Ewald Engelen: ‘Er is geen level-playing-field voor Nederlandse startups’

De huidige maatschappelijke ontevredenheid: waar wordt het door veroorzaakt en wat kunnen bedrijven eraan doen? Sprout spreekt hoogleraar en publicist Ewald Engelen, die kritisch is over de grote techbedrijven en financiële sector, maar het opneemt voor Nederlandse startups. ‘Zij hebben te weinig macht.’

Na de provinciale staten-verkiezingen van afgelopen maand was de schrik voor velen groot: een populistische, anti-establishment-partij, het Forum voor Democratie, kwam als grootste uit de bus. Was een substantieel deel van het Nederlandse volk dan echt zó ontevreden over de staat van hun land? Klaarblijkelijk. Het instabiele effect van de verkiezingsuitslag werd al snel duidelijk: Forum speelde zich al snel buiten vele coalitiebesprekingen, waardoor menig provincie nu met een coalitie zit opgescheept waarin de grootste partij niet zal deelnemen.

Instabiele politiek en de daarbij behorende maatschappelijke ontevredenheid heeft zacht gezegd echter geen magnetische werking op bedrijven. Kijk maar naar het Verenigd Koninkrijk, dat door de besluiteloosheid rondom de Brexit bedrijven afstoot. Of zie de Gele Hesjes-protesten in Frankrijk, die de Franse economie een serieuze klap gaven.

Waar komt de ontevredenheid vandaan en wat kan het bedrijfsleven zélf doen om een groots Gele Hesjes-debacle in Nederland te voorkomen? Een uitgesproken mening over dit thema heeft Ewald Engelen (foto rechts), hoogleraar financiële geografie van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en publicist op het financiële platform Follow the Money en magazine De Groene Amsterdammer. Zijn economisch links-georiënteerde stelling heeft iets Pikettyaans: de financiële ongelijkheid in ons land neemt schrikbarende vormen aan, hetgeen volgens Engelen leidt tot boze burgers. Afgelopen jaar bracht Engelen een kort boek uit, geheten Het is klasse, suffie, niet identiteit!. Hierin pleit de hoogleraar ervoor om in plaats van de huidige overvloed aan identiteitsdebatten eens wat vaker in discussie te gaan over de toegenomen vermogens- en inkomensongelijkheid in de samenleving.

Sprout zoekt deze ‘Piketty van de Lage Landen’ op in zijn faculteit binnen de UvA, te Amsterdam-Oost. We bespreken de problemen rondom de arbeidsinkomensquote, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en leggen de hoogleraar enkele nationale en mondiale bedrijfsdilemma’s voor, die bijdragen aan maatschappelijke onvrede.

Allereerst over uw boek: u stelt u dat we ons in dit land al 15 jaar blind zouden staren op identiteitskwesties, maar dat het publieke debat eigenlijk meer economisch van aard zou moeten zijn. Leg eens uit.

“Baudet won de provinciale staten-verkiezingen met Forum voor Democratie, maar eigenlijk heeft het merendeel van de mensen niet of nauwelijks in de smiezen wat zijn politieke programma is. Het enige wat ze tegenkomen zijn pogingen om de grenzen dicht te houden voor vluchtelingen en arbeidsmigranten. Daar hoort een verhaal bij over de homeopathische verdunning, die hij wil tegengaan, en de ondergang van de Nederlandse cultuur die hij overeind zou willen houden.”

Ik hoor niemand over Baudets neoliberale programma 

“Daar richten de pijlen zich voornamelijk op, terwijl al die andere onderdelen van zijn politieke programma in feite gewoon neoliberaal beleid voeren, precies zoals de VVD en al die andere partijen het de afgelopen 20 jaar gedaan hebben. Er is op dit moment een enorme antiracisme- en antifascisme-beweging aan het opkomen die Baudet ziet als het gezicht van het grote kwaad. Dat gaat dus eigenlijk alleen maar over dat soort teksten: Nederland dichthouden voor vluchtelingen en buitenlanders, de Islam bestrijden, de ondergang van het Avondland - allemaal van dat soort verhalen. Ik hoor eigenlijk helemaal niemand over zijn economisch programma en dat vind ik stuitend en verontrustend.”

