5 klassieke blunders bij opzetten van een online platform

Bouw

Elke dag wordt er wel ergens een nieuw internetplatform gelanceerd, waarmee vraag en aanbod efficiënter bij elkaar worden gebracht. En elke dag worden ook nog dezelfde blunders gemaakt. Sprout-expert Philip de Roos helpt je de belangrijkste valkuilen te omzeilen.

Wil jij ook een internetplatform starten? Lees verder en leer hoe je de grote blunders kunt voorkomen.

1: Disintermediation

Je brengt als platform vraag en aanbod bijeen. En je biedt natuurlijk ook kwaliteit. Want je vragers (bijvoorbeeld: huiseigenaren) willen wel goed geholpen worden door je aanbieders (bijvoorbeeld: klusjesmannen). Dus jij laat alleen de goede klussers en nette huiseigenaren toe. En zo worden klusser en huiseigenaren gelukkig. Misschien wel zó gelukkig, dat ze voortaan rechtstreeks met elkaar zaken doen.

Dat is zonde – want jij verdient er dan niets meer aan. Je voorkomt dit door af te spreken dat ze niet om jou als intermediair heen mogen (geen “disintermediation”). Daarmee heb je het gevaar op papier afgedicht. Maar omdat de wereld niet uit papier bestaat, moet je ook zorgen voor echte toegevoegde waarde van je platform.

Bijvoorbeeld met verzekeringen (Airbnb), screenshot-software (oDesk), of een annuleringsregeling (Booking.com). Wat het ook is: het moet sticky zijn, zodat je gebruikers terug blijven komen.

2: Buffers

Je wilt met je platform geld verdienen en waarschijnlijk hebben je gebruikers de mogelijkheid om elkaar online te betalen. Als je ook de mogelijkheid biedt om in euro’s tegoeden aan te houden online (bijvoorbeeld: om digitaal nieuwsartikel te kopen, zoals gebeurde bij wijlen startup MyJour), dan moet je er ook rekening mee houden dat die tegoeden op enig moment opvorderbaar zijn.

Dat kan hard gaan, en bij verkeerde planning leiden tot een faillissement. Een buffer aanhouden dus! Overweeg ook om betalingen via een aparte entiteit te laten lopen, zoals een Stichting Derdengelden. Het is niet verplicht – maar het geeft wel veel vertrouwen aan de klant en kan faillissementsproblemen voorkomen.

3. Elektronisch geld

Sommige platforms zijn creatiever en geven hun gebruikers geen euro’s maar “credits”. Dat is dan zogenaamd geen echt geld, maar een soort digitale consumptiebon. Die kun je online inruilen tegen een ander product (bijvoorbeeld: een massage). Het lijkt onschuldig, maar toch geldt dat strenge regelgeving van toepassing kan zijn.

Misschien heb je met je credit per ongeluk ‘elektronisch geld’ gedrukt – en daarvoor moet je eerste een vergunning van De Nederlandsche Bank krijgen. Die krijg je niet snel (het is geen dakkapel). Één van de vereisten: een eigen vermogen van 350.000 euro. Niet alle startups hebben dat meteen paraat.

4: Foto’s checken

Platforms bestaan uit veel verschillende webpagina’s. Hoe meer webpagina’s, hoe beter – want elke pagina is een nieuwe entry point voor je website. Je gaat al die webpagina’s natuurlijk niet zelf schrijven; want op het web is co-creatie en schaalbaarheid het devies. Dus je gebruikers mogen zelf foto’s en teksten uploaden.

Maar wat als die foto’s of teksten niet van hen zijn? Dan maakt jouw platform inbreuk op het auteursrecht van een schrijver of fotograaf en loop je risico op boete’s en claims. Je moet daarom je gebruikers om een vrijwaring vragen, zodat je het risico weer op hen kan afwentelen. Daarmee ben je echter nog niet van de lastige fotograaf af – hij heeft het recht jou ook rechtstreeks aan te spreken. En meestal sta je dan niet sterk.

Tip: als je de fotograaf rechtstreeks op je dak krijgt, dan kun je nog proberen na te gaan of diezelfde fotograaf de foto ook eerder openbaar heeft gedeeld op Facebook. Zo ja, dan heeft de fotograaf daarmee (volgens de Facebook voorwaarden) een licentie gegeven aan alle Facebook-gebruikers om die foto te hergebruiken. Dus misschien heb jij daarmee ook (onbedoeld) toestemming gekregen. Dan moet je natuurlijk zelf ook een Facebook-account hebben.

5. Handhaven

Op jouw platform lever je natuurlijk louter kwaliteit (zie ook nr. 1). En daarom heb je ook een review-systeem. Maar wat nou als er een klusjesman toch een beunhaas blijkt? Dan moet jij als platform eigenaar daar iets tegen kunnen doen. Maar kan dat wel? Want strikt genomen heeft de klusser met de huiseigenaar afgesproken een klus te leveren – niet met jou.

Gelukkig ben jij zo slim geweest in je platformovereenkomst een “derdenbeding” ten gunste van jezelf op te nemen. Daarmee heeft de klusser beloofd dat jij ook een soort van zijn klant bent. En dus mag jij ook actie ondernemen als de klusser brokken maakt. 

Philip is advocaat van startups, en oprichter van Legalloyd - een innovatief legal selfservice platform voor startende ondernemers.