Anna van Nunen legt uit waarom je als startup naar een festival moet

Directeur Anna van Nunen (30) van innovatie-organisatie Innofest struint de komende maanden festival na festival af om ondernemers daar innovaties te laten testen. ‘Startups kunnen hierdoor gemakkelijker de stap naar de markt zetten.’

Als Sprout met Van Nunen belt, is ze op Vlieland, waar dit weekend popfestival Here Comes the Summer plaatsvindt. Namens Innofest verwelkomt zij startups die hun innovaties willen testen op de festivalweide. “Een van de deelnemende startups test bijvoorbeeld een container waarmee je afvalwater kunt zuiveren tot oppervlaktewater”, zegt Van Nunen aan de telefoon. “Zoiets is handig voor alle plekken zonder riolering, zoals vluchtelingenkampen en ook festivals.”

Noord-Nederlandse festivals

Van Nunen begon Innofest drie jaar geleden in samenwerking met acht Noord-Nederlandse festivals, waaronder Oerol, de TT Assen en Eurosonic/Noorderslag. Dit jaar keek Innofest voor het eerst voorbij de grenzen van de drie noordelijke provincies Friesland, Groningen en Drenthe; Van Nunen hield eind maart een pilot op het Amsterdamse dancefestival DGTL, waarvan ze hoopt dat dit volgend jaar leidt tot een permanente samenwerking. Ook moet er dat jaar een ander nationaal festival bijkomen voor Innofest, al kan Van Nunen nog niet zeggen welke.

Het project draait momenteel “voor 85 procent” op een subsidie die Innofest kreeg van de Europese Unie, de Noord-Nederlandse provincies en innovatiehubs en kennisinstellingen uit Noord-Nederland. Voor 1,5 miljoen euro kan Innofest vierenhalf jaar draaien. In 2019 houdt de subsidieperiode op.

Om Innofest op de langere termijn veilig te stellen, is Van Nunen daarom in de weer met een businessmodel. “Dit moet drieledig worden”, legt ze uit. “We willen naast startups ook met scaleups gaan werken, die voor de tests moeten betalen. Zij kloppen steeds vaker bij ons aan en hebben doorgaans zelf voldoende geld. Ook willen we met corporates in gesprek voor sponsorships. Wel blijven we een maatschappelijk initiatief voor startende ondernemers, die op een positieve wijze willen bijdragen aan de wereld. Een klein percentage zullen we dus altijd moeten halen uit subsidies. Minder dan de helft van het totaalbedrag, hoop ik.”

Waarom zou je volgens jou als ondernemer naar een festival moeten?

Ondernemers kunnen hun product testen in een levensechte omgeving

“Wij helpen heel veel ondernemers in de pilotfase van hun product. Pilots worden doorgaans gedaan in een laboratorium of door middel van klantonderzoek. Bij ons kunnen ondernemers hun product juist testen in een levensechte omgeving. Een stad of dorp kun je niet helemaal verbouwen om deze geschikt te maken als testomgeving. Een festival daarentegen heeft alle aspecten van een echte omgeving, maar is flexibel en makkelijk te monitoren. Daar kun je dus gemakkelijk een pilot doen als ondernemer. Als je deze pilotfase goed doorloopt en weet wat wel of niet werkt voor je product, kun je gemakkelijker de stap naar de markt zetten.”

Het festivalseizoen staat voor de deur. Wat kunnen we de komende maanden verwachten van Innofest?

“We hebben dit jaar veel projecten rondom duurzaamheid; ongeveer 60 procent van de deelnemende startups. Twee projecten rondom vrouwenurinoirs vind ik bijzonder opvallend. De eerste heet WeeStand en is een staand vrouwenurinoir. Het kan worden ingezet in de humanitaire sector; in sloppenwijken en vluchtelingenkampen. Het product wordt ontwikkeld in Zuid-Afrika, en getest op een of meerdere festivals in Noord-Nederland. Het andere vrouwentoilet dat wordt getest, heet She2Pee. Doe je je boodschap, dan komt dit terecht op een bedje van hennep, wat weer gebruikt kan worden als meststof op het land.”

