‘Nederland verwacht te veel van startups’

Ondernemer Jan-Willem van Beek (39) vindt dat we ons in Nederland te vaak blindstaren op startups, die uiteindelijk weinig economische impact hebben. Hij pleit voor betere scholing en de acceptatie van het falen.

Van Beek schreef samen met journalist-ondernemer Rutger Huizenga het deze maand verschenen boek Voorbij de Startup Mania. Hierin geven ze een dwarse boodschap in een land dat in korte tijd tientallen startup-festivals en accelerator-programma’s kreeg. Het gros van die startups haalt de drie jaar zal niet eens, stellen Van Beek en Huizenga.

Ooit hadden de twee zelf een beginnend techbedrijf, waar veel van verwacht werd. District World moest de volwassener opvolger van social media-platform Hyves worden. Al na drie weken hadden ze 15.000 aanmeldingen, maar hun bedrijf wist uiteindelijk niet te overleven. De kennis die Van Beek en Huizenga hierdoor opdeden, hebben ze gesmeed tot een boek vol ondernemerstips. Sprout praat met Van Beek over zijn visie op het startup-klimaat in Nederland.

Startups zijn geliefd in Nederland. Toch hebben jullie kritiek op wat jullie de “startup mania” noemen. Hoezo?
“We hebben niet zozeer kritiek op de startups zelf, maar meer op de overheid en het bedrijfsleven. Zij verwachten te veel van startups, denken wij. We moeten echter realistisch zijn over de economische impact van deze bedrijven. Ze lopen enorme risico’s en de kans van slagen is heel klein.”

“Je hebt in Nederland jaarlijks zo’n 220 techbedrijven die disruptief van aard zijn. Zij dagen de gevestigde bedrijven uit. Toch haalt van deze groep slechts vijf tot tien procent een levensduur van drie jaar, zo blijkt uit diverse onderzoeken. Dat komt effectief neer op zo’n twintig bedrijven. Let wel, wij hebben niets tegen startups, maar het is niet waar dat de markt ineens op zijn kop staat door hen.”

Corporates proberen ook samen te werken met startups, maar daarbij gaat het te veel over deal-making. Je ziet nu geregeld dat startups een idee hebben, hierin geloven en naar een corporate stappen om funding te krijgen.”

Corporates en startups die samenwerken? Vaak lijkt het een gedwongen huwelijk

“Zo’n corporate heeft echter een eigen strategie en belang en wil dat de startup hieraan bijdraagt. De startup daarentegen wil het liefst minimale bemoeienis van de corporate. Dit lijkt dus wel een gedwongen huwelijk. De inbreng van corporates zou veel kleiner moeten zijn. Misschien is de oplossing wel dat corporates zelf startups beginnen met een minderheidsbelang.”

“Startups lijken tot slot ook wel een lifestyle te zijn. Veel mensen beginnen eraan, maar lang niet iedereen is ondernemer. Echt succes behalen, betekent dat je ervoor durft te gaan. Dat harde werken is ruig terrein. Relatief weinigen kunnen dit volhouden.” 

Toch kun je niet ontkennen dat bedrijven als bunq en SnappCar disruptief en daarmee innovatief werken. Ze dagen de corporates uit.
“Dat is absoluut zo. Ik heb beide bedrijven geïnterviewd en vind ze alleen maar mooi. Wat zij doen, moet dan ook gebeuren. De positie van corporates verandert erdoor. SnappCar laat goed zien hoe we anders kunnen omgaan met auto’s en Ali Niknam van bunq heeft hard gewerkt voor zijn banklicentie. Dit is hem gelukt, maar het zal nog lastig voor hem worden om met zijn bedrijf de Nederlandse bankensector te veranderen en daarmee succesvol te worden.” 

Is het niet gewoon een kwestie van extra geld stoppen in startups? In Silicon Valley worden structureel veel meer miljoenen gepompt in beginnende bedrijven. Het is niet voor niets dat bedrijven als Uber en Airbnb zo groot zijn geworden.
“Meer financiering zou een oplossing kunnen zijn. Aan de andere kant hoeft geld nooit een probleem te zijn. Als je maar een goede oplossing voor een knelpunt hebt, kun je ver komen.”

