Wouter Bos over Invest-NL: ‘Wij kunnen vaker een kras oplopen dan traditionele investeerders’

Wouter Bos (Invest-NL)

Wouter Bos (56) mag de komende jaren 1,7 miljard euro overheidsgeld investeren in groene Nederlandse scaleups, namens het afgelopen maand gelanceerde fonds Invest-NL. Ondertussen pleit de oud-politicus al voor een Europees fonds. ‘Dan heb je een serieuze schaal.’

Na jaren aan zijn groene investeringsmaatschappij Invest-NL te hebben gewerkt, kon Wouter Bos het fonds afgelopen maand dan eindelijk officieel lanceren. Hij krijgt de komende jaren 1,7 miljard euro van de overheid, bedoeld om te investeren in Nederlandse scaleups die bijdragen aan de energietransitie.

Maar wanneer kun je als groene ondernemer nu het beste op de koffie gaan bij het oud-PvdA-kopstuk? Om dat te leren, reist Sprout op een bewolkte maandagochtend af naar de Amsterdamse Zuidas, waar het kantoor van Invest-NL zetelt. Binnenkort verhuist de 45 werknemers (40 fte) tellende organisatie naar een pand aan de Sloterdijk, maar nog even zetelt Bos in het financiële hart van Nederland. Het is het financiële hart dat hij tijdens de kredietcrisis van 2008 nog als Minister van Financiën van de ondergang redde, door miljarden te steken in de alles in stand houdende bancaire sector.

Dat was toen. Anno 2020 heeft de volgende noodsituatie zich aangediend, in de vorm van een zogeheten ‘klimaatcrisis’. Opnieuw speelt Bos de rol van crisismanager annex portemonneetrekker. De goedlachse bestuurder vertelt grootse plannen te hebben met zijn groene kapitaalverstrekker: de eerste Nederlandse investeringen van Invest-NL verwacht hij nog dit jaar te doen, maar Bos’ dromen reiken verder: een pan-Europees duurzaamheidsfonds, dát is wat er moet komen, als het aan de Invest-NL-voorzitter ligt.

Jullie krijgen 1,7 miljard euro overheidsgeld om te investeren in groene scaleups. Wanneer kun je als scaleup bij jullie aankloppen?

“Als je al met andere financiers gepraat hebt, die misschien wel bereid zijn om íets te doen, maar je niet de hele financiering rond krijgt. Dit is een probleem dat we vaker tegenkomen bij scaleups in Nederland. Er zijn wel venture capital-fondsen, maar dat zijn er relatief minder dan in andere landen, ze zijn ook relatief kleiner en moeten ook nog eens hun risico spreiden. Dus het bedrag dat zij er per financiering uit kunnen trekken is relatief gering.”

“Dat is typisch een moment waarop wij het laatste puzzelstukje kunnen leggen. De gevallen zoals wij ze nu ook al tegenkomen in onze pijplijn, zijn vaak gevallen waarbij je ziet dat er al wel kapitaalverstrekkers betrokken zijn. Er is ook wel een zeker geloof in de businesscase en er zijn andere partijen bereid om risico te nemen, maar ze krijgen het gewoon niet rond. Dat heeft dan vaak te maken met de omvang van het bedrag en dus eigenlijk ook met de exposure die kapitaalverschaffers dan zouden hebben. Het risico is ze dan gewoon te groot.”

Jullie stellen je primair te richten op bedrijven die bijdragen aan de energietransitie. Waaraan moet een scaleup voldoen om voldoende bij te dragen aan de energietransitie?

Invest-NL is niet exclusief voor de energietransitie

“Het is niet exclusief voor de energietransitie. We hebben ook een aantal andere transities in beeld waarvoor we bepaald niet blind zijn voor kapitaalbehoefte. Denk aan de transitie naar een circulaire economie of denk aan wat er op het gebied van agrifood moet gebeuren. De energietransitie is wél het gebied waar we – zeker in eerste instantie – enorm de nadruk op zullen leggen en waar we ook intern de meeste kennis over opbouwen. Het is echt wel onze comfortzone op dit moment.”

“Uiteindelijk zullen we vooral kijken naar, helemaal platgeslagen, een CO2-reductie per geïnvesteerde euro – dat is de impact die je maximaal wil hebben. Als je denkt dat je op dat punt goed scoort en je hebt een goed verhaal, maar het risico of de omvang is net wat te veel van het goede voor de traditionele kapitaalverschaffer, dan kunnen wij je ondersteunen.”

