Hoe Sapir Shpigel met Merkspace aan een kantoorimperium bouwt

Sapir Shpigel, Merkspace

De Israëlische Sapir Shpigel van het onlangs in Amsterdam geopende co-workingkantoor Merkspace is nog maar 23 jaar, maar heeft een succesvolle scaleup met meer dan dertig medewerkers. En dat terwijl haar vorige bedrijf al na tien maanden als sneeuw voor de zon verdween. ‘Ik miste de juiste contacten.’

Het is een opmerkelijk tafereel. Als Sprout aanklopt bij co-workingkantoor Merkspace aan de Amsterdamse Herengracht, komt oprichter Sapir Shpigel aanlopen. We zien het goed: deze 23-jarige, die met haar tengere postuur zo door had gekund als student, staat aan de leiding van een groeiend kantoorimperium. Hoe heeft ze dit zo jong al voor elkaar gekregen? We nemen plaats in een vergaderzaal, waar Shpigel in uitstekend Engels uitlegt dat het succes haar ook niet is komen aanwaaien. Sterker nog: Shpigels verhaal is er een van vallen en weer opstaan. 

Merkspace
Wat: co-working space
Sinds: 2016
Oprichters: Sapir en Jacob Carl Shpigel
Actief in: Israël en Nederland
Aantal medewerkers: 34 (fte)
Omzet: onbekend
 

Idee

Dat verhaal begint enkele jaren geleden in haar thuisstad Tel Aviv. Toen Sapir Shpigel er nog studeerde, zat ze geregeld gefrustreerd voor de televisie. Op de Israëlische tv draaide een show over apps en startups en Shpigel was vaste kijker. Shpigel, een student business and finance, zag er de ene na de andere startup voorbij komen met een vergelijkbaar idee als zij zelf had. “Ik dacht: bah, nu doet iemand anders datgene wat ik in gedachten had”, blikt ze terug.

Op een dag zei ze daarom tegen zichzelf: “Als ik weer eens een idee heb, ga ik ervoor.” En dat idee kwam er. Shpigel bedacht een dating-platform, waarmee gebruikers vrijgezelle vrienden van hun vrienden kunnen ontmoeten. “Op college vroegen mensen me weleens om hen te koppelen met een vriend van me”, legt ze uit. “Ik voelde me daar nooit zo gemakkelijk bij, want je wil niet tussen beiden zitten als het fout gaat.” Door het koppelproces aan een app over te laten, bespaar je dit soort situaties, bedacht Shpigel.

Kapitaal nodig

De student zocht twee programmeurs op om de app te ontwikkelen en vier maanden later had ze al een zogeheten minimal viable product (mvp); een basisversie van de app. Shpigel liep echter al snel tegen een muur van harde realiteit aan. Slechts een goed idee en een mvp is niet genoeg, merkte ze: je bedrijf heeft kapitaal nodig. 

Shpigel besloot daarop te onderzoeken hoe ze aan financiering kon komen. De programmeurs met wie Shpigel samenwerkte, hadden beiden een baan in de high tech-sector van Tel Aviv. Die konden ze dus niet zomaar opgeven, waardoor het bedrijf van Shpigel minder snel groeide dan ze hoopte. Bugs oplossen duurde bijvoorbeeld relatief lang. Door financiering op te halen, zou ze hen kunnen uitkopen, zodat haar bedrijf sneller kon groeien.

Nul op het rekest

Investeerders vonden ons businessmodel nog niet op orde

Shpigel klopte aan bij een grote schare Israëlische VC’s, maar kreeg nul op het rekest. 90 procent van de financiers reageerde niet op Shpigel oproep en degenen die wel reageerden, vertelden de jonge ondernemer dat het “te vroeg” was om zaken te doen. “Ze vonden onze retention rate en het businessmodel nog niet op orde”, zegt Shpigel. 

De student zocht daarom eerst haar heil bij een accelerator. “Ik hoopte daar de juiste contacten en gereedschappen te krijgen, zodat deuren opengaan.” Het probleem bleek echter dat de programmeurs niet meekonden. “Ze konden hun baan er niet voor opgeven en ik kon hen niet het juiste salaris bieden.” Zo’n tien maanden na het eureka-moment, ging Shpigels startup daarom roemloos ten onder.

Enigszins teleurgesteld, besloot Shpigel dan maar gewoon haar studie af te ronden. Toen ze dat echter gedaan had, begon het weer te kriebelen. Wat als ze zelf een omgeving kon creëren waarbij beginnende startups de juiste connecties konden krijgen? Op die manier zou ze andere jonge ondernemers kunnen helpen, die in dezelfde situatie zitten als Shpigel met haar techbedrijf ooit zat. 