Wat is er volgens u dan precies mis met dat neoliberalisme?

‘Na ons de zondvloed’
Engelen wordt tevens aangehaald in Elite Gezocht, het nieuwe boek van Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck, waarin de journalist onder meer bespreekt hoe de economische elite zijn financiële poorten langzaamaan zou sluiten. “Hij is in tegenstelling tot mij niet links”, zegt Engelen erover, “maar meent hetzelfde: het kapitalisme van nu functioneert niet en brengt een kapitalistische elite, die denkt: ‘Na ons de zondvloed’. Wat er in het eigen land gebeurt, interesseert ze niet en ze voelen geen enkele verantwoordelijkheid voor de effecten van hun handelen. Hij (Schimmelpenninck, red.) is bang dat dat op de lange termijn het kapitalisme beschadigt. Je kan gewoon hooivorken verwachten. Willen we die hooivorken voorkomen, dan zullen we iets moeten doen aan die elite en kapitaalmobiliteit. Andere redenen dus, maar dezelfde soort voorstellen – dat is fascinerend!”

“De afgelopen 40 jaar zijn de Nederlandse inkomens gestagneerd. De bijdragen van met name het grootbedrijf, dus de multinationals, aan de schatkist zijn ook al 30 tot 40 jaar aan het dalen. De schatkist moet wel gevuld worden, dus dat heeft geleid tot lastenverzwaringen bij burgers. De factor kapitaal heeft erg veel politieke macht erbij gekregen. De factor arbeid daarentegen heeft veel politieke macht zien wegebben.”

“Wat ik tevens zie, is dat het streven naar volledige werkgelegenheid leidt tot het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Heel veel van de arbeidsrechten, waarvoor decennialang is gevochten door politieke partijen en vakbonden, zijn vanaf het einde van de jaren ‘70 en het begin van de jaren ‘80 deels weer afgebouwd. Hierdoor kampen steeds meer Nederlanders met een afwijkend arbeidscontract. Denk aan oproepkrachten, mensen met parttime aanstellingen, uitzendkrachten en mensen met zzp-functies.”

Dat zorgt voor maatschappelijke ontevredenheid, wilt u zeggen?

“Het betekent dat het standaard arbeidscontract, met alle bescherming die erbij hoort voor minder mensen toegankelijk wordt. Dit treft vooral 50+’ers en jonge mensen, dus millennials. Zij kunnen verwachten dat ze nooit een koophuis zullen vinden, nooit een pensioen zullen krijgen of er lang over moeten doen om een vast arbeidscontract te krijgen. Bovendien stevenen we af op ecologische rampspoed. Klimaatverandering, CO2-uitstoot, verlies van biodiversiteit, de plastic soep in de oceanen; dat wordt deels veroorzaakt door dat neoliberalisme en de daarbij behorende mondialisering van onze economische activiteiten.”

Nog even over dat Forum. Als we zijn stemgedrag in de Kamer mogen geloven, wil Baudet flexwerk nog flexibeler maken en vast minder vast. Hier is allang voor de verkiezingen verslag over gedaan. Je zou dus ook kunnen zeggen: de burger wíl die flexibilisering van de arbeidsmarkt juist.

“Ik vind dat te makkelijk. Dit is altijd wat er geroepen wordt op het moment dat een partij gewonnen heeft: een bestanddeel van het programma van die partij is dus kennelijk wat die mensen willen. Mensen hebben volgens mij op het Forum voor Democratie gestemd om een heel breed scala aan redenen. De primaire reden is geweest dat men is uitgekeken op de traditionele middenpartijen, dus de VVD, het CDA, de PvdA en D66. Het is een anti-establishment- en een anti-elite-stem geweest. Ik vermoed dat het merendeel van de stemmers eigenlijk niet of nauwelijks gekeken heeft naar de verschillende onderdelen van het programma van Forum voor Democratie.”

