Hoe twee met Nederlands geld gefinancierde startups obstakels overwinnen in Afrika

Max NG

In Afrika krijg je als startup meer uitdagingen voor je kiezen dan in Nederland, maar je wordt er wel innovatief door, blijkt uit het verhaal van twee ondernemers uit Nigeria. ‘Je bent hier tegelijk ondernemer, advocaat en politicus.’

Afrika ontwikkelt zich tot een kraamkamer van technologische innovatie, is de overtuiging van de Nederlandse investeerder Goodwell Investments. Om dat te bewijzen nodigde de Nederlandse geldschieter (120 miljoen euro aan uitstaande investeringen) twee van zijn portfolio-bedrijven uit in Amsterdam, waarmee Sprout aanschoof voor een lunchgesprek over de ondernemerschap in Afrika.

Denk niet dat het in Afrika minder kapitaal kost om een bedrijf uit de klei te trekken, zegt Tayo Bamiduro, medeoprichter van bezorg- en taxidienst Max NG. “Wat je bespaart op salarissen betaal je bij wijze van spreken tien keer voor het aanleggen van infrastructuur, waaronder ook je eigen water- en energievoorziening.”

Groeigeld

Met Max NG bouwde Bamiduro – die samen met medeoprichter Chinedu Azodoh in de VS studeerde aan de prestigieuze universiteit MIT – in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos een soort Uber, maar dan voor motortaxi’s, een van de betere manieren om je in die miljoenenstad te verplaatsen. De startup heeft 1.500 chauffeurs in zijn app. Met behulp van tot nu toe 9 miljoen dollar groeikapitaal, onder meer afkomstig van Goodwell en motorleverancier Yamaha, moet dat aantal volgend jaar groeien naar 20.000 chauffeurs.

Max NG is een voorbeeld van een Afrikaanse startup die voor gebruikers veel meer is – en móet zijn – dan een vergelijkbare dienst in het Westen. Zo komt er in West-Afrika elke 20 minuten iemand om het leven in het verkeer, rekent Bamiduro voor. Max NG verstrekt daarom helmen, zowel aan chauffeurs als passagiers, die ervoor zorgden dat Max NG vooralsnog een dodelijk ongeluk bespaard is gebleven. 

Max NG
Tayo Bamiduro (foto rechts) op een van de motoren van Max NG

Bank

Een ander obstakel bleek dat veel potentiële chauffeurs zich geen motor konden veroorloven, waardoor het aantal Max NG-chauffeurs stagneerde. De startup werd daarom ook een financiële dienstverlener; chauffeurs betalen nu dagelijks of wekelijks voor het gebruik van hun motor. Voor veel van deze chauffeurs is Max NG, dat hen ook helpt bij het verkrijgen van een bankrekening, de eerste keer dat ze in aanraking komen met een financiële dienstverlener. 

Om de kosten verder te verlagen wil Max NG de overstap maken naar elektrische motoren, met batterijen die tijdens een ‘tankbeurt’ worden omgeruild voor volle exemplaren. Hiervoor sloot de dienst kort geleden een partnership met oliegigant Total, die zijn tankstations in Nigeria beschikbaar stelt als locatie voor batterijwissels.

Big data

Een andere Nigeriaanse startup en Goodwell-investering is Lydia, een online aanbieder van werkkapitaal voor ondernemers, die via hun mobiele telefoon leningen kunnen aanvragen. Net als zijn tegenhangers in het Westen gebruikt Lydia big data en cloud computing om in te schatten hoeveel er uitgeleend kan worden.

Het 2 jaar oude bedrijf verstrekte tot nu toe 30 miljoen dollar verdeeld over ongeveer 100.000 leningen, waarbij het default-percentage op een bescheiden 0,5 procent blijft. Dat is een kwestie van verantwoord lenen, zegt Lydia-oprichter Tunde Kehinde. “We zorgen dat we mensen niet opzadelen met te veel schuld.” 

Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, in een land waar talloze mensen gevangen zitten in een oneindige schuldspiraal, na te zijn verleid door loan sharks. Een verantwoorde kredietverlening betekent voor Lydia bijvoorbeeld dat de dienst altijd bereikbaar is voor vragen, en dat gebruikers gecoachet worden door ze twee keer per week een update te geven over hun financiën.

Centraal platform

Om aan kredietinformatie te komen, kon Lydia niet - zoals in het Westen - makkelijk inhaken op de API’s van banken. Daarom besloot de dienst om leners simpelweg hun bankafschriften te laten overleggen. Lydia wil zich ontwikkelen tot een platform waar banken in worden geïntegreerd, die moeite hebben om ondernemers te bereiken.

Ook al stijgt het aantal tech hubs in Afrika hard, een grote uitdaging blijft toegang tot (digitaal) talent. Lydia (veertig medewerkers) opende daarom een kantoor in Portugal, waar een deel van de techniek achter de dienst wordt ontwikkeld.


Bamiduro en Kehinde op het kantoor van Goodwell in Amsterdam

Betrokken

Bamiduro en Kehinde vliegen na het gesprek weer terug naar Lagos, maar dat betekent niet dat hun investeerder Goodwell ver weg is. De Nederlandse impact-investeerder, die geld belegt van Nederlandse ondernemers en familiefondsen, heeft in een aantal Afrikaanse steden lokale teams die regelmatig met portfoliobedrijven overleggen.

Die betrokkenheid is een van de geheimen om in Afrika succesvol te kunnen zijn als investeerder, zegt Wim van der Beek, die Goodwell in 2004 oprichtte met Els Boerhof. “We hebben sterke, lokale investment teams, die dichtbij de ondernemers staan. Het is geen kwestie van ‘invliegen en wegvliegen’, zoals je soms ziet.”

Daarnaast weet Goodwell als geen ander dat investeren in opkomende markten “een achtbaan” is, weet Van der Beek. “Er kan ineens van alles gebeuren. Zo werd in India in een nacht 80 procent van het contante geld afgeschaft.” 

Politiek

Bamiduro ziet het in Nigeria ook dingen soms (te) snel veranderen. “Beslissingen worden soms heel snel genomen, zonder goed na te denken over de gevolgen.” Om alle verrassingen het hoofd te kunnen bieden, is hij behalve ondernemer ook ‘politicus’. 

“Je bent continu in contact met de overheid, maar dan wel zonder corruptie. De uitdaging is hoe je de overheid overtuigt met logische argumenten. Daarbij overtuig je ze niet alleen met wat goed is voor je bedrijf, maar voor het hele land.”

Kansen creëren

De ondernemer doelt ook op de rol die meer werkgelegenheid kan spelen bij het terugdringen van terreur in zijn land, waar groepen als Boko Harram voor veel ellende zorgen. “Als de jeugd geen kant op kan en er is geen werk, dan is dat een voedingsbodem voor ellende.” Dat maakt dat relevantie van innovatieve ondernemers nu op een all time high zit, vermoedt hij. “De overheid staat meer open voor overleg en beleid waarmee je armoede verkleint en kansen vergroot. En dankzij technologie kan je dingen in één keer opschalen en in 1 of 2 jaar doorvoeren.”

De Afrikaanse tech-ondernemers hebben weinig op van het model van vroeger, waarbij met behulp van het Westen projecten werden gesubsidieerd die niet leidden tot duurzame bedrijvigheid. “Wij streven naar doing good én doing well", zegt Bamiduro. “Het model van enkel ‘doing good’, heeft duidelijk niet gewerkt. Je moet kansen creëren.”

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl