Technologische toppers bij incubator Yes!Delft

Voor veel technisch onderlegde studenten is de TU Delft een droomuniversiteit. Maar hoe vermarkt je al die kennis en innovatie die er ontwikkeld wordt? Sprout ging een dag op visite bij incubator Yes!Delft en maakte vijf bedrijfsportretten.

Dit is deel vijf uit een rondgang langs incubators in Nederland. In dit drie pagina's tellende artikel bevinden zich portretten van bedrijven binnen de incubator. Lees ook onze reportages over Lev Kaupas (Amsterdam), Dutch Game Garden (Utrecht), eFuture (Hilversum), UtrechtInc (Utrecht), Innovation Industries (Almere), BioPartner Center Maastricht en Yes!Delft (Delft).

Sinds de oprichting in 2005 heeft YES!Delft bijna 100 bedrijven ondersteund. Dat doet de incubator door bedrijfsruimte en opleidingen te bieden en 'platformen van coaches, investeerders en klanten te creëren waar ondernemers gebruik van kunnen maken', aldus de manager incubatie en groei, Arnoud Jullens.

In het gebouw heeft een bekende financiële adviseur een eigen vestiging en verder is er een ruimte voor YES!Delft Students, een team dat de schakel vormt tussen Yes!Delft en de studenten aan de lokale universiteit. Laatstgenoemden kunnen ook in aanraking komen met de incubator dankzij een speciaal ingerichte collegezaal, waar de TU Delft in de gelegenheid is hen les te geven.

Belangrijk is ook de koffiemachine die zich middenin het gebouw, ook wel 'The Strip' genoemd, bevindt. Communicatiemanager Wouter de Bruijne: "Daardoor komen ondernemers spontaan meerdere malen per dag met elkaar in contact."

 

Qcapsule

Ziekenhuizen bevatten net als banken een buizenstelsel waar capsules doorheen worden gepompt. Hiermee worden geen valuta, maar bloedmonsters vervoerd. Maar die monsters gaan soms stuk door de krachten die vrijkomen tijdens dit transport. Qcapsule bouwt daar nu een business op.

Ziekenhuizen hoefden decennialang niet op de kleintjes te letten. Winst maken was geen doel. Nu ziekenhuizen echter ondernemingen vormen, kunnen deze organisaties zich niet veel onnodige kosten meer veroorloven.

Een voorbeeld van zo'n kostenpost is het bloedmonster dat in het buizenstelsel, onderweg naar het laboratorium, kapot gaat. Daardoor vertonen medische analyses afwijkingen en moet de patiënt nog een keer zijn bloed laten prikken. Amerikaanse en Europese ziekenhuizenbevatten in totaal zo'n twaalfduizend buizenstelsels, die allen in potentie problemen kunnen veroorzaken. De stelsels vervangen is geen optie, want dan zouden directies hun ziekenhuis grondig moeten laten renoveren en dus veel hogere kostenposten noteren.

Sensorcapsule

Het Delftse Qcapsule probeert er een businessmodel op te baseren. De startup ontwierp daarvoor een sensorcapsule, een buisvormig object met kracht- en snelheidssensoren die meten wat er gebeurt met de bloedmonsters tijdens het transport. De sensorcapsule kan meerdere malen per jaar een rondgang door het buizenstelsel maken en metingen doen. Qcapsule kan aan de hand van de metingen een analyse maken en achterhalen waar probleempunten in het systeem zitten.

"Elk bloedmonster dat kapot gaat tijdens het transporteren, kost het ziekenhuis zo'n 250 euro", schat mede-oprichter Dries Calcoen (foto rechts), die zegt dat er op jaarbasis duizenden van deze fouten in ziekenhuizen voorkomen. De startup, die sinds 2009 bij Yes! Delft gevestigd is, bewijst momenteel dat er inderdaad interesse is van ziekenhuisdirecties: het Apeldoornse Gelre Ziekenhuizen heeft meegedaan met de eerste praktijktest. Onlangs hebben ook zeven andere ziekenhuizen zich gemeld voor de service van Qcapsule.

