DyeCoo

Reinier Mommaal (46) en Geert Woerlee (51)

Start: 2008
Personeel: 14
Omzet: vertrouwelijk

Textiel kleuren met koolstofdioxide, het lijkt een gek idee, maar het is het niet. In Duitsland was 25 jaar geleden al bekend dat het ¬mogelijk moest zijn. Maar in het bouwen van een machine is nooit tijd, energie of geld gestoken. Geert Woerlee zette in 2000 Feyecon op, een bedrijf gespecialiseerd in het ontwikkelen van CO2-technologieën. “We hebben het oude Duitse idee toch weer uit de kast gehaald en gekeken of we niet een textielverfmachine konden bouwen.” 

Textiel verven met CO2, in plaats van met water en chemicaliën scheelt een hoop milieuvervuiling. Voor het verven van textiel op de traditionele manier worden miljarden liters schoon water gebruikt. In Azië, waar de meeste textielfabrieken staan, wordt het chemisch vervuilde afvalwater bovendien ook nog wel eens in de natuur gedumpt. 

In 2005 had Feyecon een werkend prototype ontwikkeld dat “een rolletje textiel van vijf kilo kon kleuren”, in 2007 kon de verfmachine gecommercialiseerd worden. Woerlee richtte vervolgens DyeCoo op, samen met zijn compagnon Reinier Mommaal, die altijd in ‘de verkoophoek van de techniek’ had gewerkt.

Inmiddels staan er drie verfmachines in Thailand en een in Taiwan. Adidas en Nike gebruiken de technologie inmiddels. Adidas heeft een miljoen meter textiel gebruikt voor een nieuw shirt. Nike en IKEA zijn sinds afgelopen jaar aandeelhouder van DyeCoo. Is het de bedoeling met DyeCoo de wereld te verbeteren of geld te verdienen? “Een beetje van beiden”, zegt Woerlee. “Je kunt patat verkopen, maar dit geeft meer voldoening.” 
Dat wil niet zeggen dat het makkelijk geld verdienen is. Mommaal: “DyeCoo merkt nu hoe lastig het is om een ideëel doel rendabel en zelfs winstgevend te maken. Innovaties die de wereld veranderen zijn leuk, maar als het product daarmee twee keer zo duur wordt, werkt het niet. Er is altijd een economische impuls nodig. Verven met CO2 kan in theorie en in de praktijk, maar kan het economisch? Het is net als met de hamburger van kweekvlees, zegt Woerlee. “Die kost 250.000 euro, maar hoe krijg je hem naar vijftig cent? Om écht een verschil te maken in de textielsector zijn heel veel machines nodig.”

Inmiddels hebben ook andere bedrijven de techniek onderzocht. Maar die zitten volgens Woerlee en Mommaal nog op ‘laboratoriumniveau. “Wij hebben een grote voorsprong.” Woerlee: “De bottleneck zit tussen de oren. De basiskennis zit bij één of twee man, met een enorme zak geld kun je niet in een jaar inhalen wat wij hebben opgebouwd.” 

De grootste uitdaging is nu om DyeCoo naar de volgende fase te brengen. Mommaal en Woerlee zijn dus nu op zoek naar mensen die de organisatie verder kunnen opbouwen. “Wij zitten hier tijdelijk”, zegt Woerlee. We hebben bewezen dat het kan, nu moeten we laten zien dat we machines kunnen leveren. Dat vergt een andere managementstijl. Wij zijn niet de mensen die het bedrijf van tien naar tweeduizend machines gaan brengen. Daar zijn anderen voor nodig.”

Tekst Eefje Rammeloo, foto Vincent Boon

Challenger50 van 2013

Al a carte advocaten Challenger50 2013