Hoe rocksterondernemer Ali Niknam (Bunq) iedereen wil laten crowdfunden

Ali Niknam

Een soort Voordekunst, maar dan puur als functionaliteit voor bankapp Bunq. Ondernemer Ali Niknam presenteerde zijn innovatie Bunq.me woensdagavond in een loods in Amsterdam-West. ‘We hebben ons het apelazarus gewerkt.’

Niknam kent zijn klassiekers. Na een fragment van jaren ’70-rockklassieker Roadrunner van The Modern Lovers, komt de - ach, ja - rockster-ondernemer de zaal binnen gestormd. Een luid applaus volgt, zoals er nog minstens twintig zullen volgen deze avond. Tijdens een half uur durende, Steve Jobs-achtige presentatie vertelt Niknam aan een zaal vol Bunq-adepten en -werknemers over de nieuwe functionaliteiten van zijn bankapp.

Doordat Niknam strooit met termen als “amazing” en “really great” ademt de avond de sfeer van Silicon Valley. De harde regenval op het dak doet je echter realiseren dat je je hier toch echt in een loods in Amsterdam-West begeeft.

Bunq.me

Vermeldenswaardig deze avond is een initiatief waarmee creatievelingen geld kunnen ophalen bij vrienden, familie en fools. Het idee, dat door het leven gaat onder de naam Bunq.me, is vergelijkbaar met de service van de Amerikaanse startup Patreon. Muzikanten en YouTubers kunnen daar online een persoonlijke pagina aanmaken, waarop liefhebbers geld kunnen storten.

Crowdfunding, maar dan net wat persoonlijker. Fans maken bij zowel Patreon als Bunq.me een zelf gekozen bedrag over naar hun favoriete artiest, zodat die in tijden van mondiale kunstbezuinigingen toch aan zijn inkomsten komt. 

Het grote verschil tussen Patreon en Bunq zit hem in het feit dat eerstgenoemde startup met een creditcard-model werkt. “Er gaat dan 5 procent van af”, legt Niknam uit aan Sprout. “Bovendien loop je kredietrisico, omdat het teruggeboekt kan worden.” Bunq.me werkt daarentegen met iDeal of via het Duitse Sofort.

Branchegenoot Revolut uit Londen meldde eerder deze week dat deze digibank 1 miljoen gebruikers heeft. Niknam, die er een sport van heeft gemaakt nooit gebruikersaantallen aan journalisten te vertellen, lijkt niet onder de indruk van de concurrentie. “Zij zitten meer in multi currency accounts en doen iets heel anders dan wij. We can co-exist.” 

Het idee achter Bunq.me komt van journalist Jelle Drijver, die het Niknam tijdens een video-interview in september voorstelde. “Hij zei: waarom bouw je dit niet?”, blikt Niknam terug. “Jelle kent zoveel bloggers en vloggers die het geweldig vinden.”

Niknam vertelde Drijver doodleuk op de camera dat hij het zou bouwen als Drijver honderd mensen kon vinden die de functionaliteit wilden gebruiken. Het werden er honderdzeventig. 

Wil Bunq hiermee meer mensen in de creatieve sector naar zijn app trekken? Tuurlijk, geeft Niknam glimlachend toe: hoe meer Bunqers, hoe beter. Maar het is volgens hem allemaal “veel organischer”.

Er zit geen groots plan achter, stelt de ondernemer: “Ik denk dat het leuke aan Bunq is dat we erg naar de gebruiker luisteren. Als iemand met een goed idee komt, doen we het gewoon.”

Steve Jobs

Niknam komt charismatisch en overenthousiast over, zowel voor een zaal als wanneer je met hem privé spreekt. Om de haverklap geeft hij een enigszins ontwapenende glimlach. Als je Niknam vertelt dat zijn toespraken iets weg hebben van de stijl van Jobs, lijkt een ietwat defensieve reactie voor de hand liggend. In plaats daarvan glimlacht Niknam: “Echt? Dank je!”

Het is de zesde keer dat Bunq een presentatie als deze houdt, maar de eerste keer dat ondergetekende in de zaal is. Als Niknam dat hoort, zegt hij meteen: eigenlijk zou je er alle zes keer bij moeten zijn. “Maar die andere vijf keren zijn al geweest”, zeg ik. Weer die lach: “Nou, de volgende zes keren dan.”

De laatste medewerker was vanochtend pas 10 voor 7 weg

Dat enthousiasme wat Niknam uitstraalt, vertaalt zich ook door naar zijn werkethos. Niknam vertelt dat hij eigenlijk ziek is. Vermoedelijk is het een gevolg van het harde werken de afgelopen weken. Doordat Bunq werd getroffen door een DDOS-aanval, hebben ze dag en nacht doorgewerkt om hun innovaties op tijd af te krijgen. Niknam, die wel vaker slaap mist door Bunq, deed het ditmaal met korte nachten van 5 tot 6 uur.

Niet alleen hij, benadrukt de ondernemer: “Iedereen werkte zich het apelazarus. De laatste medewerker was vanochtend pas 10 voor 7 weg.” Vanavond dus maar eens vroeg op bed, sluit Niknam het gesprek af. We nemen afscheid en ik loopt een zaal uit vol drinkende Bunqers en jazzmuziek. Benieuwd of die Niknam snel aan zijn nachtrust toekomt.

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!