“Wat ik zag bij veel kiezers in de opmaat naar de verkiezingsdag, is dat men erg boos was over het feit dat de multinationals eigenlijk gevrijwaard werden van iedere bijdrage, terwijl huishoudens geconfronteerd werden met een hogere energiebelasting. Die onvrede werd gekannibaliseerd door Forum voor Democratie, via klimaatsceptische opvattingen. Dat Forum voor Democratie ook plannen heeft voor de arbeidsmarkt, dat zal het merendeel van hun kiezers een rotzorg zijn, is mijn inschatting.”

Engelen meent dat veel Nederlanders onvrede ondervinden over de “economische inrichting” van de samenleving. “Ze kijken naar de salarisstrook aan het einde van de maand en merken: hee, ik hou minder over. Ze zien de energieprijzen en -kosten stijgen en maken zich zorgen over hun kroost: komt dat wel goed op de arbeidsmarkt terecht? Studeren is duurder geworden, net als de gezondheidszorgverzekering.”

Vervolgens, zo vervolgt hij, “gaat het publieke debat eigenlijk alleen maar over zaken als Islam, terrorisme, vluchtelingen, migranten, maar ook Zwarte Piet, het genderneutrale rompertje en de genderneutrale wc: dat zijn de onderwerpen die politiek spelen. Pauw, Jinek, de grote onderwerpen aan tafel betreffen altijd dit soort zaken.” Doordat media en politici het over deze thema’s blijven hebben, zo stelt Engelen, blijven kiezers ook op identiteitspartijen, zoals dus dat Forum, stemmen. “Het krijgt geen vertaling in de politieke voorkeuren, omdat daar het filter tussen zit van de media, die het alleen maar over Zwarte Piet hebben.”

Lekker makkelijk, zeggen uw critici. Komen minderheden eindelijk eens voor hun rechten op, is het weer niet goed.

“Ik vind het prima dat minderheden voor hun rechten opkomen. Wij moeten dat alleen niet zo ontzettend overdrijven. Ik bedoel: Nederland is níet een land dat overlopen wordt door migranten en moslims. Dat wordt enorm opgeklopt door Wilders en zijn tegenstanders, die er garen bij spinnen dat het politieke en het publieke debat eigenlijk alleen maar daarover gaat. Pechtold kon zich hierdoor bijvoorbeeld altijd als opponent van Wilders afficheren.”

Met minderheden doel ik eerder op bijvoorbeeld de Surinaamse gemeenschap, die door sociale media nu eindelijk een podium krijgt om zich te uiten tegen de in hun ogen stuitende figuur Zwarte Piet.

“Dat is allemaal prima. Ik heb daar geen bezwaar tegen. Waar het mij wel om gaat, is dat wij daar in het politieke en publieke debat buitenproportioneel veel aandacht aan besteden. Dat we daar aandacht aan moeten besteden, is evident. Dat je echter week in, week uit, ieder jaar opnieuw een tafel vult met voor- en tegenstanders in die Zwarte Piet-discussie, dat vind ik van de zotte.”

Iedereen weet wat de sharia is, maar de arbeidsinkomensquote kent men niet

“Als ik in zaaltjes sta, vraag ik de mensen: wie van jullie weet wat de sharia is? Dan gaan alle handen omhoog. Iedereen denkt dat hij expert is als het gaat om Islamitische wetgeving. Vervolgens vraag ik: weet iemand wat de arbeidsinkomensquote (het deel van het nationaal inkomen dat naar de salarisstrookjes vloeit, red.) is? En dan gaat slechts een handjevol de lucht in. Dat zegt zoveel over waar de publieke debatten in Nederland over gaan. Die arbeidsinkomensquote gaat over stagnerende inkomens, salarisstroken, koopkracht, een echt veel relevanter onderwerp voor een veel grotere groep Nederlanders.”

