Hoe Tessa Smits zes jaar tegen een faillissement vocht

Geïnspireerd door haar eigen ondernemersfiasco schreef Tessa Smits (40) de roman Failliet, mooier wordt het niet. Zes jaar lang streed ze tegen een faillissement, om uiteindelijk een nieuw bestaan op te bouwen onder de Spaanse zon.

Al jaren werkte Smits als marketeer, maar rond 2007 begon het te kriebelen. Moest ze niet eens zelf gaan ondernemen? Vanuit haar werk was ze al veel bezig geweest met het organiseren van seminars, maar wat nog een beetje ontbrak was een platform waarop bedrijven gemakkelijk zakelijke congressen en seminars konden boeken. Smits begon het idee uit te werken, en merkte al snel dat ze behoorlijk wat startkapitaal nodig had. Een website bouwen was in de late jaren ’00 nog aanzienlijk duurder dan tegenwoordig.

Investering

Smits besloot naar de bank te gaan. “Banken waren in die tijd nog niet zo happig op online bedrijven”, zegt ze. “Ze vonden het ingewikkeld en zagen liever een traditionele onderneming met een bedrijfspand.” Uiteindelijk wist ze via een zogeheten borgstellingskredietregeling van de overheid toch geld bij de bank te vergaren. Deze regeling zorgde ervoor dat de bank zelf geen risico liep.

Ongeveer twee ton kon ze hierdoor van de bank krijgen, tweederde van haar financieringsbehoefte, mits ze de rest bij investeerders wist op te halen. Al snel had ze het bedrag bij elkaar. “De bomen reikten tot aan de hemel“, zegt Smits. “Iedereen wilde in een online bedrijf investeren.” Begin 2008 tekende Smits het contract met de bank, waarop duidelijk stond dat zij persoonlijk aansprakelijkheid was voor het project. “Achteraf gezien had ik dat beter niet kunnen doen.”

Kredietcrisis

Haar bedrijf Yeon was geboren. Aanvankelijk ging het goed; grote partijen kwamen aan boord, en Smits kreeg aardig wat orders. Maar toen kwam de kredietcrisis. “De eerste zaken waarop bedrijven gingen bezuinigen waren congressen en seminars”, zegt Smits. “Het probleem was dat dit mijn gehele businessmodel besloeg.” De ondernemer kon haar model moeilijk omgooien, dus probeerde het ze met allerlei varianten. Last minute-acties, kortingen, en ga zo maar door. Niets werkte echter. “Bovendien had ik geen buffer. Ik was net gestart en had veel geïnvesteerd, terwijl mijn omzet terugliep naar bijna nul.”

Ik had geen buffer, maar mijn omzet liep terug naar bijna nul

Al na een jaar was Smits op papier failliet. Toch heeft het nog zes jaar geduurd voordat ze daadwerkelijk een faillissement aanvroeg. In eerste instantie besloot de kersverse ondernemer het platform om te vormen tot een andere versie. Ook koos ze ervoor om voor de benodigde cash flow-marketingklussen aan te gaan nemen. Smits’ nieuwe vriend die eigenlijk barrista was, bleek ook te kunnen programmeren. Hierdoor kon ze de website voor weinig geld door ontwikkelen. Ondertussen werkte ze aan allerhande klussen om de aflossing aan de bank te kunnen betalen. Zo ging ze twee jaar door; rekeningen betalen en aan het platform werken.

Nieuwe problemen

Dat ging best aardig, totdat de bank roet in het eten gooide. Smits werd er op gesprek uitgenodigd en dacht aanvankelijk nog dat ze ondernemerstips zou krijgen. Tegenover haar zat geen professional maar een trainee. “Om mij heen vielen bedrijven bij bosjes om, dus ik dacht dat ze blij met mij zouden zijn dat ik tenminste overleefde en netjes betaalde.”

Dit bleek toch niet het geval. Ondanks de risicovrije borgstellingskredietregeling, vond de bank dat het aflossen niet snel genoeg ging. De trainee vertelde Smits dat hij haar aflossing wilde verdriedubbelen. “Maar dan ga ik failliet!”, stribbelde Smits tegen. De jonge bankmedewerker reageerde: “We hebben liever dat je failliet gaat.” Volgens Smits ging het om een ietwat flauwe accountantsregel. “Mijn financiële ratio’s waren niet aantrekkelijk genoeg voor ze. Het feit dat ik netjes betaalde, bleek niet goed genoeg te zijn. Ze wilden meer geld zien.”

De bankmedewerker zei: we hebben liever dat je failliet gaat

Vol zenuwen liep Smits naar buiten. Ze dacht: hoe los ik dit ooit op? Een paar dagen lang was ze van slag. Failliet gaan, dat wilde ze echter absoluut niet, dus besloot ze zich te herpakken en te zoeken naar oplossingen. Van een bevriende investeerder kon ze privé wat geld lenen om de bank af te lossen. Samen met de investeerder had ze afgesproken het bedrag binnen een jaar terug te betalen. Om dat waar te kunnen maken had ze nu wel binnen drie maanden een klus nodig. Het enige probleem: het was zomer, en iedereen bleek op vakantie te zijn. “Niemand leek nog een beslissing te kunnen nemen.”

Redding

Aan het eind van de drie maanden kocht Smits gedesillusioneerd een boek over hoe je failliet gaat. Dan maar met schip en al ten onder, dacht ze. De volgende dag moest ze nog een workshop voor een bedrijf geven. Veel geld kreeg ze er niet voor, dus Smits verwachtte weinig van de middag. Het bleek toch helemaal anders te lopen. “Ik vertelde ze dat ik veel met communityvorming bezig was, en die kennis bleek precies te zijn wat ze daar nodig hadden.”