Miljoenenbusiness

"We willen de grootste speler op gebied van medisch transport worden", zegt Calcoen. "Niet alleen binnen, maar ook buiten ziekenhuizen. Onze sensor kan ook van groot belang zijn voor de analyse van organentransport." Als het aan de oprichters ligt, moet elke kwaliteitsmanager van een Europees ziekenhuis over drie jaar van het bestaan van Qcapsule weten. De startup richt zich op een omzet van 3 à 4 miljoen euro.

Calcoen: "Een tijdje terug kwamen we er achter dat er vijf à zes jaar geleden een bedrijf was dat een vergelijkbaar product aanbood. Maar dat bedrijf is verdwenen. Wij komen echter met meer accurate metingen dan dat zij deden. Naast de tijd en de temperatuur baseren wij onze analyse ook op het meten van snelheden en trillingen."

 

Virus Free Air

12.000 tot 24.000 Nederlanders overlijden jaarlijks vroegtijdig door fijnstof, is de schatting. De kleine zwevende deeltjes zouden de longen verzwakken. De moeder van biochemicus Eliane Khoury overleed een paar jaar terug aan een onverwachte infectie. Voor haar een extra motivatie om Virus Free Air door te zetten.

Eliane Khoury was vijf jaar geleden verbonden aan de faculteit Biochemische Technologie van de TU Delft, waar ze onder meer luchtverontreinigingen onderzocht. De geboren Israëlische kwam in aanraking met een nieuwe techniek voor luchtzuivering. Het fascineerde haar en ze besloot na haar afstuderen om een eigen filtersysteem, de Corona Wind Cyclone, op de markt te brengen, die vooral zwakkere mensen zoals kinderen en ouderen kan beschermen. Ook ging ze voor luchtzuiveringstechnisch ingenieursbureau Deerns werken. Totdat haar moeder overleed, zeer waarschijnlijk door een virusinfectie.

Drie jaar geleden besloot Khoury zich volledig over te geven aan haar eigen startup, Virus Free Air B.V. Het is een bedrijf dat door middel van ionisatie, een proces dat net als bij onweersstormen luchtdeeltjes een lading geeft, fijnstof uit ruimtes kan verwijderen. Een erg geavanceerde techniek wanneer je deze vergelijkt met conventionele methodes, die gebruik maken van filters van textiel: die filters worden namelijk na verloop van tijd vies, omdat ze fijnstof eigenlijk slechts blokkeren. “De universiteit zag niet genoeg brood in de technologie, maar Eliane wel”, vertelt Virus Free Air-CTO Vincent Vons (foto).

Gepatenteerd

Khoury heeft de technologie, die ook virussen en bacteriën uit de lucht verwijdert, daarna zelf laten patenteren. De bedoeling is dat bedrijven en instellingen de zuiveringsinstallaties kunnen kopen, waarbij de prijs afhankelijk is van het fijnstofgehalte en de grootte van de ruimte. Vons: “Het verversen van een ruimte van duizend kubieke meter kost bij een eenmalige investering zo’n 4500 euro.”

Het door het Ministerie van Economische Zaken gesubsidieerde Virus Free Air heeft al een bescheiden succes geboekt. Onlangs won het jonge bedrijf de Eco Innovation Award. Maar uiteindelijk gaat het om de klanten. “We zitten momenteel net in een fase waarin we daar meer de focus op leggen”, reageert Vons, die dit jaar verwacht dat Virus Free Air pilots op kan gaan zetten bij bejaardenhuizen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen.

Marktleider

Als deze markt onvoldoende resultaat oplevert, ziet het bedrijf genoeg schaalbaarheid in andere sectoren: luchtreiniging zou ook van belang bij luchthavens, kantoren, militaire objecten, boerderijen, huizen, scholen, clean rooms en onderzoeksfaciliteiten. Vons: “De luchtkwaliteit bij ziekenhuizen laat zeker veel te wensen over, alleen heeft deze sector met een bepaalde regelgeving te maken. Daardoor is het voor ons moeilijker om daar binnen te komen.”

Momenteel heeft het bedrijf nog maar zestien zuiveringssystemen geleverd, voornamelijk aan organisaties in België. Maar de ambitie is groot: Vons zegt dat Virus Free Air ‘marktleider wil worden in innovatieve luchtzuiveringsoplossingen’. En dat is al moeilijk genoeg, met al die beunhazen op de markt. Vons: “Er is een x aantal bedrijven dat luchtzuivering aanbiedt. Maar veruit de meesten verkopen gebakken lucht. Tell Sell-producten zijn het. Het verschil is alleen dat zij zich op onwetende consumenten richten. Virus Free Air focust zich op b2b.”

