Als opeens blijkt dat je crowdfundactie niet mag: ‘We dachten: shit!’

Jasmijn en Lyla Kok (27) van startup Oppas Madelief hadden de website voor hun crowdfundactie al helemaal af, toen ze plotseling hoorden dat ze wettelijk helemaal niet mochten crowdfunden. Jasmijn vertelt aan Sprout hoe ze ervan leerden.

Om groeigeld op te halen voor hun startup Oppas Madelief, een platform dat oppassers en nanny’s aan ouders koppelt, lieten ondernemerszussen Jasmijn en Lyla Kok (27) een speciale crowdfundwebsite ontwikkelen. De tweeling had 100.000 euro nodig en met zo’n eigen website val je op, dachten ze. Investeerders zouden kunnen genieten van een rente over het te investeren bedrag.

Na veel werken, was de website dan eindelijk klaar. De campagne zou de dag erop beginnen, toen de zussen plots een mail van een zakelijke kennis kregen. Of ze wel wisten dat wat zij deden helemaal niet mocht?

Als ondernemer mag je buiten je eigen kring om geen lening uitgeven in ruil voor rente, vertelde de kennis. Dat mogen alleen professionele crowdfundplatforms en banken, die hiervoor een vergunning hebben. De zussen vroegen het na bij de Nederlandse Bank, die bevestigde dat dit inderdaad niet zomaar mag. De enige uitweg is het aanvragen van een ontheffing voor het verbod, maar dat kost 3.600 euro en kan 13 weken in beslag nemen.

Direct stoppen

De zussen baalden. Hadden ze dáárvoor helemaal een website laten ontwerpen? “We dachten: shit”, zegt Jasmijn, “wat moesten we nu doen?” Ze bleken echter niet de enigen te zijn die hier de mist in gingen. Jasmijn vertelt dat ze in contact kwam met een uitbater van een strandpaviljoen in Deventer, die ook een crowdfundwebsite was begonnen. “Hij was al bijna bij zijn streefbedrag, toen hij een brief kreeg van de Nederlandse Bank. Hij moest direct met de actie stoppen en het opgehaalde geld weer overmaken naar de financiers.”

Professionele crowdfundplatforms zijn super meedenkend

De zussen zijn inmiddels in zee gegaan met CrowdAboutNow, een erkend crowdfundplatform waar ze met nog ruim een maand te gaan op al bijna de helft van het streefbedrag van 100.000 euro zitten. “Zij zijn super meedenkend”, zegt Jasmijn. “Ze gaven ons bijvoorbeeld de tip om pas de pers op te zoeken als je op 30 procent van het streefbedrag zit.”

Een ton als streefbedrag is niet veel, maar volgens Jasmijn is het “precies wat we nodig hebben”. De helft van het bedrag zal de startup besteden aan de ontwikkeling van een app, die met een slim algoritme ouders en kinderverzorgers matcht. Ook zal 50.000 euro naar een marketingcampagne vloeien. Investeerders ontvangen over hun kapitaalinjectie hierbij jaarlijks een rente van 4,5 procent. De zussen bezitten nu nog allebei de helft van het bedrijf, maar Jasmijn vertelt dat ze over een jaar tevens aandelen willen uitgeven.

10.000 oppassers

Oppas Madelief zit in twintig steden en er zijn tienduizend oppassers actief voor het platform, die hun eigen tarieven bepalen. Zij werken dan ook niet in dienst van het bedrijf, vertelt Jasmijn. “Zij werken volgens de wet dienstverlening aan huis, een wet die de overheid instelde om particulieren elkaar te laten helpen tegen een vergoeding. Pas als je meer dan 3 dagen per week dit werk doet, moet je op contract.”

Geld verdient de startup met lidmaatschappen, die ouders kunnen aangaan. “Daarvoor kunnen ze altijd een oppas of nanny boeken. Wij helpen ouders te blijven genieten van het leven. Dankzij ons platform kun je gemakkelijk een oppas regelen als je een avondje naar de film wil. We koppelen ouders aan drie oppassen, met wie ze van tevoren een kopje thee drinken. Zo voorkomen we dat kinderen met veel verschillende gezichten te maken krijgen.”

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.