‘Elite Gezocht’ leest als een wake-upcall voor de huidige winnaars

Twee leden van de ‘elite’ die een boek over hun eigen achterban schrijven en zich bepaald geen blad voor de mond nemen. Sander Schimmelpenninck en Ruben van Zwieten durfden het aan met Elite Gezocht, een kritische beschouwing over de winnaars van de meritocratie.

Schreeuwen dat je tegen ‘de elite’ bent, terwijl je daar in feite zelf deel van uitmaakt. Menig politicus bezondigde zich hier de afgelopen jaren aan. “Je kunt je als politicus niet verstoppen achter jezelf”, schreef macro-econoom Mathijs Bouman er in 2016 al treffend over in zijn column in het Financieele Dagblad. Hoezo zou je je immers schamen voor het feit dat je onderdeel uitmaakt van de elite, ieder land heeft er toch een?

Ja, stellen Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck en Zuidas-predikant Ruben van Zwieten in hun nieuwe boek Elite Gezocht, maar de huidige elite functioneert niet goed. Jan Rap en zijn maat moeten de kans krijgen om door hard werken en een beetje geluk ook tot die – economische, dus vermogende – elite te behoren.

Daar gaat het fout, schrijven zij. De huidige elite, vaak afkomstig uit vermogende families of rijk geworden met slimme technologische vindingen, inspireert als geheel onvoldoende. Tegelijkertijd neemt de ongelijkheid in de samenleving toe, waardoor het voor De Normale Nederlander steeds ingewikkelder wordt om een felbegeerd ticket te bemachtigen voor de toetreding tot deze elite.

New boys

De economische elite van vandaag vindt zijn oorsprong veelal in het meritocratisch ideaal van de afgelopen eeuw, stellen Schimmelpenninck en Van Zwieten. In toenemende mate kwamen niet je achtergrond, maar je verdiensten, dus je merites, centraal te staan voor je kansen in de maatschappij. We gingen toe van een enigszins aristocratische naar een meer meritocratische upperclass, waartoe de slimste koppen van de babyboomers – niet de old, maar de new boys - zijn gaan behoren.

Niet zelden waren zij de eersten in de familie die konden studeren. Door het progressievere belastingstelsel en de sterke verzorgingsstaat konden zij de economische ladder beklimmen. Het zijn veel van de topmannen van nu, maar ook de grote ondernemers uit de Quote 500 of uit Silicon Valley. ‘Als ik zover kan komen door hard te werken, kan een ander het ook’, zouden zij dikwijls beredeneren. Hun blik op de wereld wordt steeds libertarischer, menen de schrijvers, oftewel: hyperkapitalistisch. Dat is prima, vinden de new boys, want succes is toch gewoon een keuze?

De poorten sluiten

Het probleem met deze meritocratische elite, zo signaleert het boek, is dat deze elite zijn poorten langzaamaan sluit. De generatie van de new boys koos voor een – in de ogen van de schrijvers – te vriendelijke vermogensrendementsheffing en een verlaagde erfbelasting. De elite zou bovendien alles doen om belastingen te ontlopen; ze brengen hun vermogens niet zelden onder in bv’s in belastingparadijzen en zouden doen aan ‘pandjeskapitalisme’.

Hun kinderen, het meer vervogende deel van de millennials, zullen straks, als de new boys er niet meer zijn, de financiële plek van hun ouders innemen. Nu al plukken zij financieel de vruchten van hun positie, bijvoorbeeld door de ton die hun ouders belastingvrij kunnen schenken voor de woningen van hun kroost. Het is een in de ogen van de schrijvers onterechte regeling waar kinderen van minder vermogenden niet van kunnen genieten.

De elite, zo beredeneren de twee, is bovendien kosmopolitisch van aard. Ze identificeert zich steeds minder met de wereld om zich heen en juist meer met – culturele of economische – elites uit grote steden in andere landen. Zolang de leden ergens als het ware maar een Uber kunnen bestellen, voelen ze zich er thuis. De jongste generatie Zuidassers, zo menen de schrijvers, leest daarnaast vaak geen krant meer en kijkt geen tv, waardoor ze de maatschappelijke ontwikkelingen minder mee zouden krijgen. Daarvoor in de plaats volgen ze bekende rijken op Instagram, met als uiteindelijk gevolg het verminderen van hun inlevingsvermogen in andere klassen.

Gele Hesjes

De bal kaatst echter terug, menen Schimmelpenninck en Van Zwieten. Ze waarschuwen ervoor dat burgers tegen slecht leiderschap in opstand kunnen komen. Als voorbeeld linken ze de Franse Revolutie aan de Gele Hesjes-protesten van nu. Wie weet wat er nog meer staat te gebeuren? Wil de elite, of dat nu succesvolle ondernemers of hooggeplaatste werknemers zijn, dus zijn plaats in de maatschappij tegen de hooivorken beschermen, dan moet zij aan sympathie winnen. Hoe? Door de poorten weer te openen voor nieuwkomers en af te rekenen met hun succes is een keuze-mentaliteit, zogenoemd ‘filantrokapitalisme’, maar vooral door hun managementtaal uit de bedrijfskunde in te ruilen voor meer verhalende, inspirerende woorden.

De ironie wil dat uitgerekend een libertarische politicus dit in Nederland lijkt te hebben begrepen. Net voor het verschijnen van Elite Gezocht werd de Provinciale Staten-verkiezing gewonnen door de – toch uiterst elitaire – Thierry Baudet, iemand die Schimmelpenninck gekscherend omschrijft als “clown”. Goed, je kunt veel over Baudets xenofobe Uil van Minerva-kitsch zeggen, maar dat taal zou moeten draaien om bezieling en niet om cijfertjes, dat begrijpt Baudet als geen ander.

Zoals dat echter gaat met libertariërs, resulteert het economisch beleid van Baudet niet bepaald in het verkleinen, maar eerder in het vergroten van de ongelijkheid – succes is immers een keuze. Zo wil Baudet de erfbelasting schrappen, om maar wat te noemen. Baudet zal de maatschappelijke onvrede van de door de schrijvers omschreven have-nots op de lange termijn dus niet oplossen. Wie wel? Het blijft gissen – we hebben nog geen poldervariant van Alexandria Ocasio-Cortez gespot. Schimmelpenninck en Van Zwieten zelf blijven tot aan de laatste pagina van hun boek – een ietwat jolige contactadvertentie voor een nieuwe elite – vooral zoekende.

Hoe het ook zij, met Elite Gezocht hebben Schimmelpenninck en Van Zwieten een interessante, aan te raden beschouwing van de upperclass geproduceerd. Het boek leest bij vlagen antropologisch, zoals Joris Luyendijk dat enkele jaren geleden deed met zijn kijk op de Londense City Dit Kan Niet Waar Zijn.

Bovenal is Elite Gezocht een dapper boek. Liep Luyendijk immers slechts enkele jaren rond in de wereld van de oppervermogenden, Schimmelpenninck en Van Zwieten schrijven over hún wereld. De vinger op de zere plek van je eigen achterban durven te leggen, verdient dan ook lof. Elite Gezocht leest als een rake wake-upcall voor de huidige rijken: de Gele Hesjes-vlek kan zich uitbreiden ten nadele van de winners van vandaag. Ter inspiratie citeren wij Quote 500-lid Marcel Boekhoorn daarom nog maar eens: “Wie niet kan delen, kan ook niet vermenigvuldigen.”

Foto: Getty.


Het boek Elite Gezocht van Schimmelpenninck en Van Zwieten is verkrijgbaar bij Managementboek.nl voor €19,99.

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.