Horecatycoon, horecagoeroe: Casper Reinders

Horecatycoon, horecagoeroe. Casper Reinders (42) moet niets hebben van alle bijnamen die hij in de loop der jaren vergaarde. Echt bekend werd hij met de Amsterdamse nachtclub Jimmy Woo. Het lukt hem steeds weer om succesvolle clubs en restaurants op te zetten. Hoe doet hij dat?


Een gesprek met Casper Reinders waaiert alle kanten op, als de tatoeages op zijn armen. Hij zegt wat hij denkt en schakelt naadloos van de ene naar de andere gedachte of observatie. Dat betekent dus ook dat hij zichzelf om de haverklap, midden in een zin, onderbreekt. “Het is onrustig hè. Zo! Normaal is het heel rustig rond deze tijd. Dat verbaast me.”
 

Markante horecaondernemer

Het is tien voor half twaalf. We zitten in Lion Noir, een van zijn restaurants in de Reguliersdwarsstraat in Amsterdam. Een paar deuren verderop opende het door Reinders gerestylede Rose’s Cantina vorig jaar de deuren, aan de overkant zit sinds 2011 zijn club Ludwig. Ondanks het vroege tijdstip zit de stemming er bij een groepje achter in de zaak al goed in, dankzij de jonge jenever op tafel.
Aan de muur hangt een zeventiende-eeuws kleed uit Frankrijk. Doormidden geknipt en ingelijst. Reinders vond het op een antiekmarkt. Links van de bar hangt een roestbruin kunstwerk met iets zwarts erop. “Dat is de achterkant van een kunstwerk dat ooit in Jimmy hing. We hebben er het geraamte van een boa constrictor overheen gedrapeerd.” Hij lacht. “Ik weet niet eens meer wat er op de voorkant staat.”
Al zijn zaken richt hij in met zelf gevonden kunst, design en rariteiten. Zijn onorthodoxe aanpak levert hem behalve succes, ook lof van vakgenoten op. Tot twee keer toe werd hij door Koninklijke Horeca Nederland uitgeroepen tot ‘meest markante horecaondernemer’.

Vind je jezelf markant?

“Helemaal niet. Ik wil gewoon leuke dingen doen. En ja, met die leuke dingen wil ik geld verdienen. Ik ben absoluut geen moeder Teresa, maar ik word niet door geld gedreven. Ik snap wel dat ik enigszins afwijkend gedrag vertoon, maar ik vind andere mensen meestal vreemd.”

Hoezo?

“Sta ik op een reünie van mijn oude school, denk ik: hé, dat zijn allemaal oude mensen. Terwijl we leeftijdsgenoten zijn. Ik realiseer me dat normaal gesproken niet, omdat ik met jonge mensen werk. Mijn leven zit heel anders in elkaar.”

Zo pendel je op en neer tussen Amsterdam en Ibiza, waar je vriendin en zoontje wonen.

“Mensen vragen me altijd: vind je dat niet erg? Mijn eigen vader werkte vroeger ook heel hard. Soms zie ik mijn kind vier weken niet en dan weer twee weken wel. In die twee weken zie ik hem meer dan de meeste vaders in zes weken bij elkaar. Dus ja, dat is een keuze. Mijn zoon is bijna vijf en spreekt vloeiend Frans, Spaans en al een beetje Engels. Elke dag staat hij met zijn voetjes in de zee. Dat vind ik veel meer waarde hebben dan of ik hem mis of niet.”

 

Wat deed je vader?

“Hij zat in de automatisering. Maar moet ik nu van alles gaan vertellen over mijn ouders?” 

Ik probeer gewoon een beeld te krijgen van waar je vandaan komt.

“Uit Haarlem. Ik kom uit een puur ondernemersgezin. Mijn vader heeft een paar heel grote bedrijven gebouwd. En verkocht. Hij is nu bezig met een beursgang in Amerika.”

In welk opzicht heeft dat jou gevormd?

“Het was nooit een optie dat ik niet ging ondernemen. Als je uit een ondernemersgezin komt, ga je niet voor een baas werken.”

Je bent ondernemer. Maar je bent ook verzamelaar. Hoe doe je dat? Ga je gericht op zoek of moet je ergens tegenaan lopen?

“Allebei. Ik ben niet iemand die alles van tevoren bedenkt. Helemaal niet. Kijk naar mijn tatoeages. Dat is gewoon één aan mekaar gerauste…” Hij denkt na. “… Ik kan niet meer lullen joh, ik ben echt heel moe. Nee, al die tatoeages daar zit totaal geen gedachte achter.”

Je kijkt gewoon waar nog een leeg plekje is.

