Aanzegplicht: waarom 1 dag het verschil maakt tussen wel of geen boete

justitie

Erg netjes is het niet, maar je zou de aanzegplicht en een aanzegboete kunnen ‘omzeilen’ met een arbeidsovereenkomst van net iets korter dan zes maanden. Dat blijkt uit een rechtszaak, waar Sprout-expert Charlotte van Eeden toelicht.

De aanzegplicht, je bent er waarschijnlijk inmiddels wel aan gewend. Maar weet je ook dat er geen aanzegplicht geldt voor een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden? Zelfs niet als de overeenkomst slechts één dag korter duurt dan zes maanden.

Aanzegplicht

De wet verplicht een werkgever om een werknemer uiterlijk een maand, voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, schriftelijk te informeren over het al dan niet voorzetten van deze overeenkomst. Als een werkgever deze verplichting niet nakomt, dan moet hij een aanzegboete aan de werknemer betalen.

Deze boete is gelijk aan maximaal één bruto maandsalaris. Als de werkgever de aanzegplicht wel nakomt, maar niet tijdig, dan moet de werkgever een aanzegboete naar rato betalen. Voorbeeld: zegt de werkgever drie weken te laat aan, moet hij een boete betalen ter hoogte van het loon over drie weken.

De aanzegplicht geldt niet voor een arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden. Dat werd duidelijk in zaak van een werkneemster die een zaak aanspande tegen haar werkgever.

Verlenging of..?

De werkneemster werkte sinds 18 juli 2017 bij een tandheelkundige praktijk. Zij had een contract voor bepaalde tijd tot 31 januari 2018. Op 30 januari 2018 ondertekenden partijen een verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, van 31 januari 2018 tot en met 30 juli 2018. Partijen sloten de arbeidsovereenkomst dus voor de duur van zes maanden min één dag.

Een collega stuurde op 27 juli 2018 (dus een paar dagen voor het aflopen van de overeenkomst) de volgende e-mail naar de werknemer: “Je hebt vakantie van 01-08-2018 t/m 19-08-2018, Maandag 20-08-2018 om 11:00 je heb functioneringsgesprek met kliniek manager. Voor je nieuwe contract ”. Tijdens de vakantie van de werknemer liet de werkgever weten dat hij de arbeidsovereenkomst van de werknemer niet verlengde.

De werknemer ging hier niet mee akkoord, en vorderde betaling van loon vanaf 1 augustus 2018 en wedertewerkstelling. Daarnaast vorderde ze een aanzegboete ter hoogte van één maandsalaris.

Oordeel rechter

Zoals aangegeven was de arbeidsovereenkomst verlengd door de duur van zes maanden min één dag. Omdat de werknemer een arbeidsovereenkomst voor een periode korter dan zes maanden had, gold voor de praktijk dus geen aanzegverplichting. De rechter wees de vordering tot betaling van de aanzegboete daarom af.

Verder waren werknemer en de praktijk het niet eens over de vraag of de arbeidsovereenkomst na 30 juli 2018 was verlengd. Volgens de werknemer had de praktijk begin juli toegezegd dat haar contract verlengd zou worden. Ook stelde de werknemer dat de praktijk haar een schriftelijk aanbod deed voor een verlenging.

De werknemer wilde het aanbod eerst bestuderen voordat zij het zou ondertekenen. De rechter maakte hier korte metten mee. Hij oordeelde dat uit de stellingen van de werknemer – die de praktijk overigens weersprak – mogelijk bleek dat de werkgever een aanbod tot verlenging deed, maar niet dat de werknemer dat aanbod voor haar vakantie aanvaardde. Omdat de werknemer het aanbod nog niet had aanvaard, kon de werkgever hierop terugkomen.

Ingeroosterd

In een laatste poging om gelijk te krijgen deed de werknemer een beroep op de verleende toestemming voor haar vakantie van 1 tot en met 19 augustus 2018. Daarnaast zei de werknemer dat zij op 31 juli 2018 was ingeroosterd. Dit impliceerde volgens de werknemer dat er wel een verlenging van haar arbeidsovereenkomst was na 30 juli 2018.

De praktijk gaf aan dat zij destijds verwachtte dat zij de arbeidsovereenkomst zou verlengen, waardoor zij het vakantieverzoek van de werknemer goedkeurde. Daarnaast stelde de praktijk dat het rooster was gecorrigeerd. De werknemer stond niet (meer) in het gecorrigeerde rooster. Dit bleek ook uit een e-mail van 29 juli 2019 die de praktijk liet zien aan de rechter.

De rechter vond dan ook dat uit de verleende toestemming voor de vakantie, en uit het gecorrigeerde rooster, niet kon worden afgeleid dat partijen de arbeidsovereenkomst na 30 juli 2018 feitelijk voortzetten. Kortom: de rechter wees alle vorderingen van de werknemer af.

Conclusie

Je kunt de aanzegplicht en aanzegboete ‘omzeilen’ door een arbeidsovereenkomst af te spreken van één dag korter dan zes maanden. Erg netjes is het niet. Voor beide partijen is het fijn om van tevoren zekerheid te hebben over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bovendien is dit ook beter voor de onderlinge verstandhouding, mocht je de arbeidsovereenkomst willen verlengen.

Charlotte van Eeden is jurist civiel recht en arbeidsrecht bij LegalMatters.com, een juridisch platform voor ondernemers. Charlotte adviseert bedrijven op het gebied van onder meer contractenrecht en arbeidsrecht en staat ondernemers bij in juridische geschillen.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!