Succes in Silicon Valley: hoe krijg je het als Nederlander?

Voor Nederlandse ondernemers klinkt Silicon Valley wellicht als het beloofde land om te groeien, maar is dat echt zo? Sprout neemt poolshoogte in San Francisco.

Honderdduizenden verwachtingsvolle mensen, druk zevend en op zoek naar goud. Zo moet het er zo’n honderdzeventig jaar geleden hebben uitgezien in de omgeving van San Francisco. Medio negentiende eeuw waagden gelukszoekers vanuit alle hoeken van de wereld de tocht naar Californië. Het gerucht dat er goud in de Californische grond zat, ging als een lopend vuurtje over de wereld.

Degenen die erin slaagden grote hoeveelheden goud te verzamelen, werden beloond met rijkdom. Voor de stad San Francisco betekende het de doorbraak; ze groeide als kool en zag talloze nederzettingen om zich heen ontstaan. Californië werd lid van de Verenigde Staten en is tegenwoordig de zesde economie van de wereld.


San Francisco groeide als kool tijdens de goudkoorts. Tegenwoordig is Californië de zesde economie van de Verenigde Staten.

Techmekka

Google en Facebook werden groot in Silicon Valley

Toen Sprout afgelopen week San Francisco en omringende steden bezocht, zagen we weinig goud. Maar de mentaliteit van de oude goudzoekers staat nog altijd fier overeind. Uiteraard hebben we het over de internationale aantrekkingskracht van techmekka Silicon Valley, dat miljardenbedrijven opleverde, zoals Facebook, Google en Apple.

Maar hoe onderscheid je je als Nederlander in een stad vol extreem competitief ingestelde internationals? Werkt onze aloude mentaliteit van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ ons niet juist tegen als we in de Valley op zoek zijn naar het nieuwe goud; startupsucces? Om dat te onderzoeken, spraken we met een handvol Nederlandse ondernemers, die hard werken om hier te slagen - of dat al hebben gedaan en terugkijken op hun carrière.


Maria van Lieshout: “Toen ik ontslag nam van Coca-Cola stond ik er opeens alleen voor.”

Goudkoorts

Het was de in Oakland woonachtige kinderboekenillustrator Maria van Lieshout die met de parallel tussen Silicon Valley en de goudkoorts kwam. Ze vervulde creatieve topfuncties voor achtereenvolgens Coca-Cola en Levi’s toen ze in 2003 naar San Francisco kwam. Na een paar jaar wonen in de stad besloot zij echter dat ze voor zichzelf wilde werken. Tegenwoordig schrijft en illustreert Van Lieshout kinderboeken, die ze over de hele wereld verkoopt.

Vroger kwam men hier voor het goud, nu om een onderneming van de grond te krijgen

“Het is hier magisch”, zegt ze, zittend in haar werkkamer in de rustige buurt Alameda. “Lang geleden kwamen mensen hier vanwege de geldkoorts, zodat ze hun fortuin konden vinden. Op een bepaalde manier is er nu een nieuwe goudkoorts, waarbij mensen hier komen voor een onderneming. Die energie, het beproeven van je geluk, dat sprak mij heel erg aan.”

Talloze afwijzingen

Die energie heb je ook nodig hier om te overleven, benadrukt Van Lieshout. “Toen ik ontslag nam van Coca-Cola en alle bescherming verloor, stond ik er opeens alleen voor. Een grote stad als San Francisco kan dan opeens heel alleen aanvoelen. Ik werd de jaren erop telkens afgewezen voor klussen.” Ze laat een volle ringmap zien, met daarin alle honderden afwijzingen. “Ik heb ze allemaal bewaard, want ik geloofde in mijn idee en de verhalen die ik te vertellen had.”

Uiteindelijk slaagde ze in haar missie en kreeg ze grote uitgevers als Chronicle Books, Penguin and Macmillan aan haar zijde. “Daarom zeg ik: stick to your guns. Ook al word je steeds afgewezen, zolang je idee maar goed is, zal het uiteindelijk iemand opvallen.”