Kun je al een getal koppelen aan de geprefereerde CO2-reductie per geïnvesteerde euro?

“Nee. Het is uiteindelijk een benchmark die we hier intern moeten opbouwen, aan de hand van de cases die we krijgen en de investeringen die we doen. Maar als je wil weten welk type onderneming in het kader van de energietransitie interessant is, dan zeggen wij: investeringen waardoor CO2-reductie wordt gerealiseerd. Dan heb je vervolgens een heel spectrum van marginale tot heel serieuze reductie. Een grotere CO2-reductie wordt dan interessanter voor ons.”

Als ik het goed begrijp, is CO2-reductie voor jullie dus het belangrijkst bij investeringen, terwijl het risicoprofiel van de bedrijven op 2 staat.

“Impact is voor ons het allerbelangrijkst. Impact meten we af aan CO2-reductie in dit geval. Werkgelegenheid vinden we ook belangrijk, even als de research & development-inspanningen van het bedrijf. Als iets veel impact heeft en voldoende rendement, is het belangrijk voor ons. Als iets daarentegen veel rendement oplevert, maar geen impact heeft, is het niet interessant.”

Zijn er op termijn ook investeringen denkbaar in bedrijven die niet per se groen zijn, zoals software-ondernemingen?

Wij investeren alleen als de markt niet thuisgeeft

“Het is niet ondenkbaar, maar het ligt niet voor de hand. Dat heeft te maken met het feit dat bij de totstandkoming van Invest-NL is besloten dat Invest-NL alleen zou moeten financieren op momenten dat de markt niet thuisgeeft. Vraag je bijvoorbeeld aan de Nederlandse Vereniging voor Participatiemaatschappijen welk deel van de markt zij nu al goed kunnen bedienen – en waar zijn wij dus niet nodig? – dan vormen it-startups het eerste voorbeeld dat ze geven. Daarvan zeggen ze: daar is écht genoeg kapitaal voor. Er zijn genoeg investeerders en het zijn vaak kleinere bedragen.”

“Ook is het een heel ander type risico. Bij it-startups investeer je vaak vooral in salarisbetaling, dus op het moment dat het mislukt, stop je met salaris betalen. Als je een industriële innovatie financiert, wordt er een fabriek gebouwd voor 30 miljoen en als het mislukt staat daar 30 miljoen en kun je er niets meer mee. Daar ligt het dus meer voor de hand dat partijen inspringen zoals wij, omdat we net wat vaker een kras kunnen oplopen dan de traditionele investeerder.”

Als jullie investeren, nemen jullie nooit een meerderheidsbelang in een bedrijf, zei je onlangs tegen de NRC. Om hoeveel procent verwacht je dat het in de praktijk vaak zal gaan?

“Dat weet ik niet. Bij een kleine startup die voor een serieuze financieringsronde staat, kan het gaan om een groot belang. Wel hangt het ook erg af van de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen, die in die financiering aan de orde is. In vergelijking met buitenlandse ondernemers zitten Nederlandse ondernemers over het algemeen niet te springen om het uitgeven van aandelen en het toelaten van anderen, die invloed krijgen in het bestuur. Er is dus vaak een zekere voorkeur voor vreemd vermogen. Of dat in alle opzichten altijd de beste manier is en of het houdbaar is, dat gaan we uitvinden.”

“Wat ik nu zie langskomen zijn financieringsaanvragen waarbij we louter met vreemd vermogen kunnen instappen, bijvoorbeeld via een achtergestelde lening, naast financieringsvragen waarbij ons echt gevraagd wordt om aandelenbelangen te nemen. Die (laatste groep, red.) zijn tot nu toe betrekkelijk gering.”

Het zullen dus niet altijd directe overheidsbelangen in private bedrijven worden. Er zal dus ook sprake zijn van converteerbare leningen en meer van dat soort investeringen.

We zien onszelf niet als overheidspartij

“Ja, maar we zien onszelf ook niet als overheidspartij, die een belang neemt.”

Het is wel publiek geld.

“Het is publiek geld, maar we maken onze eigen investerings- en financieringsafwegingen. Een motie die in de Tweede Kamer wordt ingediend, doet daar in principe niets aan af. We hebben ook een zakelijke aandeelhouder, die kijkt of we onze rendementsafspraken wel nakomen.”

Jullie willen samen investeren met andere fondsen. Kun je al enkele namen noemen van partijen waarmee jullie samenwerken?

“Nee (lacht).”