Uw punt daarover is: die arbeidsinkomensquote moet omhoog. Hoe ziet Nederland er volgens u in pakweg 10 jaar uit, mochten we ervoor kiezen dit níet te doen?

“We krijgen dan een toenemende inkomensongelijkheid in Nederland, wat zich uit in een groeiende groep werkenden in Nederland met een onzeker bestaan: het zogeheten precariaat. Dat zal allerlei consequenties hebben voor ongelijkheid in opleidingsniveau. We weten dat arme mensen over het algemeen genomen kinderen zullen krijgen die ook arm blijven, omdat ze binnen het onderwijsbestel van Nederland ook lager scoren. Dat betekent dat je bezig bent met de bestendiging van de vergroting van die ongelijkheden. Het betekent dat mensen minder makkelijk toegang krijgen tot de woningmarkt, dat mensen minder makkelijk toegang krijgen tot goede gezondheidszorg en dat de sterftecijfers tussen de klassen nog verder uit elkaar zullen lopen. Je kan dan de eerste tekenen verwachten van gettovorming in bepaalde Nederlandse steden.”

“Wat daarbij hoort, en wat voor ondernemers van belang is, is verdere politieke instabiliteit. We hebben een reeks van onderzoeken sinds het uitbreken van de crisis in 2008, die unaniem zijn in de stelling dat groeiende ongelijkheden slecht zijn voor de samenleving, de economie, het milieu en de solidariteit. Dat moeten we niet willen, dus moet die arbeidsinkomensquote omhoog. Die verhoging moet op een faire manier verdeeld worden onder de werkenden. Ik had eigenlijk verwacht dat na het uitbreken van de crisis met name de linkse partijen het vermogen van de arbeidsinkomensquote als primair doel in hun verkiezingscampagne zouden presenteren. Dat hebben ze niet gedaan en dat had moeten gebeuren.”

Een middenklasse die uitdunt, resulteert er volgens u in dat de burger in opstand zou komen. Meer Gele Hesjes, dus?

“De politieke instabiliteit kan allerlei vormen aannemen en in Frankrijk resulteert dat inderdaad in de Gele Hesjes, waarbij mensen al maanden iedere zaterdag de straat opgaan om rotondes en pleintjes te bezetten en hun onvrede te laten blijken. Dat is in Nederland nog niet gebeurd, maar we hebben proteststemmen. We hebben een heel ander kiesstelsel, dat eigenlijk veel responsiever is omdat er nauwelijks een kiesdrempel is. In Nederland lopen die demonstraties dus via het kiezen voor de flanken.”

Nog zo’n uiting van ongenoegen door de burger: de Brexit. In het verenigd Koninkrijk is het een chaos, maar Nederland krijgt er wel mooi een aantal dependances van grote financiële instellingen bij, die voorheen in het VK waren gevestigd. Goede zaak?

“Nee. Het Verenigd Koninkrijk is een land dat net als Nederland gekenmerkt wordt door een enorm financieel waterhoofd. Deze waterhoofden zijn levensgevaarlijk. Dat hebben we in 2008 kunnen zien. Voor honderden miljarden euro’s en ponden hebben staten zich garant moeten stellen om een lekke financiële sector overeind te houden, aangezien het ook een cruciale infrastructuur is.”

Bankiers lieten zich betalen als succesvolle startup-ondernemers

“Bankiers lieten zich echter betalen alsof hun banken startups waren die succesvolle beursgangen gedaan hadden, terwijl het in feite natuurlijk bijna staatsondernemingen zijn die niet failliet kunnen gaan, wat gewoon zou moeten kunnen onder kapitalistische regels. Ze hebben dus wel de voordelen, maar niet de nadelen van een van een kapitalistische organisatie.”

