Met deze stappen pas je design thinking toe

Design thinking is het helemaal, als we menig Silicon Valley-onderneming mogen geloven. Dertig procent van hen zou denken als een designer. Maar hoe doe je dat precies? Wij geven je een stappenplan.

Design thinking neemt een vlucht in managementland, maar wat houdt het nu precies in? Afgelopen week doken we met Sprout in deze innovatietechniek. We spraken met Silicon Valley-professor Michael Shanks, die een pleitbezorger is van design thinking. Het verhaal kun je hier teruglezen. Hieronder geven we je nog eens de basics van design thinking, in een overzichtelijk stappenplan.

1. Empathy

Wie als een designer denkt, gaat niet uit van zijn of haar eigen expertise, maar denkt vanuit het gevoel: hoe voelt de gebruiker zich over het product? Houd bijvoorbeeld diepte-interviews met gebruikers, of met werknemers. Door zo'n kwalitatieve benadering leer je meer over je product.

Klein voorbeeldje: een -fictief - bedrijf haalt weinig omzet uit zijn webshop. Het besluit met een diverse groep aan gebruikers het gesprek aan te gaan.

2. Define

Je hebt de diepte-interviews erop zitten, dus je bent er nu klaar voor om vast te stellen wat het probleem is. In het voorbeeld blijkt dat gebruikers de website ingewikkeld blijken te vinden.

3. Ideate

Vervolgens ga je op zoek naar oplossingen voor het probleem. In het voorbeeld kom je dus nu met ideeën om de website eenvoudiger te maken voor gebruikers. Probeer met vijf oplossingen te komen. Bijvoorbeeld: een uitleg-menu'tje, een simpelere lay-out, minder verborgen opties op de home-page en ga zo maar door.

Bespreek de oplossingen met het team, en bekijk op gedetailleerd niveau welke ideeën de moeite waard zijn om te implementeren. Doe het in groepsverband, met de ceo en developer als gelijke broeders naast elkaar. Teken je plannen uit, zodat je ze goed kunt visualiseren.

4. Prototyping

Wanneer jullie tot aardige ideeën zijn gekomen, kun je een prototype ontwikkelen van een oplossing. Pas in het geval van de website dus de versimpelingen toe, waarover het team het eens is. Bijvoorbeeld: een eenvoudigere, meer overzichtelijke lay-out.

5. Test

Een product is nooit klaar, stellen bedrijven die design thinking toepassen. Blijf daarom altijd testen. De onderneming die een probleem had met zijn webshop gebruikt bijvoorbeeld A/B-testen om te toetsen welke versimpelingen van de website zorgen voor meer conversie, en welke niet. 

Volg ons ook op Twitter en Facebook

Tips? Mail redactie@sprout.nl

Waarom multinationals die belastingvoordelen krijgen, deals zouden moeten sluiten met Nederlandse startups

Starbucks

Gun multinationals alleen belastingvoordeel als zij voorrang geven aan Nederlandse startups. Dat is een van drie voorstellen van ondernemer Bart Verschoor, die in een gastblog inhaakt op de kabinetsplannen om Nederland in de top 5 startuplanden te krijgen.

1: Stel inkoop-prioriteit als voorwaarde voor belastingvoordeel

De Nederlandse belastingdienst maakt al jaren belastingafspraken (rulingsmet multinationals, waardoor Nederland kan profiteren van internationale betalingsstromen, maar er is veel maatschappelijke en internationale kritiek, omdat het bedrijven in staat stelt om op Europees niveau de belastingplicht fors te reduceren. Internationale competitie tussen belastingregimes zorgt voor een race-to-the-bottom, want bedrijven kunnen als het ware à la carte belasting-regimes samenstellen.

Ondanks de sociaal maatschappelijke kritiek, is dit in potentie een krachtig instrument dat nu onvoldoende wordt aangewend om de concurrentie positie van Nederlandse start-ups te verbeteren. Tax rulings voor multinationals zouden alleen moeten worden toegekend op voorwaarde dat Nederlandse technologiebedrijven prioriteit krijgen bij het inkopen (procurement) van diensten en producten.

