Waarom de hostingpartij van Uber ook beboet werd voor een datalek

Uber hield een datalek lange tijd geheim, en kreeg daardoor een relatief hoge boete. Opvallend was ook dat de rechter de hostingpartij van de taxidienst aansprak als medeverantwoordelijk, schrijft ict-jurist Arnoud Engelfriet.

Taxibedrijf Uber heeft een boete van 600.000 euro gekregen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat meldde Tweakers vorige week. Uber was te laat met het melden van een datalek, dat de gegevens van 174.000 Nederlandse klanten en chauffeurs betrof.

De boete is lager dan je onder de AVG zou verwachten, maar dat komt omdat het datalek onder de oude Nederlandse wet werd uitgedeeld. Verrassend daarbij is dat de hostingpartij van Uber eveneens aangesproken wordt, en wel als zelfstandig verantwoordelijke. Dit terwijl hosters gewoonlijk juist als verwerker worden gezien die de data beheren in opdracht van hun klanten. 

Het meest opmerkelijke aspect van het lek vond ik nog dat Uber bewust het lek onder de pet hield: de hackers die het datalek hadden gevonden, kregen een ton in dollars betaald om het maar geheim te houden. Dat is nou net niet de bedoeling onder de meldplicht datalekken, vandaar dat de boete relatief hoog uitviel. Terecht, wat mij betreft. Ook in Engeland vielen boetes, mede om die reden.

Hostingbedrijf

Wat mogelijk nog een dingetje wordt, is dat in het boetebesluit hostingbedrijf UTI eveneens wordt aangesproken voor het datalek. Dit omdat zij (mede)verantwoordelijke is voor de verwerkingen rondom de hosting van de gegevens, waarbij de beveiliging niet op orde bleek. En dat is raar, want de standaardopvatting is dat hosters slechts verwerkers zijn. Ze handelen in opdracht en doen wat de klant zegt, niet meer en niet minder.

In dit geval ging UTI echter wel verder dan gewoon klassiek hosten. Zo nam het bedrijf zelf beslissingen over de beveiliging en de wijze van opslag. Maar het belangrijkste nog is dat UTI en Uber gezamenlijk besloten wat er precies moest gebeuren.

Dat is geen klassieke klant/leverancier relatie maar klinkt meer als een strategisch partnerschap. En dan is het niet zo gek dat er een vermoeden ontstaat dat je samen beslist voor welke doeleinden (en met welke middelen) je persoonsgegevens online zet.

Wat volgens mij de doorslag gaf, is dat UTI ook naar buiten trad als de aanbieder van de Uber-app (haar naam stond er in de appstore bij) en zelfstandig besloot hoe om te gaan met het datalek. Dan positioneer je jezelf wel heel erg in de rol van de eindbeslisser. Dat er dan een verwerkersovereenkomst is die wat anders zegt, helpt dan verder niet meer.

Afweging

Hosters die nu denken, ik sla data op en beslis hoe deze te beveiligen dus ik ben verantwoordelijke, zo snel gaat het niet. Het blijft een afweging uit de totaliteit van omstandigheden. Een hoster die generieke software heeft voor beheer van gegevens en met zijn klant duidelijk afspreekt waar die aan toe is, zal weinig te vrezen hebben. Ook als je zelf je beveiligingsbeleid opstelt – zorg er voor dat de klant dit mag reviewen en er formeel al dan niet mee akkoord gaan, en je komt al een heel eind.

Beheer je clouddiensten of SaaS en bepaal je dus ook precies wat de software gaat doen, dan geldt deze les voor alles dat je aan de software toevoegt. Een klantendag voor elke nieuwe feature (of een stemmingsronde met unanimiteit) gaat te ver, maar zorg er wel voor dat de klant weet wat hij gaat krijgen en daar wat van kan vinden.

Arnoud Engelfriet is ICT-jurist, gespecialiseerd in internetrecht.Hij werkt als partner bij juridisch adviesbureau ICTRecht.

Zijn site Ius mentis heeft meer dan 350 artikelen over internetrecht.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!