“Ik ga zitten en zeg: ‘joh, doe wat leuks’. Ik zie het wel. Bij mijn collectie is dat precies hetzelfde. Ik koop dingen die ik leuk vind, die ik per ongeluk tegenkom. Heel soms wil ik iets graag hebben en dan zoek ik ernaar.”

Ben je impulsief? 

“Ja. Ik ben wel heel impulsief ja, haha.”

Dat is ook de manier waarop je onderneemt?

“Dat denk ik wel ja. Maar er zitten twee kanten aan mijn karakter. Dat heb ik met veel dingen. Ik ben sociaal én asociaal. Ik kan ook best een harde ondernemer zijn.”

Waar uit zich dat in, dat harde?

Casper Reinders horeca tycoon jimmy woo“Soms heb ik echt schijt aan mensen. Als ze met een bullshitverhaal komen word ik vreselijk arrogant. Dat komt maar heel weinig voor hoor. Echt.”

Het is of het één, of het ander?

“Ja en dat is voor sommige mensen heel moeilijk te verkroppen. Ik heb geen behoefte aan mensen die negatief zijn. Ooit ben ik een keer weggelopen tijdens een gesprek bij de bank. Een bankier wil sowieso een lantaarnpaal die onder water staat verzekeren tegen brandschade. Ik ben juist een opportunist. Hoewel opportuun een gevaarlijk woord is, geloof ik.”

Je ziet kansen.

“Overal. Als ik een pand binnenkom, zie ik ‘t meteen. Een bankier gaat meteen de nadelen opnoemen. Als je zo in elkaar zit, moet je nooit gaan ondernemen. Ondernemers zijn eigenwijze mensen die voor veel te weinig geld werken, in de beginjaren in ieder geval. Ik werkte voor minder geld dan mijn managers in het begin, maar ik draaide wel drie keer zoveel uren. Begrijp je? En dan loop je ook nog meer risico. Dus je moet wel gek zijn om ondernemer te worden.”

Lees verder over de gunfactor van Casper Reinders

 

Casper Reinders horeca ondernemer jimmy woo
Al jaren roept Reinders dat hij over drie jaar stopt. Toch is hij drukker dan ooit. Zo is hij bezig met een bar waar hij nog weinig over kan vertellen - “ik moet alle spullen nog kopen” - en een Aziatisch restaurant.

Dit artikel komt uit Sprout Magazine.
Abonnement?

Op het Leidseplein werkt hij intussen aan een bikers-café dat over negen maanden de deuren zal openen. Een soort Coyote Ugly, met dansende meiden op de bar. “Niet naakt, voor alle duidelijkheid.” Daarnaast is hij zijdelings betrokken bij andere projecten, zoals de inrichting van een gedeelte van een hotel.
Het liefst zou hij zich volledig op interieurdesign willen concentreren. “Ik wil heel graag die stap zetten, omdat het mijn passie is. Maar het moet wel logisch zijn. Als ze aan jou vragen of je tapijten wilt verkopen, denk je ook: ja, dat is een hele andere wereld. Bij mij is het dat ook een beetje.”

Je kunt het toch al?

“Maar ik kan toch niet tweehonderdvijftig, driehonderd man personeel in de kou laten staan?”

En als je het goed achter kunt laten?

“Dan ben ik wel weg ja.” 

Zie je wat je doet als een trucje?

“Ik doe zeventien jaar hetzelfde, natuurlijk is het een trucje. Ik vind het wel leuk wat ik doe, het bouwen van een zaak is te gek. Alleen, als hij is afgebouwd, gaat mijn compagnon lekker het volgende project opzoeken terwijl ík de tent moet draaien. Dat vind ik niet meer zo leuk als vroeger. Ik vind antiek kopen leuker.”

Hoe los je dat op?

“Ik heb goede partners zodat ik me kan concentreren op de dingen die ik leuk vind. Ik weet niks van drank. Nou ja, ik weet wel wat van drank, maar ik drink geen alcohol. Ik weet niks van menukaarten. Dus daarvoor haal ik er een kok bij.”

Ben je eigenlijk nog zenuwachtig als je een nieuwe zaak opent?

“Dat is heel gek. Bij Rose’s Cantina had ik het minder, misschien omdat ik wist dat het gewoon goed was. Maar ik begin altijd een dag van tevoren te twijfelen. Is de kleur wel goed?”

Plankenkoorts.

“Ook wel, al had ik dat vroeger veel erger. Als ik naar een zaak toe liep, was ik misselijk. Avonden gingen als een film aan me voorbij. Ik had helemaal niet het gevoel dat ik zelf aanwezig was. Dát heb ik niet meer. Gelukkig niet. Ik ben eigenlijk heel verlegen hè. Dat is ook weer dat gespleten karakter. Ik kan me echt opgelaten voelen als ik in de spotlights sta.”

