Picnic stuwt online boodschappen in Nederland naar eerste plek Europa, groeit naar 175.000 klanten

Nederland heeft het Verenigd Koninkrijk van de troon gestoten als EU-land waar het grootste aandeel van de bevolking online boodschappen doet, bleek woensdag uit CBS-cijfers. ‘Die versnelling komt deels door ons’, durft Picnic-oprichter Michiel Muller wel aan.

Vanaf 2013 nam in Nederland het aantal mensen dat online levensmiddelen koopt sterk toe, berekende het CBS vandaag. In de 2 jaar tot de lancering in 2015 van Challenger van het jaar Picnic was die groei echter relatief bedaard, van 10 naar 16 procent van de bevolking.

In 2016 klimt het aandeel online boodschappers in een klap net zo hard als de voorgaande 2 jaren naar 21 procent, om in 2017 door te stomen naar 29 procent. Daarmee heeft Nederland binnen de EU nu de toppositie overgenomen van het Verenigd Koninkrijk, waar in 2017 ‘maar’ 28 procent van de bevolking zijn levensmiddelen online insloeg.

Groeilijntjes

Reken er maar op dat die groei dit jaar doorzet, reageert medeoprichter van Picnic Michiel Muller desgevraagd. Wat het aandeel van zijn bedrijf is in de groei weet de ondernemer uiteraard niet precies. Maar wel: “Die versnelling komt deels door ons. We zien dat onze groeilijntjes er ook ongeveer zo uit zien”, wijst hij op de CBS-grafiek (hieronder). “In elke stad waar we beginnen, zien we dat het aantal mensen dat begint te bestellen snel omhoog gaat.”

Volgens Muller downloadde in Amersfoort, de eerste stad waar Picnic live ging, meer dan de helft van de huishoudens de app op zijn telefoon. Tot nu plaatste “meer dan een kwart” van de huishoudens in die stad een bestelling bij de boodschappen-disrupter. “In steden als Eindhoven, Tilburg en Breda zien we nu dezelfde lijntjes als in Amersfoort.” De dienst gaat vandaag in Venlo live in de zestigste stad; komende maand opent de challenger in Rotterdam zijn vijfde distributiecentrum.

175.000 huishoudens

In totaal bestelden tot nu toe 175.000 huishoudens minimaal één keer bij Picnic, zegt Muller. Het grootste gedeelte daarvan bestelde voor het eerst online boodschappen. Laagdrempeligheid is daarbij volgens hem essentieel. “In andere landen is het toch vaak een soort premium-product, met bezorgkosten en hoge ‘mandjes’ (minimale bestelbedragen, red.).”

Let wel, benadrukt Muller, de CBS-cijfers zeggen niets over het - nog altijd vrij beperkte - marktaandeel van online boodschappen (een schamele vier procent). “Maar waarom zou dat niet groeien naar marktaandelen zoals bij mode, elektronica en boeken? Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het marktaandeel van online boodschappen niet ook richting de 30 procent kan.”

Het is eigenlijk niet logisch dat bijvoorbeeld mode nu een hoger online aandeel heeft, zegt hij. “Mode kopen in de stad is tenminste nog leuk om te doen, en handig qua passen. Maar halfvolle melk halen, dat voegt niet zo veel toe voor een shopper.”

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl