Marijn Pijnenborg (Winc Academy): ‘Mijn onkunde is mijn kwaliteit’

Marijn Pijnenborg

Na Funda, Auto.nl en Solvo (verkocht aan Ahold) wil Marijn Pijnenborg nu met Winc Academy zoveel mogelijk programmeurs opleiden. Waarom zij telkens from scratch een nieuwe markt bestormt? ‘Als nieuwkomer kun je alles nog ter discussie stellen.’

Marijn Pijnenborg mag dan een trits succesvolle bedrijven en – met investeringsfonds Boralis – exits (Usabilla, Springest, Human.co, Seatme) op haar naam hebben staan, ze heeft er geen enkele moeite mee om helemaal opnieuw te beginnen. 

Zoveel wordt duidelijk wanneer Sprout de voormalige bakkersschool binnenkomt, waar haar codeerschool Winc Academy is gehuisvest. In het grotendeels leegstaande antikraakgebouw in Amsterdam wekken alleen de rijen kluisjes, gymtoestellen en een verlaten receptie nog de indruk van wat eens een bruisende school moet zijn geweest. 

Maar in een hoekje van het gebouw dat Pijnenborg een jaar geleden claimde met Winc wordt het begrip ‘onderwijs’ weer nieuw leven ingeblazen. “Kijk, daar wordt lesgegeven”, wijst zij bij binnenkomst in het kantoor, waar een enorm houten blad onder een dito afzuiginstallatie dient als lunchtafel. 

Een groep studenten is echter in geen velden of wegen te bekennen. In de hoek van de ruimte – opgesierd met een springbok uit de naastgelegen gymzaal – zit een docent die zich voor een scherm heeft genesteld. Pratend in zijn headset geeft hij een groep mensen afkomstig uit alle hoeken van Nederland remote uitleg over de ins en outs van frontend- en fullstack-development.

Baangarantie

Het is de vierde groep die het 6 weken durende programma van Winc volgt. Zij betalen een relatief klein bedrag (500 euro) om zich in te schrijven, met de belofte van een baangarantie. Zodra ze werk hebben gevonden (en mits er meer wordt verdiend dan het minimumloon) betalen zij gedurende 18 maanden 16 procent van hun brutosalaris om de opleiding af te betalen.

Pijnenborg merkte als ondernemer en investeerder aan den lijve dat er een schreeuwend tekort is aan programmeurs, zo’n 20.000 vacatures zijn er nu. Kun je mensen niet versneld opleiden?, vroeg zij zich af. Iedereen kan programmeren, is haar uitgangspunt. “Als je het leuk vindt en van puzzelen houdt, dan kunnen we je het vak leren”, stelt Pijnenborg.

“Let wel: niet iedereen is een programmeur. Iedereen kan puzzelen, maar een professionele puzzelaar is weer wat anders. We testen of programmeren bij je past, dat is eigenlijk het allerbelangrijkste. Daarna kijken we of je kunt leren.”

Pijnenborg gaat Sprout voor door de verlaten gangen van de school, voor een gesprek in de voormalige gebedsruimte. Of dat zal zorgen voor wat extra inspiratie van hogerhand? “Dat gaan we zo merken”, glimlacht de ondernemer.

Hoe gaat het nu met Winc?

“Goed. Als je met iets nieuws begint, dan heb je een een plan dat je uittekent en uitvoert. Veel onderdelen daarvan zijn gelukt. Bij al mijn bedrijven heb ik mij altijd afgevraagd: wat zijn de obstakels voor een gebruiker en hoe kun je die weghalen? Bij een opleiding zijn dat ten eerste: heb ik er geld voor? Daarom hebben we besloten om cursisten niet vooraf de hele opleiding te laten betalen, maar pas achteraf. Dan is er de drempel dat sommigen in Limburg, Zeeland of Groningen wonen, terwijl wij in Amsterdam zitten. Die drempel halen we weg door het remote (thuiswerken, red.) te doen. Dan is er nog het meest schaarse goed: tijd. Die belemmering halen we weg door het snel te doen, in 6 weken. Tot slot is er het obstakel dat je meestal een vooropleiding nodig hebt, maar dat heb je bij ons ook niet nodig.”

“We hebben bewezen dat je al die drempels weg kunt halen. Met remote werken ontstaat er echt een klas met studenten, die bijvoorbeeld op vrijdagmiddag afspreken om wat te drinken. Of de kwaliteit met die snelheid hoog genoeg is? Je kunt in 6 weken heel veel leren. Het belangrijkste is dat we nu kunnen testen of bedrijven tevreden zijn. We hebben bijvoorbeeld iemand geplaatst bij Bol.com, en daar hebben ze nu nóg iemand gevraagd.”