Een ijzersterk netwerk is essentieel om te overleven in de Valley, weet Van Lieshout. Hou het dicht bij huis en begin met het zoeken naar Nederlanders, is haar tip: “De Nederlandse gemeenschap hier is geweldig. Nederlanders houden ervan om samen te klonten. Via een Facebook-groep als SF Dutch vind je veel mensen die hier ideeën uitwisselen en andere Nederlanders leren kennen.”


Marco ten Vaanholt: “Het kost je minimaal een miljoen dollar om hier anderhalf tot 2 jaar rond te lopen.”

Geen Nederlanders

Nabij Menlo Park, ten zuiden van San Francisco, heeft de Zeelandse ondernemer Marco ten Vaanholt zijn eigen accelerator BootUP gevestigd. Eigenlijk hoeft hij niet meer te werken, vertelt Ten Vaanholt, die financieel al binnen is door eerder werk in de Valley. De goedlachse Zeeuw doet het wel, omdat hij een nieuwe generatie naar de top wil krijgen.

Bij BootUP zie je echter geen Nederlander rondlopen. Wat moeten Nederlanders weten voordat ze een kantoor in Silicon Valley openen? “Zorg dat je hier een investeerder vindt”, zegt Ten Vaanholt. “Het kost je minimaal een miljoen dollar om hier anderhalf tot 2 jaar rond te lopen.”

“Wees je daarnaast bewust van het tijdsverschil”, zegt de ondernemer. In Silicon Valley is het 9 uur vroeger dan in Nederland. “Je moet je nu opeens aan twee tijdszones houden en je onderneming verandert nu in een wereldbedrijf. Kun je dit dragen vanuit Nederland? Is je bedrijf er klaar voor om een 24 uurs-onderneming te worden? Dat blijkt niet altijd het geval te zijn.”

Ten Vaanholt wijst ook op investeerders. “Staan je investeerders wel achter deze zet? Dat is belangrijk. Wij horen weleens: ‘Ik heb één investeerder die het leuk vindt, maar de rest wil liever thuis blijven’.”


Maaike Doyer (rechts): “Probeer niet te kopiëren wat je in Nederland doet.”

Europese tik

Maaike Doyer is zo’n Nederlander die enkele jaren geleden besloot om naar San Francisco uit te wijken voor haar bedrijf. De cfo van het Nederlandse consultancybureau Business Models Inc. opereert vanuit een bescheiden kantoor aan de centrale market street in San Francisco. Voor de deur rookt ze een sigaret. Je ziet hier opvallend weinig mensen die nog roken, weet ook Doyer. “Ik zeg altijd dat het een Europese tik van me is”, lacht de ondernemer, die heel Europees een t-shirt draagt met een opdruk van Antwerpen.

Toen ze hier met haar man - een werknemer van Adyen, dat recentelijk ook een kantoor opende in San Francisco - heen kwam, deden de twee eerst een tijdje ‘veldwerk’. “Het is aan te raden om hier wat tijd te spenderen voordat je daadwerkelijk besluit hierheen te verhuizen”, zegt ze. “Je kunt hier drie maanden verblijven zonder enig visum, dus doe dat ook. Investeer in de markt en sta ervoor open. Probeer niet te kopiëren wat je in Nederland doet, maar werk aan je netwerk. Doe het niet alleen, maar vind iemand van hier met een netwerk, die je verder kan helpen.”


Arthur van Hoff: “De grootste les die ik heb geleerd, is dat succes hier hard werk vergt.”

100 miljoen

Op een bedrijventerrein in San Mateo vinden we het kantoor van Jaunt VR, een innovatief bedrijf dat virtual reality-video’s distribueert en produceert. Het werd in 2013 opgericht door Twentenaar Arthur van Hoff, die al 25 jaar in Silicon Valley werkt. Hij kwam er in de jaren ’90 om aan de slag te gaan voor techbedrijf Sun Microsystems en werkte daarna voor een serie eigen bedrijven. Met Jaunt VR wist hij al 100 miljoen dollar aan investeringsgeld op te halen. Wat is zijn geheim?

