Mister Ping Ping

Oud-Ajacied Tscheu La Ling zat aan het eind van zijn loopbaan door verkeerde investeringen helemaal aan de grond. Maar zijn ondernemersgeest en gevoel voor de markt maakten hem alsnog miljonair, met een bedrijf in voedingssupplementen. “Als ik een baantje zou zoeken, zou ik een leven lang moeten afbetalen.”

Als Tscheu La Ling na enig aandringen een balletje hoog houdt in het magazijn van zijn bedrijf Fitshape stuitert het ding alle kanten op. Ling, inmiddels 50, moet na krap twee minuten hijgend opgeven. Het wonderkind van Ajax is zichtbaar de nodige kilo’s aangekomen. De tijden zijn voorbij dat hij met onnavolgbare schijnbewegingen verdedigers tot wanhoop dreef.
Maar niemand hoeft medelijden te hebben met Ling. Hij is een van de weinige Nederlandse voetballers die het als ondernemer enorm goed doet. Ling leek ook voor het geluk geboren. Tshen La, later verbasterd tot Tscheu La (ook de naam van zijn Chinese opa, zijn vader en zijn oudste 9-jarige zoon), betekent niet voor niets ‘geboren in het oosten van het bos bij gunstige wind’. Maar aan het eind van zijn voetballoopbaan, midden jaren tachtig, ging het behoorlijk mis. Door verkeerde investeringen zat hij helemaal aan de grond. Zijn Haagse herenhuis moest hij verruilen voor een woninkje drie hoog achter en de BMW werd verwisseld voor een gedeukte, oude Volkswagen. Ling heeft weinig zin om al te uitgebreid terug te kijken. Kenmerkend voor die tijd is het verhaal hoe hij de wielklem van zijn auto los moest buigen, omdat de laatste centen waren vergokt in het casino.
Achteraf bleek de crisis een blessing in disguise. Ling zat met een schuld van 800.000 gulden (363.000 euro) en er moest iets gebeuren: hij besloot ondernemer te worden. Niet door. Zoals hij eerder deed, bankgaranties af te geven voor andermans zaken, maar door zelf een bedrijf van de grond af op te bouwen. “Als ik een baantje zou zoeken, zou ik een leven lang moeten afbetalen”, zegt Ling nu. Hij besluit in Den Haag een winkeltje in voedingssupplementen te beginnen, Fitshop, en dat blijkt een schot in roos. Binnen drie jaar was hij schuldenvrij en groeide het winkeltje uit tot Fitshape, een bloeiend concern met een miljoenenomzet en 22 medewerkers. Ling bewoont inmiddels met zijn derde vrouw en vier zoons een kapitale villa in Wassenaar.
“Het heeft me niet verbaasd dat ik ben gekomen waar ik nu sta. Ik was altijd al voor de langere termijn bezig”, zegt een zelfverzekerde Ling in het kantoor van Fitshape. Het kantoor maakt deel uit van een pand in Wateringen, vlak bij Den Haag, dat verder bestaat uit een eigen fabriek en een reusachtig magazijn vol pallets met pillen en poeders. Daar worden de supplementen gemaakt en vervolgens geleverd aan reformwinkels, drogisterijen en sportzaken. Ook begeleidt Ling (top)sporters en consumenten met programma’s voor gewichtbeheersing, voeding en fitness. Voedingsreus Numico stond al eens op de stoep voor een overname, maar Ling wil zelf doorgroeien. Door zijn producten ook in de supermarkten te verkopen, te profiteren van de almaar uitdijende markt voor gezondheidsproducten en voortdurend nieuwe concepten te ontwikkelen.

Bent u als ondernemer anders dan als voetballer?
“Ik maak me niet druk om de concurrent. Wat heb je eraan te weten wat een ander doet? Ik houd me vooral bezig met de toekomst en ontwikkeling van mijn eigen bedrijf. Dat had ik ook als voetballer. Ik was buitenspeler en had maar één taak: ik moest de wedstrijd openbreken. Een buitenspeler heeft er niks aan om een sliding te maken. Ik moest gewoon langs die back. Dan gaf ik de bal af en moest de medespeler maar bekijken wat hij ermee deed.”

U stond altijd bekend als een nonchalante voetballer. U lijkt nu veel serieuzer dan toen.
“Ik zou mensen met de mentaliteit die ik toen had nu niet in mijn bedrijf willen. Toen had je dat niet in de gaten, nu bekijk ik de dingen anders. Vroeger reageerde ik direct, nu wacht ik en bel ik pas twee dagen later. Ook met zakelijke beslissingen volg ik niet mijn emoties, maar denk meer vanuit de ervaring. Als voetballer ben je jong, alles wordt voor je gedaan en je verdient geld. Het lijkt allemaal zo makkelijk. Maar als je ondernemer bent en je hebt alleen goede ideeën maar geen geld, dan moet je inventief zijn en zuinig. Dat zijn allemaal dingen die voetballers nooit zijn. Ik dacht zelf toen dat ik wel bagage had en ook veel goede ideeën, maar ik had een keerpunt nodig in mijn leven om te beseffen dat ik het helemaal niet zo goed voor elkaar had.”