CV Marijn Pijnenborg
1999: Freeler (internetprovider)
2001: Funda (samen met Wegener en de NVM)
2007: Zomoto en Auto.nl (in 2012 verkocht aan Louwman & Parqui)
2013: Solvo (e-healthplatform, in 2019 verkocht aan Ahold)
2018: Winc Academy
Investeerde met Boralis o.a. in: Usabilla (exit naar SurveyMonkey), Otrium, Springest (exit naar FD Mediagroep), Human.co (exit naar Mapbox), Seatme
Commissaris bij: Nedap, BinckBank (tot 2019), IENS (tot 2015)

Had je zelf het gevoel dat je deze toch vrij technische markt goed genoeg kende? Of is het een kwestie van goed analyseren, drempels wegnemen en je ondernemersdrive erop loslaten?

“Ik ben van origine geen programmeur, maar houd wel van techniek. Dat is zowel een voor- als een nadeel. Ik heb in verschillende markten dingen gedaan, maar ik ben geen arts, makelaar, autoverkoper of een docent of programmeur en tóch heb ik bedrijven kunnen opzetten in die markten. Op het moment dat je echt vanuit je klant of student denkt, kun je onbevangen denken en het anders doen – en op het juiste moment de mensen erbij halen die het vak ook beheersen. Het is die combinatie die het sterk maakt.”

“Als je er te vroeg een programmeur of makelaar bij haalt en zegt: ‘bedenk het eens opnieuw’, dan wordt meestal bijna hetzelfde bedacht. Het is voortborduren op wat je altijd al doet. Maar als je je meldt bij een bepaalde markt die je echt wil veranderen, is het bijna makkelijker om die ballast niet te hebben. Dan kun je nog alles ter discussie stellen en met oplossingen komen.”

“Pas als ik de oplossing heb liggen, haal ik de kennis erbij en vraag ik een specialist of het kan. Over het algemeen zeggen ze dan ‘nee’. Dan vraag ik door en is het ‘misschien wel’. Mijn onkunde is mijn kwaliteit, zou je kunnen zeggen.”

Wat heeft je bij Winc tot nu verrast?

“Ik zie veel mensen binnenkomen met alleen een mavo- of vmbo-opleiding, die heel goed scoren op onze testen. Die zijn ergens, toen ze heel jong waren, uit het onderwijssysteem gevallen, en hebben daarna het pad niet meer gevonden. Ze zitten met een mismatch in hun opleiding, maar denken een aantal jaar later: ‘Ik had eigenlijk veel meer gekund’. Maar dan is een 3-jarige opleiding vaak geen optie meer.”

Voel je ook dat je een maatschappelijke functie hebt, zoals programmeerschool 42, van de Franse miljardair Xavier Niel? 

‘Er zit ook een maatschappelijk stuk in, maar het is voor iedereen. Het is niet alleen voor de kansarmen, het is ook voor de kansrijken. Want ook ‘kansrijken’ komen in zo’n situatie terecht.”

Hoe groot kan Winc worden, en hoe schaalbaar is dit model? 

Winc wil een substantieel deel van het probleem proberen op te lossen

“Als het probleem een tekort aan 20.000 developers is – en dat groeit denk ik naar 30.000 of 40.000 – dan lossen we het niet op door honderden opleidingen te bouwen. Als school moet je daarom meer studenten aankunnen. Winc wil een substantieel deel van dat probleem proberen op te lossen. Dan praat je over grote aantallen. We moeten met z’n allen sneller veranderen en regelmatiger leren. Het ouderwetse ‘first learn’ en dan ‘earn’  moet eigenlijk zijn ‘learn, earn, learn, earn’, enzovoort.”

In Nederland zijn we niet zo gewend aan de combinatie van ‘onderwijs’ en ‘verdienmodel’. Zit er een spanningsveld tussen die twee elementen? 

“Nee. Degene die uiteindelijk betaalt, zorgt ervoor dat iemand anders weer de opleiding kan doen. In feite is dat het verdienmodel. Omdat we dat geld binnenkrijgen, kunnen we weer nieuwe mensen opleiden. Eigenlijk is het eerder een revolverend initiatief. Het mooie daaraan vind ik dat je continu moet kijken of je het goed doet. Het moet wel door blijven gaan, anders kunnen de volgende studenten niet studeren.”

In hoeverre heb je bij de start van Winc rekening gehouden met bestaande spelers zoals Codam, het initiatief van TomTom-oprichter Corinne Vigreux?

“Al deze initiatieven lossen hetzelfde probleem op en we hebben al die initiatieven nodig – en nog meer. De verschillen tussen die initiatieven zijn best wel groot. Codam is bijvoorbeeld een 3- tot 4-jarige opleiding, die kun je bijna niet met de onze vergelijken. Ik heb Corinne ook gesproken. We kijken bijvoorbeeld of de studenten die daar afgestudeerd zijn bij ons student-assistent kunnen worden. Als je aan hetzelfde doel werkt, kun je van elkaar leren.”