Groeien in Silicon Valley? Het vergt hard werk

“De grootste les die ik heb geleerd, is dat het hard werk vergt”, zegt Van Hoff. “Veel mensen zeggen: zodra ik geld krijg, begin ik een bedrijf. Zo werkt het echter niet. Je moet bidden dat je geld krijgt en er keihard voor werken. Je moet aan iets bouwen, dat is het mooie aan een startup; je begint met een blanco vel, schrijft een rijtje codes en verkoopt je bedrijf voor miljoenen dollars. Dat is een beetje het recept, maar het werkt alleen als je creatief bent en je er de uren in wil stoppen.”

Je moet voor de top gaan, stelt Van Hoff: “Wil je de horizon bereiken, dan moet je voorbij de horizon mikken. Als je je slechts op die horizon richt, zul je hier nooit ver komen. Dat moet je je realiseren. Stel je streefdoelen dus hoger dan je actuele doel. Al kom je slechts op de helft, dan heb je alsnog veel progressie geboekt.”


Pieter Doevendans:“Pas na zes maanden hadden we geld verzameld.”

Slimme dovenapp

Een jonge ondernemer die het mogelijk in zich heeft de nieuwe Arthur van Hoff te worden, is de 27-jarige Pieter Doevendans. Hij kwam in 2013 naar San Francisco om een klein jaar aan de befaamde Berkely-universiteit te studeren. Doevendans bleef er hangen en werd uiteindelijk medeoprichter van de startup AVA. Met dit bedrijf wil hij middels een slimme app doven helpen te communiceren. Doevendans wist al ruim 2 miljoen dollar aan groeigeld op te halen.

De ondernemer heeft zijn kantoor momenteel gevestigd in de zogeheten innovation hub Runway, gelegen aan de centrale market street in San Francisco. Hij werkt met mensen vanuit de hele wereld en omgeeft zich met data- en - een groeimarkt voor de Amerikanen - marijuana-startups.

Kleingeld in de Valley

Als jonge founder met weinig connecties vind je hier niet snel een investeerder

Het lijkt nogal een uitdaging om je als jonge Nederlander aan de andere kant van de wereld te vestigen en ook nog eens miljoenen op te halen. Hoe deed Doevendans het? “Als je hier een jonge founder bent met weinig connecties kan het moeilijk zijn om in contact te komen met VC’s (venture capitalists - red.) en geld op te halen”, zegt de glimlachende ondernemer.

“Het kostte ons ook even. Pas na zes maanden hadden we geld verzameld.” Het ging toen om een zogeheten seed-investering van 15.000 dollar; kleingeld in de Valley, maar genoeg om de kar een tijdje vanuit zolderkamertjes te kunnen trekken. “Zodra je je voet tussen de deur hebt gekregen en met genoeg partijen bent gaan praten, beginnen zij uiteindelijk contact met je op te nemen”, weet Doevendans. "Voor ons hielp het erg om met oprichters van andere bedrijven te praten. Zij uitten sympathie voor ons bedrijf en introduceerden ons weer aan andere investeerders.”

Hot

Na een tijdje had Doevendans naar eigen zeggen door “hoe het spel wordt gespeeld”. Hij begon te azen op een miljoeneninvestering. “Het draait erom hoe je de hot girl in the room wordt. Kun je jezelf in een positie krijgen waarbij mensen over jou praten? Kun je ervoor zorgen dat jij de hippe startup wordt waar iedereen in wil investeren?”

In het begin kregen ze bij AVA alleen maar nul op het rekest, waarna de ondernemers meer aan hun verhaal gingen werken. “Toen we erachter kwamen hoe het werkte, hadden we in drie maanden allerlei aanbiedingen van investeerders. Ze keken opeens allemaal naar ons en zeiden: hee, dat is een interessante partij.”


Developers in Silicon Valley verdienen jaarlijks gemiddeld 134.000 dollar.