Uw investeringen waren geen succes?
“Voetbal was mijn hobby, ik had 15 jaar goed geboerd. Ik dacht dat ik een paar miljoen op mijn rekening had staan, maar ik bleek een schuld van 800.000 gulden te hebben. Ik had bankgaranties afgegeven voor allerlei projecten, zoals squash- en tennisbanen, bowlingcentra en kledingzaken. Mijn voormalige schoonfamilie deed daar de exploitatie van. Je begint met een paar ton als bankgarantie en na twee jaar heb je jouw hele vermogen erin zitten. Je werkt niet met je geld en ineens ben je het kwijt. Daar sta je dan, zonder geld, dertig jaar oud.”

U was bezig uw loopbaan af te sluiten bij Feyenoord. Waarom niet een paar jaar doorspelen om de schuld af te lossen?
“De makkelijkste manier is niet altijd de juiste. Dat zit nou eenmaal in je karakter. Ik kon het niet meer opbrengen verder te voetballen en ben vijf wedstrijden voor het eind van het seizoen gestopt. Ik heb vakantie genomen en ben eens goed gaan nadenken hoe het zover was gekomen.”

Wat was de conclusie?
“Je kan je verstoppen en denken dat het allemaal de schuld is van anderen of je kunt zelf de verantwoording nemen. Dat is heel belangrijk. Dus ben ik gaan prakkiseren hoe ik kon overleven. Ik had al snel door: als ik een baantje zou zoeken, kan ik mijn hele leven afbetalen. Je kan mij niet met kleerhangers of ordners de weg opsturen, want dan ga ik koffie zitten drinken en verkoop ik niks. Maar als ik gemotiveerd ben en ik geloof ergens in, dan kan ik het aan iedereen verkopen en kan niemand mij daarvan afbrengen. Toen zag ik in Amerika hoe groot de gezondheidsmarkt werd, ook op het gebied van de sport. Atleten werden gezien als kapitaal en dat werd goed beheerd. Met de juiste voeding en de juiste training kunnen sporters veel beter presteren en heeft een club er meer aan. Wat goed is voor topsporters is ook goed voor sporters, werknemers en de consument. Toen ben ik in 1989 in Den Haag Fitshop begonnen. Daar verkocht ik voedingssupplementen.”

Uw opa had een bamifabriek, komt u uit een ondernemersfamilie?
“Ja, mijn opa is in 1920 hier in Nederland gekomen. Die begon met de pindakar, kreeg restaurants en een bamifabriek. Die is door mijn vader overgenomen en later door één van mijn broers. Ik heb een Chinese afkomst en die mensen staan erom bekend dat ze hard werken. Als voetballer was ik misschien verwend, maar in mijn maatschappelijke carrière ben ik een jaar of twintig hard bezig.”

Hoe kwam u van die schuld af?
“Ik zei tegen de banken: jullie zijn al een paar keer geweest, maar je kunt niks van me krijgen. Geef me twee jaar de tijd. Ze kunnen je failliet verklaren, maar je hebt niks. Op het moment dat ik geld verdiende met mijn winkel maakte ik een potje. Dan had ik 10.000, 20.000 gulden bij elkaar en ging met één bank praten.”

En dat slikten ze?
“Ik ging niet in een mooi, strak pak, maar met mijn broer en zei dat mijn familie me wilde helpen. Zo kocht ik mijn schuld tegen finale kwijtschelding voor 10 procent af. Ik heb zo’n dossier in mijn brandkast liggen. Ik heb bijna een miljoen afgekocht voor 2 ton. Maar die heb ik wel in drie jaar bij elkaar verdiend.”

Die winkel liep kennelijk een trein?
“Ja, maar ik was in het begin een soort Peppi en Kokki, ik heb ieder dubbeltje om moeten draaien. Ik maakte deals met mensen die hun spullen daar neer konden zetten. Die betaalde ik alleen, als ik wat verkocht. Maar als je een winkeltje hebt en mensen gaan met volle zakken naar buiten zonder te weten wat ze hebben gekocht, dan ben je niet goed bezig. Ik heb het overleefd, omdat ik een visie had. Mensen die bij mij binnenkwamen kregen advies op maat. Ze behaalden resultaten en kwamen terug, met hun buurvrouw. Ze kwamen uit het hele land. Van één winkel kreeg ik er tien. Ik begon met vier potjes voor Perry Sport, nu lever ik hele pallets.”

