Elektrische deelsteps in Nederland onbegonnen zaak? Welnee, denken deze expats

Wie elektrische deelsteps naar Nederland wil halen, krijgt te maken met, tsja, innovatiearme gemeenten. Toch wagen de internationale studenten Max Schalow (22) en Chingiskhan Kazakhstan (22) van ScootIt het erop.

Terwijl landen om ons heen volop de vruchten plukken van deze mobiliteit van de toekomst, lijken onze gemeentes maar niet aan de deelbare e-steps te willen. Breda is tot dusver de enige stad die op korte termijn een pilot wil lanceren, voor de andere steden is het risico op verkeersongevallen in fietsland Nederland voorlopig te groot.

Gek zijn die zorgen allerminst: in de Verenigde Staten, waar de hype vandaan komt, wordt al gesproken van mogelijk duizend verkeersongelukken per maand door de elektrisch aangedreven stepjes, die met soms wel 30 kilometer per uur door stadscentra sjezen. In Parijs, waar e-stepbedrijven vrij mogen opereren, is deze week de eerste verkeersdode gevallen.

Toekomstige mobiliteit

Toch is het zonde dat Nederland resoluut ‘nee’ blijft zeggen tegen de e-stepjes, vindt de 22-jarige Brit Max Schalow, die in Nederland aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) studeert. E-steps kunnen volgens hem weleens een belangrijke rol gaan spelen waar het gaat om de mobiliteit van de toekomst.

Die ziet hij als volgt voor zich: stadscentra zonder auto’s van particulieren. Er rijden dan nog wel auto’s rond, maar dit zijn continu rijdende deelauto’s, van private ondernemingen zoals Uber of Viavan – allicht zelfrijdend. Eén van de manieren waarop we ons in zo’n toekomstig stadscentrum snel kunnen verplaatsen is door gebruik te maken van een elektrische deelstep. Het voordeel van deze gedroomde mobiliteitsdisruptie? Nul geparkeerde auto’s, dus een sterke toename aan ruimte.

Het lijkt er dus voorlopig op dat onze gemeenten – in tegenstelling tot die van andere Europese landen – deze mobiliteitsinnovatie de rug toekeren voordat deze zich überhaupt bewezen heeft. Dat het innovatief én veilig kan, bewijst Schalow door te wijzen op Duitsland, waar ze de veiligheidszorgen volgens hem goed hebben opgelost: de e-steps mogen er niet op de stoep rijden en mogen maximaal 20 kilometer per uur halen, in plaats van de grofweg 25 kilometer per uur die ze nu rijden op vlakke grond. Duitsland omarmt de vernieuwing, maar voorkomt in tegenstelling tot bijvoorbeeld Lissabon totale anarchie door met een helder pakket aan regels te werken.

Experimenteren

Mathijs Bouman schreef al in 2015 in het Financieele Dagblad dat we in Nederland nodig méér moeten experimenteren. Door het experiment aan te gaan, leren we immers sneller of innovaties in een snelveranderende wereld kans van slagen hebben. De kans dat Schalow Bouman kent, lijkt Sprout klein, maar de Brit zet onbewust in op het gedachtegoed van Bouman. Met Schalows e-stepbedrijf ScootIt, dat hij samen met zijn Kazachse mede-student Chingiskhan Kazakhstan (22) runt, aast hij op een pilot met het Arnhemse Industriepark Kleefse Waard (IPKW). Daarnaast stelt hij in gesprek te zijn met meerdere partijen, waaronder gemeenten.

Toegegeven, veel is het nog niet: het bedrijf van Schalow en Kazakhstan zag nog maar tweeënhalve maand geleden het licht en ontstond toen de heren een startupvak volgden. De stepjes zijn er nog niet eens; de ondernemers stellen nog in gesprek te zijn met meerdere producenten. Het doorzettingsvermogen van de heren om een markt op te gaan die door lokale overheden nog op slot staat, is daarentegen de moeite van het vermelden waard. Bovendien biedt het een kijkje in het gevecht tegen de bierkaai dat jonge e-stepsbedrijven dagelijks moeten ondergaan in Nederland.