134.000 dollar aan salaris

De investeringen in de omgeving van Silicon Valley zijn een stuk hoger dan die in Nederland. Toch moet je je hier niet blind op staren. Zoals Van Hoff eerder tegen Sprout zei: “100 miljoen dollar in Europa staat min of meer gelijk aan 20 miljoen dollar in Californië.”

Het leven is er duur, de huren zijn hoog en - de grootste kostenpost - het personeel verwacht een fors salarisstrookje. Het gemiddelde jaarinkomen van een developer in de San Francisco Bay Area ligt op 134.000 dollar; hoger dan waar ook ter wereld. Deze inkomens worden opgekrikt door Facebook en Google, die zo de beste mensen aan zich hopen te binden.

Om talent te trekken, kun je ze 10 procent van je bedrijf geven

Startups proberen hun kantoor zo interessant mogelijk in te richten. Heeft Facebook een bedrijfskantine vol gratis eten, dan moet je dat als startup ook bieden, zij het in het klein. We zagen de food corners dan ook geregeld voorbijkomen bij bedrijven die we bezochten.

Een andere manier om als kleine startup talent aan te trekken, is door ze een klein aandeel in het bedrijf te geven, oftewel: aandelenparticipatie. “Denk aan 5 of 10 procent”, raadt Van Hoff aan. “Dat is erg aantrekkelijk voor mensen met een ondernemersgeest. Het kan immers 5 procent van de nieuwe Facebook worden. Je kunt miljardair worden.”

Aandelen

Groeit je bedrijf echter verder, dan wordt het volgens Van Hoff een moeilijkere situatie. “Je kunt dan minder aandelen weggeven en het draait uiteindelijk om die aandelen. Salaris is ook belangrijk, maar op termijn verdien je hier echt geld met het rendement van de investering van je aandelen.”

Wie een forse financieringsronde heeft afgesloten, vindt volgens Van Hoff gemakkelijker talent. “Je bedrijf heeft dan een soort goedkeuring verdiend. Als je dan een indrukwekkend product hebt gelanceerd of je werkt in een branche als virtual reality, dan kun je gemakkelijk mensen trekken. Toch blijft er veel competitie, zelfs voor bedrijven die in virtual reality werken.”


Tommy Krul: “Veel mensen komen hierheen om later te kunnen zeggen: ‘Ik was engineer bij Apple'.”

Super Evil Megacorp

Nederlander Tommy Krul weet er alles van. Zijn in San Mateo gevestigde gamebedrijf - jawel - Super Evil Megacorp is de afgelopen jaren alle door Van Hoff omgeschreven fases doorgegaan. Hij haalde al 63 miljoen dollar aan investeringsgeld op en heeft momenteel zo’n tachtig man voor zich werken. De flamboyante, langharige ondernemer laat Sprout zijn kantoor zien, dat druk wordt bevolkt door developers en game-ontwikkelaars. Precies de soort mensen naar wie ze bij Google en Facebook op zoek zijn.

Je moet sollicitanten in Silicon Valley een droom verkopen

Je hebt in de metropool waar Krul al 12 jaar woont meer talent rondlopen dan in Nederland, denkt de ondernemer. Toch maakt de concurrentie van Facebook en Google het voor Krul geen sinecure om talent aan zich te binden.

“Veel mensen komen hierheen om later te kunnen zeggen: ‘Ik was engineer bij Apple'”, zegt Krul. “Dat staat erg goed op je CV. Je kunt met dat soort grote partijen nauwelijks concurreren op salaris, dus moet je potentiële werknemers een droom verkopen. Jij doet iets heel anders dan Google, is de boodschap die je ze moet geven. Samen bouw je aan die droom.”

Champions League

Gerbert Kunst werkt als consul-generaal aan het consulaat van Nederland in Silicon Valley. In zijn kantoor met uitzicht over de vele wolkenkrabbers in de stad, ontvangt hij regelmatig Nederlandse ondernemers. Geregeld hebben ze het dan over de hoge kosten van ondernemen in de Valley. “Er is geen plek zoals Silicon Valley”, weet ook Kunst, “maar het is hier wel de Champions League". In zijn schaduw staan zowel de Californische als de Nederlandse vlag.

