Ondernemen in een markt met taboe

Al zijn hele loopbaan is Ben Dronkers (63) wat je noemt een voorloper. Als ‘s lands eerste handelaar in wietzaden vergaarde de ondernemer fortuin. Daarna begon Dronkers alweer als eerste van Nederland, met de grootschalige teelt van hennep.

Ben Dronkers is in een opperbest humeur. En daar heeft de ondernemer ook alle reden toe. Zojuist heeft Dronkers zijn Hash, Marihuana, Cañamo & Hemp Museum in Barcelona officieel geopend, een miljoenenproject waarmee hij jaren bezig is geweest. Het museum, gevestigd in een modernistisch paleis middenin de gotische wijk van de stad, is Dronkers’ ode aan de plant waar zijn hele leven om draait: hennep. Net als het recent gerenoveerde museum in Amsterdam spreidt de collectie in Barcelona een imposante verzameling van aan cannabis gerelateerde kunstobjecten en artefacten tentoon.

Voorafgaand aan de opening is de voltallige Spaanse pers langs geweest, evenals de London Times, CNN en nog zo wat mediagiganten. Twee dagen eerder al heeft de wereldberoemde entrepreneur Richard Branson in Dronkers’ museum de Cannabis Culture Award 2012 in ontvangst genomen. Branson is net als Dronkers een verklaard voorstander van de legalisering van cannabis, de softdrugs afkomstig van hennep (zie kader). “In Spanje en andere landen krijg ik waardering”, zegt Dronkers vanaf een zonovergoten museumbalkon. “In Nederland ontbreekt die al dertig jaar.”

Sprout cover December 2012Dit artikel komt uit Sprout Magazine.

Abonnement?

Gezien zijn succesvolle ondernemerschap vindt hij dat opmerkelijk. Dronkers werd multimiljonair met zijn bedrijf Sensi Seeds dat wereldwijd cannabiszaden verkoopt. Met zijn onderneming HempFlax verbouwt Dronkers grootschalig industriële hennep, een ecologisch alternatief voor vervuilende kunststoffen en schaarse grondstoffen. De ondernemer is heilig overtuigd van het nut van het ooit zo wereldwijd bejubelde gewas: hennep kan ons op talloze manieren helpen.

Nederwiet bestond nog niet

Dit besef begint bij Dronkers voor het eerst te dagen halverwege de jaren zeventig. Met zijn vrouw runt de twintiger in Rotterdam de kledingzaak Ben’s Fashion. Zijn handelswaar ontwerpt hij zelf. Voor de productie ervan reist hij veel naar goedkope textiellanden als Turkije, Pakistan en Afghanistan. In die tijd groeit daar overal cannabis, het roken van hasj en wiet is er traditie. “In Nederland was dat toen wel anders”, zegt Dronkers. “Nederwiet bestond nog niet. Mensen konden alleen wiet roken die door criminelen werd gesmokkeld vanuit nare landen als Colombia en Zuid-Afrika.” 

Dronkers’ ondernemersoog ziet een gat in de markt. Op zijn reizen begint hij cannabiszaden te verzamelen die hij in Nederland opkweekt. De wiet die dat oplevert, verkoopt hij aan coffeeshops die in Nederland net in zwang beginnen te raken. De eerste, Mellow Yellow, opent in 1972 zijn deuren in Amsterdam. Dronkers: “Mensen wisten niet wat ze overkwam. Niemand geloofde dat je in Nederland wiet kon telen. Coffeeshops hielden mijn verse spul voor spinazie. Grijnzend: “Totdat ze het probeerden.”