‘Door te investeren blijf ik geïnspireerd’, zei je 10 jaar geleden. Geldt dat nog steeds?

Het voelt steeds meer als een muzikant die een nieuw album gaat maken.

“Het hoofdvak is altijd ondernemen. Het leuke daaraan vind ik het creëren, het blanco vel. Vanuit niets kijken of je dingen anders of simpeler en beter kunt maken. Het voelt steeds meer alsof ik een muzikant ben die een nieuw album gaat maken. Echt even helemaal anders kijken, wat wil je deze keer? Het is je eigen muziek, maar je wil ook dat mensen het gaan luisteren. Je beseft ook dat je laatste album goed moet zijn, het maakt echt niet uit hoe die albums daarvoor waren. Dat gevoel heb ik iedere keer ook. Ik denk ook altijd: dit is mijn laatste album.”

Waarom denk je dat?

“Omdat ik er alles in gooi, denk ik. Als je dan al met een volgend ‘album’ bezig bent, kan dat natuurlijk niet. Het voelt echt als: ‘Ik ga het onderwijs veranderen, en dat ga ik de rest van mijn leven doen’.”

‘Als iets op de rails staat, dan ga ik wat anders doen’, zei je eerder. Met een cynische pet op zou je kunnen zeggen: je doet ‘even’ dit bedrijf en dan, hup, weer door naar de volgende. 

“Je zou het kunnen zien als de serial entrepreneur. Maar ik denk iedere keer: ‘Dit is mijn laatste en hoe krijg ik dit goed?’ Af en toe heb je een writers block en voel je je onzeker of het deze keer óók goed is. Het komt allemaal weer langs.”

Mensen denken vaak dat een startup een ‘idee’ is, maar dat is het helemaal niet

“Mensen denken vaak dat een startup een ‘idee’ is, maar dat is het helemaal niet. Een idee is eigenlijk het makkelijkste wat er is. Het moeilijkste is het idee in uitvoering brengen en de juiste keuzes maken over wat je eerst doet en wat later. En dat je op tijd test of je het goede aan het doen bent en bijschakelt. Eigenlijk geldt voor alle bedrijven, zowel die ik zelf heb opgezet als die waar ik ben ingestapt, dat het product en de markt waar men mee begon het uiteindelijk nooit is geworden. Er wordt altijd aan gedraaid.”

Je bent gemiddeld 5 tot 7 jaar betrokken bij een bedrijf. Ben je er daarna zogezegd op uitgekeken? 

“Het is bij mij eerder zo dat er iemand langskomt en zegt: ‘Ik vind het interessant wat je gemaakt hebt, en ik denk dat ik het met mijn expertise en achterban nog groter kan maken’. Dat is misschien wel waar, denk ik dan. In die zin is het ook een kind van me. Wat is de volgende stap? Op een gegeven moment moet je iets wel loslaten, anders word je een belemmering.”

Hoe bedoel je?

“Als je het niet loslaat terwijl er een goede kans langskomt, kun je de belemmering zijn. Er is wel altijd een zorg, als je iets aan een groter bedrijf verkoopt. Dan kan de innovatie er vaak uit zijn. Ik moet denken aan Auto.nl, dat is verkocht aan Louwman & Parqui. Dat heeft even stilgestaan, maar nu zie je dat het enorm groeit. Het kwam dus uiteindelijk in een heel goede omgeving terecht.”

Op wat voor manier investeer je op dit moment? 

‘Nee’ zeggen tegen een team dat best goed is, is het allermoeilijkste

“Investeren doe ik nog steeds om geïnspireerd te raken en bij te blijven – zien wat er gebeurt. Het is mijn eigen fonds, dat maakt het ontspannen, zonder de druk van anderen. Iedereen denkt altijd dat het moeilijkte van het vak is om de juiste startups eruit te pikken. Maar wat eigenlijk meer tijd kost, is het ‘nee’ zeggen tegen dingen die je wel goed, maar niet goed genoeg vindt. Op welk moment je ‘ja’ zegt tegen een team dat langskomt, dat wist ik vrij snel. Maar ‘nee’ zeggen tegen een team dat best goed is, maar ik moet het toch niet doen – dat is nog veel moeilijker.”

Wat maakt dat lastig? 

“Omdat je voelt dat er iets goeds in zit. Maar dat je toch denkt: ‘niet doen’. Het idee kan goed zijn, maar als je ergens in investeert moet echt alles goed kloppen. Ook de timing, de markt en het team. Als je onderneemt mag je nog aan alles schaven, maar als je investeert wil je dat alles goed is.”

