'Ik zit nu opeens in de hotelbusiness'

De bekende serial ondernemer Norm Brodsky zit ook op zijn 66e nog niet stil. Soms gaan dingen goed, vaak gaan ze mis. Hoe dat komt, vertelt hij een uur lang op de Challengerday. Maar waar is hij nu mee bezig? Aan hem het woord.

Zie een beknopte levensgeschiedenis van Brodsky onderaan het artikel. En zie hier het programma van de Challengerday.

Ik wil jullie graag vertellen over mijn nieuwe business. Stil zitten kan ik namelijk niet. Het nieuwe bedrijf heet Black Gold Suites, en er zit een verhaal aan vast. Mijn vrouw en ik brengen ieder jaar een paar maanden door in Telluride, Colorado, waar we een huis hebben en waar ik betrokken ben geraakt bij een paar bouwbedrijven. Ik ben goede vrienden geworden met Steve Finger, mijn aannemer. Eerder dit jaar kwam hij naar me toe en zei dat hij graag advies wilde over een businessplannetje.

“Heb je geld nodig?”, vroeg ik. Ik wist dat zijn branche hard geraakt was door de recessie.
“Nee”, zei hij. “Ik wil gewoon dat je dit even bekijkt en zegt wat je ervan vindt.”
“Ok”, zei ik. “Wat is het?”
“Het is een hotel.”
“Waar?” Hij begon te lachen. “Is het zo grappig?”, vroeg ik.
“Het is in Tioga, North Dakota. Ongeveer zestig kilometer van de Canadese grens. Het is een heel klein stadje, ik denk niet dat je er ooit van hebt gehoord.”
“Hoe klein?”, vroeg ik.
“Er wonen zo’n 1.300 man”, zei hij. “Geloof me, het is echt in de middle of nowhere. In de winter is het al snel twintig graden onder nul.”
Ik keek hem eens aan. “En jij wilt daar een hotel bouwen? Is dit een slechte grap?”
“Nee nee”, zei hij. “In 1951 is er olie ontdekt, maar dat zit vast in leisteen, en boringen daarin konden ze in die tijd niet winstgevend uitvoeren. Nu kan dat wel, dankzij een nieuwe methode, fracking. Oliemaatschappij Hess is druk bezig om de olie uit de grond te krijgen.”

Ik had al wel van fracking gehoord. Het wordt gebruikt om olie en gas uit de grond te halen door zo hard op de stenen te rammen dat ze breken. Dan wordt er vloeistof in gespoten om ze verder open te breken, om zo de vastzittende olie te bevrijden. De methode is controversieel, en in Pennsylvania en New York liepen allerlei rechtszaken omdat er watervervuiling bij was opgetreden. Ik vroeg Steve of dat in Tioga ook geen probleem zou zijn. “Er woont niemand. Maar dat is ook het probleem. De arbeiders hebben geen plek om te overnachten”, zei hij.
“Waar slapen ze nu”, vroeg ik.
Hij moest lachen. “Da’s een beetje moeilijk te omschrijven. Je moet het echt even gaan bekijken.”

Kamp met prikkeldraad

Mijn nieuwsgierigheid werd te groot, ik besloot te gaan kijken. Een paar dagen later vlogen Steve en ik met zijn businesspartner Ray Cody naar Tioga. Er was niemand te zien in de verre omtrek van het vliegveldje. “Hoe komen we naar de stad?”, vroeg ik. “De directeur van de bank komt ons halen,” zei Ray, “maar er is ook een auto die mensen kunnen lenen als het nodig is.” Hij wees naar een sleutel die aan de muur hing, naast een bordje dat chauffeurs eraan herinnerde om de verwarming uit te zetten en de tank te vullen na gebruik. Nee, het was niet bepaald Brooklyn hier.

Al snel dook David Grubb, de bankdirecteur, op. Hij was tegelijk ook de baas van het gemeentelijk ontwikkelingsbedrijf van Tioga. Hij reed ons rond om het stadje te laten zien, waaronder de supermarkt. De schappen waren zo goed als leeg. “Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik. Grubb vertelde dat alles rond tien uur vrijdagochtend altijd uitverkocht is. Het was nu middag. “De arbeiders krijgen betaald, en kopen dan alles wat we hebben. We hebben aan alles een tekort”, vertelde hij.
Dat geldt ook voor werkkrachten. In North Dakota is de werkloosheid 3,2 procent, maar in Tioga is het minder dan twee procent. Arbeiders in de olie verdienen zo’n 100.000 dollar per jaar, en mensen komen overal vandaan voor een baan. “Maar we hebben een probleem met overnachtingsplekken”, zei Grubb. “Ze slapen in campers of in het mannenkamp.”
“Het mannenkamp?”, vroeg ik.

Financiering

“Ja, wil je het zien?” We reden de stad uit en kwamen al snel bij een kampement omringd door prikkeldraad. Er stond een verzameling metalen dozen die op zeecontainers leken. Ze waren omgebouwd tot verblijven voor de mannen. En dan bedoel ik ook mannen. Geen drugs, geen wapens, geen vrouwen, dat waren de regels. Het kostte 130 dollar per nacht, inclusief avondeten. Het kamp telde 250 slaapkamers, twee tv-ruimtes, een sportschool, wasserette,  rookruimte en internetcafé. Er was een lange wachtlijst voor het kamp. De mannen werkten zo’n dertig dagen en hebben dan vijf, zes dagen vrij, maar ook die dagen betaalden ze om hun plek maar niet kwijt te raken.

