Meer vrouwelijke leiders? Richt je dan minder op masculiniteit

Al is er een ernstig tekort aan vrouwelijke leiders, toch blijft de top van het bedrijfsleven een mannenbolwerk. Hoe dit op te lossen? Door niet masculien, maar menselijk leiderschap na te streven.

Het wil nog niet vlotten met de opmars van vrouwelijke leiders in het mondiale bedrijfsleven. Gemiddeld is slechts 17 procent van alle werknemers die een hoge functie hebben in EU-landen vrouw, zo bleek afgelopen week uit een onderzoek van het Europese statistiekbureau Eurostat.

Zonde, want diversiteit op de werkvloer is een cashcow. Werknemers met een verschillende achtergrond – qua sekse, geaardheid en cultuur – kijken vanuit die achtergrond naar de wereld, en komen hierdoor met een palet aan ideeën. Zoals we allemaal weten: ondernemen draait om ideeënvorming – creativiteit loont.

Hoe lossen we dit probleem op? Tuurlijk, door meer vrouwen op topposities aan te nemen. Maar goed, dat gebeurt dus niet voldoende. Door de overheid ingestelde quota voor het aantal vrouwen in commissies en besturen zouden een effectieve manier kunnen zijn om het probleem snel aan te pakken. Het is echter de vraag of daar voorlopig politiek draagvlak voor is in Nederland.

Incompetent leiderschap

Wat kunnen we in de tussentijd vanuit het bedrijfsleven doen om de situatie te verbeteren? Afgelopen vrijdag verscheen er in Harvard Business Review een interessant opiniestuk van hoogleraar businesspsychologie Tomas Chamorro-Premuzic.

De hoogleraar stelde jaren geleden al dat het ongelijkheidsprobleem rondom seksen niet wordt veroorzaakt door het onvermogen van vrouwen om te leiden, maar doordat zij er niet in wisten te slagen om incompetente mannen te verslaan. Sindsdien passeerde incompetent leiderschap door mannen regelmatig de revue. Kijk maar naar de niet-presidentiële praktijken van Donald Trump of naar de vele #MeToo-schandalen, die vaak door mannen in leidinggevende posities werden begaan.

Tegelijkertijd signaleert Chamorro-Premuzic opkomst van burn-out- en angstklachten bij werknemers. Volgens hem kan dit goed komen door het masculiene karakter dat leiderschap anno nu heeft. Leiderschap staat niet zelden gelijk aan spierballengedrag: work hard, play hard-strategieën, ellebogenwerk om hogerop in de organisatie te geraken en narcisme.

Masculiniteit

Masculien gedrag dus, al benadrukt de hoogleraar wijzelijk dat wat masculien en feminien is te allen tijde cultureel bepaald is – en dus niet biologisch. Met andere woorden: wat wij anno 2019 in Nederland zien als typisch mannengedrag, kan in andere culturen of tijden juist worden toegeschreven aan vrouwen.

Maar goed, we leven hier en nu, dus willen we oplossingen voor het het heden. Mannelijke en vrouwelijke leiders zijn in de westerse cultuur even effectief, zo bewees eerder onderzoek al. Wel scoren mannen beter op het managen van taken, terwijl vrouwen gemiddeld genomen sterker zijn in het managen van mensen.

Chamorro-Premuzic beargumenteert dat kunstmatige intelligentie juist het uitvoeren van taken in de toekomst zal automatiseren. Er zal dus meer behoefte komen aan leiders met een hoog EQ-gehalte, denkt de hoogleraar. Vaak zijn dit volgens de hoogleraar vrouwen en wat minder masculiene mannen, dus niet de Trump-achtige typjes die zich met ellebogenwerk naar de top toewerken.

Menselijk leiderschap

Bedrijven zouden zich daarom bij het selecteren van hun leiders meer moeten richten op, laten we zeggen, menselijk leiderschap. Masculiene praktijken, zoals individualisme en de eer krijgen voor andermans werk, zouden volgens de hoogleraar naar de prullenbak van de kantoorjungle geslingerd moeten worden. 

Met andere woorden: door als organisatie nu al in te spelen op op mensen gericht leiderschap, kun je zowel voorsorteren op de komst van kunstmatige intelligentie als vrouwelijk leiderschap stimuleren – twee vliegen in één klap.

Volg ons ook op Twitter en Facebook

Tips? Mail redactie@sprout.nl