 

Virtualock

Het stelen van laptops is aan de orde van de dag. Jasper Schuurmans en Sander Schutte waren tijdens hun studietijd op de TU Delft zelf meerdere malen getuige van diefstal in de bieb. Het duo heeft daarom kortgeleden een software-oplossing gelanceerd

Sinds twee weken is er op de website van VirtuaLock, de naam van hun startup, gelijknamige software als download beschikbaar. De software, die in staat is een diefstal te detecteren, is bedoeld voor laptop- en netbookgebruik op openbare locaties als bibliotheken of werkplekken voor zzp'ers.

Wanneer de software een laptoproof opmerkt, laat het een alarmsignaal afgaan, stuurt deze een waarschuwend sms'je naar de eigenaar en brengt het alle VirtuaLockgebruikers in een straal van 50 meter via een oplichtend schermpje onmiddellijk op de hoogte. Heeft iemand een abonnement op VirtuaLock, dan werkt dit systeem overal. Ook kan de beheerder van het gebouw de software aan alle gebruikers in het gebouw aanbieden. Wie meedoet, maakt deel uit van het netwerk van VirtuaLock.

Beschermingsmodus

"Wij werden bij de TU Delft bijna dagelijks met laptopdiefstal geconfronteerd", zeggen Schutte (foto links) en Schuurmans (foto rechts). "Dan moest iemand bijvoorbeeld naar de wc. Diegene nam natuurlijk niet zijn laptop mee. Bij terugkomst was het ding verdwenen."

Het enige wat Schutte en Schuurmans van hun gebruikers vragen, is dat ze bij het verlaten van hun werkplek hun laptop locken, of dit overlaten aan de screensaver. Daarna staat de software in de beschermingsmodus. "Wanneer iemand de voeding uit het stopcontact trekt, de laptop dichtklapt, of zelfs de oplader van een iPhone uit de USB-poort haalt, dan slaat VirtuaLock al alarm."

Voordat Schutte en Schuurmans hun software als download lanceerden,verkocht VirtuaLock zijn techniek alleen aan onderwijsinstellingen. Daardoor is hun eigen TU Delft de eerste klant geworden. Inmiddels lopen er ook pilotprojecten bij de TU Eindhoven en de Rijksuniversiteit Groningen. "En we hebben de eerste zakelijke partner binnen met Seats2Meet", reageert Schuurmans, die aangeeft dat VirtuaLock vanaf juni beschikbaar is op de Utrechtse werkplek voor zzp'ers.

Schaalbaar

Omdat VirtuaLock geen vergelijkbaar concurrerend product kent, afgezien van het kabelslot voor laptops, willen de ondernemers eind dit jaar al tussen de 7000 en 10.000 gebruikers aangetrokken hebben. "Die schaalbaarheid is er, omdat we als clouddienst overal in de wereld gebruikt kunnen worden."

Over de omzetverwachting wil het duo, dat onderdak heeft bij incubator Yes! Delft, niets kwijt. "Maar meerdere investeerders hebben al hun belangstelling voor onze dienst getoond."

 

CCube

'De sensor' is inmiddels bijna een buzzwoord te noemen. Steeds meer startups ontwikkelen systemen die bijvoorbeeld het glucosegehalte in ons lichaam meten, of verdachte bewegingen in ruimten detecteren. Het Delftse C-Cube levert zelfs sensoren die van levensbelang, of nog beter, landsbelang zijn

Guus Coolegem besloot in 2006 een eigen bedrijf op te zetten. Als corrosie- en materiaalonderzoeker had hij bij achtereenvolgens de TU Delft en het TNO dermate veel kennis opgedaan over roest, dat hij zich realiseerde dat hij er een eigen business mee kon bouwen. Zeker omdat roest een grote rol speelt in de door de mens aangelegde maatschappij: dat wat roest, namelijk de meeste metaalconstructies, moet na verloop van tijd vervangen worden.

