist is dan wel dat hij een kopie van de VAR én een geldig identiteitsbewijs van de opdrachtnemer in zijn administratie bewaart, én controleert of de verrichte werkzaamheden overeenkomen met de werkzaamheden die in de VAR zijn vermeld en worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur van de VAR. Opdrachtgevers hebben een voorkeur voor een duidelijke, strikte omschrijving van de werkzaamheden, dat beperkt het risico. Een zzp’er met een beknopte, duidelijke omschrijving van zijn werkzaamheden op de VAR-wuo of VAR-dga zal zijn diensten eerder verkopen!

Volgens Financiën biedt de VAR-dga de opdrachtnemer uitsluitend bescherming als de zzp’er werkzaamheden verricht voor een derde/opdrachtgever. Verricht de zzp’er vanuit zijn BV werkzaamheden voor een andere BV waarin hij (onmiddellijk of middellijk) aandelen bezit, dan kan de VAR-dga niet worden toegepast. Financiën heeft tevens bekend gemaakt dat vanaf 1 januari 2010 een VAR automatisch verlengd zal worden als een zzp’er drie jaar onafgebroken dezelfde VAR (met dezelfde omschrijving van werkzaamheden) heeft gehad.

4. Een BV is al snel voordeliger!Voor een zzp’er met een eenmanszaak is het al snel voordelig om zijn onderneming om te zetten in een BV. Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat steeds verder omlaag. Door die tariefsverlaging wordt de BV als rechtsvorm nog aantrekkelijker dan die al was. Het verschil in belastingdruk tussen een BV en een eenmanszaak wordt steeds groter. De vennootschapsbelasting op de eerste € 200.000 winst (zelfs € 275.000 in 2008) in de BV is slechts twintig procent. Bij een eenmanszaak worden bij een dergelijk winstniveau alle tariefschijven geraakt, te beginnen met de eerste schijf van zo’n 33 procent, oplopend tot 52 procent. Dat verschil met de vennootschapsbelasting kan niet worden goed gemaakt met de mkb-winstvrijstelling en/of de zelfstandigenaftrek. Het devies is duidelijk: zzp’ers die winst van enige omvang maken, moeten nagaan of zij niet beter hun onderneming in een BV kunnen omzetten.Een overstap naar de BV levert op liquiditeitsbasis een substantieel voordeel op. Bij de BV-variant moet nog wel rekening worden gehouden met een aanmerkelijk belangheffing van vijfentwintig procent over de winstreserves in de BV, maar die heffing kan zonder al te veel problemen langdurig worden uitgesteld. Cruciaal bij de eventuele overstap naar een BV is de vraag hoeveel salaris u als zzp’er bij uw BV moet opnemen.

Bij omzetting van de eenmanszaak e.d. in een BV moet met de fiscus afgerekend worden over de eventuele stakingswinst. Daarbij kunnen diverse fiscale faciliteiten worden benut. Naast de omzetting mét fiscale afrekening kan de eenmanszaak ook fiscaal geruisloos in een BV worden omgezet. De wet stelt daaraan diverse voorwaarden.

5. Tijdelijk een IB-onderneming naast de BV Startende ondernemers kunnen in de inkomstenbelasting veel fiscale faciliteiten benutten. Denk aan de 10,5 procent mkb-winstvrijstelling, de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, en met name de willekeurige afschrijving voor starters. De zzp’er met een BV kan daar ook van profiteren als hij naast zijn BV een IB-onderneming gaat drijven én voor die onderneming ten minste 1.225 uur per jaar gaat werken. Dat kan door nieuwe activiteiten in de vorm van een eenmanszaak naast de BV op te starten, of door een deel van de bedrijfsactiviteiten van de BV over te nemen. Dat kan een firma tussen de zzp’er en zijn BV leuke fiscale voordelen opleveren. Met name als de zzp’er in die IB-onderneming de willekeurige afschrijving voor starters kan toepassen. Door als starter de vrije afschrijving optimaal te benutten, kunnen investeringen in bedrijfsmiddelen tot een maximum van € 240.000 (in 2009) maximaal worden afgeschreven. Desgewenst in één keer tot op de restwaarde, of bij een investering in een bedrijfspand tot op de bodemwaarde. Zo’n snelle afschrijving zal vaak resulteren in een verlies uit onderneming. Dat verlies kan worden verrekend met de positieve inkomsten, bijvoorbeeld het salaris uit dienstbetrekking in de drie voorgaande jaren. Dat levert direct een belastingteruggave op, waarmee de liquiditeitspositie van de onderneming wordt verbeterd.

