'Corona-app bewijst dat overheid zonder Capgemini en Accenture kan'

De corona-app toont aan dat de overheid goed kan samenwerken met startups, zegt Jelle Prins, een van de ontwikkelaars van de app. ‘In dit proces spelen de Capgemini’s en Accentures van deze wereld geen rol.’

De CoronaMelder was al halverwege augustus klaar, maar het duurde nog twee maanden voordat de app goedgekeurd werd door het parlement. Het was een tegenslag voor Jelle Prins, die bijdroeg aan de ontwikkeling van de app. Maar hij beseft dat er bij een project als dit meer krachten in het spel zijn dan wanneer je zelf een bedrijf runt. Of wanneer je werkt bij bij Uber, het bedrijf dat zijn Amsterdamse startup Moop in 2014 inlijfde, en waar hij tot aan het begin van dit jaar werkte.

Prins: ‘Het is vervelend als je in een pandemie zit en je denkt dat je iets hebt dat kan helpen, en je moet wachten totdat het geïntroduceerd wordt. Maar ik baalde ook over de onduidelijkheid over mondkapjes, of dat bepaalde maatregelen pas laat genomen worden. Dat zijn allemaal dingen waar je geen invloed op kan uitoefenen.’

Rond de tijd dat Prins afzwaaide bij Uber werd hij gegrepen door het nieuws over het coronavirus, en hoe contact tracing een rol kan spelen bij het indammen van een pandemie. In Singapore en Korea ontstonden de eerste apps, maar die zouden op die manier in het Westen nooit ingezet kunnen worden, dacht Prins. ’Die apps moet je continu open hebben staan op je telefoon, waardoor je bijvoorbeeld niet naar Spotify of NU.nl kan. Je vertrouwt misschien jezelf wel dat je iedere keer netjes de app opent wanneer je in de bus stapt, maar vertrouw je ook de mensen om je heen dat te doen?’

Voor een werkbare app heb je de hulp nodig van Apple en Google, schreef Prins begin april in een blog. Niet veel later kondigden Apple en Google aan dat ze een API voor corona-apps zouden maken. Daardoor werd het mogelijk om met behulp van bluetooth constant (op de achtergrond) willekeurige codes uit te zenden naar telefoons om je heen. De app weet nooit waar je bent of wie je hebt ontmoet.

Sportief

Toen de Nederlandse overheid vervolgens een appathon organiseerde, twitterde Prins het hele weekend over wat er volgens hem beter kon. Wel zo sportief: de overheid negeerde die kritiek niet en benaderde Prins om te helpen bij het ontwikkelen van de corona-app. 

‘Mijn voorwaarde was dat het een open proces zou zijn, waarbij alle code en designs tijdens het project zou worden gedeeld, en niet alleen daarna. Zodat een hele community mee kon doen met discussies over privacy en veiligheid, met als doel een app die zo breed mogelijk ingezet kan worden voor alle doelgroepen in Nederland.’ 

Prins smeedde een team van iOS- en Android-programmeurs, UX-ontwikkelaars, illustratoren, schrijvers en specialisten op het gebied van toegankelijkheid (voor blinden en slechtzienden). In dat gezelschap zaten bijvoorbeeld ook Jasper Hauser (die zijn bedrijf Sofa in 2011 verkocht aan Facebook), open source-expert Edo Plantinga en de vermaarde appontwikkelaar Ivo Jansch

De app werd gemaakt met een relatief bescheiden budget van naar schatting enkele miljoenen euro’s. Met de Duitse corona-app zijn vele tientallen miljoenen euro's gemoeid. 

Wat maakt deze app nog meer anders dan corona-apps in andere landen? 

‘We hebben geen concessies gedaan qua veiligheid, want dit moet zo anoniem en veilig mogelijk. Ook is Nederland nu een van de weinige landen waar het bij wet is geregeld dat bijvoorbeeld werkgevers of restaurants niet verplicht mogen stellen dat je de app hebt.’ 

We hebben geen concessies gedaan qua veiligheid

‘Daarnaast is het ontwerp beter dan in de meeste andere landen. We hebben ontzettend veel UX-research gedaan, en dat op GitHub gezet. Honderden mensen hebben meegedaan met testen om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat ook mensen die laaggeletterd zijn de app kunnen gebruiken. Er zit meer onderzoek in dan ik bij Uber ooit heb gezien voor een nieuwe feature. Ik hoorde hetzelfde van een medewerker van Facebook. Dit is echt heel degelijk en bijzonder. Ook kritische organisaties als Bits of Freedom en Waag Society vinden dat het goed in elkaar zit.’

In hoeverre heeft dit project laten zien dat ondernemers en de overheid goed met elkaar kunnen samenwerken? 

‘De overheid heeft erkend dat ze niet de specialisten in huis hebben om dit soort apps te maken. Maar dat je wel een manier kan vinden om de beste mensen uit de markt te vragen. We moeten niet onderschatten wat voor ommezwaai dat is. Er wordt hier feitelijk ruimte gegeven aan een groep mensen die heel kritisch waren tijdens de appathon, waaronder ook IT-expert Brenno de Winter. Maar ook hij heeft de ruimte gekregen om de juridische en privacykant perfect in te richten. Dat moet je als overheid toch maar durven, om zo open een proces in te gaan. We zijn ook nooit beperkt in wat we openbaar mochten zeggen.’