Aangemoedigd door de enthousiaste reacties op zijn wiet opent Dronkers in Amsterdam het Hash Marihuana & Hemp Museum. Al na één dag wordt het gesloten door de politie. De volgende dag is het museum alweer open en probeert Dronkers voor de rechtbank zijn gelijk te halen. “Het enige museum dat ooit eerder was gesloten in Nederland was het Joods Historisch Museum, door de nazi’s. Daarop heb ik de rechter gewezen, en met succes.” Hij benadrukt dat hij nimmer een rechtszaak heeft verloren, al is hij wel ‘eindeloos vaak’ afgeschilderd als crimineel. “En meer wil ik er niet over kwijt. Tegendraadse ondernemers als ik krijgen nu eenmaal het gezag op hun nek. Niet leuk, maar het is niet anders.”

Ben Dronkers (63) Bedrijven: SensiSeeds, Hash Marihuana & Hemp Museum Amsterdam, HempFlax, Hemp Museum Gallery Barcelona. Wat: cannabiszaden en industriële hennep Slogan: “Met hennep de wereld verbeteren” Sinds: 1984 (SensiSeeds), 1985 (Hash Marihuana & Hemp Museum Amsterdam), 1993 (HempFlax), 2012 (Hemp Museum Gallery Barcelona). Omzet: niet openbaar

Cash cow: cannabiszaad

Het telen van wiet is hoe dan ook slechts een intermezzo voor Dronkers. Halverwege de jaren tachtig zet hij de stap die een rijk man van hem zal maken. Op de Amsterdamse Wallen begint hij ‘het winkeltje’ Sensi Seeds. Daar verkoopt hij de cannabiszaden die hij op reis bij elkaar heeft vergaard. In Nederland en veel andere landen is de handel in cannabiszaden legaal. “Vanaf dag één waren mijn zaadjes een revolutie”, zegt Dronkers. “Ineens konden mensen thuis zelf hun wietjes groeien. Hoefden ze niet meer aan te kloppen bij straatdealers.” 

Dronkers’ zadenbusiness groeit snel en hij opent meerdere winkels. Ruim tien jaar is hij de enige in heel Nederland die wietzaden verkoopt. In die periode dijt zijn verzameling van soorten cannabiszaden gestaag uit. Niet alleen vanwege zijn aanhoudende verzameldrift op reis, maar ook omdat hij in samenwerking met tuinders al snel begint met het zelf kruisen en veredelen van cannabissoorten. Begin jaren negentig sticht Dronkers daarom de zadenbank Sensi Seed Bank.
De komst van internet betekent in de jaren negentig nog een boost voor Dronkers’ business. In verschillende landen kan men nu immers online bij hem terecht. “De Sensi Seed Bank levert door heel Europa en mijn zaadjes worden overal ter wereld gekweekt”, zegt hij glunderend. “Dat vind ik een schitterend idee. En ja, het heeft me inderdaad ook veel geld opgeleverd.”

Ondertussen is Dronkers’ Sensi Seeds Bank met meer dan 250 soorten uitgegroeid tot ‘s werelds grootste en bekendste verzameling cannabiszaden. De Amerikaanse psychiater Lester Grinspoon trekt in een brief aan Dronkers zelfs de vergelijking met het regenwoud. Beide verdienen volgens de emeritus hoogleraar van Harvard Medical School, bescherming omdat ze massa’s nog onontdekte medicijnen herbergen vermoedt hij.

Dronkers is het daarmee eens. Hij is de exclusieve leverancier van Bedrocan, Nederlands enige teler van medicinale marihuana. In de museums in Amsterdam en Barcelona heeft Dronkers een hele ruimte gewijd aan de geneeskracht van cannabis. “Kijk,” wijst Dronkers op wanden vol medicijnendoosjes, doktersverklaringen, reclameposters, foto’s en andere historische documenten, “tot begin twintigste eeuw zat er cannabis in de meeste medicijnen. Queen Victoria gebruikte het tegen allerlei kwalen, van menstruatiepijn tot migraine en van astma tot krampen. Het helpt ook tegen Multiple Sclerose, chronische pijn, depressies, Gilles de la Tourette, Alzheimer en nog een hele hoop ziektes. Er zijn zelfs aanwijzingen dat marihuana een rol kan spelen in de bestrijding van kanker.”