Kunst raadt Nederlandse ondernemers daarom aan ook naar andere plaatsen aan de Amerikaanse westkust te kijken. “Phoenix bijvoorbeeld, wat weleens Silicon Desert genoemd wordt. Het is misschien wel de beste plek hier in de buurt om te produceren en op te schalen. Bovendien kunnen je werknemers er gemakkelijker een huis met zwembad bemachtigen.” Ook wijst hij op Seattle, waar bedrijven als Amazon en Boeing vandaan komen. “Die stad is hard op weg om misschien wel de volgende Silicon Valley te worden.”


Venice Beach is een van de hipste buurten van Los Angeles.

Los Angeles

Een andere stad die Kunst noemt, is Los Angeles. Het is uitgegroeid tot een magneet voor de entertainmentindustrie en mediavernieuwers. De gigantische conglomeratie ligt op grofweg een uur vliegen van Silicon Valley, dus Sprout besluit de oversteek te wagen. De hippe buurt Venice is waar we moeten zijn, zo horen we.

De techsector drijft van Silicon Valley richting Silicon Beach

Eenmaal aangekomen, rijden we verder naar de hippe straat abbot kinney boulevard, waar digitaal reclamebureau MediaMonks is gevestigd in een voormalig, drie verdiepingen tellend woonhuis. Nederlander Olivier Koelemeij geeft leiding aan deze dependence van het mediabureau. Koelemeij heeft zich met zijn zwarte skinnyjeans, stoppelbaardje en scheiding, laten we zeggen, goed geïntegreerd in de hippe stadsbuurt. Hij staat op het dakterras van zijn bedrijf en kijkt uit over de straat. “Ieder half uur zie je hier wel een bekendheid langslopen”, lacht hij.

Koelemeij vertelt dat zijn bedrijf voor Los Angeles koos vanwege de combinatie van drie industrieën die de stad volgens hem huisvest. Er is volgens Koelemeij een levendige entertainment- en adverteerdersbranche, maar ook de techsector wordt steeds beter vertegenwoordigd. “Die branche drijft van Silicon Valley richting Silicon Beach. Wij positioneren ons in het epicentrum van die drie industrieën. Voor ons is dat een branche vol kansen.”


Damian Bradfield: “Het weer in Los Angeles is geweldig.”

WeTransfer

Een van deze techbedrijven in Los Angeles is het Nederlandse WeTransfer, dat afgelopen jaar een Amerikaans kantoor opende in dezelfde buurt als MediaMonks. Het bureau is gehuisvest op drie blokken van het strand en het is de Britse Damian Bradfield die WeTransfer aan een Amerikaanse doorbraak moet helpen.

Bradfield werkte tien jaar in Amsterdam voordat hij naar Los Angeles verhuisde. “Het weer is hier geweldig”, zegt hij breed glimlachend. Het is waar. Ook al is het december, de zon schijnt volop en even verderop in Venice Beach wordt fanatiek gesurfd. In Los Angeles is het doorgaans warmer dan in San Francisco, waar het vanwege zijn vele microklimaten soms opeens koel kan aanvoelen.

Lagere kosten

De Amerikaanse markt verover je met Amerikanen

Op Bradfields kantoor in Los Angeles heeft hij momenteel elf - overwegend Amerikaanse - millennials voor zich werken. De Amerikaanse markt verover je immers in de regel met Amerikanen, die als geen ander weten hoe je een product moet verkopen. WeTransfer koos Los Angeles boven Silicon Valley vanwege de kosten, legt Bradfield uit. Volgens de Brit hoef je in Los Angeles aanzienlijk minder te betalen aan personeel, omdat je de directe concurrentie van Google en Facebook mist. Je hoeft je kantoor hierdoor niet te voorzien van allerhande “Michelin-sterrenchefs, baristas of een stomerij” om talent te trekken.

