Hoe een topverkoper van modehuis Oger twee keer op staande voet werd ontslagen, maar bij de rechter gelijk kreeg

Alleen bij hoge uitzondering mag je een werknemer op staande voet ontslaan, bewijst een zaak rond Oger. De kledingwinkel kon beschuldigingen van diefstal niet hard maken. 

Kledingwinkel Oger ontsloeg één van haar topverkopers op staande voet, en wel tot twee maal aan toe. Oger uitte zware beschuldigingen aan het adres van de werknemer.

Zo zou de werknemer gratis kleding hebben weggeven en een contante betaling van € 40.000,- in eigen zak hebben gestoken. Oger trok met betrekking tot alle beschuldigingen aan het kortste eind. 

Achtergrond

In 1989 richtten drie broers Oger op. Vanuit de Amsterdamse P.C. Hooftstraat breidde Oger uit tot een modehuis met vestigingen in Den Haag, Rotterdam, Haarlem en zelfs in Antwerpen. ‘Het beter kleden van de man’ is de missie van Oger. Met behulp van persoonlijke adviseurs probeert Oger ‘een warm bad te creëren’ en rijke relaties met klanten op te bouwen. De werknemer in deze zaak wilde hier (te enthousiast) een steentje aan bijdragen.

De werknemer werkte sinds 2014 bij Oger Rotterdam en verdiende € 3.600,- bruto per maand. De werknemer stond bij Oger bekend als één van de topverkopers. Hij onderhield met sommige klanten een bijzondere verkooprelatie. Zo hielp hij klanten op afspraak en kwam hij zelfs bij hen thuis. 

Wat gebeurde er?

In de zomer van 2018 ontsloeg Oger de werknemer op staande voet. De werknemer zou aan een klant een gratis riem en een broek met korting hebben meegegeven . Daarnaast zou de werknemer een overhemd in een schoenendoos hebben gestopt en een klant alleen voor de schoenen hebben laten betalen. In eerste instantie beschuldigde Oger de werknemer er ook van dat hij meer geld zou hebben ontvangen dan op de kassa was aangeslagen. Maar deze laatste beschuldiging trok Oger vervolgens weer in. Werknemer meldde zich hierop ziek.

Gek genoeg ontsloeg Oger de werknemer een maand later opnieuw op staande voet. Kennelijk was Oger met betrekking tot het eerste ontslag niet zo zeker van haar zaak. Dit keer ontsloeg Oger de werknemer vanwege het handelen in strijd met interne regels. De werknemer zou onder andere op naam van anderen kleding op maat voor zichzelf hebben besteld. 

De werknemer vocht het ontslag op staande voet aan. Hij verzocht de rechter om beide ontslagen te vernietigen. Oger verzocht om de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden voor het geval dat de rechter het ontslag zou vernietigen. De werknemer vorderde voor dat geval, naast de transitievergoeding, een billijke vergoeding van 3 ton.

Kort voor en tijdens de zitting beschuldigde Oger de werknemer van nog een ernstige gedraging. De werknemer zou volgens Oger een contante betaling van een klant van € 40.000,- in eigen zak hebben gestopt.

De werknemer ontkende alle beschuldigingen. Zo zou er met betrekking tot het eerste ontslag een verkeerd prijskaartje aan de desbetreffende broek hebben gehangen, en zou het tijdelijk meegeven van een riem niet ongebruikelijk zijn. Daarbij zou de klant na twee maanden alsnog voor de riem hebben betaald waardoor Oger geen financieel nadeel leed.

Wat vond de rechter?

De rechter vond dat Oger beide ontslagen onterecht gaf. De werknemer ontkende alle beschuldigingen en Oger bewees de beschuldigingen niet. De kantonrechter vernietigde het ontslag op staande voet waardoor Oger het salaris, dat inmiddels was opgelopen tot tientallen duizenden euro’s, aan de werknemer moest doorbetalen. Een (maat)pak van het hart, voor de werknemer.

Nu de rechter het ontslag vernietigde, moet hij zich buigen over de vraag of er een grond was voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Oger krijgt hiervoor een bewijsopdracht van de rechter. Dit betekent dat Oger moet bewijzen dat de werknemer ernstig verwijtbaar handelde.

Wel adviseert de rechter partijen om te schikken. Maar Oger overweegt om in hoger beroep te gaan tegen de vernietiging van het ontslag op staande voet, en in de ontbindingsprocedure lijkt een schikking van de baan. Wordt vervolgd, of schikken partijen alsnog?

Ultimum remedium

Een ontslag op staande voet is een ‘ulitmum remedium’. De gevolgen van een ontslag op staande voet zijn voor een werknemer verstrekkend. Zo heeft de werknemer per direct geen arbeidsovereenkomst meer, geen recht meer op loon en geen recht op een WW-uitkering. Vanwege de verstrekkende gevolgen mag een werkgever slechts bij hoge uitzondering een werknemer op staande voet ontslaan. 

Charlotte van Eeden is jurist civiel recht en arbeidsrecht bij LegalMatters.com, een juridisch platform voor ondernemers. Charlotte adviseert bedrijven op het gebied van onder meer contractenrecht en arbeidsrecht en staat ondernemers bij in juridische geschillen.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!