Hysterische hetze

Hoe meer Dronkers leert over cannabis, hoe meer kennis hij opsteekt over andere hennepsoorten die geen softdrugs opleveren, maar wel voor andere doeleinden toepasbaar zijn. Hennep blijkt eeuwenlang een van Nederlands belangrijkste gewassen te zijn geweest. “In de Gouden Eeuw domineerden zo’n elfduizend Nederlandse schepen de wereldzeeën”, doceert Dronkers. Veel materiaal op de boten is gemaakt van hennep: zeilen, touwen, kleding van zeelui. “De bemanning stookte lampen op hennepolie en at hennepkoeken. Tussen het houtwerk zat hennepvezel om boten waterdicht te maken. Het is de sterkste natuurvezel die we kennen. Alle andere materialen zoals riet, rotten weg op zee. Het groeit bovendien razendsnel en gedijt in vrijwel alle klimaten.”

Ook in de rest van de wereld is de productie van hennep lange tijd een van de belangrijkste agrarische sectoren. In Engeland worden hele dorpen en streken Hempstead, Hempton of Hampshire genoemd. Napoleon begint een oorlog tegen Rusland wegens het negeren van een verbod op hennepverkoop aan Engeland. In Amerika zijn onder meer founding fathers Thomas Jefferson en George Washington hennepboeren. Australië doorstaat in de negentiende eeuw tot twee keer toe een hongersnood door hennepconsumptie. >> Lees verder

 

In de eerste helft van de twintigste eeuw doet Amerika het product echter in de ban. Eerst moet alcohol eraan geloven, daarna cannabis. “Het zou zwarten namelijk aanzetten tot het verkrachten van blanke vrouwen”, schampert Dronkers. In het kielzog van deze hysterie wordt in 1937 alle hennepteelt verboden. Niet alleen onwetendheid speelt hierin volgens Dronkers een rol, maar ook de opkomende plasticindustrie, dé concurrent van het natuurlijke hennep. Na de Tweede Wereldoorlog verbieden ook veel Europese landen hennep. Dat verbod heft de Europese Unie in 1989 weer op.

Wederopstanding van een industrie

Een van de eersten die daarvan profiteert is Ben Dronkers, door zijn cannabiszadenverkoop inmiddels een vermogend ondernemer. In 1993 koopt hij op het Groningse platteland een afgedankte fabriek. In de omgeving begint hij in samenwerking met lokale boeren onder de naam HempFlax met het telen van honderdveertig hectare industriële hennep. Dronkers: “De overheid geloofde me natuurlijk weer eens niet, die dachten dat Dronkers op grote schaal wiet ging telen. Sindsdien werken ze me tegen.”

Maar Dronkers houdt vol, zoals gewoonlijk. “Alle machines voor het oogsten en verwerken van de hennep moesten we zelf ontwerpen. Die bestonden helemaal niet meer. Dat heeft ons een mooie serie patenten opgeleverd.”

Inmiddels verbouwt HempFlax meer dan duizend hectare hennep. Daarvan maakt het bedrijf verbazingwekkend veel verschillende producten.

Hennepsoorten

Hennep is een plant waarvan verschillende variëteiten bestaan. Alle hennepsoorten gezamenlijk vormen een ‘plantenfamilie’ die in het Latijn wordt aangeduid als de Cannabaceae. Slechts één hennepsoort, de Cannabis Sativa, levert softdrugs. De bloemtoppen ervan heten wiet, een verbastering van het Engelse ‘weed’, ofwel onkruid. Van Cannabis Sativa’s hars wordt hasj of hasjiesh gemaakt. De gebruikelijkste verzamelnaam voor wiet en hasj is cannabis. Een andere benaming van wiet, ten slotte, is marihuana. Het woord is waarschijnlijk een samentrekking van de Spaanse vrouwennamen Maria en Juana, en zou verwijzen naar de lustopwekkende eigenschappen van het spul.