Zo niet, dan riskeert het bedrijf een minder gunstige belastingafspraak. Stel dat een bedrijf dat een tax ruling van de belastingdienst heeft bedongen op zoek is naar een betaaldienst. Dan zou Adyen, als geschikte provider van Nederlandse bodem, procurement-prioriteit moeten krijgen ten opzichten van Paypal of Stripe.

In feite wordt hiermee een deel van het belastingvoordeel (lees: gratis geld voor het bedrijf) terug-geïnvesteerd in de Nederlandse economie, zodat wij niet alleen ons vestigingsklimaat voor multinationals aantrekkelijk houden, maar ook startups en scaleups van Nederlandse bodem stimuleren. Zo creëer je op lange termijn een sterke technologie-hub, zoals dat ook in Ierland gebeurd is.

Het kost de multinationals niets, maar draagt enorm bij aan onze duurzame technologie-industrie. De bevolking ziet iets terug van de belastingvoordelen die gegund worden aan multinationals.

Zonder een dergelijke maatregel zullen tax rulings uiteindelijk bezwijken aan gebrek aan sociaal maatschappelijk draagvlak, terwijl het in potentie een krachtig instrument is voor onze economie. En er is precedent: kijk maar naar de voorgestelde afschaffing van de dividend-belasting. Procurement-prioriteit zal resulteren in een belastingstelsel dat aantrekkelijk is voor buitenlandse partijen en deze gebruikt om als incubator om een duurzamere Nederlandse economie te creëren.

Lees ook: Zo wil Mona Keijzer Nederland in de mondiale top 5 startup-ecosystemen slingeren

2: Pensioenfondsen moeten investeren in Nederlandse durfkapitalisten

Onze pensioenfondsen, behorend tot de grootste van de wereld, zouden een groter percentage van het door hun beheerde vermogen moeten toekennen aan Nederlandse durfkapitalisten die zich richten op seed en pre-revenue-startups.

Nederland meet zich graag naar het model van Silicon Valley, maar toch lukt het ons niet om grote aantallen unicorns te produceren. Unicorns, de snel groeiende bedrijven die meer dan 1 miljard dollar waard zijn, worden bijna altijd gefinancierd door durfkapitalisten voordat ze winstgevend zijn. Hierbij worden enorme bedragen groeikapitaal gepompt in een bedrijf dat een opkomende markt flankeert door agressief marktaandeel te veroveren. Vervolgens consolideert het de macht om zo op lange termijn haar positie te vergelden. Dit kapitaal ontbreekt in Nederland, althans, het is er wel, maar niet voor startups.

Een belangrijk onderdeel van het ecosysteem in Silicon Valley is toegang tot seed en pre-revenue funding. Dit hebben wij nagenoeg niet in Nederland, omdat de investeringsthesis van vc’s in Nederland bijna altijd gebaseerd is op scaleups, en ook die investeringen zijn een stuk lager dan in de Verenigde Staten. Maar zonder seed-kapitaal komen veelbelovende start-ups voortijdig aan hun einde, en het is juist in het begin waar de waarde gecreëerd wordt.

Zelfs de bedrijven die het wel redden, komen daar omdat zij door Amerikaanse partijen worden opgekocht. Zo is Booking al jarenlang onderdeel van het Amerikaanse Priceline en heeft Elastic inmiddels 104 miljoen dollar opgehaald bij de Amerikaanse durfkapitalisten Benchmark Capital, Index Ventures en NEA.

Maar hoe komen de Amerikaanse durfkapitalisten eigenlijk aan dat geld? Zij worden voornamelijk gefinancierd door pensioenfondsen. Ons Nederlandse pensioenfonds ABP is de 5e grootste pensioenfonds van de wereld, terwijl ons land in populatie niet verder dan plaats 62 komt. ABP heeft 500 miljoen euro opzij gezet voor startups, wat neerkomt op maar 0,13 procent van haar portfolio.