Het leidde ertoe dat Smits opeens een “enorm grote” opdracht kreeg om een community op te bouwen voor het bedrijf in kwestie. Kon ze toch nog haar investeerder en de bank op tijd afbetalen. Na dit project kreeg ze vervolgens een grote opdracht om een communityplatform voor een grote zorgverzekeraar te bouwen. Al het geld Smits binnenharkte, vloeide echter direct naar de rekening van de bank. In drie jaar tijd wist ze zo een ruime ton af te lossen.

Bank

Opnieuw kreeg Smits een gesprek met de bank. Een nieuwe trainee zei de ondernemer dat ze het verkeerd had gedaan. “Ze vertelden me dat ik met mijn geld nooit deze investeerder had mogen aflossen, omdat ik bij de bank nog een lening had”, zegt Smits. “Ik reageerde dat ik hen zonder die investeerder nooit had kunnen aflossen. De bank had daar geen boodschap aan. Ik kreeg te horen dat ze niet meer met me mee wilden denken met mij. De bank was klaar met mij.”

De bank wilde niet meer met me meedenken. Ze waren daar klaar met mij

Dan maar zo snel mogelijk alles aflossen, dacht Smits. Ze werkte keihard om het geld te kunnen betalen en hinkte tegen een burn-out aan. Smits relatie bezweek zelfs onder de druk. Uiteindelijk bood een startup hoop. Smits kreeg een aanbieding om fulltime te helpen het bedrijf op te richten. Heerlijk, dacht ze. Weg van de corporate bedrijven waar ze noodgedwongen voor had gewerkt en terug naar de startupomgeving.

Het bedrijfje bood Smits bovendien precies het bedrag wat ze nodig had om de schuld af te lossen. Echter, drie maanden voordat ze alles bij de bank zou hebben afgelost kreeg ze een naar bericht: de investeerder achter de startup trok de stekker uit het project. Dit betekende dat al haar facturen van de afgelopen vier maanden niet betaald zouden worden. 30.000 euro ging in rook op.

Burn-out

In feite was Smits nu failliet, maar toch ging ze door. Bij het hoofdkantoor van een grote consumentenorganisatie in Den Haag wist ze een interimklus te regelen. Vol nieuwe moed begon ze aan de klus, maar nadat ze enkele weken bezig was, gebeurde het onvermijdelijke: Smits’ lichaam gaf het op. De burn-out sloeg nu genadeloos om zich geen, en de ondernemer betaalde de tol van jaren hard werken. “Ik dacht: nu ga ik echt failliet. Ik raak die schuld niet meer kwijt. De buffer is op, het lampje gaat uit.”

Ik dacht: nu ga ik echt failliet. Ik raak die schuld niet meer kwijt

Zo gezegd, zo gedaan. Smits kon voorlopig niet meer werken en kwam in een faillissementssituatie terecht. Ze moest nog tienduizenden euro’s aflossen aan de bank. Toen ze haar verhaal aan de curator vertelde, moest deze lachen. “Ik heb nog nooit gehoord dat iemand zo zijn best deed om een faillissement te voorkomen”, zei de curator. Smits besloot de bank maar eens op te bellen om gezamenlijk om tafel te gaan zitten om het probleem op te lossen. “Dat vonden ze het meest rare wat ze ooit gehoord hadden. Ik leerde dat je met de bank geen gesprek kunt hebben in zo’n situatie. Ze besteedden het meteen uit aan een incassobureau. Je krijgt dan meteen zo’n hork aan de telefoon die kijkt of er nog wat bij je te halen valt.”

incassodeal

Het enige wat Smits nog had, was haar huis in Amsterdam. Noodgedwongen besloot ze deze te verkopen. Ze leende nog eens 10.000 euro van een vriend en gebruikte dit geld en de overwaarde van haar huis om een deal te sluiten met het incassobureau. Een gedeelte van de schuld werd kwijtgescholden. In de tussentijd logeerde Smits bij vrienden, en opeens realiseerde ze zich: zo komen mensen dus op straat terecht. Smits niet, daar is ze veel te optimistisch voor.

Spanje

Tegelijkertijd bedacht Smits zich dat ze nu helemaal niets meer te verliezen had. “Ik kon dus eindelijk gaan doen wat ik echt wilde”, zegt ze. Niet in Nederland. “Hier staat mijn naam op een rode lijst bij allemaal belangrijke instanties. Ik kan nog niet eens een huis huren.” Smits’ zus woont in Zuid-Spanje, en nodigde haar uit om bij haar in Spanje te komen wonen. Dat kon best voor een langere tijd, vertelde Smits’ zus, waarop Smits besloot te emigreren.

Ik had niets meer te verliezen en kon dus eindelijk gaan doen wat ik echt wilde

Ze koos ervoor een oude passie op te pakken en maakt nu schilderijen. De burn-out is over, en de schuld is weg. Het gaat weer de goede kant op met Smits. Toch, ondanks het fiasco kan Smits het zelfstandigenbestaan maar moeilijk opgeven. Daarom geeft ze tegenwoordig weer workshops en besloot ze haar boek in eigen beheer uit te geven. “Zo blijf ik toch ondernemen”, lacht ze.​​

De namen van de bedrijven en de bank noemt Smits liever niet. Haar roman Failliet, mooier wordt het niet wordt woensdag gelanceerd. De foto van Tessa Smits is gemaakt door Sander Schat.

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.