Je prototype in elkaar knutselen

FabLabs - de uit Amerika overgewaaide creatieve werkplaatsen waar je goedkoop prototypes kunt maken- beginnen ook in Nederland stevig voet aan de grond te krijgen. Hoe werkt het?

Ongestoord werken de twee jongens aan de lange tafel, bezaaid met draadjes, kabeltjes, schroefjes en moertjes, terwijl het geluid van de freesmachine alles overstemt. Twee maal in de week is het FabLab in WaagSociety op de Nieuwmarkt  in Amsterdam open voor publiek. Dat publiek, bestaande uit ondernemers, uitvinders, studenten, ontwerpers  en hobbyisten, kan er gratis aan de slag met de 3D-printer, freesmachine, vinylsnijder en lasercutter om een prototype of mal te maken van hun ontwerp. Het enige wat je nodig hebt is een digitale tekening van hetgeen je wilt maken. Volgens Labmanager Alex Schaub is het heel laagdrempelig, “Het enige wat wij vragen is dat jij je brontekening met ons deelt, zodat alle andere leden ook met jouw ontwerp aan de slag kunnen en jouw product kunnen maken of verbeteren.”


De eerste FabLab is in 2005 ontwikkeld door het Massachusetts Institute of Technology te Boston. Het was aanvankelijk bedoeld om high-end technologie tot kleine praktische proporties terug te brengen, zodat studenten relatief snel prototypes konden bouwen. Maar al snel werd het lab zo populair dat ook andere steden er één wilden hebben. Inmiddels zijn er nu 60 FabLabs in 15 landen.
 

Vetmeter

Nederland telt er zes, die elk een eigen karakter hebben. Zo trekt Amsterdam veel  kunstenaars en designers, terwijl in Utrecht meer de nadruk ligt op industrieel ontwerp. Ook tussen de landen is veel verschil. Zo zijn de FabLabs in ontwikkelingslanden een stuk praktischer van aard. Schaub vertelt over een FabLab in Afrika dat een vetmeter heeft gemaakt waarmee boeren hun melk kunnen meten en nooit meer een oneerlijke prijs krijgen voor hun melk. “Wij hier in het Westen hebben de luxe dat we onze eigen problemen kunnen maken.”


Volgens de Utrechts labmanager Siert Wijnia is open source het toverwoord van de toekomst en spelen de FabLabs hier een grote rol in.  “Nu komen ze nog bij ons, over twintig jaar heeft iedereen een 3Dprinter.  Deze mogelijkheid schoffelt alle patenten onderuit. Vroeger had je de ambachten, nu kan iedereen ineens alles maken. Met een druk op de knop wordt jouw digitale ontwerptekening  3D uitgeprint, bijvoorbeeld in gipspoeder”, zegt Wijnia.

Subsidie


In het lab in Utrecht – actief sinds 2008- zijn de meest uiteenlopende dingen gemaakt. “Van complete jurken uit de lasersnijder, tot windmolens, meubels en kunstwerken die nu wereldwijd in musea staan. Ook de sleuven op de NS-automaten die skimmen moeten voorkomen zijn hier in het lab gemaakt, evenals de klikbare festivalbierglazen van het jonge bedrijf ClickUp Company.”
De meeste labs hebben subsidie gekregen van de overheid, maar die zijn slechts van tijdelijke aard. Zo moet het FabLab in Amsterdam na drie jaar nu op eigen benen leren staan, iets wat volgens Schaub niet makkelijk is. Hij wil daarom meer moeite gaan doen om ondernemers aan te trekken, die bijvoorbeeld buiten de open dagen om een werkplek in het lab kunnen huren. Dat gebeurt ook al in Utrecht, waar ondernemingen jonger dan twee jaar bovendien 50 procent korting krijgen op de huur van een werkplek. Daarnaast geven beide labs workshops. “Vooral de workshop waarin je zelf een 3D-printer maakt, loopt gigantisch”, zegt Wijnia.


Ook Utrecht, dat nu nog subsidie krijgt, zal zichzelf in de toekomst moeten bedruipen. “Of dat 100 procent gaat lukken is nog maar de vraag”, erkent Wijnia. “Mensen die hier komen hebben doorgaans heel veel ideeën, maar weinig geld. Anders hadden ze het maken van die prototypes wel uitbesteed.”
 

Lees ook:

Lees ook het boek 'Dutch Patents Act 2010'