Deze 500 miljoen is minder toegankelijk dan het lijkt: het is bedoeld voor Series-A-investeringen, dat wil zeggen investeringen in bedrijven die zich al enigszins hebben bewezen in de markt. Helaas dus niet voor seed of pre-revenue investeringen waar de waarde gecreëerd word en het kapitaal het hardst nodig is.

Zou het niet zo moeten zijn dat onze pensioenfondsen de maatschappelijke rol om ons geld te beheren dat doet om een duurzame financiële toekomst in Nederland te verzekeren? Dat gebeurt in ieder geval niet als wij met ons geld Amerikaanse of Chinese bedrijven groot maken waar wij uiteindelijk afhankelijk van worden, en het uitgekeerde pensioengeld van de Nederlandse bevolking uiteindelijk toch wordt uitgegeven aan buitenlandse bedrijven.

De Google's, Apple's, Uber's, Amazon's, Airbnb's en Facebook's van deze wereld fungeren als een gootsteen voor kapitaal. Al kunnen Nederlandse pensioenfondsen ook winst maken op buitenlandse investeringen, de verdiensten komen uiteindelijk bij consumenten die dat uitgeven aan de producten en diensten van die zelfde bedrijven omdat wij er afhankelijk van zijn geworden. Niet duurzaam dus!

Onze nieuwe generatie heeft recht op een baan bij de nieuwe DAF, Fokker of KLM, in plaats van een bijbaantje in de periferie van de gig-economie, dat plaatsvindt in het kruisvuur van de Amerikaanse en Chinese platform-imperialisten. Pensioenfondsen moeten verplicht worden om een percentage van hun portfolio te investeren in Nederlandse durf kapitalisten die zich richten op seed en pre-revenue start-ups, en dit percentage geleidelijk worden verhoogd.

3: Leer Duits

Duitsland is onze grootste exportmarkt, maar de Nederlandse economie laat momenteel miljarden liggen omdat het schort aan onze Duitse taalvaardigheid.

Nederland is vanwege de kleine interne markt een beperkt afzetgebeid. Nederlandse bedrijven internationaliseren daarom vaak – geforceerd – vroeg, maar in Europa blijf je beperkt als je de taal niet spreekt; Engels is niet genoeg. We kunnen Nederlandse producten verkopen aan de 82 miljoen Duitsers, die samen de op drie na grootste economie van de wereld vormen - maar alleen als we de taal beheersen.

Investeer in handelsmissies naar Duitsland, zorg er voor dat internationale venture capitalists die veelal in Berlijn hun Europese hoofdzetel houden, kennis maken met het Nederlandse startup aanbod, en investeer gericht in Duits, want dat lever geld op en unicorns.

Bart Verschoor is medeoprichter van blockchain-startup Seal

Primephonic gaat wereldwijd, aast op miljoenen en heeft Mark Rutte als fan

Amper 9 maanden na de lancering van zijn app zet Primephonic vol in op de internationale markt. De ‘Spotify voor klassieke muziek’ moet eind dit jaar in honderd landen beschikbaar zijn en aast daarvoor op miljoenen. Mark Rutte is alvast fan.

Het gaat snel met Primephonic, de ‘Spotify voor de klassieke muziek’. 9 maanden geleden ging de streaming-app live en riepen wij het bedrijf uit tot Startup van de Week, en nu al kondigt oprichter en algemeen directeur Thomas Steffens (foto rechts) een wereldwijde uitrol aan. Voor het einde van het jaar moet Primephonic in honderd landen beschikbaar zijn.

De startup, die tot dusver alleen in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten opereerde, lanceerde zijn app afgelopen week in heel Europa. Latijns-Amerika en Azië staan dit jaar nog op de planning, laat Steffens weten.

Ik dacht: waar wachten we dan nog op?