Een bedrijf dat met sensoren kan meten en voorspellen wanneer een metaalconstructie teveel gedegradeerd raakt, heeft in theorie genoeg schaalbaarheid. Coolegems C-Cube is daartoe in staat en kan roest bovendien tegengaan met beschermende coating, die op sommige plekken extra aangebracht moet worden.

"Er zijn in Europa maar een handvol bedrijven die iets vergelijkbaars doen als wij. In de VS zijn er misschien twee", vertelt Coolegem. "Toen ik vijf jaar geleden besloot voor mezelf te beginnen, heb ik eerst geïnventariseerd wat de opties zijn. De basis van de technologie achter roestanalyse en beschermende verflagen dateert al namelijk uit de jaren '70." Sinds drie jaar is hij serieus aan de slag gegaan en heeft hij zich gevestigd binnen Yes!Delft. "We zijn nu met een team van vier man en hebben onze eigen technologie ontwikkeld. Het is een complexe methode die we gebruiken, maar wel één die enorm veel info oplevert en daardoor heel veel kan betekenen."

Levens- en landsbelang

Inmiddels heeft C-Cube al een serie opdrachtgevers achter zijn naam staan, waarvan er een aantal van levens- en zelfs landsbelang zijn. Voor het Nationale Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) hield C-Cube zich bezig met de ontwikkeling van sensoren die onderdeel uitmaken van vliegtuigen en de kwaliteit van het oppervlaktemateriaal kunnen meten. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat vliegtuigen en dus levens van een ramp behoed blijven.

Het werk wat C-Cube voor de overheid bij de Oosterscheldekering deed, is van nationaal belang, omdat de zeekering Nederland tegen watersnoodrampen moet beschermen. "De keerdam bevat wel zo'n zestig schuifdeuren", vertelt Coolegem. "Elke schuifdeur kost zo'n twee miljoen euro aan schilderwerk, maar de één degradeert door de invloed van de wind, de stroming en het zoutgehalte eerder dan de ander."

10 miljoen euro omzet

En zo heeft C-Cube nog meer klanten die zich een vergaand oppervlak niet kunnen veroorloven. Het Delftse bedrijf bedient klanten uit bijvoorbeeld de olie-industrie, die boorplatformen, pijpleidingen en tankers beheren. Coolegem: "Ver voordat een schip voor onderhoud binnenvaart, kunnen wij op afstand analyseren in welke tank de beschermende verflaag onderhoud nodig heeft. De onderhoudsplanning wordt daardoor een stuk gemakkelijker."

C-Cube is na drie jaar zelf zeker niet in staat van ontbinding. Coolegem heeft zijn vierkoppig team onder meer weten te voorzien van een voormalige afdelingsdirecteur van Philips, Toine Janssen. Zonder een start met een investeerder nodig te hebben gehad, is C-Cube het break-even punt alweer ontstegen. "Over vier jaar moeten we makkelijk op een omzet van tien miljoen euro kunnen zitten" reageert Coolegem, die meldt dat C-Cube momenteel op een omzet van vijf ton rendeert. Hij ziet vooral mogelijkheden in de energiesector de komende jaren: "Door de spanningen in de olie-industrie wordt er steeds meer olie opgeslagen en dus ook veel opslagcapaciteit bijgebouwd. Voor ons zit daar de meeste rek in."

 

Delight Interactive Solutions

Kopers van privéjets hebben specifieke wensen. Bijvoorbeeld wat betreft het vliegtuiginterieur. deLight zag daardoor het levenslicht. De startup kan 'jetsetters' een 3D-ontwerptechniek bieden, waarmee cabines levensecht te visualiseren zijn. Maar inmiddels is het bedrijf meer succesvol op andere markten.

 

Toen Frans van Duijnen en René Elstgeest (op foto van links naar rechts) als industrieel ontwerpers net waren afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft, hadden ze met hun dienst voor privé-vliegtuigenaren in ieder geval direct al een onderscheidend ondernemersidee. Met hun kennis over 3D-design droomde het duo dat ze een toegevaarde waarde konden vormen voor oliebaronnen en andere jetsetters, die doorgaans bereid zijn tonnen te betalen voor specifieke services.

