Deze 7 bekende merken verdwenen in 2018

Is je merk de ene dag nog gemeengoed, de dag erop kan het een schim uit het verleden zijn. Deze zeven bekende merken wisten 2018 niet te overleven.

We herinneren ons nog allen het instorten van het oer-Hollandse warenhuis V&D in 2016. Tuurlijk, het warenhuis kwakkelde al jaren, maar toch konden maar weinigen zich voorstellen door een winkelstraat zonder V&D te lopen. We doen het alweer jaren en ketens zoals Hudson’s Bay en Zara hebben de plaats van V&D ingenomen. V&D maakte dit jaar zelfs een bescheiden online comeback, onder de vleugels van Coolcat-man Roland Kahn.

Ook anno 2018 verliet menig bekend merk het bedrijventoneel. Robbert van Loon en Richard Otto, auteurs van het boek Verdwenen Merken, selecteren zeven merken waar dit jaar het licht uit werd gedaan. Per merk geven ze een zeer smakelijke analyse van waar het verkeerd is gegaan. Ze publiceerden hun bevindingen al eerder op hun eigen blog en wij delen ze hieronder met je.


Foto: Rick Tomlinson/ Getty.

1. Delta Lloyd

“Het oudste merk van deze lijst stamt uit 1807 en werd ooit opgericht als de Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen. De naam Delta Lloyd werd pas in 1969 geboren, nadat het inmiddels Delta geheten bedrijf fuseerde met Nedlloyd. Ondanks verschillende internationale overnames en fusies bleef het merk Delta Lloyd zelfstandig onder haar eigen naam in Nederland opereren. Dit ging lange tijd goed, maar in 2015 kwam het merk in zwaar weer. De financiële crisis liet ook deze verzekeringsmaatschappij niet koud en de aandelenkoersen stortten in. Verzekeraar Nationale Nederlanden rook haar kans en bracht in 2016 een bod uit van € 5,30 per aandeel. Dit bod werd door Delta Lloyd als ‘substantieel te laag’ bestempeld. Na maanden onderhandelen kwam de NN Group van Nationale Nederlanden met een verbeterd bod: € 5,40. Delta Lloyd ging voor dit dubbeltje overstag en een grote ombouwoperatie werd in gang gezet. Vanaf 1 december 2018 is de merknaam Delta Lloyd definitief vervallen en zijn alle diensten overgeheveld naar Nationale Nederlanden.”


Foto en foto boven: Robin Utrecht/ Getty.

2. Stint

“De meest tragische teloorgang komt op het conto van Stint. Na het veel besproken drama in Oss, waarbij vier kinderen om het leven kwamen op een spoorwegovergang, werd ons land in nationale rouw gedompeld. Na de tranen kwam de schuldvraag en al snel werd er kritisch gekeken naar Stint. Het voertuig waarmee de jonge kinderen werden vervoerd zou ‘op hol geslagen’ zijn. Iets dat veel vaker gebeurde dan vooraf bekend was. Vele meldingen van soortgelijke kortsluitingen stroomden binnen en uit een rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport bleek dat Stint op zes cruciale punten 'ontoereikend’ was voor personenvervoer. Minister van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft daarom kort na het dramatische ongeval besloten om het merk van de weg te halen. Extra crue omdat Stint juist in 2011 ontworpen was voor een veiliger vervoer van jonge kinderen vanaf school naar een buitenschoolse opvanglocatie (BSO). Voor deze korte ritjes werd tot dan toe duur en inefficiënt taxivervoer ingezet. De taxibusjes en touringcars zorgden daarbij voor drukke en onoverzichtelijke situaties rondom scholen. Stint werd dan ook met enthousiasme onthaald en geroemd om het goede overzicht en de eenvoudige besturing. Het aangevraagde faillissement loopt nog.”

3. Cook&Co

“Al in 2016 werd de stekker uit de 20 fysieke winkels van Cook&Co gehaald, een culinaire keten van moederbedrijf Blokker. Hier vond je alles op het gebied van koken, bakken en tafelbenodigdheden. Blokker lanceerde de keten in 2005 om in te haken op de trend van consumenten die thuis steeds luxer wilden koken, met goede apparatuur en mooi gedekte tafels. In 2016 moest het echter concluderen dat de webshop van Cook&Co dan wel een jaarlijkse omzetgroei liet zien, maar dat een groot aantal fysieke winkels al jaren verlieslatend waren. Daarom werd besloten om zich volledig op online te gaan richten. Het gevolg was dat het merk niet meer zichtbaar was in de winkelstraten en daardoor ook van de online-radar verdween bij de shopper. In oktober dit jaar werd daarom besloten om de website offline te halen en shoppers naar haar eigen Blokker-formule te verwijzen.”