“We hebben altijd het plan gehad wereldwijd te gaan”, zegt dertiger Steffens. Om dat te doen slagen, moest het product volgens hem wel eerst van alle “kinderziektes” verlost zijn. Dit blijkt nu al het geval te zijn; Primephonic is al 200.000 keer gedownload en de app heeft een rating van 4.7 van de vijf sterren. “Ik dacht: waar wachten we dan nog op? Veel beter gaat het niet worden.”

200.000 downloads

Wat is het businessmodel?Primephonic-gebruikers hebben de keuze uit twee betaalde abonnementen. Voor 8 euro per maand krijgen zij Primephonic in MP3-audio en bij 15 euro per maand krijgen zij de service in high res-audio. Aan freemium-modellen doet de startup niet. Steffens vertelde Sprout eerder dat hij 65 procent van de inkomsten per stream aan platenmaatschappijen betaalt. Ter vergelijking: Spotify betaalt 70 procent per stream.

Toch knap, 200.000 downloads in 9 maanden tijd. Hoe kreeg Steffens dit voor elkaar? Allereerst dankzij de grote media-aandacht, vertelt hij. Hij stond in talloze prestigieuze kranten en tijdschriften; The New York Times, Forbes, Financial Times, The Guardian en ga maar door. Blijkbaar vallen die media voor het David tegen Goliath-achtige verhaal, waarbij de multinationale streaming-bedrijven Spotify, Apple Music en Tidal uiteraard als Goliath fungeren. Richten zij zich op popmuziek, Primephonic probeert zich met klassieke muziek een positie te verwerven in de streamingbranche.

Wat ook meehielp, is het aantal partnerships dat Primephonic de afgelopen maanden begon. Prestigieuze orkesten zoals de New York Philarmonic en het London Symphony Orchestra werden partner, en kregen een specifieke opname op Primephonic met een toelichting van de dirigent. Op hun social media-platforms introduceerden de orkesten het appje van Steffens.

Daarnaast lijkt de haast stoïcijnse inzet op klanttevredenheid van Steffens zijn vruchten af te werpen. Hoe hoger de online rating, hoe beter, luidt het credo bij Primephonic. Als er een minder positieve rating online komt, kijkt het team er meteen naar. Als het probleem is opgelost, vraagt de startup de persoon in kwestie of deze de rating ook wil verwijderen – meestal wil men dit wel.

Aanstaande miljoenenronde

Hoeveel betalende gebruikers de 200.000 downloads opleverden, kan Steffens niet delen, omdat hij stelt bezig te zijn een een financieringsronde, die deze zomer of het najaar plaats moet vinden. Om welk bedrag gaat dit? “We hopen op meerdere miljoenen, om onze wereldwijde uitrol te financieren.”

Die uitrol begon vorige week in Europa, met de pan-Europese livegang van Primephonic. “Het was letterlijk een druk op de knop”, lacht Steffens. “Toen kwam hij in alle app stores in Europa terecht. Natuurlijk moet je hiervoor wel veel andere zaken geregeld hebben, zoals je websites, distributie en je moet begrijpen hoe het belastingsysteem werkt in de landen waar je naartoe gaat.”

Om de groei in het VK en de VS te versnellen, werkt Primephonic aan twee mini-kantoren in Londen en New York City. Per kantoor installeert Steffens twee locals, die partnerships met orkesten opzetten en lokale media schrijven. De New Yorkse dependance is al open, in Londen werken Steffens’ mensen voorlopig nog thuis, tot zij een geschikt kantoor hebben gevonden. “Dat komt eraan”, zegt de ondernemer.

Nieuw leven

Steffens begon Primaphonic in 2017 met het idee om klassieke muziek een nieuw leven in te blazen, maar dán in de digitale wereld. “Als klassieke muziek haar streamingprobleem niet oplost, heeft het geen toekomst”, zei Steffens vorig jaar tegen Sprout. Wil je immers jongeren trekken, dan moet je dáár zijn waar zij zich begeven. De gemiddelde gebruiker van Primephonic is 45 jaar oud, stelt Steffens. “Iets meer mannen dan vrouwen” maken volgens hem gebruik van de app.