“Van mijn startup-debacle had ik geleerd dat je niet verliefd op je bedrijf mag worden zonder de juiste contacten en achtergrond te hebben”, zegt Shpigel. “Bij onze co-working space moest je die kennis op kunnen doen, bedacht ik. Je moest je er zowel alleen als met meerdere mensen van je startup kunnen vestigen. Aan tests om binnen te komen, wilden we niet doen.”


Sapir Shpigels vader nam haar al op jonge leeftijd mee tijdens vastgoedvergaderingen. “Hij dacht dat het impact op me kon maken.”

Merkspace

Zo geschiedde. De eerste vestiging van Merkspace, Shpigels eigen accelerator, opende in maart 2016 zijn deuren in Tel Aviv. Ditmaal stond Shpigel er niet alleen voor. Haar vader, de 52-jarige Jacob Carl Shpigel, zag wat in de plannen van zijn ijverige dochter en besloot mee te doen. Hij werkt in de vastgoedindustrie, en nam zijn dochter al op jonge leeftijd mee naar vergaderingen. “Hij wilde dan dat ik ging zitten luisteren”, herinnert Shpigel. “Je kind meenemen naar vergaderingen is natuurlijk vrij ongebruikelijk, maar dat kon hem niet schelen. Hij dacht aan de impact die het op me kon maken. En dat had het; ik leerde er bijvoorbeeld door hoe je moet onderhandelen.”

Als Merkspace niets zou worden, zouden we een forse schuld opgescheept zitten

Met het openen van hun eerste vestiging, gingen de twee een lening aan bij de bank. Ook stopten ze wat van het vastgoedkapitaal van Shpigels vader in de onderneming. Alles bij elkaar geteld, stelt Shpigel dat het om “enkele honderdduizenden” ging. Op die manier konden ze het huurcontract met de vastgoedpartij achter het gebouw aangaan, zonder dat ze daarvoor eerst een investering binnen moesten halen. “Het was een groot risico”, herinnert Shpigel. “Als het niets zou worden, zouden we een forse opgescheept zitten. Mijn moeder dacht dat we gek waren geworden (lacht).”

De dag dat de eerste vestiging zijn deuren opende, zal Shpigel nooit vergeten. “Ik weet nog goed dat ik er plotseling mensen zag werken”, zegt ze. “Ik stond ervan te kijken dat ondernemers nu daadwerkelijk van mijn product gebruikmaakten. Ik realiseerde me dat mijn droom nu realiteit was geworden en dat ik mensen blij moest maken.” 

4 miljoen

Dat lukte. Door Israëlische startups met investeerders te verbinden, wist Merkspace afgelopen jaar al 4 miljoen dollar op te halen voor beginnende bedrijven in Tel Aviv. Het begon dan ook storm te lopen bij Merkspace. Nadat een Europese vastgoedinvesteerder bovendien interesse in Merkspace kreeg, kon Shpigel uitbreiden. 

Op dit moment telt Merkspace drie vestingen in Israël en deze zomer kreeg ook Amsterdam zijn eigen Merkspace-locatie. Shpigel probeert Nederlandse ondernemers hier in contact te brengen met startups en investeerders uit Tel Aviv. Soms in het echt tijdens evenementen en workshops, en anders wel via de Merkspace-app. Nog vier vestigingen staan in ons land op de planning en Shpigel heeft inmiddels 34 voltijdsbanen op de loonlijst genoteerd staan.

Zakelijk inzicht

En daarmee is de 23 lentes jonge Shpigel nu wat ze als techondernemer droomde te worden: een succesvolle, jonge ondernemer. Het zakelijk inzicht is Shpigel, zoals gezegd, door haar vader met de paplepel ingegoten, maar ze heeft er ook zelf een natuurlijk gevoel voor. 

Ik realiseerde me pas onlangs dat ik op mijn zevende mijn eerste deal sloot

Op haar zevende deed Shpigel al een eerste ‘zakendeal’. Ze had een Russische vriendin in de klas zitten die bij diens oma inwoonde. Omdat hun huurcontract bijna ophield, moesten de twee op zoek naar een nieuwe woning. Het bleek geen sinecure te zijn om woonruimte in Tel Aviv te vinden die niet te ver van hun school was verwijderd. 

Nadat Shpigel het verhaal van haar vriendin hoorde, koppelde ze diens oma aan een familielid. Die bezat een appartement recht tegenover Shpigels huis, maar kon geen huurders vinden. Het leidde tot een huurcontract tussen beide partijen en Shpigels vriendinnetje woonde acht jaar tegenover haar. “Ik realiseerde me pas een paar jaar geleden dat dat mijn eerste businessdeal was.”


De liefhebbers van actiefiguren en stenen honden komen aan hun trekken bij de entree van Merkspace in Amsterdam.