Pilot

De beoorgde pilot aan IPKW behelst het droppen van twintig e-steps en vaste oplaadpunten, vertelt Schalow. “Het is een groot park en de organisatie wil duurzamer worden. Bedrijven hebben er soms twee kantoren en veel medewerkers gebruiken hun auto om van A naar B te komen. We moeten nog één keer praten over de financiële zaken. Hopelijk lukt het om binnen 3 maanden te beginnen met de pilot. Hoe lang de pilot zal duren, weten we nog niet.” IPKW heeft nog niet regeageert op vragen van Sprout over de door Schalow gestelde samenwerking.

Wordt de pilot een succes, dan volgt mogelijk een pilot in de hele gemeente Arnhem, stelt Schalow. Die zal volgens hem niet b2b, maar b2c worden, dus gericht op alle inwoners. Een wildgroei aan geparkeerde stepjes wil Schalow voorkomen, door in te zetten met vaste oplaadstations, waar de stepjes moeten worden geparkeerd. “We hebben ons plan aan de gemeente voorgelegd”, zegt de ondernemer. “Zodra we genoeg resultaten verzameld hebben over de proef op het industriepark, mogen we weer bij ze aankloppen. Een garantie dat we een pilot mogen draaien hebben we nog niet, maar ze geloven in het project.”

Een woordvoerder van de verantwoordelijke wethouder Jan van Dellen van gemeente Arnhem stelt dat Van Dellen door de directeur van IPKW over dit initiatief is geïnformeerd. De gemeente volgt het initiatief “met belangstelling”, omdat het een “schone manier van vervoer” zou zijn. Een proef bij IPKW noemt de woordvoerder een “interessante ontwikkeling”. Wel is er volgens de woordvoerder van de wethouder een “beperking wat betreft regelgeving wat betreft elektrische steps en het gebruik ervan op de openbare weg”.

Nijmegen

Ook met gemeente Nijmegen stelt Schalow contact te hebben gehad. “Ze zijn erg geïnteresseerd. Er zijn nog geen concrete plannen, maar we gaan binnenkort weer met ze praten.” Een perswoordvoerder van de gemeente Nijmegen bevestigt dat er contact is geweest met Schalow. “Het vond deze ochtend plaats (lacht). We zijn met ze in gesprek, maar ook met andere aanbieders van e-vervoer.”

Volgens de woordvoerder komt er een nieuwe mobiliteitsplan aan voor de stad, iets wat de gemeente wil afwachten voordat het eventueel nieuwe marktpartijen toelaat. Wel komen er tien zogeheten e-hubs in de stad te staan; oplaad- en verzamelplekken voor te huren elektrisch deelvervoer: auto’s, fietsen of stepjes. “Het is een Europees project en we zullen met iedere wijk in gesprek gaan over waar precies behoefte aan is”, aldus de woordvoerder. In Arnhem komen ook drie van deze hubs te staan en Amsterdam, Manchester en Leuven doen tevens mee aan het project.

Duitse markt

Om ondanks de Nederlandse bureaucratie de groei van zijn startup te kunnen accelereren, stelt Schalow zich inmiddels ook op de Duitse markt te oriënteren. “Hopelijk kunnen we de Nederlandse autoriteiten door onze geplande Duitse activiteiten laten zien dat we goede intenties hebben. Wat we willen voorkomen, is dat je grote e-stepbedrijven krijgt die zonder enige toestemming de weg opgaan. In de Verenigde Staten is dat in een paar steden gebeurd.”

ScootIt zal zich echter vooral sterk op de b2b-markt richten, vertelt Schalow. Hij stelt in gesprek te zijn met postbedrijf TNT, zodat “postbezorgers op een e-step hun werk kunnen doen”. TNT heeft nog niet gereageerd op vragen van Sprout over de door Schalow gestelde samenwerking. Daarnaast stelt hij met de Universiteit Twente contact te hebben gehad. Een woordvoerder van de universiteit kan dit na een rondvraag in de organisatie aan Sprout “bevestigen noch ontkennen”.

Schalow heeft Sprout vertrouwelijk inzage gegeven in mail- en WhatsApp-contact met alle betrokken partijen, waaruit blijkt dat er inderdaad fysieke afspraken zijn geweest tussen ScootIt en de besproken partijen.

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!