“Ik vind dat onacceptabel. We hadden de financiële sector na de crisis veel kleiner moeten maken. Naast de bestaande private ondernemingen hadden we op de een of andere manier ergens een publieke bank moeten creëren, die simpele financiële dienstverlening aanbiedt en waarvan de medewerkers een fatsoenlijk, maar niet exorbitant hoog salaris krijgen.”

“In het Verenigd Koninkrijk van hetzelfde laken een pak. Er wordt nu heel veel poeha gemaakt over het feit dat er een aantal bedrijven uit de City naar naar Amsterdam komt. Ik vind niet dat we daar blij mee moeten zijn. Het betekent dat het Nederlandse financiële waterhoofd toch weer groter aan het worden is.”

Van het VK naar de VS: ik was 2 jaar geleden voor een reportage in Silicon Valley, waar een interessante kwestie speelt. Techbedrijven aldaar speuren de hele wereld af naar talent om tot innovatieve vindingen te komen. Spreek je daar echter met, laten we zeggen, de man op straat, dan heerst vooral onbegrip: door die techbedrijven stijgen de huizenprijzen en worden de verschillen tussen arm en rijk groter. Dikwijls zegt men dan ook: waarom geven deze bedrijven al die mooie banen met aandelenopties aan expats, en niet aan ons? De techbedrijven stellen op hun beurt dat zij talent met deze unieke vaardigheden nou eenmaal niet voldoende in de eigen regio kunnen vinden. Opnieuw die ontevredenheid. Hoe los je zoiets op, denkt u?

“Eigenlijk is het enige wat de big five-techbedrijven - Google, Apple, Microsoft, Amazon en Facebook - doen het privaat uitbuiten van publiek gefinancierde vondsten. Er is een privaat intellectueel eigendomsrecht gevestigd op technologische innovaties, die gefinancierd zijn door het Pentagon en dus uiteindelijk door de Amerikaanse belastingbetaler.”

“Het hele internet is immers afkomstig van het Pentagon, net als specifieke technologie in onze smartphones. Dat laat Mariana Mazzucato overtuigend zien in haar boek The Entrepreneurial State. Deze publiek gefinancierde patenten en technologische innovaties zijn door de jongens van Apple op een slimme wijze bij elkaar geplaatst en getransformeerd tot een nieuw product. De vraag doemt dus op: heeft het publiek wel voldoende geld teruggekregen voor de megawinsten die Apple maakt op de verkoop van een iPhone?”

Grote techbedrijven moeten meer belasting betalen

“Ik denk van niet, dus moet er een belastingclaim op gelegd worden. Apple werkt bovendien met belastingconstructies via Ierland, om geld buiten het bereik van de Amerikaanse fiscus te houden. Ook daarom loopt de Amerikaanse belastingbetaler, dus die in Silicon Valley, ontzettend veel publiek geld mis.”

“Krijg je dat belastinggeld wél binnen, dan wordt het mogelijk om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de publieke werkgelegenheid in dat deel van de Verenigde Staten (Silicon Valley, red.) uitgebouwd wordt, waardoor de mensen die nu werkloos zijn kunnen werken in bijvoorbeeld een goede kinderopvang en het onderwijs. Met dat geld kun je tevens nieuwe huizen bouwen tegen lage kosten, waar die mensen dan in kunnen wonen. De hele mondialisering van dit soort kennis- en expertisepools wordt mede veroorzaakt door het feit dat multinationals niet bijdragen aan de schatkist.”

Nog zo’n bedrijfsdilemma, dat maatschappelijke ontevredenheid oproept. Bedrijven als Uber, Deliveroo en het Nederlandse Temper opereren in de zogeheten platformeconomie, waarbij zij nóg flexibeler werken dan uitzendbureaus. Onder Uber-chauffeurs en Deliveroo-riders leidt dit tot boze reacties, maar de bedrijven zelf stellen dat dit model nodig is om te overleven. Hoe lossen we deze kwestie op, denkt u?