Startupland Israël

Shpigel is niet de eerste ondernemer uit Israël die succes oogst met een flexwerkplek-formule. Bekend is het voorbeeld van WeWork-ondernemer Adam Neumann, die opgroeide in een kibboets in Israël, maar vanuit New York een eigen co-working space-rijk opbouwde. Israël levert bovendien veel startups en heeft een levendig ecosysteem voor jonge bedrijven. Sprout-correspondent Carlien Laarman concludeerde deze week nog na een bezoek aan het land dat Israël “nu toch écht bij de grote spelers ter wereld” hoort.

Israël dankt zijn start-succes aan de dienstplicht

Hoe verklaart Shpigel, die inmiddels half in Amsterdam en half in Tel Aviv woont, het startup-succes van haar geboorteland? Het begint allemaal bij het leger, legt ze uit. Om zich te beschermen tegen vijandige landen om zich heen, moeten jonge Israëliërs verplicht twee tot drie jaar in het leger dienst doen. Daar moet ook het nodige digitale werk verricht worden, legt ze uit: “Er zitten erg goede mensen tussen, die na het leger al snel headhunters achter zich aan krijgen. Op die manier proberen bedrijven de beste mensen aan zich te binden.”

WeWork

Bij het horen van de naam ‘Adam Neumann’ verschijnt een enthousiaste glimlach op Shpigels gezicht. WeWork is voor haar een inspiratiebron geweest. “Zij brachten kantoorruimtes naar de community”, zegt ze. “Merkspace voegt daar nu een praktisch element aan toe, waarbij startups meedoen aan workshops en gekoppeld worden aan investeerders. Zo helpen we startups groeien.” 

Opmerkelijk genoeg, blijken het niet alleen startups te zijn die kantoorruimte huren bij Merkspace; ook corporates tonen interesse. Zo heeft schoenenmerk Adidas zijn grafische afdeling bij Merkspace gehuisvest en hardwarebedrijf Levono er zijn innovatieafdeling. 


Jonge bedrijven. Corporates willen hier dichtbij in de buurt zitten, volgens Sapir Shpigel. “Zo kunnen ze iets leren van de nieuwe spelers.” 

Corporates

Corporates zaten vast in hun eigen wereld

Corporates willen graag bij jonge bedrijven in de buurt zitten”, verklaart Shpigel het fenomeen, dat zich overigens ook bij andere co-workingbureaus afspeelt. “Grote bedrijven waren altijd ver verwijderd van hun jonge branchegenoten. Ze zaten daardoor vast in hun eigen wereld. Die strategie hebben ze veranderd; door hun marketing- of innovatieafdeling in de buurt bij jongere bedrijven te plaatsen, kunnen ze iets leren van de nieuwe spelers. Zo mengen zich verschillende werelden.” 

De reden dat Merkspace, zelfs voorzien van een half-Nederlandse naam, zich op de Nederlandse markt richt, heeft een persoonlijke component. Shpigel is een nazaat van een Holocaust-overlever uit Nederland, die na de Tweede Wereldoorlog in Israël belandde. Ze zegt het niet met zoveel woorden, maar door terug naar Nederland te keren, zet Merkspace als het ware iets recht uit het verleden.

Overheidsbeleid

Maar voornamelijk heeft de keuze te maken met ons overheidsbeleid. De afgelopen liberale kabinetten van VVD’er Mark Rutte hebben ingezet op het stimuleren van Nederlandse bedrijven. Initiatieven als nlgroeit en StartupDelta zagen het licht en accelerators kwamen als paddenstoelen uit de grond. 

“Het is geweldig dat jullie prins betrokken is bij StartupDelta”, zegt Shpigel. “De Nederlandse startupscene groeit ontzettend, merkten wij. Ik geloof erin dat Amsterdam de komende jaren in de top 5 grootste techsteden ter wereld zal komen.” Shpigel stelt van haar eigen overheid nooit investeringsgeld te hebben gekregen, maar is ook tevreden over het Israëlische overheidsbeleid voor bedrijven: “Ze doen hun best om startups buiten de landsgrenzen te laten doorbreken.”

Harde groei

Ik ben verliefd geworden op mijn bedrijf

Maar bij Israël en Nederland blijft het niet, als het aan Shpigel ligt. De komende drie tot vijf jaar wil ze “dramatisch hard” groeien in Europa. Alle winst die Merkspace maakt, zal ze blijven steken in nieuwe locaties. Waar die precies komen te staan, wil Shpigel nog niet zeggen.

Wat ze wel kwijt wil, is dat ze zichzelf niet snel iets anders ziet doen. “Ik vertelde je eerder dat je niet zomaar verliefd moet worden op je bedrijf, maar het is me met Merkspace nu toch overkomen. Het voelt alsof Merkspace en ik dezelfde persoon zijn geworden. Ik heb nu de juiste achtergrond en contacten, dus nu is het moment om dit te laten groeien tot iets groots.”

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!