In Los Angeles horen we geregeld kritische geluiden over San Francisco. Het zou er veel minder leuk zijn dan in Los Angeles, de stad waar het zelden regelt en waar de culturele sector boeiende is. Natuurlijk is dit een typisch gevalletje Amsterdam - Rotterdam, maar toch gaat de kritiek op Silicon Valley ook verder dan dat. Zoals eerder gesteld, is het vestigingsklimaat voor ondernemers er niet bepaald uitnodigend.


Nathalie Udo: “Het glazen plafond is in Europa veel prominenter aanwezig dan hier.”

Vrouwen in Silicon Valley

Ook krijgt Silicon Valley geregeld opmerkingen over de samenstelling van het personeel bij bedrijven in de regio. Er zouden bijvoorbeeld te weinig vrouwen bij de techbedrijven werken. Het leidde deze maand al tot het - opmerkelijke - nieuws dat meerdere Silicon Valley-bedrijven vrouwelijke modellen inhuren voor hun kerstborrels om net te doen alsof ze er werknemer waren. Alles om de schijn op te houden, dus.

De in San Francisco woonachtige, Nederlandse ondernemer Nathalie Udo werkte mee aan het boek Scrappy Women in Business, met succesverhalen van vrouwelijke ondernemers. Ervaart zij Silicon Valley ook als een typische mannencultuur, waar je als vrouw maar moeilijk tussenkomt?

Denk als vrouw vaker: ik kan het en kom erachter hoe

Dat er discriminatie op de lokale arbeidsmarkt voorkomt, beaamt Udo, maar ze nuanceert dit beeld wel enigszins: “Ik heb ook in Europa gewerkt als manager en merkte dat het glazen plafond daar veel prominenter aanwezig is dan hier.” In Nederland wordt zo’n 6 procent van alle board-functies in beursfondsen vervuld door vrouwen, terwijl er in de Verenigde Staten bijna 20 procent vrouwen in de board van beursgenoteerde topondernemingen zit.

In Silicon Valley stroom je als vrouw - eenmaal binnen - sneller door naar de top, denkt Udo: “Ik wijt het aan de sue-cultuur hier, want je kunt zomaar aangeklaagd worden als bedrijf.” Wil je het als vrouw maken in de Valley, dan is het volgens Udo belangrijk om vertrouwen in jezelf te tonen. “Laat zien wat je kunt. Vrouwen zijn natuurlijk wat meer van: ‘O ja, misschien kan ik het’. Denk echter: ‘Nee, ik kan het en kom erachter hoe’. Mannen doen dat ook vaker, merk ik. Zoiets komt zelfverzekerder over.”

Steenrijke ondernemers

Lukt het je om te slagen in de Valley, dan kun je ver komen. Rijd in San Francisco maar eens in zuidelijke richting en wijk na een uur van de hoofdweg. Je ziet ze dan staan: de vele villa’s van ondernemers die steenrijk zijn geworden met hun bedrijf. Eigenlijk kun je ze maar amper zien liggen voorbij de brede hekken, die hun wereld met die van de buitenwereld scheiden.

Of, zoals een Ten Vaanholt het omschrijft: “Je hebt drie typen ondernemers in Silicon Valley. Ten eerste jonge garde die hard zijn best doet om het te maken. Vervolgens heb je een groep die het al gemaakt heeft. Tussen deze twee groepen onderling is veel contact, maar je hebt ook een derde groep; de multimiljardairs, zoals Elon Musk. Deze mensen leven in hun eigen wereld. Die zie je vrijwel nooit.”

Het zijn de Musks en Zuckerbergs die met ongeëvenaard hoge loonstrookjes de strijd om techtalent met de startups voeren. Het gevolg van deze strijd om arbeidskapitaal is een nieuwe, metropolische, vermogende klasse. Een vervelende consequentie hiervan is het almaar stijgen van de huren in San Francisco.

Voor een appartement in de stad betaal je gemiddeld genomen 3400 dollar per maand, volgens de lokale huurwebsite Zumper. Wie immers dacht dat al die techwerknemers in Silicon Valley, dus ver onder San Francisco, willen wonen heeft het mis. Dat is wat het is: een bedrijventerrein. San Francisco is waar het feest is. Dat is waar de cafés, restaurants en de musea zijn.