Politieke betrokkenheid
Engelen spreekt in prachtige volzinnen, zoals we die kennen van oud-minister-president Dries van Agt. Zelf de Tweede Kamer ingaan, wellicht als linkse opponent van Baudet, is echter niet waar Engelen van droomt. “Ik heb een grote betrokkenheid bij de publieke zaak, ik vind deelname aan het publieke debat erg belangrijk als wetenschapper en academicus, maar volgens mij zou ik daar niet gelukkig van worden.” Wel is Engelen verbonden aan de Partij voor de Dieren, die wordt geleid door zijn vriendin Marianne Thieme. “Ze zijn een beetje schroomvallig als het aankomt op wat ik de klassenstrijd noem, maar de partij komt wel op voor de kwetsbaren, dus ook voor degenen die kwetsbaar op de arbeidsmarkt zijn. De partij bepleit een andere economische ordening die dichterbij is en waar grootschaligheid gezien wordt als een probleem in plaats van een oplossing. Daar kan ik mij in vinden.”

“Die hele gig-economie is in feite een nieuwe intermediair, die vraag en aanbod bij elkaar probeert te brengen. In feite is het een arbeidsmarkt op internet. Het vervelende is dat dit in Nederland leidt tot een race to the bottom. Als steeds meer mensen zonder arbeidsrechten en met slechte arbeidsvoorwaarden aan het werk gaan, zal dit ertoe leiden dat mensen met nog redelijke arbeidsvoorwaarden kunnen verwachten dat op den duur ook hún arbeidsvoorwaarden uitgekleed zullen worden.”

“Wat mij betreft moet er een bodem onder gelegd worden. Die bodem moet een vorm aannemen van een wettelijk minimumloon dat hoger zou moeten zijn dan wat het op dit moment is. Dat zou ertoe leiden dat die platforms veel minder geld verdienen en ik zou dat een goede zaak vinden. Ik ken mensen die zulke bedrijven verkocht hebben en daar schatrijk mee zijn geworden. Miljoenen hebben ze verdiend. Is het runnen van een website met een beetje logistiek eromheen echter dit soort exorbitant hoge bedragen waard?”

Veel ondernemers stoppen het geld dat zij verdienen met een exit in een nieuw bedrijf en gaan daarmee opnieuw risico’s aan. Dat is toch juist sympathiek?

“Ja, dat is sympathiek, maar je vraagt je af of de beloningen gerelateerd zijn aan de inzet en het talent dat daarmee gemoeid is. Vaak zijn het gewoon slimmigheden. Ik vind dat dit zwaarder belast zou moeten worden, teneinde dit te mobiliseren voor het publiek belang. Dan komt er extra belastinggeld in de schatkist en kan de overheid op basis van democratische controle en verkiezingen beslissen wat het er voor goeds mee zal doen voor het Nederlandse electoraat. Dat kan bijvoorbeeld gaan naar de energietransitie of beter onderwijs.”

“De belastingen op kapitaal worden echter verlaagd, terwijl degenen die over die bakken met geld beschikken een beroep doen op hun eigen filantropie. Philanthropy capitalism noemen ze dat ook wel. Men zegt dan: de overheid is verspilling, wij weten veel beter waar we het in kunnen stoppen. We gaan voor maximale opbrengsten voor het geld dat wij in deze filantropische projecten steken.”

“Allemaal leuk en aardig, maar het is ten koste gegaan van de schatkist, want je hebt het buiten het bereik van de fiscus gehouden. Ik vind het onwenselijk, want nogmaals: veel innovaties zijn alleen maar mogelijk gemaakt dankzij publieke investeringen in de infrastructuur, rechtsstaat, politieke stabiliteit en het onderwijs. Zonder onze publieke snelwegen had de platform-ondernemer zijn verdienste bijvoorbeeld nooit kunnen doen, dus moet er een afdracht richting het publiek plaatsvinden via de schatkist.”

