Yoghurt Barn wordt franchisebedrijf, zo pakt oprichter Wouter Staal het aan

Na 6 jaar sleutelen aan een concept met eigen winkels wil horecaketen Yoghurt Barn nu groot worden met een franchisemodel en licenties, vertelt medeoprichter Wouter Staal aan Sprout. ‘De lessen kunnen we straks ook toepassen op andere landen.’

Yoghurt Barn begon deze week met de werving van franchise-ondernemers die het concept landelijk groot moeten gaan maken. Staal: “Het concept staat, en weten we aan welke knoppen we moeten draaien. Met 12 winkels zijn we groot genoeg, en hebben we voorspellend vermogen. We zijn de startup-fase echt voorbij.” Het streven is om op 1 maart volgend jaar de eerste Yoghurt Barn-franchise te openen.

Yoghurt Barn
Wat: (frozen) yoghurt
Wie: Wouter en Esther Staal
Sinds: 2012
Omzet: 4,5 miljoen euro 
Aantal vestigingen: 12
Medewerkers: 200 (grotendeels parttime ‘barnista’s’)

Naast schaalgrootte was er meer nodig om het bedrijf klaar te stomen voor een franchisemodel, vertelt de ondernemer. “2017 was een druk jaar, waarin we verdubbelden van 6 naar 12 vestigingen. Dit jaar staat in het teken van optimalisatie. We zijn helemaal terug in de operatie gegaan, om met alle locatiemanagers en personeel te praten en handboeken te schrijven. Om te voelen wat er speelt, en waar we kunnen winnen op het gebied van beleving en efficiëntie. Qua kennis zijn we van een ‘7’ naar een ‘9’ gegaan. We zijn nu klaar om dat met andere partijen te delen.”

Staal werd vaak benaderd door potentiële franchisers, maar hield de boot tot nu toe af. “Omdat we wisten dat we eerst intern onze zaken op orde moesten hebben. Inmiddels weten we dat je als ondernemer met Yoghurt Barn een boterham kan verdienen.”

Experts

Bij de voorbereiding op het franchisemodel riep Staal de hulp in van een aantal experts, waaronder mede-franchiseondernemers en een advocaat. Het handboek voor Yoghurt Barn-managers ging van 30 naar 130 pagina’s, en er kwam een nieuwe handleiding voor ‘barnista’s’ (winkelbedienden). Gewapend met die kennis verwacht de ondernemer de komende 2 jaar zo’n 5 franchisevestigingen te openen.

Vooral het vinden van geschikte panden lijkt daarbij een uitdaging. “Hoofdstraten in steden zijn voor ons minder relevant, de huurprijzen zijn daar ook veel te hoog. Gasten zoeken in deze straten geen plek om ontspannen een hapje te eten. Wij zitten liever in de straten daaromheen, tussen de terrasjes en daghoreca, daar moeten wij het zien te winnen.” In dat soort straten is er echter minder vastgoed met een horecabestemming, en er zijn minder van de monumentale panden waar Yoghurt Barn op aast. "Maar elke stad heeft wel 2 of 3 panden waar we graag willen zitten, we wachten gewoon totdat die beschikbaar komen, we hebben geen haast."

Licentie

Naast een franchisemodel werkt Yoghurt Barn aan het in licentie uitgeven van het concept, op high traffic-locaties zoals hogescholen, ziekenhuizen en in grote bedrijven. Staal: “We willen niet alleen een merk opbouwen, maar yoghurt als categorie groot maken. Onze core business was tot nu toe vrij kapitaalintensief winkels neerzetten in binnensteden, maar dat kan niet altijd. Op sommige locaties kom je er ook niet zo snel tussen omdat het allemaal via aanbestedingen is vergeven aan grote partijen.” De komende twee jaar wil Yoghurt Barn enkele tientallen licenties wegzetten bij dit soort cateraars.

Kleinere winkels
Yoghurt Barn mikte enige tijd op steeds grotere panden, van zo’n 200 vierkante meter (zitoppervlakte), maar kwam daar weer van terug. Staal: “Qua operatie en gezelligheid hebben we liever zo’n 130 vierkante meter. Dat werk efficiënt, je hoeft geen extra personeel in te zetten om alles te belopen en je doet bijna dezelfde omzet.”

De afgelopen tijd werd Staal herinnert aan een wijze les uit zijn branche: retail is detail. Yoghurt Barn heeft mede vanwege dat adagium geen hoofdkantoor; Staal werkt altijd vanuit een bepaalde vestiging. “Je kan bezig zijn met strategie, maar het geld wordt verdiend in je winkel, elke gast weer. Hoe kun je die verrassen met een uniek concept en product?”

“Mijn vrouw is heel erg van de inspiratie en innovatie. Die werd altijd jaloers op Pinterest-foto’s van mooi opgemaakte tafels en producten. Dat hebben we nu allemaal doorgevoerd, zodat als je bij ons komt het een verrassing is, alles klopt. Mensen komen voor een beleving, dan moet het ook goed smoelen en lekker smaken, zodat ze het doorvertellen. Zulke dingen kun je niet vanuit een hoofdkantoor voor elkaar krijgen.”

Concurrentie

Die “feelgood-factor” en de “viraliteit op social media” werpt volgens Staal nu ook zijn vruchten af bij het werven van franchisenemers, die de franchise-concepten momenteel voor het uitkiezen hebben. “Ook daar moet je je onderscheiden en zorgen dat ze voor ons kiezen. Er zijn talloze beurzen voor franchisers. Ik hoop dat ik het zonder kan.”

Hoe het nieuwe model in de praktijk uitpakt, zal nog moeten blijken, erkent de ondernemer. Het zou volgens hem bijvoorbeeld ook kunnen dat het bedrijf op basis van de resultaten besluit om bepaalde (eigen) vestigingen om te zetten in franchise-locaties. “Alle lessen kunnen we straks ook toepassen in een ander land.” Met die buitenlandse expansie is Staal nog niet concreet bezig, haast hij zich te zeggen. “Maar ik weet dat er interesse voor is.”

 

Redacteur Sprout (online). Email: maarten@sprout.nl