Je komt wel heel relaxed en open over.

“Jarenlang in de horeca werken heeft die verlegenheid wel weggesleten. Maar ik draag altijd lange mouwen in mijn eigen restaurants. Als er oudere mensen zitten, wil ik ze geen ongemakkelijk gevoel geven. Dat ze niet denken dat er een of andere aso naast ze zit.”

Dat is toch gek? Alsof je je verontschuldigt voor hoe je eruitziet.

“Nee, maar ik heb er geen behoefte aan om mensen in mijn eigen restaurant een oncomfortabel gevoel te geven.”

Deze vraag heb je vast al heel vaak gehoord, wat is het geheim van je succes? 

“Weet je welke vraag vaak gesteld wordt? Ben je trots? Dat vind ik zo’n gekke vraag.
Het geheim; ik ben geen valsspeler, ik vind het leuk om jonge ondernemers vooruit te helpen. En het is een beetje moeilijk om over mezelf te zeggen, maar ik denk ook dat ik de ‘gunfactor’ heb. Samen met mijn compagnon en de mensen waar we mee werken. Bovendien, ik sta nooit dronken in mijn eigen zaak en val geen jonge meisjes lastig. Ik ben gewoon wie ik ben; dat kan heel charmant zijn, maar ik kan ook een lompe boer zijn. Het ligt er net aan hoe ik me voel. En ik ben eerlijk.”

Dan komt het succes vanzelf?

“Dat is een deel. De hoofdfactor van mijn succes is karakter, denk ik. De meeste mensen kunnen geen pijn lijden. Bij de minste weerstand lopen ze weg. Dat vind ik onbegrijpelijk. Ik word juist bikkelhard. Dan komt de harde Casper naar boven. Ik ben een vechter.” 

Wanneer heb je moeten vechten?

“Meerdere keren in mijn leven. De eerste anderhalf jaar bij Jimmy Woo is er veel op me afgekomen. Positief, maar ook negatief. Het was heel zwaar.”

Je had toch meteen veel succes?

“Ja, maar wat denk je dat er op succes afkomt? De clubwereld is een heel andere wereld dan de restaurantwereld. Ik heb er de afgelopen acht jaar nooit meer last van gehad. Maar er zijn dingen gebeurd… Als je een drukke zaak hebt met een strak deurbeleid, komen er ook mensen aan de deur die je liever niet binnen hebt. Ik wil er verder niets over zeggen.”

Waarom niet?

“Jij wilt spannende verhalen horen, maar ik heb er andere gevoelens bij. Het is niet de leukste periode in mijn leven geweest. Er waren momenten dat ik dacht dat het over was. Ik heb moeten staan voor mijn zaak. Dat heb ik ook gedaan.” 

Is Jimmy Woo daarom zo belangrijk voor je?

“Jimmy betekent heel veel voor mij. Ik heb met al mijn zaken wel binding, maar Jimmy is echt mijn baby.”

Even terug naar die trots. Waarom vind je het gek als er gevraagd wordt of je trots bent op wat je hebt bereikt? 

“Het voelt zo ongemakkelijk. Ik doe niets anders dan iemand die een boekhandel heeft. Begrijp je? Mensen denken dat ik met beroemde modellen en acteurs champagne loop te spuiten. De realiteit is dat ik met boze mensen voor de deur sta die niet binnenkomen. Okee, ik overdrijf, ik heb het erg naar mijn zin. Champagne weggeven doe ik trouwens ook niet, haha.”

Je kunt natuurlijk ook trots zijn op wat je hebt bereikt. Zeker als je er zo voor hebt gevochten.

“O ja sorry, trots. Dat was de vraag. Het geeft me een oncomfortabel gevoel. Alsof ik iets speciaals heb gedaan. Wat me wel trots maakt, is dat we vorig jaar een prijs hebben gewonnen voor het interieur van Lion Noir. Op hetzelfde moment werd ik ook horecaman van het jaar. Dat vind ik dan op een bepaalde manier een beetje lachwekkend.”

En horecatycoon? Van zo’n omschrijving word je natuurlijk helemaal zenuwachtig...

“De afgelopen tien jaar heb ik veel verschillende namen gehad. Ik reageer er gewoon niet meer op. Een tijdschrift omschreef me ooit als ‘de horecagoeroe’. Dat vond ik zó erg. Tijdens een interview vertelde ik dat aan vrienden die toen bij de Playboy werkten. Hadden ze op de cover van de Playboy gezet: ‘Horecakeizer Casper Reinders’. Haha, motherfuckers. Dat vond ik wel weer grappig. Probleem was alleen dat ik de enige was die wist waar het vandaan kwam.”

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!