“Wat wij zelf eerder als oplossing aandragen, is betere scholing. We moeten mensen opleiden om nieuwsgierig te zijn. We moeten ze laten accepteren dat ze niet alles weten; ze moeten ervoor op ontdekkingstocht. Kinderen leren en ontdekken volop, maar naarmate we ouder worden, doen we dit steeds minder.”

We moeten mensen opleiden om nieuwsgierig te zijn

“Startups doen het wel. Ze proberen maar wat en kijken of het werkt. Uiteindelijk maakt het niet eens zoveel uit of studenten bij een startup of corporate aan de slag gaan. Zolang ze die ontdekkende blik maar blijven houden. Daar vernieuwen ze de markt mee.”

Hoe moet je als startup te werk gaan om wel succesvol te worden?
“Er is niet één gouden formule. Wel is een van de belangrijkste zaken het hebben van een goed team. Bedenk dus wie je nodig hebt in je startup en wat ze moeten kunnen. Een van de belangrijkste zaken is doorzettingsvermogen. Je hebt mensen nodig die er alles aan doen om je bedrijf tot een succes te maken.”

“Een startup is in essentie is een experiment op kleine schaal met de nodige risico’s. De kans op falen is groter dan de kans op succes. Er zijn momenten dat je zegt: ‘Ik stop ermee, ik zie het niet meer zitten’. Een goed team kan je dan verder helpen.”

Eline Vrijland-Van Beest van NightBalance stelde gisteren op Sprout dat Nederlandse bedrijven vaak in het gemoedelijke blijven hangen. Er wordt nauwelijks gefaald, maar ook weinigen bereiken de top. Zij was hier kritisch over, maar is het eigenlijk niet prima om een klein bedrijf te blijven zolang alles goed gaat? Met andere woorden: is groei altijd nodig? 
“Startups kijken op een andere manier naar de wereld dan de grote bedrijven. Ze bekijken hoe we de wereld met technologie kunnen verbeteren. Veel van hen proberen niet alleen geld te verdienen, maar ook een maatschappelijk doel te bereiken. Ze proberen impact te maken. Als je groter groeit, kun je die positieve impact op de wereld ook vergroten. Daarom is groei best nuttig, denk ik.”

Jullie geven in jullie boek allerlei methoden om het als startup te maken. Toch is jullie eigen startup District World jammerlijk gefaald. Zijn jullie wel de juiste personen om met deze tips te komen?
“Ik denk het wel (lacht). Na District World zijn we gewoon doorgegaan met ons hoofdbedrijf. Dit is gelukkig goed gegaan. Juist door te falen, hebben we veel geleerd. Het is goed om daarvoor uit te komen, omdat je dan pas weet wat werkt. Falen wordt vaak gezien als gebrek aan succes, terwijl de meest disruptieve bedrijven allemaal tot op een zeker niveau hebben gefaald. Kijk maar naar Airbnb, Slack of Starbucks.”

In een eerder opiniestuk in Het Financieele Dagblad pleitte je daarom voor een Startup Fail Festival (we hebben overigens al het concept FuckUp Night, red.). 
“Dat klopt. In essentie is datgene wat we doen experimenteren. Nieuwe wegen ontdekken en paden verkennen. Falen hoort daar simpelweg bij. Als je niet faalt, krijg je ook geen succes. Ontdekken wat wel en niet werkt, hoort bij het groot maken van een bedrijf. Ik heb op zoveel manieren ontdekt hoe het niet moet.”

Dat klinkt leuk, maar als je failliet gaat met je bedrijf is dat een dure grap.
“Een van de uitdagingen is slim te falen zonder er als bedrijf aan onderdoor te gaan. Falen hoeft dus niet meteen te betekenen dat je bedrijf bankroet gaat. Het kan ook zijn dat je iets test wat niet blijkt te werken. Falen kan dus zonder kopje onder te gaan in de schulden.”

Is falen daarmee niet gewoon een modewoord voor testen?
“Ja, dat zou kunnen. Het is vooral ontdekken hoe je ergens komt. Soms moet je een stapje terug doen om verder te komen.”

Foto boven: Jan-Willem van Beek (links) en Rutger Huizenga (rechts), gemaakt door Jelmer de Haas.

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout en Management Team. Hij schrijft over startups, scaleups en nieuwe economie.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!