De “hardcore klassieke muziek-liefhebber”, zoals Steffens het omschrijft, valt voor Primaphonic vanwege de hoge kwaliteit audio en de op klassiek toegespitste zoekfunctie. Je kunt er niet alleen op de componist en titel zoeken, maar ook op de uitvoerende en bijvoorbeeld de tijdsperiode – belangrijk in de klassieke wereld.

Ook minder ervaren luisteraars – doorgaans jongeren – weten hun weg naar de app te vinden. Zij hechten er volgens Steffens waarde aan gegidst te worden door de klassieke wereld. Dit doet zijn startup door het aanbieden van playlists met belangrijke uitvoeringen van bijvoorbeeld opera’s of pianomuziek. Ook vraagt Steffens bekende mensen in de klassieke wereld om zelf playlists samen te stellen.

Mark Rutte

Ook VVD-minister-president Mark Rutte stelde eens een playlist voor Primephonic samen. Rutte is liefhebber van klassieke muziek en wat heet een early adopter van het bedrijf van Steffens. “We wisten dat hij een liefhebber van klassieke muziek is, en hebben zijn entourage benaderd, zegt Steffens die overigens benadrukt zelf geen VVD-stemmer te zijn. 

“Hij wilde meedoen en was zelfs aanwezig bij onze lancering. Dat deed hij fantastisch. Het is indrukwekkend hoe hij ons bedrijf en Nederland aanprijst.” Het is geen unicum dat Rutte zoiets doet: de minister-president laat zich ook graag fotograferen met een beker van de sociale tostiketen Happy Tosti.

Afijn, wat levert het Steffens tot nu financieel op? Over zijn omzet kan de ondernemer helaas niets zeggen, vanwege die investeringsgesprekken. De omzet neemt met de maand toe, wil Steffens kwijt, al is dat natuurlijk gebruikelijk voor jonge, succesvolle startups in hun groei. Wel durft de ondernemer de verwachting uit te spreken om in 2022 winstgevend te worden. 

Jelmer Luimstra is online redacteur voor Sprout, en schrijft over vernieuwende scaleups en startups.

Lightyear laat Nederlandse 'Tesla' zien, belooft 725 kilometer bereik

Het Nederlandse Lightyear liet vanochtend een eerste prototype zien van de 149.000 euro kostende LightYear One, een elektrische auto waarvan eerste exemplaren in 2021 moeten worden afgeleverd. Meest opvallende: een beloofde actieradius van 725 kilometer.

3 jaar na de start van het bedrijf toonde LightYear zijn elektrische auto – met zonnepanelen – dinsdag voor het eerst in volle glorie. Met een actieradius van 725 kilometer (met zuinig rijden zou 800 kilometer mogelijk moeten zijn) op één lading belooft de vierdeurs sedan alvast een extreem hoog bereik, vergeleken met de 560 kilometer die Tesla opgeeft voor zijn verst rijdende Model 3.


Ook bij de onthulling was Voys-oprichter Mark Vletter, maker van deze mooie foto's.

Om actieradius zo groot mogelijk te maken – en het aantal laadmomenten te beperken – is efficiëntie het toverwoord. Zo wordt het bereik vergroot door een tapijt zonnecellen op de bovenkant van de wagen. Op een zonnige dag zou je daarmee zo’n 50 tot 70 kilometer op zonne-energie moeten kunnen rijden.


Foto: Mark Vletter.

Voor betere aërodynamica zitten er videocamera’s in plaats de traditionele spiegels aan de buitenkant, de achterwielen zijn om die reden deels afgesloten. Het (nog niet bekende) gewicht wordt in toom gehouden dankzij lichtgewicht materiaal. Dankzij een 230V-stekker kun je tot 400 kilometer per nacht laden (en zit je niet vast aan elektrische laadinfrastructuur). 


Oprichter en CEO Lex Hoefsloot staat de verzamelde pers te woord (foto: Mark Vletter).