Met welk type investeerders gaan jullie een samenwerking aan?

“We kennen, denk ik, inmiddels heel veel partijen die actief zijn met equity, dus de venture capital-verschaffers. De banken komen we ook geregeld tegen, maar die hebben weer een ander risicoprofiel.”

“Ons netwerk hebben we de afgelopen jaren opgebouwd, toen we nog niets mochten financieren, maar wel met iedereen mochten praten. We hebben onze tijd goed besteed, dus ik denk dat we onze partners wel redelijk kennen. Je ziet bovendien vaak dat een ondernemer zelf ook partners inbrengt. Zo iemand zegt dan bijvoorbeeld: ik heb 30 miljoen (euro, red.) nodig en ik heb het voor 25 miljoen rond. Hoe krijgen we de rest rond?”

Voor de goede orde: er is dus al wel sprake van meerdere partijen die geïnteresseerd zijn om co-investeerder te worden bij een van jullie deelnemingen?

Co-investeerders zijn voor ons erg belangrijk

“Ja, sterker nog: het is voor ons, zeker in deze beginperiode, heel erg belangrijk dat er een co-investeerder is. We hebben nog niets gefinancierd, dus we hebben nog geen ervaring en zijn onze kennis nog aan het opbouwen. Als je dan mee kunt liften op de kennis en ervaring van een co-investeerder die de betreffende markt heel goed kent, is dat van een groot belang.”

In hetzelfde interview in het NRC stel je dat bedrijven niet hoeven aan te kloppen voor investeringen onder de 5 miljoen euro. Wat wordt de precieze range van jullie investeringen?

“Wij gaan ervanuit dat we tussen de 5- en 50 miljoen per individuele financiering zullen uittrekken. Dat is een regel waar uitzonderingen op mogelijk zijn.”

Zullen die uitzonderingen aan de boven- of onderkant van die range worden gemaakt?

“We houden beide mogelijkheden open. We gaan er niet vanuit, omdat er onder de 5 miljoen vaak genoeg andere partijen zijn die kunnen investeren. Bijvoorbeeld regionale ontwikkelingsmaatschappijen, de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, red.) van het Ministerie van Economische Zaken of informal investors. Een partij als TechLeap (tevens publiek gefinancierde startup-organisatie, red.) kent de informals in die wereld ook goed. Bij investertingen boven de 50 miljoen moet je je afvragen of het risico behapbaar is.”

Over die ondergrens nog even. VVD-kamerlid Dennis Wiersma was daar kritisch over, omdat, zo stelt hij tegen RTL Z, de “slager om de hoek” dan geen geld zou kunnen krijgen. Hoe kijk je daar tegenaan?

“Ik ga bij Dennis Wiersma langs om persoonlijk kennis met hem te maken en dit even door te nemen. Kijk, de VVD heeft ingestemd met een wet waarin mede, op verzoek van de VVD, heel scherp is omschreven dat wij marktpartijen niet uit de markt mogen drukken. Als marktpartijen zelf kunnen financieren, hebben wij daar echt niets te zoeken. Financiering van relatief kleine bedragen, dus gewone uitbreidingsinvesteringen waar geen impact aan de orde is, daar is voldoende aanbod voor in de Nederlandse markt.”

Dus waar moet de slager om de hoek naartoe voor zijn financiering?

“Dan is er de bank, crowdfunding, de RVO of zijn er regionale ontwikkelingsmaatschappijen.”

Scaleups zijn doorgaans niet alleen geïnteresseerd in groeigeld, maar ook in mentoring, dus het in huis halen van kennis die ze zelf nog niet hebben. In hoeverre kunnen jullie aan die behoefte voldoen?

“Het staat in de steigers bij ons. We zijn het zelf het zelf nog aan het ontdekken, maar hebben er nadrukkelijk oog voor. Voor een innovatieve ondernemer is het toch een traditionele valkuil om te gefocust te zijn op de technische kwaliteit van het nieuwe product en onvoldoende oog te hebben voor het feit dat er daarnaast nog gemanaged, georganiseerd en bestuurd moet worden; van aanvoerlijnen tot marketing en het besturen van een club mensen.”

“Wij hebben een samenwerkingsovereenkomst met TechLeap getekend om te kijken of we daar samen kunnen werken aan – het is verschrikkelijk jargon, maar niet te min – succesvolle ecosystemen, waarbinnen dat ook allemaal geboden wordt aan die startende en doorgroeiende ondernemer. Als je dan kijkt naar de succesvolle aanpak van landen als Israël, Californië, Singapore of Frankrijk, zoals ik heb begrepen van Constantijn (speciale gezant van TechLeap, red.), is er nog heel veel wat we kunnen leren. Dat zullen we samen met andere partijen oppakken.”