“We hebben dit jaar ook veel aanmeldingen gehad van techondernemers met apps. Die kloppen aan omdat ze een gebruikersonderzoek willen doen. Voor feedback op hun app zoeken ze vaak een bepaalde doelgroep - bijvoorbeeld een met niet alleen jongeren, zoals bij Oerol. We werken met een paar van dit soort bedrijven samen, maar niet met iedereen. Een gebruikersonderzoek kun je immers overal doen. Het testen op een festival moet voor ons echt meer toegevoegde waarde hebben dan alleen het makkelijk benaderen van een bepaalde doelgroep.”


Terwijl festivalbezoekers met een biertje over de weide flaneren, zijn ondernemers druk in de weer met laptop en soldeerbout. 

Innofest is bezig met zijn derde jaar, oftewel tijd om terug te kijken. Hoe weet je of het project succesvol heeft uitgepakt voor de startups? Hebben eerdere deelnemers echt wat aan deze tests gehad?

85 procent van de startups zei dankzij ons de stap naar de markt te kunnen zetten

“We meten achteraf op twee momenten. 2 weken na de tests kijken we wat de resultaten tot dan toe zijn, wat de bedrijven nog verwachten te behalen en welke vervolgstappen ze zetten. Na een jaar doen we weer een meting om te ontdekken of we iets hebben kunnen bijdragen. 85 procent van de startups zegt tot nu toe dat ze dankzij ons de stap naar de markt hebben kunnen maken. Het is natuurlijk de vraag of ze dat niet anders ook hadden kunnen doen - zoiets kun je niet onderzoeken. Deze resultaten zijn in ieder geval positief.”

Als festivalbezoeker loop je toch al snel voorbij die innovaties, zonder ze op te merken?

“Ja. Daarom proberen we de tests helemaal in het festival te integreren. We verspreiden de innovaties het liefst over het hele festivalterrein, zodat bezoekers er tegenaan lopen. Toch zijn er ook uitzonderingen. Zo deden we 2 jaar geleden een test met een Groningse startup, die een geluidsmeting ontwikkelde. Je kon zelf kiezen of je eraan mee wilde doen. Dat bedrijf had dus echt een standje met iemand die bezoekers uitleg geeft. We hebben echter ook projecten waar bezoekers niet eens naar toe kunnen gaan. Bijvoorbeeld een project dat we afgelopen jaar hadden rondom sensoren die de elektriciteitsmetingen verstuurden. Of een container die backstage al het afvalwater zuivert. In slechts zo’n 40 procent van de gevallen gebruiken we bezoekers direct als proefkonijn.”

Bij een test is het belangrijk gebruik te maken van een aselecte groep proefpersonen. Hoe voorkom je dat je voor die 40 procent van de projecten toch steeds hetzelfde type mens trekt, dat wellicht een voorliefde voor dit soort projecten heeft?

“Ik denk dat dit iets is wat we niet kunnen dekken. Het draait altijd om mensen die zelf mee willen doen. Wat we bijvoorbeeld wel doen, is op twee verschillende plekken testen. Zo hebben we een project met een hartslagkussen; een kussen met je hartslag erin verwerkt. Een soort Somnox, maar dan niet om je in slaap te brengen, maar om je overdag rustig te maken. Die testen we op een rustig festival en op het drukke TT-festival in Assen, om het eventuele verschil in reacties te meten.”


Anna van Nunen neemt eind 2017 de European Enterprise Promotion Award in ontvangst in Tallinn.

Afgelopen jaar wonnen jullie een European Enterprise Promotion Award. Jullie wonnen de hoofdprijs uit honderden Europese inzendingen. Voelde dit als een bevestiging van je gelijk?

We vinden het leuk als ondernemers na het project een investeerder vinden

“Ja. Een paar jaar geleden lanceerden we dit als een wild idee en vorig jaar zag Europa er opeens een kans in voor allerlei regio’s en landen. Het is een pluim op je werk, maar het is niet waar we het uiteindelijk om doen. Het leukste vinden wij dat we na een festival allemaal bedankjes krijgen van ondernemers. Die vertellen ons een half jaar later dat ze een investeerder hebben gevonden, omdat ze nu een proven concept hebben.”

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout. Hij schrijft over startups, Silicon Valley en nieuwe economie.