4. ECI

“ECI was ooit de drijvende kracht achter de langstlopende literaire reeks van ons land, Schrijvers van Nu. Maar zo van ‘nu’ was het merk helaas al jaren niet meer. De ECI werd in 1967 opgericht door een Duitse uitgeversreus, die in 1985 de Nederlandse Boekenclub (NBC) opslokte. Na een nieuwe fusie met de Nederlandse Lezerskring Boek en Plaat (NLK) groeide de reus uit tot een gigantisch leesmonster, met in de jaren tachtig een marktaandeel rond de 25 procent. De club had meer dan een miljoen leden en lanceerde eigen 'clubwinkels'. Het merkverhaal las echter als een drama na de millenniumwisseling. Ineens was daar het internet, een plek waar Bol.com binnen no-time een ogenschijnlijk alleenrecht op boekbestellingen claimde. De omzet daalde en diverse reorganisaties en overnames volgden. Uiteindelijk belandde het merk in handen van Novamedia, eigenaar van onder andere de Nationale Postcode Loterij. Zij bouwden dit jaar de hele club om tot de online boekenwinkel BookSpot.”


Foto: Gijs Bolmeijer/ Wikipedia.

5. Kijkshop

“De Kijkshop-formule kennen we al sinds de jaren zeventig en was ooit een groot succes. De winkels waren, echt waar, zeer innovatief in het retaillandschap door alle producten achter glas te presenteren. Shoppers bestempelden de producten daardoor als ‘exclusief’. De merken en producten achter de vitrines genoten op hun beurt van een optimale presentatie op de winkelvloer. Uniek voor een discountformule. Later sloeg de consumentenstemming om. De Kijkshop werd ineens afstandelijk genoemd en kende nauwelijks meer voordelen ten opzichte van opkomende webwinkels. We vonden het ineens vervelend dat we een product niet even konden vastpakken of uit de schappen halen. Een eigen webshop kon dan ook niet uitblijven voor Kijkshop, maar het kwaad was al geschied. Het oer-Hollandse ‘kijken, kijken, niet kopen’ betekende dit jaar het einde voor deze ooit zo exclusieve merknaam.”


Foto: Arch/ Wikipedia.

6. IJsselmeerziekenhuizen

“Faillissementen laten zich vaak als een soap vertellen. Ruzies, intriges en onbegrijpelijke beslissingen zijn debet aan menig verdwenen merk. Zelden zal het er echter zo dik bovenop hebben gelegen als bij de val van de IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord. Al in het vorige decennium kregen zij landelijke bekendheid als de plek waar de populaire tv-soap ‘Medisch Centrum West’ werd opgenomen. John de Mol maakte voor de opnames van de serie toen al dankbaar gebruik van de leegstand in Lelystad. In het bijna veertig jarig bestaan hebben zich echter veel meer verhalen afgespeeld. De start was echter nog revolutionair, met in de directie geen medici meer. De specialisten kwamen in loondienst en werkten dus niet, zoals toen nog gebruikelijk, in een maatschap. Dit zou passen bij het innovatieve karakter van ‘de nieuwe stad’ die Lelystad toen nog was. Binnen twee jaar na opening moest de directie echter al opstappen op gezag van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook in de jaren erna blijft het rumoerig, met de doodsteek in 2018. De ziekenhuizen draaien al jaren een miljoenenverlies en wederom grijpt de Inspectie in. Ondanks het beloofde beterschap blijken nieuwe machtswisselingen te laat. De geldkraan gaat dicht en een faillissement wordt uitgesproken. Het moet nog blijken of een doorstart met nabijgelegen ziekenhuizen levensvatbaar is.”


Foto: Google Maps.

7. Topshelf

“Het merk had grootse plannen toen het in 2016 bekendmaakte om zich in een flink aantal vestigingen van het failliet gegane V&D te huisvesten. De bescheiden keten, in 1996 in Leerdam opgericht als Sportsworld, zou moeten uitgroeien tot sportief warenhuis. Het verkocht niet louter meer sportkleding, maar ook cosmetica, parfum, elektronica, schoolartikelen woonartikelen en etenswaren. Oprichtster en ondernemer Inge van Kemenade ging er vol enthousiasme in en tekende langdurige huurcontracten voor de voormalige V&D-panden in Arnhem, Nijmegen, Groningen en Alkmaar. Achteraf gezien lijkt ze hierbij om de tuin te zijn geleid door vastgoedbeheerder, dat onder meer de aanwezigheid van asbest in de panden in Groningen en Nijmegen achterhield. Hierdoor duurden de verbouwingen langer dan gepland en was de wedstrijd eigenlijk al vooraf verloren. Binnen enkele maanden na opening werd de handdoek in de ring gegooid. Februari jongstleden sloot de laatste vestiging in Arnhem. Van Kemenade blijft, ondanks een verlies van 7 miljoen, strijdbaar en zint naar eigen zeggen op revanche. Wie weet komen we dit merk snel dus weer tegen als comeback-merk.”

Volg ons ook op Twitter en Facebook

Tips? Mail redactie@sprout.nl

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!