Verliezers van Silicon Valley

Tijdens periode van de goudkoorts was er ook een groep verliezers van de globalisering; de originele bevolking, oftewel de indianen. Hun aantal nam door de jaren met tweederde af. Zo langzamerhand lijkt zich een nieuwe lichting equivalenten van deze oude indianen aan te dienen; de hedendaagse verliezers van Silicon Valley. Opnieuw is dit de lokale bevolking.

Het zijn de serveerders in restaurants, de Uber-chauffeurs en de caissières die het moeten ontgelden. Zij kunnen het zich niet meer veroorloven om in San Francisco te wonen, en rijden daardoor niet zelden twee uur in de ochtend naar hun werk. Door de automatiseringen die worden gecreëerd in het naar efficiëntie strevende Silicon Valley zijn zij het bovendien die hun baan op de tocht zien staan. Om maar een voorbeeld te noemen: Uber is van plan zijn - toch al matig betaalde - chauffeurs op den duur te vervangen door zelfrijdende auto’s.

Met het succes van Silicon Valley lijkt dus ook de onvrede onder deze groep te groeien. “Waarom huren die bedrijven zo weinig lokale mensen in?”, hoorden we om ons heen. Of: “Niemand heeft ons ooit verteld dat je aandelen in een bedrijf kunt krijgen als medewerker. Dat willen wij ook.”


San Francisco telt zo'n zevenduizend daklozen. Zij worden vaak geplaagd door geestelijke problemen en drugsverslavingen.

Daklozen in San Francisco

Tenten op straat zijn geen uitzondering in de hoofdstraten van San Francisco

Als Nederlander in de Valley raak je bovendien al snel negatief verrast door de ultieme verliezers van de Amerikaanse droom; de daklozen. San Francisco telt er zo’n zevenduizend, vaak geplaagd door geestelijke problemen en drugsverslavingen. Ze zitten allerminst verscholen, maar bevolken grote gedeelten van centrale straten als market street en ellis street.

Het is geen uitzondering om in het centrum van San Francisco volledige tentenkampen van zwervers op de straat te zien staan. Zonder enige gene wordt er heroïne gespoten; een goedkope drug. Het is misschien wel het enige wat deze groep nog heeft om voor te leven in een wereld waar een kopje koffie gemakkelijk zes dollar kost.

Toen Doyer naar San Francisco verhuisde, was ze behoorlijk onder de indruk van dit tafereel. “In Nederland heeft iedereen een huis, voedsel en op zijn minst een bestaan. In San Francisco zie je veel zwervers op straat. Je ziet gewoon dat er iets verkeerd is met dit systeem.” Ze benadrukt het nog maar eens: het sociale systeem in de Verenigde Staten werkt niet.

American Dream

Het feit dat het woord 'scaleup’ nauwelijks in de Valley wordt gebruikt, lijkt hiervoor symbolisch te zijn. Ook al heb je driehonderd medewerkers, je blijft een startup. De aloude American Dream brengt dan ook een all or nothing-cultuur met zich mee, waarin je de volgende Uber kunt worden, maar ook hard kunt vallen. Meer aandacht voor de minder kansrijken en getalenteerden lijkt essentieel voor de samenleving in dit werelddeel.

Voor Europese ondernemers zal zoiets als een vanzelfsprekendheid klinken, maar in de Verenigde Staten - en zelfs in het liberale Californië - denkt men hier soms toch beduidend anders over. Sprekend is wellicht de spreuk die iemand bij startup-accelerator BootUP op een bord heeft geschreven: “If youre born broke with no money, its not your fault! But if you die broke, it is definitely your fault!!!

Beeld: Daan Wallis.

Jelmer Luimstra is journalist voor Sprout. Hij schrijft over startups, Silicon Valley en nieuwe economie.

Elke ochtend...

X
het belangrijkste ondernemernieuws in jouw mailbox? Gegarandeerd Sprout-stijl!