Dit leerde SnappCar tijdens de eerste 5 jaar ondernemen

SnappCar

Victor van Tol en Pascal Ontijd waren ‘redelijk naïef’ toen zij begonnen met SnappCar. Precies 5 jaar later deelt Van Tol zijn belangrijkste lessen. ‘We weten nu behoorlijk goed hoe het model werkt.’

Feest in Utrecht: SnappCar, wereldwijd een van de sterren van de deeleconomie, bestaat deze week op de kop af 5 jaar. Terwijl Sprout belt met medeoprichter Victor van Tol (rechts op de foto) druppelen medewerkers uit Kopenhagen op de achtergrond binnen voor overleg, en misschien wel een fles champagne.

SnappCar is behalve in Nederland en Denemarken ook actief in Zweden en Duitsland. In totaal 200.000 mensen registreerden zich voor de dienst, waarvan ongeveer 25.000 als verhuurder. De afgelopen vijf jaar verdienden die verhuurders bij elkaar 6,1 miljoen euro aan hun blik. Dankzij de commissie van 15 procent (nog eens 15 procent van de bruto huursom gaat op aan verzekering) is de omzet van SnappCar over die periode uitgekomen op grofweg 1,3 miljoen euro.

Hard gaan

Om onder meer de Europese koploper in autodelen Drivy (ruim 51 miljoen aan groeikapitaal) te kunnen bijbenen, haalden Van Tol en Ontijd tot nu toe 7 miljoen euro aan groeigeld op via crowdfunding en bij onder meer leasebedrijf Athlon en autobedrijf Autobinck. Desondanks gaat de groei van SnappCar niet zo snel als de oprichters hadden gewild. “Het voelt een beetje dubbel”, zegt Van Tol. “We zijn eigenlijk elk jaar verdubbeld, ook qua omzet. Maar eerlijk is eerlijk, we hadden verwacht harder te gaan.”

“Hoe moeilijk kan het zijn?”, was de optimistische insteek in 2011. “We gooien er wat geld in en dan hobbelt het wel. Maar het blijkt een lastiger model te zijn dan we van te voren dachten.”

SnappCar worstelt met een klassiek platformprobleem: hoe vind je tegelijkertijd genoeg vraag en aanbod bij elkaar? Dat probleem speelt ook bij een partij als Airnbnb, maar eigenlijk heeft SnappCar het nog iets lastiger, zegt Van Tol. “Wij moeten ook nog eens lokaal goed zijn en mensen matchen die bij elkaar in de buurt wonen.”

Onderschat

Verzekeringen zijn bij auto’s nog belangrijker dan bij huizen, zegt Van Tol. “Dat is niet erg, maar daarvoor moet je bijvoorbeeld wel een goed support-team hebben.” Tenslotte is het uitlenen van je auto ook een kwestie van vertrouwen. “Dat zijn dingen die we in alle eerlijkheid hebben onderschat.” Stug doorzetten en de markt deels zelf definiëren heeft een groot voordeel, zegt Van Tol: nieuwe spelers zullen niet zomaar een nieuwe ‘SnappCar’ optuigen.

Dit waren voor SnappCar de 4 belangrijkste inzichten en kantelmomenten van de eerste 5 jaar:

1. Positionering

Van Tol en Ontijd lanceerden SnappCar met het idee dat gebruikers vooral zouden afkomen op de mogelijkheid om geld te verdienen (verhuurders) of besparen (huuders). “Na anderhalf jaar kwamen we erachter dat ook sociale en duurzaamheidsaspecten een belangrijke rol spelen, zeker voor de early adopters. Natuurlijk moet het ook iets opleveren, maar het is niet zo dat mensen denken dat het een money machine is.”

Het bedrijf besloot zijn positionering voortaan te baseren op 3 pijlers; economisch, sociaal en duurzaam. “Toen hebben we onze groei aan de praat kunnen krijgen.”

2. Vertrouwen

Toen SnappCar eenmaal ontdekt werd, kwamen er ook mensen die misbruik maakten van de dienst. “Mensen gingen een auto huren om er dingen mee te doen die je niet wilt, en leverden ‘m bijvoorbeeld smerig in. Daar zijn we in gaan duiken en veel meer gaan werken aan het verifiëren van huurders. De vraag is: hoe krijgen we ‘betere’ gebruikers, en hoe monitoren we dat tijdens de verhuur. We werken nu ook meer met reviews. Daardoor krijg je een blijere community, en meer loyalty.”

3. Aanbod

Van Tol en Ontijd ontdekten dat de grootste uitdaging aan de verhuurderskant zit. “De drempel is vooral het aanbieden van je auto. Daarom zit onze marketing nu vooral in de aanbodkant. Dan komen de huurders vanzelf. Als je dat niet doet heb je wel gebruikers, maar die kunnen vervolgens geen auto vinden. Je moet echt hyperlokaal zorgen voor genoeg aanbod.”

4. Big Hairy Adacious Goal

Het laatste kantelpunt was het formuleren van een heldere visie, de befaamde Big Hairy Adacious Goal (BHAG). Die kwam er in 2013 - en was een openbaring, zegt Van Tol. De ondernemers besloten dat zij ervoor wilden zorgen dat zij het aantal auto’s in Europa met 1 procent werd verminderd.

“Daardoor konden en hoefden we bepaalde dingen niet meer te doen. We hadden bijvoorbeeld zelf 500 auto's kunnen kopen, dan los je de aanbodkant op. Maar behalve dat zoiets niet past niet bij de deeleconomie, past het niet bij onze doelstelling van minder auto's. En daardoor bieden wij dus ook geen boten of motoren aan. Zo’n stip op de horizon helpt enorm om te focussen op welke keuzes je maakt.”

Exponentieel groeien

Ondanks dat de grootste hobbels inmiddels genomen lijken te zijn, werkt het model van SnappCar alleen als je “exponentieel” groeit, zoals Van Tol het zegt. “Anders kun je je kosten niet terugverdienen.”

Die insteek laat zien dat de deeleconomie volwassen wordt. Van Tol “Je ziet nu meer initiatieven, maar ook een soort schifting tussen partijen die vooral economisch gedreven zijn en spelers die vooral sociale impact nastreven. Wij hebben daar een goede combinatie in gevonden.”

“Aan de ene kant zorgen we voor minder auto’s en brengen we mensen bij elkaar. Anderzijds is er het feit dat je als verhuurder geld kunt verdienen, en dat wij daarom een premie kunnen vragen voor onze dienstverlening.”

Markt

Wat zou hij andere ondernemers aanraden die een vergelijkbaar model als SnappCar willen opzetten? “Vraag jezelf af: is er überhaupt een markt voor? We hebben in het begin ook gekeken naar boten. We hebben toen ook de domeinnaam Snappboats.nl geclaimd, maar boten zijn te seizoensgebonden.”

Andere vraag die je volgens Van Tol moet stellen: heeft datgene wat je deelt ook economische waarde voor gebruikers? "Als je het goedkoper kan doen, dan heeft het waarde. Dat is met het delen van bijvoorbeeld een grasmaaier een stuk lastiger, zegt Van Tol, dat levert te weinig op. “Je kan de wedstrijd uiteindelijk niet winnen met subsidies. Je zult een model moeten kunnen vinden dat werkt.”

Foto: Angeliek de Jonge 

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl