Ton van ’t Noordende (Keadyn): ‘Wij willen een alternatief zijn voor suit & tie-investeerders’

Investeerder Ton van ’t Noordende (35) van Keadyn heeft een missie: groeigeld beter beschikbaar maken voor seed-startups. ‘Voor hen is het al snel een death valley.’

Van ’t Noordende is sinds 2015 partner bij Rotterdamse techstartup-investeerder Keadyn. Onlangs investeerde het bedrijf nog in het veelbesproken 42workspace, de nieuwe Rotterdamse hub voor techbedrijven. Keadyn heeft sinds de oprichting in 2012 veertien investeringen gedaan, van tussen de 200 duizend en 750 duizend euro.

Wij zoeken naar vastberaden ondernemers

Kleine injecties van groeigeld, dus. Dit is dan ook precies waar Van ’t Noordende voor staat. De investeerder stelt dat het voor beginnende startups - met drie tot zeven man aan personeel - moeilijk is om aan die eerste tonnen te komen. Zie daar het nut van Keadyn, dat al vier exits van geïnvesteerde bedrijven meemaakte.

Ondernemerschap gaat Van ’t Noordende en zijn partners dan ook aan het hart. Maar goed, wat wil je ook? Allen zijn ze ex-ondernemers. Bij investeringen kijkt Van ’t Noordende daarom niet slechts naar het financiële plaatje. “Ik hou me juist ook heel erg met het team bezig. Is zo’n team naar onze mening niet compleet, dan investeren we niet snel. Als ondernemer hoef je je industrie nog niet eens per se goed te kennen, zolang jij en je teamleden maar vastberadenheid tonen. Het liefst zien wij een aantal founding members dat er helemaal voor gaat.”

Hoe ben je investeerder geworden?

Je bent een tijdelijke pijplijn waar ondernemers doorheen gehaald worden

“Ik voelde dat ik geen keuze had; ik moest wel deze kant op gaan. Er was voldoende kapitaal beschikbaar in de markt, maar weinig partijen richtten zich op seed-stage bedrijven. Zoek je naar groeigeld van tussen de 3 en 5 ton, dan is het al snel een death valley. Een investeerder vinden is moeilijk. Wij hebben Keadyn opgericht om te kijken of we dit gat konden vullen. Voor Keadyn heb ik zelf ook een startup gehad, waarmee we een investering vonden. Met Keadyn willen we kijken of we de markt positief kunnen beïnvloeden, zodat meer startups groeigeld kunnen vinden.”

“Er is trouwens veel meer te doen dan slechts het geven van zo’n investering. Je geeft startups ook kennis. In feite ben je een tijdelijke pijplijn waar ondernemers doorheen gehaald worden. Je begint met vijfhonderd startups en na een jaar blijven er vijf over. Maar ook die 495 anderen kun je de goede kant op helpen. Je kunt deze ondernemers bijvoorbeeld inzichten geven in de venture capitalists-markt, zodat ze erachter komen hoe ze ook zij een investeerder kunnen vinden. Het gaat niet om kapitaal, maar om de kennis achter kapitaal.”

Wat vind je het leukste - en minst leuke - aan dit vak?

Investeerder zijn is gemakkelijker dan ondernemer zijn

“Je ontwikkelt een metaperspectief op de markt. Ieder gesprek met een ondernemer is een nieuw mini-college. Door al die gesprekken krijg je een mooi idee van wat er in de markt is. Wat ik ook te gek vind is dat je ondernemers verder kunt helpen met inzichten. Daarnaast heb ik besloten dat ik tegenwoordig alleen nog met leuke personen wil werken. Het mooie is: dat doen we ook. Als investeerder spreek je alleen maar fantastische mensen die iets groots willen bouwen.”

“Er is eigenlijk niet iets wat ik minder leuk vind aan dit vak. Investeerder zijn is gemakkelijker dan ondernemer zijn, merk ik. Als ondernemer moet je continu op zoek naar de volgende stap. Investeerder zijn, vind ik eigenlijk leuker. Wel probeer ik als een ondernemer naar mijn investeringsbeleid te kijken. Zo probeer ik onze processen wat meer te automatiseren. Je spreekt duizenden mensen en investeert maar in enkele partijen. Zo’n proces kun je dus versimpelen. Op die manier hou je meer tijd over om andere ondernemers vooruit te helpen.”

Wat was je grootste succes tot nu toe?

Een investeerder zei: 'I'm in it for the money'. Ik dacht: jij bent verkeerd bezig

“Ik ben er het meest trots op dat we hebben bijgedragen aan een geloof in de markt voor startups. Er komt nu steeds meer toetreding in de markt van buitenlandse investeringspartijen, uit bijvoorbeeld Duitsland, de Verenigde Staten en zelfs uit Helsinki. Die investeerders hebben meer meegemaakt en kunnen meer meebrengen. Hierdoor worden ook Nederlandse investeerders beter, denk ik.”

“Op deze manier kunnen we een alternatief vormen voor de suit & tie-firms, die weinig bijdragen aan de markt. Zij zagen er lange tijd niet de noodzaak van in om in kleine startups te zitten. Deze investeerders vormen het establishment, dat het lange tijd voor het zeggen had en eenvoudige deals kon doen doordat er minder kapitaal was. Zij moeten zich nu omscholen van klassieke investeerder naar een partij die echt iets toevoegt aan de markt. Laatst in Ljubljana kwam ik nog iemand van de oude stempel tegen. Die investeerder zei tegen me: ‘I’m in it for the money’. Als je vandaag de dag nog zo denkt, ben je verkeerd bezig.”