Het idee van een hotel in Tioga werd plots heel aantrekkelijk. Ik wist dat Steve en Ray al een stuk land binnen de stadsgrenzen hadden gekocht. Maar ik had nog wel wat vragen. In de stad reden we naar Jamie Eraas, topambtenaar van Tioga. Ik vroeg haar waarom Hess, de oliemaatschappij, geen onderdak had gebouwd. “Ze zijn hier geweest”, zei Eraas, “Maar ze zeiden ‘Dat is niet onze business. We betalen ze genoeg. Er komt wel iemand anders langs die dat gaat doen.’”

“OK, we zijn geïnteresseerd”, zei ik. “Maar we moeten over de financiering praten.”Ik keek naar de bankdirecteur. “Ik weet zeker dat je onze partner wilt worden en ons kunt helpen met een lening.” Ik zag hem verstijven. Ik wist dat hij zou zeggen dat het project te risicovol was. “En zonder persoonlijke aansprakelijkheid”, voegde ik er snel aan toe. Ik doe niks meer met persoonlijke aansprakelijkheid. “Voordat je nee zegt,” ging ik verder, “laat me dit uitleggen. Ik zorg voor al het geld voor de bouw. Ik zou graag willen dat je me een percentage van dat bedrag terugleent zodra we de vergunningen hebben. Er moet iets te regelen zijn.”
Hij ontspande. “Je hebt gelijk”, zei hij. “We kunnen jullie wel een bedrag lenen zonder persoonlijke aansprakelijkheid. Ik kom er snel op terug.” Een week later bood de bank een lening na de bouw aan van vijftig procent van mijn investering. We zijn nog steeds aan het onderhandelen.

Laatste hobbels

Er waren nog een paar dingen. “We hebben een nieuwe toegangsweg nodig”, zei ik. Daar viel over te praten. “En ik zie dat jullie geen hoge gebouwen hebben in de stad. Hebben jullie restricties? Ik heb ruim twintig meter nodig.” Ik dacht dat het hotel vier of vijf verdiepingen moest worden. “Dat is hoger dan toegestaan”, zei ze, “maar ik denk dat we dat wel goedgekeurd krijgen.”
“Wanneer”, vroeg ik.

“Even kijken. Dinsdag kunnen we dat doen.”
“Dinsdag? Waarom niet maandag”, vroeg ik als grapje.
“Maandag is een feestdag”, antwoordde ze droog.
Dus nu zit ik in de hotelbusiness. Tegen de tijd dat je dit leest, zijn we aan het bouwen. Een paar bedrijven hebben al gezegd dat ze een aantal van de honderd kamers willen huren. Intussen hebben we land gekocht voor een hotel in Stanley, twintig kilometer verderop, en we onderhandelen over een derde stuk land.

Toen ik klein was, zei mijn vader altijd: “Er ligt een miljoen dollar onder je voeten. Je moet het alleen nog even vinden.” Ik snapte toen niet wat hij bedoelde, maar nu wel. Ik heb aardig wat miljoenen gevonden in de opslagbusiness. Ik durf te wedden dat er ook miljoenen in Tioga liggen te wachten. Het gebied is net zo rijp als Sacramento was in 1849. Er is behoefte aan restaurants, kroegen, groenteboeren, kledingwinkels, pompstations en veel andere dingen waar niemand nog aan gedacht heeft. Tenslotte bestond de spijkerbroek ook niet tot een 24-jarige Duitse immigrant in 1853 van New York naar San Francisco trok om een winkel voor mijnwerkers te openen. Het zou me niet verbazen als er in North Dakota de komende jaren een paar snel groeiende ondernemingen gevestigd zijn. Wie weet is Black Gold Suites één daarvan.

Serial ondernemer

Norm Brodsky (66) is een zeer ervaren ondernemer. Hij heeft zeven ondernemingen opgericht en geleid naar flinke groei. In 2008 verkocht hij zijn New Yorkse bedrijf CitiStorage (documentarchivering) nog voor 110 miljoen dollar.

Brodsky begon zijn carrière als jurist, maar het trage tempo van de rechtsgang stond al snel hem tegen. In 1979 startte hij Perfect Courier, een bezorgdienst in Manhattan. Binnen een paar had het bedrijf kantoren door heel Amerika, en werd het drie jaar lang gerekend tot de snelst groeiende bedrijven van de VS.
De opkomst van de fax dwong hem om verder te kijken. Een verzoek van een klant om een paar dozen op te slaan, deed hem besluiten in de opslagmarkt te duiken. Al snel bouwde hij zijn eigen opslagpanden. Nu liggen er 3,5 miljoen dozen in de ruimtes van CitiStorage.

Samen met auteur Bo Burlingham heeft hij zijn ondernemende leven opgeschreven in het boek The Knack: How Street-Smart Entrepreneurs Learn to Handle Whatever Comes Up. In 1995 startte Brodsky zijn column Street Smarts in het Amerikaanse ondernemersmagazine Inc. Daarmee verwierf Brodsky een enorme populariteit onder Amerikaanse ondernemers, en won hij verschillende prijzen. Wat lezers erover zeggen: “I've been reading all of the monthly Inc. columns by Norm Brodsky. They date back over eight years and offer some of the best business advice I've ever seen. Beyond being very open and honest, Norm is an extremely successful, serial, veteran entrepreneur. This is really a treasure.”

Als hij niet bezig is met overnames, nieuwe startups, het helpen van jonge ondernemers, ontwikkelen van vastgoed of het schrijven van zijn column, dan is Brodsky aan het skiën in Colorado. Op zijn 57e begon hij met deze sport.