Je investeerde al vroeg in Usabilla, een bedrijf dat vorig jaar voor 80 miljoen dollar werd verkocht aan SurveyMonkey. Hoe groot was het succes van die investering voor jou?

“Paul Veugen (oprichter van Usabilla, red.) kwam van de universiteit, en ik zie ‘m nog in het eerste gesprek, met een idee en een paar slides. Toen ik hoorde hoe hij het probleem had geanalyseerd en met oplossingen kwam, dacht ik echt: ‘wow’. Daarna volg je een proces van een Powerpoint tot een bedrijf dat de hele wereld over gaat, dat is heel leuk om te volgen. Met alle fases die erbij horen, de ups en downs.”

Er is momenteel veel te doen over diversiteit, met initiatieven zoals Fundright. Hoe hard is dat nodig, denk je? In hoeverre ben jij het levende bewijs dat zoiets niet nodig is?

“Één iemand is geen bewijs. Ik geloof in diversiteit, dus ik ondersteun Fundright volledig.”

Pijnenborg aarzelt. “Ik krijg deze vraag al 20 jaar, maar ik denk soms: vraag het eens aan al die mannen.” 

Laat ik de vraag anders stellen. Sprout krijgt vaak het verwijt dat er te weinig vrouwen in onze lijsten staan. Maar in hoeverre moet je selecteren op geslacht, en laat je dan niet andere ondernemers liggen die eigenlijk beter aan je eisen voldeden?

“Dan kan ik je vraag beter beantwoorden. Ik denk dat alle rollen nodig zijn. Er moeten mensen zijn die ervoor vechten en het op de agenda zetten, die rol heb ik niet gepakt. Ik probeer een andere rol op me te nemen. Dat het vanzelfsprekend is en geen thema, waardoor je de gekkigheid ervan af haalt en het normaal maakt. Als je iedere keer roept: ‘kijk, daar is een vrouw’, dan is het niet normaal. Ik wil juist dat je er niets over schrijft, want dan is het normaal. Als je het er altijd over hebt, blijft het een curiositeit.”

Wat zijn jouw belangrijkste uitgangspunten voor een goed bedrijf waar het fijn werken is?

We gaan niet in een week beoordelen of iets goed is gegaan, je moet ruimte krijgen 

“Duurzaamheid moet in je product zitten, maar ook in je medewerkers. Dat betekent dat het leuk moet zijn wat je met elkaar doet – het ‘fun’-element is van belang. Daarnaast krijgen mensen van mij heel veel verantwoordelijkheid. En dan worden ze ook niet meteen gestraft als er iets misgaat. We gaan niet in één week beoordelen of iets goed is gegaan, je moet ruimte krijgen. Daardoor wordt het werk veilig, veel leuker en kun je veel meer je eigen agenda bepalen.”

“Ik zie dezelfde elementen terugkomen bij Nedap (een IT-bedrijf met ruim 700 medewerkers, red.), waar ik commissaris ben. Daar gaat het ook over verantwoordelijkheid krijgen voor wat je doet. Dat bedrijf bestaat niet voor niets al 90 jaar. Het is ook een bedrijf dat zichzelf iedere keer opnieuw kan uitvinden.”

Is dat eigenlijk leuk, commissaris zijn? 

“Bij Nedap is dat zeker leuk (lacht). Het is een andere rol, maar ik doe alle rollen vanuit dezelfde blik. Zoals ik als ondernemer kijk, zo kijk ik als aandeelhouder en als commissaris, en andersom. Je beoordeelt de duurzaamheid van een product of dienst, of klanten tevreden zijn, of je echt iets oplost en of je medewerkers ‘happy’ zijn.”

Hoe zie je als commissaris of medewerkers ‘happy’ zijn?

“Dat kun je eigenlijk meteen zien. Je loopt er rond, praat met een paar mensen en je weet het. Toen jij hier binnenkwam, voelde je waarschijnlijk ook meteen iets. Je hoeft vaak niet eens te praten om te kunnen voelen of het ergens veilig is.”

Het beeld van een commissaris die op afstand de dossiers doorneemt, is achterhaald? 

“Misschien heb je een oud beeld van een commissaris. En misschien heb je van ondernemers het beeld van mensen die overal bovenop zitten, precies weten hoe het gaat en van alles wat weten. Zo’n type ondernemer ben ik niet. Mensen vragen weleens of ik als aandeelhouder niet de behoefte heb om ‘aan de knoppen’ te zitten. Die behoefte heb ik helemáál niet.”

Foto’s: Marijn Pijnenborg/Winc (boven) en Sprout

Redacteur en coördinator Sprout.nl. Tips: maarten@sprout.nl