En de grootste missers?

“We hebben één bizarre exit meegemaakt met Nestpick, de Airbnb voor studenten. Wij hadden in dit bedrijf geïnvesteerd, en voor ons bleek het een succes. Rocket Internet nam al snel een belang en Nestpick ging voor grote groei. Het bedrijf verhuisde alleen in één klap naar Berlijn, en paste de Rocket-filosofie toe: het ontsloeg driekwart van de medewerkers en zette er een managementteam voor in de plaats. Het gevoel in die organisatie was toen weg.”

Wanneer moet ik als ondernemer wel, en wanneer vooral niet bij jullie aankloppen?

Investeren is als een huwelijk vol mooie en zware momenten

“Het is vooral een gevoelsding. Het investeren is net als een huwelijk vol mooie momenten. Als het echter zwaar is, moet je elkaar er ook doorheen trekken. Je moet dus een goede match hebben. Ik kijk bijvoorbeeld alvast op LinkedIn of het goed voelt. Ik let dus echt op wie jij bent; dat is een stap die soms niet wordt gemaakt in dit proces. Het liefst komen we iemand tegen die weet dat dit niet alleen een spel van geld is, maar ook een van het bouwen van een goede band. Qua branches investeren wij eigenlijk alleen in software en tech, dus niet in hardware.”

Wat verandert er binnen een bedrijf op het moment dat jullie instappen?

Als ondernemer word je gedwongen goed naar je business te kijken

“Toch wel veel. Niet alleen als we instappen, maar ook al in het proces ernaartoe. Als ondernemer word je gedwongen om goed naar je business te kijken. We lichten je hele bedrijf door en je krijgt 250 vragen over van alles. Hoe zit het bijvoorbeeld met je contracten, personeel, en je omzet?”

“Tijdens een tweede gesprek houden we met ondernemers een Canvas-sessie van twee uur. Hierbij doen we een brainstormsessie, waarbij we alle negen stappen van het Canvas-model doorgaan. Soms kom je samen niet eens door de vierde stap, terwijl het je een andere keer direct lukt om erdoorheen te komen. Dan zien wij dat zo’n ondernemer het in de gaten heeft. Na zo’n traject weet je als ondernemer precies waar je bedrijf staat.”

Als je nu iets kon veranderen aan de manier van investeren in Nederland, wat zou dat zijn?

Maak je de markt transparanter, dan kunnen nieuwe partijen toetreden

“Ik denk dat er meer kennisvoorziening moet zijn voor ondernemers, over hoe een investering zich afspeelt bij goede investors. Ondernemers moeten meer kennis krijgen over hoe je een investering vindt van een investeerder met een zekere credibility. In de Verenigde Staten heb je dat veel meer. Ook in Tel Aviv heb je een transparant platform: Start-Up Nation Central. Daar staan alle top 5000-startups van het land op. Als je daar naartoe gaat, kun je direct met ze in contact komen. Zoiets mis ik nog in Nederland. Zodra je het namelijk transparanter maakt, kunnen nieuwe partijen toetreden tot de markt.”

Wat doen Nederlandse ondernemers goed en wat kan beter?

“De kwaliteit van het Nederlandse ondernemerschap is de laatste jaren erg verbeterd. Ik zit nu een aantal jaren in de jury voor startupwedstrijd Startup Deal van het Jaar. In de beginjaren zag ik wisselende kwaliteit voorbijkomen, maar het laatste jaar zaten er in de voorselectie al 35 kandidaten die we als jury graag hadden gekozen. Deze verbetering heeft ook met het maatschappelijk klimaat te maken, denk ik. Vroeger werd het op universiteiten aangemoedigd om na je studie meteen door te stromen naar de corporates. Nu zie je dat ondernemerschap op de universiteit al tot sommige lesprogramma’s behoort.”

Er is nog een gebrek aan kennis bij ondernemers

“Wel kan de connectiviteit nog verbeteren in de markt, en zie ik een gebrek aan kennis. Te weinig Nederlandse ondernemers gaan bijvoorbeeld in het buitenland op onderzoek uit, om te zien wat ze daar kunnen halen. Er zijn uitwisselingsprojecten vanuit de overheid, maar die werken naar mijn mening nog niet naar behoren. Nederlandse ondernemers moeten betere toegang krijgen tot de juiste netwerken buiten Nederland.”

Wat is het gekste dat je ooit hebt meegemaakt als investeerder?

“De meest gedenkwaardige tekst waarmee iemand ooit een pitch tegen me begon was: ‘I wrestled with a baboon and got away with it’. De ondernemer had meteen mijn aandacht. Ik was geïnteresseerd en we begonnen te praten. Uiteindelijk leidde het niet tot een investering, omdat het bedrijf niet genoeg paste bij ons type investeringen. Wel is het goed afgelopen, want we hebben de ondernemer uiteindelijk aan een andere investeerder geholpen.”

Lees ook de andere interviews in deze reeks:
Johan van Mil (Peak Capital): 'Als wij instappen moet het gaspedaal echt in de turbostand’ 
Mathijs de Wit (Newion): 'Ik investeer niet in lifestyle entrepreneurs'
Niels van Aalten (Holland Venture): ‘Er is weer te veel geld in de markt’

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!