Hoe zou zoiets er in praktijk in Nederland uit kunnen zien?

“We hebben hier in huis een heel kleine opschalingsfaciliteit voorhanden. Dat is een budget waarmee we opschalende ondernemers kunnen helpen op al die andere gebieden dan alleen maar het financieren. Hierbij kan het ook gaan om hoe ze de boel juridisch en financieel-administratief op orde krijgen, in termen van het aanvragen van vergunningen en het laten zien van een pilot.”

“De regionale ontwikkelingsmaatschappijen hebben ook al mooie ontwikkelingsprogramma’s voor ondernemers, waarbij ze opgeleid worden om met dat soort taken om te leren gaan. En zoals gezegd: in andere landen zie je dat ook. Het zijn uiteindelijk hele supportsystemen die je om een onderneming heen bouwt en waar je een beroep op kan doen als dat nodig is.”

Stel dat jullie ervoor kiezen een belang te nemen in een bedrijf. Is het dan ook denkbaar dat jullie bij zo’n onderneming in Raad van Commissarissen of de Raad van Bestuur gaan zitten?

“We sluiten het niet uit, maar daar is een aantal varianten op mogelijk. We moeten ons ook omringen met netwerken waar we een beroep op kunnen doen als er namens ons bestuurlijke posities ingenomen moeten worden. In zijn algemeenheid geldt wel dat je een vorm van bestuurlijke invloed wil hebben op het moment dat je equity verschaft.”

“Dit (in een bedrijfsraad gaan zitten, red.) is dan één van de mogelijkheden. Het trekt wel een heel zware wissel op je eigen capaciteit als je dit laat doen door mensen uit je eigen organisatie. Misschien kun je dan beter een beroep doen op mensen die je vertrouwt, die tot je netwerk behoren en er echt in gespecialiseerd zijn. Het is dan een groot voordeel als er een co-investeerder is, want zij hebben die mensen ook beschikbaar.”

Amerikaanse snelgroeiende bedrijven halen vaak wel honderden miljoenen dollars groeigeld op bij financieringsrondes. Zulke grote investeringen kunnen jullie niet doen. Is 1,7 miljard euro niet wat te weinig? 

Met 1,7 miljard willen we elders nog grotere bedragen lostrekken

“Er is in ieder geval genoeg te doen, ook met deze 1,7 miljard. Eén van onze uitdagingen is om met behulp van die 1,7 miljard nog grotere bedragen elders los te trekken. Bijvoorbeeld uit Europa, of van de pensioenfondsen. Maar goed, er is al vele malen gepoogd om grootkapitaal los te trekken van pensioenfondsen en dat is ingewikkeld.”

“Er is nog één andere route open en dat is het opzetten van een fonds op Europese schaal. Er is al een paar keer gezegd dat we zouden moeten proberen om binnen Europa vergelijkbare techgiganten tot stand te brengen, zoals je die nu ziet in Amerika en China. Waar zijn de Europese unicorns?, is dan het verhaal (lacht).”

“Die breng je niet tot stand met een Nederlands of een Frans fondsje. Die breng je tot stand door op Europees niveau financieringsinstrumenten te ontwikkelen. Dat zal ik gaan bespreken met collega’s van Europese zusterinstellingen. Er is ook een Duits Invest-NL, een Frans Invest-NL; clubs die met elkaar samen zouden kunnen werken. Als je een Europees fonds voor de financiering van risicovolle industriële innovaties tot stand kan brengen, dan heb je opeens een schaal waarop het wél serieus kan.”

Zou zoiets aan kunnen sluiten bij de Europese Green Deal, het idee van onder anderen eurocommissaris en mede-PvdA’er Frans Timmermans?

“Zeker. Ik ga ervanuit dat – ook de financiering van de Green Deal – het type financiering dat wij kunnen leveren, al dan niet samen met Europese collega’s, een grote rol gaat spelen.”

Jullie stellen op termijn te hopen op een internationale tak. Is het niet gek om investeringen in buitenlandse bedrijven te doen met Nederlands belastinggeld? Je zou zeggen dat dat geld aan Nederlandse projecten gespendeerd zou moeten worden.