En u wilt doorgroeien?
“Ik ben geen ondernemer die gaat zitten potten. Ik stort terug in mijn bedrijf en blijf ontwikkelen en doorinvesteren. Ik ben zeventien jaar bezig en dat is zeventien jaar groei vanaf onder de lijn. Daarover heb ik het vaak met de banken, want die willen dat je vlees op de botten hebt. Ik heb de winkels verkocht ik en toen ben ik zelf fabrikant geworden: pillen, capsules, poeders, blisters, alles voor je gezondheid. Een chemisch ingenieur heeft drie jaar lang formules ontwikkeld en aan de hand daarvan hebben we een bestaand product geupdate.”

Is dat niet enorm kostbaar om het zelf te willen maken?
“Nou en? Het is een langetermijn-investering en als die markt eraan komt, maakt het niet uit wat je investeert. Mensen adviseerden mij om alleen nog maar de verkoop en distributie te doen, maar dat vind ik onzin. Dat doe ik niet. Het vormt het grootste deel van mijn omzet en je wilt altijd kunnen leveren.”

Had u verwacht dat het zo goed zou gaan?
“Ik ben niet verbaasd dat ik ben gekomen waar ik nu sta. Ik heb er geen slapeloze nachten van gehad. Zakelijk ben ik nooit in paniek geraakt, omdat ik altijd mijn visie had. Mijn broer heeft twintig jaar geleden de bamifabriek overgenomen van mijn vader en ik heb hem al jaren terug geadviseerd te stoppen. De Chinese restaurants doen alleen nog maar Italiaanse importbami. Die is goedkoper. Het is een markt zonder toekomst. De gezondheidsmarkt heeft wel potentie. Over twintig jaar zitten alle grote bedrijven erin.”

U deed het zo goed dat voedingsmiddelenproducent Numico u wilde overnemen.
“Dat was zes jaar terug. Zij zagen dat mijn producten het veel beter doen dan die van hun. Het leek me interessant: wil je doorkruidenieren of een enorme versnelling maken met de contacten, de producten en het podium van Numico. Ik zag er wel wat in. Maar op het moment dat er een whitebook op tafel kwam en ik Zonnatura, Extran en allerlei drankjes moest gaan verkopen, zag ik mezelf dat niet doen. Dan kies je voor het geld. Geld is heel belangrijk, maar ik zat in de winning mood als bedrijf en de markt wordt alleen maar groter. Ik zag geen reden iets tegen mijn zin te doen. Grote bedrijven zijn vaak zo bang, ze komen niet uit hun ivoren toren. Als je een nieuw concept ontwikkelt, durven ze het vaak niet aan. Zo hadden we iets moois bedacht waarbij we producten van de versmarkt integreerden met dieetadvies. Dat je bij de supermarktingang advies krijgt wat te kopen. We hebben uitgebreid gesproken met Laurus, maar ze hebben het lef niet. Zo blijven ze watertrappelen. Dat deed ik 1,5 jaar toen ik dertig was en daar heb ik een hekel aan. Als ik voor een baas werkte, was ik nog aan het watertrappelen geweest.”

U bent ondernemer, maar blijft u ook voeling houden met de voetbalwereld?
“Voetbal blijft een hobby en ik heb daar allerlei ideeën over. Wij begeleiden topvoetballers en talenten met voeding en training. Als je voetballers beter kunt laten presteren is dat heel belangrijk voor een club. Dat hebben we bijvoorbeeld met Frank Rijkaard, Jaap Stam en Rafaël van der Vaart gedaan. Dan zeg je: ik kan jou beter maken. Maar negen van de tien vinden zichzelf al heel goed. Pas als ze niet goed presteren, dan zijn ze er ontvankelijk voor. Dan staan ze onder druk en zoeken ze hulp.”

Zo ging het ook met Van der Vaart?
“Voordat Van der Vaart hier kwam, heeft hij ballen gehakt lopen vreten. Iedereen zei dat hij ongelukkig was of een dipje had, maar dat is dus niet de kern van de zaak. Toen hij hier kwam zag ik na een analyse gelijk waar het aan lag. Hij haalde zijn energie uit vet en at niet in verhouding: teveel vet en te weinig eiwitten. Dus heeft hij bij ons zijn vet omgezet in spiermassa. Zo word je een betere atleet. Als Ajax een half jaartje eerder was gekomen, hadden ze voor zijn transfer naar HSV waarschijnlijk 20 miljoen gevangen en niet 3 miljoen. Of neem Wesley Sneijder. Die is maandenlang geblesseerd. Ik had hem al na een maand fit gehad. Ik ben geen wonderdokter, maar ik weet hoe ons concept werkt.”