De oprichters kennen elkaar van de Technische Universiteit Eindhoven, waar ze werkten aan wagen voor de solarrace in Australië. LightYear heeft inmiddels 130 man in dienst. Die worden betaald met de 5 miljoen euro groeigeld die tot nu werd opgehaald, en de inleg van de 89 kopers die tot nu toe een aanbetaling van 119.000 euro neerlegden voor de 149.000 euro kostende bolide. Dat zorgt voor 10,6 miljoen euro aan directe inkomsten.


Een sneak peak in het interieur (foto: Mark Vletter).

De productie van een nieuwe auto is een extreem kapitaalintensieve uitdaging. De 5 miljoen euro die het bedrijf afgelopen april ophaalde bij zestig geldschieters is dan ook niet meer dan een opmaat voor de 30 miljoen euro die de startup nodig denkt te hebben om de eerste auto’s van de band te kunnen laten rollen.

De onthulling van het prototype (presentatie begint op 34:30 minuten, auto zelf op 1:13:33):

Lightyear heeft ook met Tesla gemeen dat de lanceerdatum naar achter wordt geschoven. Was 2 jaar geleden nog eind 2019 het mikpunt, nu moeten de eerste auto’s in 2021 de fabriek uitrijden. 

De auto wordt gemaakt in Helmond, in een fabriek met een capaciteit van 1.500 auto’s per jaar.

Bekijk ook deze aflevering die online tv-show Fully Charged maakte over Lightyear: 

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl

MUD Jeans gaat voor 100 procent gerecyclede spijkerbroek, kan opschalen met 1 miljoen groeigeld

MUD Jeans

Circulair spijkerbroekenmerk MUD Jeans wil een spijkerbroek ontwikkelen die volledig gemaakt is gerecyclede exemplaren. Het bedrijf van Bert van Son haalt ook een miljoen euro groeigeld op bij DOEN Participaties en het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland (PDENH), die ieder een half miljoen voor hun rekening nemen.

MUD Jeans, dat ook bekend werd met het leasen (12 maanden) van spijkerbroeken, verkocht vorig jaar 30.000 duurzame spijkerbroeken, goed voor een omzet van 1 miljoen euro. Het streven is om die aantallen dit jaar te verdubbelen, zegt Van Son tegen Sprout. 

Dankzij leasen en statiegeld voor gebruikte broeken heeft MUD Jeans nu een gesloten systeem, zegt Van Son, waarbij alle broeken die het merk in de markt zet ook weer terugkomen om gerecycled te worden. MUD Jeans neemt ook andere merken in, zolang ze maar minimaal voor 96 procent uit katoen bestaan.

Maar een 100 procent gerecyclede spijkerbroek was tot op heden technisch onmogelijk, zegt de ondernemer. “Toen we begonnen in 2012 was het maximaal gerecyclede deel 20 procent. We gebruiken alle spijkerbroeken die we binnenkrijgen, maar je moet altijd bijmengen met bio-katoen. We hebben het aandeel gerecyclede grondstof kunnen opschroeven naar inmiddels 40 procent post consumer waste.”

Nano-deeltjes

“We willen hierbij niet bijmengen met polyester of gerecyclede pet-flessen, omdat je daarna vanwege een vervuilde grondstof niks meer met het materiaal kan doen. (Grote merken die dit wel doen, bezondigen zich aan green washing, zegt Van Son, red.). Ook blijkt steeds meer dat bij het maken van polyester kleding nano-deeltjes in het water terecht komen. De impact daarvan is vele malen groter dan de stukken plastic in de oceaan, want die nano-deeltjes komen direct in de voedselketen terecht.” 

“We werken nu met mechanisch recyclen, maar er lopen meerdere onderzoeken naar hoe je oude kleding van katoen kan recyclen op een chemische manier. Dat klinkt ‘eng’, maar is in feite een zoutoplossing. Vergelijkbaar met bamboe krijg je dan een soort pulp, en daarmee kun je een filament (garen, red.) maken. Dan krijg je een heel net viscose draadje, dat is nog niet echt een spijkerbroek. We gaan die twee technieken door elkaar gebruiken; een deel mechanisch en een deel chemisch. Die twee gaan we mengen tot een sterk garen, dat stoer genoeg is om een spijkerbroek van te maken.” MUD Jeans ontwikkelt de nieuwe techniek samen met Saxion University en kennisplatform Circle Economy.

