Nieuwe Wet Franchise: hier moet je als franchisegever rekening mee houden

Franchisebedrijven hebben nog maar een paar maanden om hun contracten aan te passen aan de nieuwe franchisewet. Die nieuwe wet betekent voor ondernemers veel meer dan alleen een juridische aanpassing, legt Sprout-expert Esther Brons-Stikkelbroeck uit.

De nieuwe Wet Franchise komt eraan. De wet bevat spelregels voor een betere balans tussen de belangen van franchisegevers en franchisenemers en heeft directe werking. Dat wil zeggen dat franchisegevers en franchisenemers zich direct aan alle bepalingen uit de wet moeten houden.

De Wet Franchise geldt voor alle franchisenemers die in Nederland gevestigd zijn. Het maakt niet uit wat het land van herkomst van de formule is of welk rechtsstelsel op de franchiseovereenkomst van toepassing is.

Wanneer moeten franchisecontracten aangepast zijn? Volgens de laatste berichten gaat de wet in per 1 januari 2021. 

Voor lopende overeenkomsten geldt weliswaar een overgangstermijn van 2 jaar, maar deze overgangstermijn geldt alleen voor een aantal specifieke artikelen uit de wet over goodwill, non-concurrentie en het instemmingsrecht van de franchisenemers. Alle andere wetsartikelen en verplichtingen gelden per direct. 

Opletten geblazen

Voor nieuwe franchisecontracten, gesloten na 1 januari 2021, geldt dan ook geen overgangstermijn. Voor die gevallen is het zeker opletten geblazen. Die moeten direct voor de volle 100% voldoen aan de nieuwe wetgeving. 

Als franchisegever heb je op 1 januari aanstaande dus een nieuwe franchiseovereenkomst nodig. Als je binnen je formule niet met twee verschillende contracten wilt werken, is het handig om ook je lopende contracten per die datum aan te passen. 

Mijn advies aan franchisegevers is dan ook: zorg dat je klaar bent per 1 januari 2021. De Wet Franchise is van dwingend recht. Afwijken van de wettelijke bepalingen in het nadeel van de franchisenemer lijdt tot nietigheid of tot vernietigbaarheid. Franchisenemers kunnen daar tot 3 jaar na het ondertekenen van het contract een beroep op doen. 

Acties

De wetgeving vraagt niet alleen om een aangepast franchisecontract, maar ook om een andere werkwijze. Het is zaak dat iedere franchiseorganisatie daar de komende maanden mee aan de slag gaat. Een overzicht van de te ondernemen acties: 

1. Vooraf informatie verstrekken

De franchisegever is verplicht om informatie af te geven vóór het aangaan van een nieuwe franchiseovereenkomst. Het gaat om een flinke lijst van onderwerpen waarover hij een kandidaat moet informeren. Het conceptcontract, de benodigde investeringen, de hoogte van de vergoedingen, historische gegevens, informatie over de locatie, financiële informatie, etc. Het is aan te raden om dit alles te formaliseren en goed vast te leggen. 

2. Bedenktermijn 

Het is verplicht om een kandidaat-franchisenemer 4 weken de tijd te geven om alle documentatie rustig te bestuderen. Gedurende die periode mogen er geen wijzigingen plaatsvinden, geen verplichtingen gaan lopen en geen investeringen verlangd worden. De wet noemt dit een stand-still periode. Het doel van deze bedenktijd is dat een kandidaat-franchisenemer zich in alle rust kan laten adviseren en nadenken of hij de relatie echt wil aangaan. Er mag geen point-of-no-return ontstaan. Iedere wijziging in het papierwerk betekent opnieuw een periode van 4 weken. Het heeft geen zin om in onderling overleg een kortere termijn af te spreken; de franchisenemer kan daar gedurende 3 jaren altijd op terugkomen en de franchiseovereenkomst vernietigen. 

