Millennials willen flexibiliteit? 4 mythes over de gig-economie ontkracht

Er wordt veel gesproken over de gig-economie, maar wat klopt er nu wel en wat niet? Spoiler: platformwerk blijkt helemaal geen millennial-dingetje te zijn.

De gig-economie, oftewel hyper-flexibel werk zonder enige contractueel vastgelegde vorm van werkzekerheid en verzekering. Volgens bedrijven als Uber en Temper zal het in de toekomst zeer belangrijk worden voor de arbeidsmarkt. Tegenstanders beweren dat dit geen goede ontwikkeling is, aangezien we erdoor terug zouden keren naar 19e eeuwse taferelen, met veel macht voor de werkgever en weinig tot geen slagkracht voor de arbeider.

Er wordt veel gesproken over de gig-economie, ook wel platformeconomie. Echter, wat klopt er nu wel en wat is lariekoek? EY-onderzoeker David Jolley besloot er in te duiken. In een eind oktober op Harvard Business Review verschenen uiteenzetting somt hij vier mythes op over de gig-economie. Zijn wetenschappelijke onderbouwing is hoofdzakelijk gericht op de Amerikaanse markt, die doorgaans leidend is voor de onze.

Mythe 1: millennials houden van gig-werk

Paul Eggink van Temper kan het niet vaak genoeg zeggen: millennials houden van flexibiliteit. Ze zoeken naar zelfstandigheid en “willen niet vastzitten aan een rooster”. Millennials zijn volgens Eggink dus de ideale kandidaten voor de platformeconomie. Het is één van de basisargumenten die Eggink levert ter verdediging van de hyper-flexibiliteit die zijn startup aan de horecamarkt toevoegt.

Maar klopt Egginks argument wel, dus houden millennials daadwerkelijk van gig-werk? Jolley meent van niet. Hij wijst op een recente studie van EY, gehouden onder Amerikaanse millennials geboren tussen 1981 en 1996. Wat blijkt: slechts 24 procent verdient geld in de gig-economie, terwijl het aantal millennials met een fulltime-baan steeg van 45 procent in 2016 naar 66 procent in 2018. Volgens Jolley laten millennials daarmee zien dat ze waarschijnlijk gewoon dezelfde dingen als hun ouders willen: baanzekerheid, betaalde vakantiedagen en verzekeringen.

Mythe 2: we worden allemaal giggers

Bedrijven als Uber en Lyft willen je weleens laten geloven dat platformwerk dé toekomst is van de arbeidsmarkt. Ze baseren zich op studies die dit zouden onderschrijven. Zo werd in 2013 in een veel aangehaalde studie gesuggereerd dat in 2020 40 procent van alle werknemers getransformeerd zou zijn tot gig-werker.

Dan nu de werkelijkheid. Jolley haalt er cijfers bij uit de Gig Economy Data Hub, een samenwerking van de Universiteit van Cornell en denktank Aspen Institute. Volgens dit onderzoek zou 30 procent van de werknemers momenteel gig-werk verrichten. Slechts 10 procent van de werknemers zou echter fulltime-gig-werk doen, de rest doet het als bijverdienste. Gig-werk via apps zoals Uber en Lyft zou bovendien minder dan 1 procent van de markt uitmaken. De meeste gig-werkers zouden volgens Jolley gebruikmaken van uitzendwerk.

Mythe 3: gig is beter

Gig-werk is een uitkomst voor bedrijven die snel willen groeien, wordt weleens beweerd. Je kunt immers talent aantrekken wanneer je het nodig hebt en de samenwerking direct beëindigen zodra je er geen behoefte meer aan hebt. Door die flexibiliteit kun je als ondernemer sneller groeien.

Of niet? Jolley trekt deze mythe sterk in twijfel. Hij wijst op de EY Growth Barometer van dit jaar, een wereldwijd onderzoek onder leiders van middelgrote bedrijven die op zoek zijn naar groei. De onderzoekers merken op dat bedrijven zicht juist wat meer beginnen te distantiëren van parttime- en gig-werk. Ze kiezen liever voor fulltime-contracten, omdat je dan zaken als loyaliteit en kennis importeert. Jolley meent dat je als bedrijf gig-werkers best in kunt zetten, maar lang niet voor iedere taak. Hoe meer gig-werkers je namelijk aantrekt, des te minder je aan je cultuur bouwt.

Mythe 4: gig-werk is onbevredigend

Gig- of platformwerk komt nogal eens negatief in het nieuws. We denken al snel aan klagende Uber-chauffeurs, onverzekerde Deliveroo-koeriers en niet-ingewerkte Temper-obers.

Toch wijst Jolley erop dat gig-werk ook juist een bevredigend karakter kan hebben. Hij wijst nog eens naar EY’s Growth Barometer, waarin staat vermeld dat 25 procent van de Amerikaanse en 10 procent van de niet-Amerikaanse ondervraagden aangeven dat de zoektocht naar talent een grote uitdaging is. Toch is de werkloosheid in de Verenigde Staten extreem laag. Door dit hoge aanbod aan werk heb je dus als gig-werker de vrijheid om van de ene naar de andere uitdagende klus te gaan.

Let wel: Jolley doelt hierbij voornamelijk op hooggeschoold werk, waar talent zich als freelancer in kan zetten om consultancy-klussen voor verschillende bedrijven uit te voeren. Tenzij er duidelijk afgekaderde regelgeving komt, lijkt het erop dat het werk van de Uber-chauffeur niet veel bevredigender zal worden.

Foto: Nicolas Liponne/NurPhoto/Getty.

Volg ons ook op Twitter en Facebook

Tips? Mail redactie@sprout.nl