Haalbaarheid

Hoe haalbaar is het om met die nieuwe techniek op korte termijn een consumentenproduct in de markt te zetten? Van Son: “Deze stof is er nu alleen nog op kleine laboratorium-schaal, en is dus waanzinnig duur. Maar het is aangetoond dat het kan, dus het is nu aan ons om te laten zien dat je het economisch rendabel en schaalbaar kan maken.”

“Vervolgens zullen we weer nieuwe uitdagingen krijgen, zoals met verven en wassen. Eerlijk is eerlijk, we weten nog niet hoe de stof daarop reageert, maar misschien werkt het wel in één keer. Dat wordt een kwestie van veel testen, er zal nog veel mislukken.”

Te goedkoop
De meeste spijkerbroeken zijn qua inkooprijs ongeveer 33 euro te goedkoop, berekenden analisten van ABN Amro vorige maand. Onderzoekers van ABN’s Impact Institute keken daarbij naar de ‘true price gap’: het verschil tussen de inkoopprijs die retailers betalen en de werkelijke totale productiekosten.

Werkkapitaal

Het groeigeld is behalve voor het aanpassen van de productie naar 100 procent gerecyclede broeken ook bedoeld als ouderwets werkkapitaal. Van Son: “De omzet groeit, maar we hebben nog altijd een ouderwets businessmodel, waarbij je aan de ene kant goederen inkoopt en later geld verdient aan klanten. Daar zit altijd een periode tussen. Hier zijn trouwens genoeg startups over gestruikeld, door een lege bankrekening.”

MUD Jeans doet niet mee aan “de rat race van nieuwe collecties” en uitverkoop, maar doet het met een paar goed scorende modellen (’essentials’). 

Het groeigeld is ook bedoeld voor meer online marketing en agenten die alle winkels bezoeken en warm maken voor het merk. MUD Jeans ligt nu in driehonderd winkels in 29 landen. Opmerkelijk genoeg doet het bedrijf het beter in Duitsland dan in Nederland, dus er is ook in eigen land nog genoeg werk aan de winkel, zegt Van Son.

“Je ziet dat Duitsland voorop loopt, met ook op iedere straathoek biologisch eten. Dat begint in Nederland ook te komen, maar we lopen nog wat achter. Daarnaast loopt kleding een jaar of 10 tot 15 achter op voedsel. Als je iets in je mond steekt, dringt het sneller door in je bewustzijn. Maar bij kleding weten we nu ook dat er giftige stoffen zijn die je op je huid draagt.”

De komende tijd wil MUD Jeans behalve in Nederland ook groeien in naar drie gebieden waar het ook veel vraag vandaan krijgt: Scandinavië, Frankrijk en Engeland. 

Transparantie

Marketing betekent ook zo transparant mogelijk de ‘achterkant’ van je bedrijf laten zien, zegt Van Son. Oftewel, in het geval van MUD Jeans laten zien dat je broek gerecycled wordt in Spanje en gemaakt in Tunesié. “We willen mensen meenemen in ons verhaal, en vertellen onder wat voor omstandigheden de spijkerbroeken zijn gemaakt. Je kan een mooi circulair model hanteren, maar als je mensen als slaven behandelt ben je nog steeds niet goed bezig.” 

Wordt een volledig gerecyclede spijkerbroek ook duurder? Van Son: “We willen op hetzelfde prijsniveau blijven. Of dat lukt is nog niet duidelijk, maar het is wel het doel. Het heeft natuurlijk geen zin om broek van 500 euro op de markt te brengen, om te kunnen roepen dat ‘ie helemaal gemaakt is van post consumer waste.” 

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!