6. Zzp’er met een BV: let op uw salaris uit de BVEen zzp’er met een BV die met zijn werkzaamheden negentig procent of meer van de omzet in de BV verdient, moet er rekening mee houden dat de inspecteur zijn salaris uit de BV kan vaststellen met de zogenaamde afroommethode. Die methode houdt in dat het salaris wordt afgeleid van de omzet in de BV: het gebruikelijke loon wordt gesteld op de opbrengsten in de BV, verminderd met de aan die opbrengsten toe te rekenen kosten, lasten en afschrijvingen, maar exclusief het loon van de DGA. Op het aldus benaderde loon mag de standaardaftrek van dertig procent - de doelmatigheidskorting uit de gebruikelijk-loonregeling — worden toegepast. Daarmee komt het salaris uit op — globaal gezegd — zeventig procent van de brutowinst in de BV. Toepassing van de afroommethode leidt voor veel zzp’ers met een BV tot een aanzienlijk hoger salaris dan het salaris dat zij in aanmerking hebben genomen. Dat kan leiden tot correcties op basis van de gebruikelijk-loonregeling, mogelijk met naheffingsaanslagen voor reeds verstreken jaren.

Als zzp’er met een BV doet u er verstandig aan om met de bevoegde inspecteur afspraken te maken over de hoogte van uw salaris uit de BV. Met zo’n vaststellingsovereenkomst voorkomt u problemen in de toekomst.

7. Hoog salaris: BV exit?De zzp’er die door de inspecteur — met toepassing van de afroommethode — verplicht is om het overgrote deel van de brutowinst in de BV als salaris op te nemen, doet er verstandig aan om na te gaan of de BV nog wel de juiste rechtsvorm is voor zijn werkzaamheden. Bij een terugkeer uit de BV naar een eenmanszaak vervalt het salaris, dat wordt dan weer winst uit onderneming. En daarop kan de MKB-winstvrijstelling (van 10,5 procent in 2009) worden toegepast. Dat betekent, globaal gezegd, dat door een terugkeer uit de BV naar de eenmanszaak de zzp’er tien procent van het bedrag dat hij in de BV-variant als loon geniet, bij een eenmanszaak belastingvrij als winst uit onderneming kan incasseren.Laat u eens voorrekenen welke variant voor u beter uitpakt.   8. Zzp’er: resthypotheek omzetten in renteloze personeelsleningHeeft u, zzp’er met een BV, nog een bescheiden hypotheek bij de bank op uw woonhuis? En heeft u in de BV overtollige liquide middelen? Overweeg dan om de hypotheek af te lossen en die te vervangen door een renteloze lening bij uw BV. Door die herfinanciering hoeft u geen hypotheekrente meer aan de bank te betalen. U raakt daardoor de aftrek van eigenwoningrente kwijt, maar daar had u toch weinig profijt van omdat die aftrekpost vrijwel volledig wegvalt tegen het eigenwoningforfait. Als u geen aftrek eigenwoningrente heeft, hoeft u ook geen eigenwoningforfait meer aan te geven. Dat spaart inkomstenbelasting.

9. Beperkt aftrekbare kosten: door te belasten naar de afnemer?In de belastingwet zijn diverse kostensoorten opgesomd die u als ZZP-er niet of slechts tot beperkte bedragen in aftrek kunt brengen op de bedrijfswinst. Beperkt aftrekbaar zijn bijvoorbeeld de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie - daaronder begrepen recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak - en van congressen, seminars, excursies, studiereizen en dergelijke, inclusief reis- en verblijfkosten. Deze kosten zijn tot een bedrag van 4.200 euro niet aftrekbaar. De zzp’er met een eenmanszaak kan er ook voor kiezen om deze kosten voor 73,5 procent in aftrek te brengen. Dat is voordelig als de beperkt aftrekbare kosten minder dan 15.580 euro (over 2008) bedragen.Voor zzp’ers met een BV geldt een soortgelijke regeling, maar het niet aftrekbare bedrag bedraagt dan 0,4 procent van de loonsom in de BV, maar tenminste € 4.200.

Als ZZP-er kunt u de kostenaftrekbeperking voorkomen door de beperkt aftrekbare kosten expliciet door te belasten aan uw afnemers. Op die manier wordt de aftrekbeperking doorgeschoven naar die afnemer. Dat is commercieel haalbaar als de afnemer zelf geen last heeft van die aftrekbeperking omdat die voor hem niet geldt. Bijvoorbeeld omdat hij niet belastingplichtig is (verenigingen, stichtingen, de overheid) of in het buitenland gevestigd is.

10. Vrije consumpties onder werktijd of 120 euro vrije vergoedingEen werkgever mag zijn werknemer onder werktijd gratis consumpties verstrekken. Denk aan koffie, thee, fruit, gebak, cup a soup. Als de werkgever dat niet doet, mag hij de werknemer daarvoor een vrije vergoeding geven van  0,55 euro per dag, ofwel 2,75 euro per week. Zzp’ers met een BV die veel thuiswerken kunnen deze vergoeding ook benutten. De koffie, thee en dergelijke die zij tijdens werktijd thuis nuttigen, zal vrijwel altijd uit de privé huishoudportemonnee worden betaald. Het kost te veel tijd en moeite om de kosten van deze consumpties bij te houden en bij de BV in rekening te brengen. Een vrije vergoeding van 2,75 euro per week levert op jaarbasis al snel een belastingvrije vergoeding van 120 euro op. Met die besparing heeft u de kosten van een jaarabonnement op BelastingBelangen terugverdiend!

Hans Zwagemaker, BelastingBelangen

Volg ons ook op Twitter en Facebook

Tips? Mail redactie@sprout.nl

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!