 

Hun bedrijf deLight Interactive Solutions maakt ontwerpen persoonlijk en interactief, waar conventionele designconcepten vaak niet veel meer zijn dan een schets op papier of het beeldscherm. Met die traditionele methode weten afnemers eigenlijk pas bij het afleveren van het product wat ze nu echt hebben gekocht. Om die onzekerheid tegen te gaan, past deLight augmented reality toe, een techniek waarmee je digitale objecten als een 3D-laag over de alledaagse werkelijkheid kan aanbrengen.

De toeschouwer van augmented reality-design ervaart daardoor ontwerpen als levensecht. Ook doordat de kijker in staat is om de objecten van deLight te draaien, te kantelen, te verplaatsen, voor een ander object in te ruilen en er zodoende een onderbuikgevoel bij te creëren. Is dit wel echt wat voor mij? Het ontwerp hoeft niet op de pc gecreëerd te worden: deLight kan ook echte objecten detecteren en digitaal vastleggen.

Differentiatie

Heeft deLight door de vliegtuigbusiness inmiddels een grote vlucht genomen? Nee, de startperiode kenmerkte zich eerder als een valse start. Toen Van Duijnen en Elstgeest hun bedrijf begin 2009 opzetten, moesten ze direct opboksen tegen de kredietcrisis: een periode waarin minder mensen een ruim budget beschikbaar hadden. Bovendien richtten ze zich wel op een heel duidelijke niche markt, wat niet gunstig is voor de schaalbaarheid van een product. De Yes!Delft-bewoners wisten echter hun bedrijf uiteindelijk toch een kickstart te geven door andere markten te bedienen.

“Inmiddels focussen we ons onder meer op klanten uit de automotive, de wooninterieur-, de vastgoed- en stedenbouwkundige wereld”, vertelt Elstgeest. “Voor vastgoedbedrijven zijn we bijvoorbeeld interessant omdat we met onze techniek heel makkelijk voor klanten visualiseren waar het beste stopcontacten en deuren geplaatst kunnen worden. Autodealers kunnen door deLight specifiek aan de wensen van klanten voldoen, door bijvoorbeeld exact uit te zoeken welke kleuren het beste passen het exterieur, de velgen en het interieur van een auto.

Focus

Van Duijnen en Elstgeest zijn doorgegroeid en hebben nu een team van vier medewerkers onder hun hoede. De omzet stijgt naar verwachting van één ton in 2010 naar een half miljoen in dit lopende jaar. Het vinden van afnemers is onder meer makkelijker geworden doordat het duo een eigen 3D-ontwerptafel op de markt heeft gebracht. Met die tafel kan deLight op beurzen staan en potentiële partners direct tonen waar zijn techniek toe in staat is. Zo hadden Van Duijnen en Elstgeest laatst hun eigen stand bij de Woonbeurs, een tentoonstelling van uitgever Sanoma die niet alleen door een massa aan consumenten, maar ook branchegenoten wordt bezocht. deLight toonde aan dat met zijn digitale tekentafel mensen hun huis kunnen inrichten. Partner Sanoma, onder meer eigenaar van woommagazines VT Wonen, Eigen Huis en Interieur en 101 Woonideeën, wil nu kijken of het bedrijf een intensievere samenwerking met deLight kan opzetten.

Nadat deLight zich eerst te specifiek op een markt richtte, is inmiddels juist het probleem dat het duo te veel interessante markten ziet, zegt Elstgeest. “We zien teveel potentie”, verwijzend naar het feit dat deLight naast de auto- en woonmarkt ook applicaties heeft ontwikkeld voor onder meer Science Centre Delft en eigenlijk graag ook de serious gaming-markt wil betreden. deLight ziet ook veel mogelijkheden tot marktuitbreiding, omdat het nog weinig te duchten heeft van concurrenten. Elstgeest: “Er zijn een paar bedrijven die enigszins hetzelfde bieden als wij. Verder is virtual reality een concurrerende vorm van augmented reality, maar dat is veel duurder en daarbij moeten mensen gebruik maken van speciale handschoenen. Dat zie ik consumenten niet gaan doen.”

Jaren geleden schreef Bas artikelen over de start-up business, voor NU.nl, Sprout, De Financiële Telegraaf, het Financieele Dagblad en Computerworld. Na een MBA aan de UvA werkt Bas nu voor diezelfde startup scene, in dienst van Jexia, een software development platform waar ontwikkelaars 70% minder tijd kwijt zijn aan het programmeren van een app.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!