3. Geheimhoudingsovereenkomst

Franchisegever en franchisenemer mogen een geheimhoudingsovereenkomst sluiten (een NDA) ter bescherming van vertrouwelijke informatie. Dit kan ook in de vorm van een voorovereenkomst of een intentieovereenkomst. 

4. Goed gedrag 

Franchisegever en franchisenemer hebben zich als goed franchisegever en goed franchisenemer te gedragen. De Wet Franchise werkt niet uit wat dit exact betekent, maar het laat zich wel raden. In ieder geval is de franchisegever verplicht om advies en bijstand te verlenen aan de franchisenemer en de franchisenemer kan daar ook om vragen. 

5. Doorlopende informatieplicht en overleg

Als franchisegever ben je doorlopend verplicht om je franchisenemers te informeren over wat relevant is voor de franchisenemer. Denk aan wijzigingen in de franchiseovereenkomst, geplande investeringen, het idee om een afgeleide formule te beginnen, het verlangen van een financiële bijdrage van de franchisenemers, informatie over hoe gelden zijn besteed. Het gaat om alle informatie die mogelijk relevant kan zijn voor de franchisenemer. De wet schrijft voor dat er minimaal 1x per jaar overleg plaatsvindt tussen de franchisegever en diens franchisenemers. 

6. Instemmingsrecht

Wat ook nieuw is, is het instemmingsrecht. Dat is een grote verandering. Als je als franchisegever het voornemen hebt om een wijziging in je formule door te voeren die kosten of een potentieel omzetverlies aan de kant van de franchisenemer met zich meebrengt, dan heb je voorafgaande instemming van de franchisenemers nodig voor die wijzigingen. Stel dat een wijziging alleen invloed heeft op een deel van de franchisenemers, dan is instemming van dat deel van de franchisenemers voldoende. 

7. Drempelwaarde

Het is toegestaan om een drempelwaarde overeen te komen in de franchiseovereenkomst, mits het een redelijk bedrag betreft. Als het effect van de hiervoor genoemde wijziging in de formule onder die drempelwaarde blijft, dan hoef je geen instemming te vragen. Als er geen drempelwaarde wordt afgesproken, dan is voor iedere wijziging instemming nodig. 

8. Goodwill

In de franchiseovereenkomst moet een bepaling opgenomen worden over te betalen goodwill bij het eindigen van de franchiseovereenkomst. Deze goodwillbepaling heeft alleen betrekking op de situatie dat de franchisegever de onderneming van de franchisenemer koopt of waarde van de franchisenemer overneemt. Het gaat dus niet om de situatie waarin de franchisenemer zijn vestiging aan een ander verkoopt. Er staat niet in de wet hoe deze bepaling exact moet luiden, maar wel dat er over goodwill moet worden gesproken. 

9. Non-concurrentiebeding

De franchisegever mag een franchisenemer verbieden om na afloop van de franchiserelatie concurrerende activiteiten te verrichten. Een dergelijke afspraak, een postcontractueel non-concurrentiebeding kent echter wel beperkingen. De afspraak mag maximaal 1 jaar gelden en alleen voor het gebied waarop de franchiseovereenkomst betrekking had.  

Conclusie

Ben je franchisegever of ben je bezig met het opzetten van een franchiseformule. Blijf dan nu niet stilzitten. De Wet Franchise treedt binnenkort in werking en niets doen leidt tot vernietigbare contracten, onzekerheid en schadevergoedingsplichten. Het is daarom nu tijd om aan de slag te gaan met het aanpassen van je franchisecontract en het beoordelen van je werkwijze en manier van informatieverstrekking.

Foto: Christina Morillo | Pexels

Esther Brons-Stikkelbroeck is advocaat en oprichter van DOEN Legal. Esther schrijft graag over verschillende juridische onderwerpen en geeft al jaren cursus op het gebied van franchise. Ze staat bekend om haar kennis, betrokkenheid en toegankelijkheid.