We moeten niet onderschatten wat voor ommezwaai dit is

Betekent dit dat ondernemers nu meer kans maken bij de overheid?

‘Traditioneel heeft de overheid altijd grote partijen zoals de Capgemini's en Accentures van deze wereld gevraagd voor dit soort projecten, dat waren ook de partijen die bij de appathon op het podium stonden. Maar in dit proces spelen die grote partijen eigenlijk geen rol. Door dit nieuwe proces zie je hoe de overheid met de allerbeste mensen, zelfstandigen en kleine bedrijven kan samenwerken. Het UX-research werd bijvoorbeeld gedaan door Valsplat, een UX-bureau in Amsterdam dat een aantal mensen heeft uitgeleend voor dit project.’

‘Laten we wel wezen: de beste mensen gaan niet voor Accenture of Capgemini werken. Die zitten bij Google of werken zelfstandig. En denk je dat Accenture dit voor een miljoen had gedaan? Dat soort bedrijven lijken altijd een veilige keuze. Er is nog nooit iemand ontslagen omdat ze Accenture of Capgemini hebben aangenomen, luidt een bekende uitspraak. Met startups of zzp’ers werken lijkt risicovoller, maar als je echt het beste resultaat wil, dan is dat uiteindelijk de enige weg.’ 

Er is nog nooit iemand ontslagen omdat ze Accenture of Capgemini hebben aangenomen

‘We moeten de overheid op een punt krijgen dat ze de reputatie krijgt dat ze dit soort projecten goed aan kan pakken. En dat het voor veel meer goede mensen een potentiële werkgever wordt. Er wordt vaak gezegd dat de overheid niet zoveel kan betalen, en dat ze dus niet de beste mensen aan kunnen nemen. Maar dat zoiets de beste mensen zou weghouden is bullshit denk ik. Die mensen willen vooral met andere goede mensen werken.’  

‘Een deel van het team werkt nu aan een tweede app voor de GGD die moet helpen bij bron- en contactonderzoek. Die zijn in ieder geval enthousiast om verder te gaan. Dit zijn allemaal mensen die je zo bij een succesvol techbedrijf aan het werk zou kunnen zetten.’  

Nu we je toch spreken: in augustus lanceerde je met een aantal collega-ondernemers het angel-collectief Operator Exchange. Hoe gaat het daarmee?

‘We hebben al veel (pitch, red.) decks gekregen, waaronder een paar zeer interessante. Een investering is inmiddels rond, en er zitten nog een aantal in de pijplijn. We krijgen veel berichten van mensen die ook graag mee willen doen, dus we zijn langzaamaan mensen aan het toevoegen.’

Nieuw in het collectief zijn bijvoorbeeld de oprichters van HackerOne (Michiel Prins en Jobert Abma), een van de oprichters van Unity (Lucas Meijer) en Flexport-COO Sanne Manders. Ook Blendle-oprichter Alexander Klöpping is nu van de partij.

Vorig jaar nodigde je Nederlandse startups uit om vragen aan je te stellen. Hoe is dat verlopen?

‘Ik heb een paar maanden lang elke dag geluncht met een andere startup. Dat sparren ging vaak over waar je de prioriteit legt. Er zijn altijd zoveel ideeën, maar wat is nu het belangrijkste om op te focussen? Wat is de basis die goed moet zijn, wat wil je feitelijk testen, op welke data let je en hoe evalueer je of je een product market fit hebt?

Wanneer je instapt bij een startup volgt automatisch de vraag of je nog meer angels kent 

‘In een aantal van die startups heb ik later geïnvesteerd via Operator Exchange, dat eigenlijk een beetje voorkomt uit deze gesprekken. Want wanneer je instapt bij een startup volgt automatisch de vraag of je nog meer angels kent. Dus dan maakte ik acht introducties en moest zo’n startup met iedereen koffie gaan drinken, dat was een vrij inefficiënt proces. In een paar gevallen heb ik die angels bij mij thuis uitgenodigd om samen te eten, terwijl de startup vertelde. Daarnaast kwamen we tot de conclusie dat veel vc’s geen match waren, en niet de meerwaarde boden qua operationele hulp.’

Het lijkt erop dat Nederland qua startups flinke sprongen heeft gemaakt, sinds je in 2010 deel uitmaakte van het collectief Startups In Een Kutklimaat (STIKK).

‘Een aantal mensen van STIKK zitten nu ook in Operator Exchange. Tijdens een diner had iemand een foto van de STIKK-groep van tien jaar geleden bij zich, en we realiseerden ons: als je in deze groep geld had gestopt toen het nog allemaal groentjes waren, dan had je het heel goed gedaan als investeerder. Misschien is het nu zaak voor ons, nu we iets ouder zijn, om de volgende groep te vinden en te helpen.’

‘Er is de afgelopen tien jaar veel veranderd, en Amsterdam en Nederland hebben grote stappen gemaakt. Tegelijk moet ik ook zeggen dat we er nog niet zijn. Het is belangrijk om ons te realiseren dat tech-startups voor veel groei en banen zorgen in Nederland. Kijk naar Adyen, Takeaway, Messagebird, en grote bedrijven zoals Uber die hier 1500 banen hebben. Dat is waar de toekomst wordt gebouwd, en wat we moeten stimuleren.’

Redacteur en coördinator Sprout.nl. Tips: maarten@sprout.nl

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!