En zijn de clubs enthousiast?
“De medische afdeling van een club is meestal een sluitpost op de begroting. De volgende wedstrijd is het belangrijkste, veel verder kijken ze vaak niet. Als we winnen gaat het goed en als we verliezen moeten we nadenken. De spelers zelf gaan na een paar weken weer weg bij ons en dan kunnen ze hun kwaliteiten weer etaleren. Dat is ook het moment dat ze je direct weer vergeten. Ze kunnen er ook moeilijk over praten. Als ze het uitleggen is het onduidelijk en snappen anderen er niks van. Daarom hebben wij een Fitshape Voetbal Keurmerk ontwikkeld, met een dossier waarin staat dat ze op maat trainen, gezond eten, noem maar op.”

U speelde enkele jaren bij Panathinaikos. U heeft Griekenland nooit meer losgelaten?
“Ik heb een voetbalschool in Spata bij Athene, samen met mijn Argentijnse vriend Juan Rotsa. We leiden spelertjes op, die volgen ons dieetprogramma en trainen op de juiste manier. Een deel daarvan zijn echte toptalentjes. Vijf van hen speelden twee jaar terug in de nationale Griekse ploeg in de EK Finale. Oud-Heerenveenspits Samaras komt er ook vandaan. Er lopen verder zo’n zeshonderd spelertjes rond die nooit zover zullen komen en daarmee maken we de exploitatie rond. Straks hebben wij een goed begeleid product voor een markt die alsmaar groeit. Voetbalclubs moeten steeds inventiever met hun budgetten omgaan. Nu heb ik een spits van 17, die komt eraan en die heeft het talent van Dennis Bergkamp.”

Hoe vaak bent u in Griekenland?
“Ik ga binnenkort weer drie maanden naar Korfoe, waar ik een huis heb. Dat doet ik elk jaar. Dan ga ik ook langs bij de voetbalschool. Collega’s zijn verbaasd dat ik zo lang ga. Ik heb daar een kantoortje om de dingen in te gaten houden. Dan heb je twee, drie keer in de week contact. Voordat ik weg ga worden de belangrijkste doelstellingen van de komende maanden bepaald. Jouw belangrijkste mensen weten precies wat ze kunnen en mogen. Als er eens een kink in de kabel is of er is een vraag, dan hoor ik dat via de mail.”

En gaat u dan alleen?
“Nee, de hele familie gaat mee. Ja, we hebben daar een privé-lerares voor de kinderen. Ik zou er wel het hele jaar willen wonen, maar mijn vrouw en kinderen willen dat niet. Dus pas ik me aan. Het familieleven en mijn vrije tijd zijn belangrijk. Je leven gaat door en voor je het weet is het voorbij. Als je eenmaal in de molen zit en je gaat jagen, dan verlies je wel eens uit het oog waarvoor je eigenlijk leeft.”


Tsheu La Ling, voetballer
Geboren op 6 januari 1956 in Den Haag begon Ling zijn voetballoopbaan bij de plaatselijke FC. Maar hij werd met zijn dubbele schaar en onnavolgbare passeerbewegingen vooral bekend als rechtsbuiten van Ajax, waar hij uitgroeide tot een cultheld. Na zeven jaar en 172 wedstrijden vertrok Ling in 1982 naar het Griekse Panathinaikos, wat hij na twee jaar verruilde voor Olympique Marseille. Hij sloot zijn sportcarrière in 1986 af bij Feyenoord, op 30-jarige leeftijd. Ling speelde 14 keer voor het Nederlands elftal.


Tsheu La Ling, ondernemer
Ling is sinds 1996 directeur-eigenaar van BV Fitshape, in Wateringen. Aan de basis ligt de Fitshop, een zeven jaar daarvoor begonnen winkeltje in voedingssupplementen in Den Haag. Fitshape fabriceert en levert voedingssupplementen en helpt bij gewichtsbeheersing en trainingsadvies. Klanten zijn (top)sporters en consumenten. De distributie verloopt via drogisterijen, apothekers en reformwinkels. Fitshape telt 22 werknemers, had vorig jaar een geschatte omzet van 18 miljoen euro en is actief in Duitsland, Engeland, België en binnenkort Spanje.


‘De makkelijkste manier is niet altijd de juiste. Dat zit nou eenmaal in je karakter’

‘Als voetballer was ik verwend, maar in mijn maatschappelijke carrière ben ik een jaar of twintig hard bezig’

‘Voordat Van der Vaart hier kwam, heeft hij ballen gehakt lopen vreten. Als Ajax een half jaartje eerder was gekomen, hadden ze voor zijn transfer naar HSV waarschijnlijk 20 miljoen gevangen en niet 3 miljoen’