“Voor Invest-NL geldt dat sowieso. Wij financieren alleen Nederlandse bedrijven die wat betekenen voor de Nederlandse economie. Als die internationale tak er op een gegeven moment ook komt, dan zou het nog steeds in essentie gaan om Nederlandse bedrijven die in het buitenland investeren. Het zou dus nog steeds gaan om Nederlandse bedrijven. Dat kan bij wijze van spreken ook een Nederlands baggerbedrijf zijn, dat in een haven in Afrika iets heel duurzaams tot stand wil brengen.”

Vermogensbeheerder BlackRock, goed voor 7.000 miljard dollar, gaat zich nu ook volop richten op de energietransitie. Invest-NL heeft een fondsomvang van ‘slechts’ 1,7 miljard euro. De Volkskrant vroeg zich al af of Invest-NL niet op voorhand onnodig is. Wat is jouw kijk hierop?

BlackRock heeft een ander risicoprofiel dan wij

“De vraag naar financiering ten gevolge van de energietransitie is zo groot dat iedereen welkom is. Achter BlackRock zitten private aandeelhouders met stevige rendementsverwachtingen. Die zullen dus toch een ander risicoprofiel voor investeringen uitzoeken dan wij. Wij zijn marktconform, dus het nemen van risico heeft gewoon zijn prijs.”

“Maar wij hebben wél een aandeelhouder die begrijpt dat het af en toe misgaat als je riskant belegt. Onze aandeelhouder vindt het ook niet erg om wat langer op zijn geld te moeten wachten en om te zien dat het af en toe misgaat. Op het eind van de dag zal onze aandeelhouder op portfolio-niveau genoegen nemen met een lager rendement dan een commerciële aandeelhouder als BlackRock.”

Zou BlackRock een partner zijn om mee samen te werken?

“Wij sluiten helemaal niemand uit op dit moment als partner, al doen we natuurlijk wel allemaal mvo-checks (maatschappelijk verantwoord ondernemen, red.) op onze partners. Wat we echter nog moeten uitvinden, is: stel dat wij met een puur commerciële partner samenwerken, verwacht zo’n partner dan ook van ons dat wij er puur commercieel in zitten? Of accepteert zo’n partner dan van ons dat wij er met een andere risico-rendementsverwachting in zitten dan zij zelf?”

Over grote groene investeerders gesproken: is er al contact geweest met Koolen Industries, van cleantech-investeerder Kees Koolen? 

“Ik heb hem een aantal maanden geleden ontmoet.”

En hoe gingen de gesprekken?

“Ik heb mezelf alleen even kort voorgesteld en hij had een gesprek met wat collega’s van me.”

En heeft dat al wat opgeleverd?

“Daar ga ik verder niets over zeggen.”

Er is ook kritiek op het feit dat jullie onnodig zouden concurreren met reguliere fondsen.

“Het is niet wat ondernemers zeggen over ons. Het is vooral een geluid dat je hoort uit de wereld van bestaande investeerders. Tegen hen kan ik alleen maar zeggen: als dat zou gebeuren, dan zijn we mislukt. Wij zijn er niet om anderen uit de markt te drukken. We zijn er juist om investeringen door andere mogelijk te maken. Omdat wij meedoen, kunnen zij ook investeren. Als wij niet mee zouden doen, zou de investering niet door kunnen gaan. Dat is waar we voor zijn en dat zullen we waarmaken.”

We kennen je als PvdA-veteraan, politiek dus links van het midden en daarmee voor meer vermogensgelijkheid. Investeringen in groeibedrijven zijn nodig, maar ze spekken vaak ook de kas van enkele individuen: de aandeelhouders, met als risico de vermogensongelijkheid te laten toenemen. Hoe rijm je die twee rollen met elkaar?

Bos buigt naar achteren, armen over elkaar. “Ik heb in mijn carrière langer buiten de politiek gewerkt dan in de politiek. Ik vind het dus altijd wat moeizaam om aangesproken te worden op minder dan de helft van mijn actieve loopbaan.”

Maar goed, we kennen je wél als PvdA’er.

“Ik vind het ontzaggelijk spannend om nu te werken voor een bedrijf dat maatschappelijke impact wil realiseren, waar – denk ik – Nederland beter van wordt en waarvan je ziet dat het heel veel mensen motiveert om een steentje bij te dragen. Het helpt dat ik zelf in het bedrijfsleven heb gewerkt en snap hoe het daar werkt: dat het investeren wel rendement moet opleveren. Ik snap hoe ondernemers daarover denken en hoe financiële partijen daarmee omgaan.”