Zoals strooisel voor stallen en huisdierkooien dat gewonnen wordt uit de vezelige stengels van de hennepplant. “Dat levert telkens weer dezelfde vraag op”, zucht Dronkers. “Worden de dieren daar niet stoned van? Lange tijd werd ik gek van dat soort onwetendheid. Tegenwoordig kan ik er wel om lachen. Ons strooisel ligt nu zelfs in de paardenstallen van het Deense koningshuis.”

Met hetzelfde strooisel bedient HempFlax de bouwsector. “We persen het tot ijzersterke platen, verwerken het tot matten, matrassen en isolatiemateriaal en ook mengen we het met leem. Dat geeft een soort beton, alleen dan lichter en sterker.”

De auto-industrie is eveneens een steeds belangrijker klant van HempFlax. Dronkers loopt naar een wand in zijn museum in Barcelona die helemaal volhangt met verschillende deurpanelen van geperst hennep. “Die leveren we aan ‘s werelds beste automakers: Mercedes, BMW, Jaguar, Bentley en Bugatti, ’s werelds duurste auto. BMW is door onze panelen uitgeroepen tot eco-auto van het jaar.” Hennep is, zo bewijzen Dronkers’ deurpanelen, ook een vervanger van plastic en andere kunststoffen die zijn gemaakt van aardolie.

Duurzaam

Met zijn autopanelen zet Dronkers in zekere zin het werk voort van wellicht de beroemdste automaker ooit. “In de jaren dertig heeft Henry Ford een heuse hennepauto gebouwd. De carrosserie was van hennep en hij reed op hennepdiesel.” Om te demonstreren hoe sterk zijn hennepauto was, bewerkte Ford hem met een knuppel zonder er deuken in te slaan. Dronkers: “Door het hennepverbod van 1937 is de auto helaas nooit in massaproductie gegaan. Anders had de geschiedenis er wel eens heel anders uit kunnen zien.”

Dronkers bedoelt: een stuk ecologischer. Hennep is volgens de ondernemer niet alleen de sterkste, maar ook de duurzaamste natuurvezel die er is. Dronkers: “Moet je nagaan: tweederde van de wereldwijde hoeveelheid pesticiden wordt gebruikt in de katoenindustrie. Vroeg of laat komt dat allemaal in de voedselketen terecht. Hennep, waarvan je net zo goed textiel kunt maken, heeft nul gif nodig. Nul. Sterker nog, de plant voedt de bodem. Als je op een veld eerst hennep kweekt en daarna aardappels, hou je tot tien procent meer piepers over.”

En dan zijn er nog broeikasgassen. “Van hennep kun je prima papier maken. Sterker nog, tot de twintigste eeuw was bijna alle papier van hennep. Dus ik zeg tegen de papierindustrie: kap met bomen kappen, ga liever hennep kweken. Dan kunnen die bomen fijn C02 uit de lucht blijven filteren. Net als alle hennep die dan geplant wordt.”

Concurrerend

Kortom, vat Dronkers samen, hennep heeft de potentie om te concurreren met verschillende vervuilende industrieën. Maar zover is het nog niet. Want ook al stak Dronkers naar eigen zeggen door de jaren heen 22 miljoen euro in HempFlax, het bedrijf maakt nog altijd licht verlies. “Het is een nieuw gewas waaraan potentiële afnemers moeten wennen”, zegt Dronkers daarover. “Bovendien zit er nog steeds een taboe op en de EU heeft door de crisis alle subsidie op hennepteelt stopgezet.” Toch verwacht Dronkers volgend jaar voor het eerst wat winst.

Wellicht belangrijker: het aantal telers van industriële hennep neemt gestaag toe. De European Industrial Hemp Association is sinds de oprichting in 2005 gegroeid van vier naar elf industriële telers in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Slovenië. Ook in de rest van Europa, Azië, Canada en andere delen van de wereld groeit de hennepindustrie zodra ze wordt toegestaan. Dronkers verbaast het niets. “Iedereen die zich erin verdiept komt tot dezelfde conclusie: hennep is een enorme vriend van de mensheid.”