Het Nederlandse mkb en de Nederlandse startups draagt Engelen in tegenstelling tot big tech een warm hart toe. Engelen meent echter dat deze groep te weinig macht heeft. “Wat mij opvalt is dat het midden- en kleinbedrijf heel slecht in staat is om politiek op te komen voor zijn belangen. De agenda van VNO-NCW wordt heel erg gedomineerd door de belangen van het grootbedrijf. Dat exporteert over het algemeen genomen veel meer dan het midden- en kleinbedrijf. Dat betekent dat het midden- en kleinbedrijf veel afhankelijker is van de binnenlandse bestedingen.”

“Het belang van het exporterende grootbedrijf is om in Nederland de salariskosten zo laag mogelijk te houden”, vervolgt hij. “Het belang van het MKB in Nederland is de salariskosten niet zo laag mogelijk te houden, maar gewoon een billijk salaris te betalen, omdat diezelfde werknemer ook een consument is. Voor een horecaondernemer is het van belang dat Nederlanders wat te besteden hebben. Die hebben er belang bij dat er niet alleen ingezet wordt op het matigen van de lonen en het verzwaren van de lasten. Hoe hoger immers die lasten, hoe lager de lonen en dus hoe minder er overblijft aan besteedbaar inkomen dat naar restaurants kan gaan. Het grootbedrijf heeft daar geen last van. Dat verkoopt toch in het buitenland. Deze belangentegenstelling dringt in de politiek niet door.”

Voor veel disruptieve startups is het een uphill battle

Engelen meent daarnaast dat de monopolisering van grote techbedrijven nadelig is voor Nederlandse startups. “De big five heeft een marktaandeel dat werkelijk gigantisch is. Dat maakt het voor startups lastig om binnen te komen, ook omdat ze over te weinig politiek kapitaal beschikken. Een multinational trekt zo een blik met dure fiscalisten, lobbyisten en advocaten open om ervoor te zorgen dat de belastingwetgeving in hun voordeel is of om deze te ontwijken. Dat zie ik een startup nog niet zo snel doen. Het is dus niet een level-playing-field en daar hebben startups last van. Ik vind het heel mooi dat er startups zijn die disruptie nastreven, maar ik zie ook dat het een uphill battle is.”

We sluiten af met een voorbeeld van een Nederlandse startup. Adyen gaf in zijn begindagen iedere medewerker aandelen, zelfs de koffiejuffrouw. Toen het bedrijf uiteindelijk naar de beurs ging, profiteerde iedereen mee. Is dit een mooi voorbeeld van hoe je als bedrijf de financiële ongelijkheid in de maatschappij terug kan dringen?

“Dit is helemaal goed. Bedenk echter wel dat dit niet een panacee is voor die arbeidsinkomensquote. Ik zou daarnaast graag zien dat dit soort aandelen vergezeld gaan van instemmingsrechten. Dat er dus democratische rechten gekoppeld zijn aan zo’n aandeel, zodat je ook werknemers gerepresenteerd krijgt binnen de raad van commissarissen en de raad van bestuur.”

“Ook moeten we nadenken over hoe we de arbeidsrechten 21e eeuw-waardig kunnen maken, zodat de onderhandelingsmacht van de factor arbeid vergroot wordt. Dat los je niet op in een individuele onderneming, maar we zouden bijvoorbeeld ook de rol van vakbonden moeten versterken. Dat is noodzakelijk, want in meerdere sectoren, zoals de horeca, schoonmaak en beveiliging vindt onderaan de ladder dikwijls ernstige uitbuiting plaats. We zouden erover moeten nadenken of we een deel van sommige dienstverleningen weer publiek of semi-publiek kunnen maken.”


Het boek Het is klasse, suffie, niet identiteit! van Ewald Engelen is verkrijgbaar bij Managementboek.nl voor €17,95.

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout. Hij schrijft over startups, Silicon Valley en nieuwe economie.