Invest-NL past bij wat ik altijd gedaan heb

“Voor mezelf zie ik het alleen maar als iets wat heel mooi past bij wat ik altijd gedaan heb. Het doet namelijk zowel een beroep op het feit dat ik snap wat de samenleving op dit moment verwacht, wat de grote omwenteling is die we met elkaar moeten maken, het publieke belang dat gediend moet worden en welke bijdrage het bedrijfsleven daaraan kan leveren. Ik heb altijd met één been in de ene wereld gestaan en met het andere been in de andere wereld en dat komt nu mooi samen.”

En doen jullie nog iets specifieks om ervoor te zorgen dat het geld binnen die bedrijven wat eerlijker verdeeld wordt?

“Binnen de bedrijven niet, maar onze bijdrage aan een betere wereld hier is denk ik dat we helpen een energietransitie te bevorderen, of een transitie richting een circulaire economie. Dat zijn doelstellingen die binnen de Nederlandse politiek een heel breed draagvlak hebben, en van links tot rechts zijn vastgesteld. Daar zitten wij verder zakelijk in, ik ga hier geen politiek bedrijven.”

Jullie stellen risicovolle investeringen te willen doen, maar uiteindelijk moet er ook rendement gemaakt worden. In het NRC spreek je de verwachting uit van een paar procent. Hoe kom je tot de juiste bedrijven?

“Elke financiële partij heeft een portfolio met projecten die gefinancierd worden. Daar zitten altijd projecten in die relatief weinig risico kennen en een hoog rendement hebben. Er zitten ook projecten in met relatief hoge risico’s en een onzekerder rendement. Bij dat deel van het portfolio van die partijen kunnen wij meedoen – dan wordt het voor ons interessant.”

Heeft een investering een heel hoog rendement en weinig risico, dan zeggen wij ‘nee’

“Als men naar ons toekomt met een investeringsaanvraag met een heel hoog rendement en weinig risico, dan zullen wij gewoon ‘nee’ zeggen. In het algemeen zal men dan ook niet naar ons toekomen, omdat er genoeg andere partijen zijn die dat allemaal willen doen. Dus in die zin selecteert de markt dat zelf ook wel een beetje. Men komt alleen naar ons toe als men dat zelf niet redt. Dat ligt vaak aan het risico, aan de looptijden of aan de grote onzekerheden die een rol spelen.”

Jullie mikken dus op kleine rendementen. Betekent dit dat er met Invest-NL een financieel duurzame organisatie opgetuigd is die over 20 jaar nog steeds bestaat?

“Ja, maar misschien ook niet.”

Maar het is wel de bedoeling?

“We hebben een breed terrein meegekregen vanuit de wetgever voor het zoeken naar onze toegevoegde waarde. Maar als we ergens heel lang gezocht hebben en echt niets kunnen betekenen, omdat de markt het prima zelf af kan, dan moeten we ook vooral ophouden. Dan hebben wij er niets te zoeken.”

“Denk ook eens aan de Green Investment Bank in Engeland. Die begon met de financiering van wind op zee. Dat was toen niet commercieel mogelijk, maar omdat zij ermee begonnen is dat commercieel aantrekkelijk gemaakt. Daarna zijn ze verkocht aan de markt. Zo succesvol waren ze, dus dat is misschien wel het perfecte succes.”

Dus zo zou het jullie ook kunnen vergaan?

“Het zou kunnen.”

Hoeveel investeringen moeten jullie de komende 5 jaar hebben gemaakt, willen jullie van een succes spreken?

“Daar hebben we geen target op gesteld. Laten we nou eerst maar eens de eerste financiering voor elkaar krijgen. We zijn begonnen, de pijplijn zit goed vol, maar we weten ook dat we – juist door dat risicoprofiel – heel veel aanvragen langs zullen krijgen en een heel klein deel écht zullen financieren. Dus: stap voor stap, wat mij betreft.”

We lazen dat er vijftig aanvragen in behandeling zijn genomen?

“Toen we onszelf lanceerden, hadden we er vijftig in behandeling. Dat aantal is inmiddels verdubbeld.”

En toch zou het nog tot eind dit jaar kunnen duren voor de eerste investering plaatsvindt?

“Nee. Ik ga ervanuit dat we dit kalenderjaar de eerste investeringen zullen doen.”

‘Investeringén’. Jullie plannen dus meerdere investeringen dit jaar.

“Nou, vooruit (lacht).”

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout en Management Team. Hij schrijft over startups, scaleups en nieuwe economie.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!